Geert Mabesoone legt sociale kosten, Stationsstraat 3, Kasteelstraat, GECORO en Fermettetaks op tafel in Diksmuide

6 juni 2026
Diksmuide kreeg op maandag 1 juni 2026 tijdens de raad voor maatschappelijk welzijn en de gemeenteraad een brede reeks tussenkomsten van Geert Mabesoone, raadslid en lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst voor Vlaams Belang. Zijn tussenkomsten gingen over de stijgende specifieke kosten van de Sociale Dienst, de evolutie van de leeflonen, de verkoop van het pand in de Stationsstraat 3, de wegenis rond de Kasteelstraat, het huishoudelijk reglement van de GECORO en de discussie rond de zogenoemde Fermettetax. De rode draad doorheen zijn tussenkomsten was de vraag hoe Diksmuide omgaat met financiële verantwoordelijkheid, ruimtelijke rechtszekerheid, controle op procedures en transparantie tegenover inwoners.
Sociale kosten stijgen van 904.654 euro naar 1.769.653,88 euro
Geert Mabesoone vertrok in zijn tussenkomst over de Sociale Dienst vanuit zijn mandaat in het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst. Daar komen volgens hem de specifieke kosten van de Sociale Dienst aan bod, waaronder uitkeringen, premies en tussenkomsten aan rechthebbenden. Hij stelde dat die kosten de voorbije jaren fors zijn toegenomen en dat de evolutie volgens hem niet langer als een gewone begrotingsschommeling kan worden bekeken. Uit de cijfers die hij voorlegde, blijkt dat de specifieke kosten van de Sociale Dienst in 2017 nog 904.654 euro bedroegen. In 2018 ging het om 984.855 euro, in 2019 om 952.961 euro, in 2020 om 1.044.009,91 euro en in 2021 om 855.614,45 euro. Daarna volgde een duidelijke stijging: 1.146.967,35 euro in 2022, 1.492.030,51 euro in 2023, 1.588.896,88 euro in 2024 en 1.769.653,88 euro in 2025.
Volgens Mabesoone is vooral de stijging vanaf 2022 opvallend. In zijn tussenkomst koppelde hij een deel van die evolutie aan de oorlog in Oekraïne, waarvan de impact volgens zijn becijfering in de buurt van 500.000 euro ligt. Tegelijk wees hij erop dat de kosten ook na die eerste stijging verder bleven oplopen. De vergelijking met 2021 maakte zijn punt nog sterker: in vijf jaar tijd evolueerden de specifieke kosten van ongeveer 855.000 euro naar net geen 1,8 miljoen euro. Dat roept volgens hem vragen op over de oorzaken, de verdeling van de middelen en de gevolgen voor de stadskas.
Leeflonen nemen bijna vier vijfde van de specifieke kosten in
Een belangrijk onderdeel van de tussenkomst ging over het aandeel van de leeflonen binnen de totale specifieke kosten van de Sociale Dienst. Uit de aangeleverde cijfers blijkt dat het leefloon in 2020 573.102,63 euro bedroeg op een totaal van 1.044.009,91 euro. In 2021 ging het om 416.001,54 euro op een totaal van 855.614,45 euro. Daarna steeg het bedrag sterk: 720.619,97 euro in 2022, 1.096.520,62 euro in 2023, 1.217.219,85 euro in 2024 en 1.407.683,77 euro in 2025. In 2025 vertegenwoordigden de leeflonen daardoor bijna 80 procent van de totale specifieke kosten van de Sociale Dienst.
Mabesoone stelde dat de stijgende kosten in hoofdzaak terug te voeren zijn op de leeflonen. In zijn toelichting maakte hij een onderscheid tussen verschillende vormen van leefloon op basis van de verblijfstatus. Hij verwees naar leefloon voor gerechtigden die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, leefloon voor gerechtigden die niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, equivalent leefloon en leefloon voor daklozen. Daarnaast lichtte hij de drie categorieën van rechthebbenden toe: samenwonenden, alleenstaanden en samenwonenden met gezinslast. Voor 2026 gaat het volgens de cijfers om 893,65 euro per maand voor een samenwonende, 1.340,47 euro per maand voor een alleenstaande en 1.811,57 euro per maand voor iemand met gezinslast.
Bedragen stijgen met 58 procent in tien jaar tijd
De evolutie van de bedragen per categorie kreeg een aparte plaats in de tussenkomst. In 2016 bedroeg het leefloon 566,92 euro voor een samenwonende, 850,39 euro voor een alleenstaande en 1.133,85 euro voor een persoon met gezinslast. In 2026 gaat het respectievelijk om 893,65 euro, 1.340,47 euro en 1.811,57 euro. Volgens de voorgelegde berekening komt dat neer op een stijging van 58 procent over een periode van tien jaar.
Mabesoone wees in dat verband op de knik in de cijfers rond 2023. Volgens zijn tussenkomst hangt die samen met meerdere indexaanpassingen en een bijzondere welvaartsenveloppe. Hij plaatste die evolutie tegenover de stijging van nettolonen en pensioenen, die volgens zijn tussenkomst in dezelfde periode met ongeveer 38 tot 40 procent toenamen. Daarmee wilde hij aantonen dat de stijging van de leefloonbedragen volgens hem sterker doorweegt dan veel inwoners beseffen.
Nieuwe subsidiëring kan vanaf 2028 zwaarder doorwegen
Naast de uitgaven zelf kwam ook de subsidiëring van leeflonen aan bod. Volgens de presentatie wordt voor 2026 uitgegaan van 100 procent subsidiëring, waarna het percentage in 2027 daalt naar 90 procent, in 2028 naar 80 procent en vanaf 2029 naar 75 procent. De bijgevoegde tabel vertrekt van een kost van 1.398.265,69 euro. In 2026 zou er dan geen verschil zijn tussen kost en subsidie. In 2027 ontstaat een verschil van 139.826,77 euro, in 2028 van 279.653,54 euro en in 2029 van 349.567,42 euro.
Mabesoone stelde dat de gewijzigde subsidieregels op korte termijn gunstig kunnen lijken, maar op langere termijn extra druk kunnen zetten op de lokale financiën. Hij vroeg zich af of het meerjarenplan voldoende rekening houdt met die evolutie. Volgens hem lijkt de financiële planning voor de jaren na 2026 te optimistisch wanneer de leefloonkosten blijven stijgen en de subsidiëring tegelijk afneemt. Daarom vroeg hij of het meerjarenplan zal worden bijgesteld, zodat de verwachte impact van federale maatregelen realistischer wordt weergegeven.
Vragen over sociaal beleid, LOI en sociale huisvesting
De tussenkomst mondde uit in een reeks politieke vragen. Mabesoone vroeg of het college van burgemeester en schepenen van plan is om het sociaal beleid bij te stellen via andere accenten binnen de Sociale Dienst. Hij vroeg ook hoe het college staat tegenover een werkgroep over partijgrenzen heen, met als opdracht voorstellen te formuleren voor een hervorming van het sociaal beleid.
Daarnaast stelde hij vragen over het LOI. Volgens Mabesoone zorgt het lokaal opvanginitiatief voor een blijvende instroom van leefloonberechtigden die na erkenning van hun asielaanvraag in Diksmuide blijven. Hij vroeg of er werk wordt gemaakt van de sluiting van het LOI. Ook sociale huisvesting werd door hem genoemd als instroomkanaal waarbij leefloonberechtigden uit andere gemeenten naar Diksmuide kunnen komen. Hij pleitte voor een strikter beleid waarbij voorkeur wordt gegeven aan de eigen bevolking, en verwees daarbij naar het voorbeeld van Ninove.
Stationsstraat 3 blijft discussie oproepen na berekeningsfout
Een tweede dossier dat Mabesoone op tafel legde, was de verkoop van het woonhuis in de Stationsstraat 3. Tijdens een eerdere zitting werd goedkeuring gevraagd en gegeven om het herenhuis te verkopen en de verkoop te gunnen aan de kandidaat met de beste totaalscore. Mabesoone stelde toen al vragen bij de gunningsprocedure, vooral bij de sterk uiteenlopende beoordelingen voor de ervaring aan de hand van een portfolio en de voorgestelde verkoopstrategie. Ook bij het criterium rond de commissie had hij vragen, al erkende hij nadien dat schepen Marc De Keyrel hem terecht had gewezen op een verkeerde interpretatie van dat cijfer.
Na een nieuwe lezing van de documenten stelde Mabesoone volgens zijn tussenkomst een fout vast in de berekening van de score voor de commissie. De formule waarbij 2 gedeeld door 3 en daarna vermenigvuldigd met 50 wordt berekend, levert volgens hem geen 40 maar 33 op. Die fout zou volgens zijn redenering gevolgen hebben voor de rangschikking van de kandidaten. Daardoor zou niet het luxekantoor van buiten Diksmuide, maar een kantoor uit Diksmuide de hoogste score halen.
Mabesoone gaf aan dat hij zijn vaststellingen de dag na de vorige raad per mail heeft overgemaakt aan de tweede schepen, met de voorzitter, burgemeester, andere schepenen en algemeen directeur in kopie. Op 3 mei kreeg hij volgens zijn tussenkomst antwoord dat de administratie de opmerkingen zou nakijken en dat hij verder op de hoogte zou worden gehouden. Tijdens de raad van 1 juni stelde hij dat hij nog altijd wachtte op duidelijkheid.
Verkoop al dan niet via vastgoedkantoor
De vragen over Stationsstraat 3 gingen verder dan de berekening alleen. Mabesoone vroeg of de eerdere beslissing om het pand via het luxekantoor te verkopen teniet wordt gedaan, of de fout wordt rechtgezet en of de gunning alsnog wordt toegekend aan het kantoor met de beste score. Hij vroeg ook of het driekoppige team van experten werd aangesproken op de grote verschillen in hun beoordelingen en welke verklaring daarvoor werd gegeven.
Daarnaast verwees hij naar berichten via niet-officiële kanalen over interesse van een semipublieke speler in het pand. Hij vroeg wat onder die noemer moet worden verstaan en of het college van plan is het huis in de Stationsstraat 3 zonder tussenkomst van een vastgoedkantoor te verkopen. Daarbij vroeg hij of rekening wordt gehouden met de deontologische regels, ook al zijn die volgens zijn tussenkomst versoepeld.
Kasteelstraat: ontsluiting van 33 appartementen blijft knelpunt
In het dossier Kasteelstraat ging het volgens Mabesoone om een zaak die al voor de derde keer op tafel kwam. In 2017 maakte de deputatie een einde aan het verhaal door de vergunning te weigeren. In 2024 weigerde het schepencollege de vergunning. In 2026 zou dat volgens zijn inschatting opnieuw kunnen gebeuren. De kern van het probleem ligt volgens hem bij de ontsluiting van het project. Het gaat om de ontsluiting voor 33 appartementen, waarbij de aanvrager een bestaande garageweg wil gebruiken en die wil laten omvormen tot openbare weg.
Volgens de tussenkomst verzet de administratie Wegen en Verkeer zich al jaren tegen een nieuw kruispunt op de IJzerlaan. De toegang zou volgens die redenering via de Kasteelstraat en de bestaande verkeerslichten moeten verlopen, met het oog op verkeersveiligheid en een vlotte verkeersafwikkeling op die belangrijke verkeersas. Mabesoone noemde dat standpunt logisch, maar wees tegelijk op het bestaande RUP Centrum. Op dat plan staat volgens hem wel degelijk een verkeersweg aangeduid. Dat creëert volgens hem een hiaat dat vanuit rechtszekerheid moet worden aangepakt.
Sentier nummer 5 mag volgens Mabesoone niet blind worden afgeschaft
Het dossier bevatte ook een onderdeel over de gedeeltelijke afschaffing van een kerkewegel, namelijk sentier nummer 5. Mabesoone stelde dat de gemeenteraad enkele maanden eerder nog over trage wegen had gesproken en dat nu opnieuw een deel van een voetweg dreigt te verdwijnen. Volgens hem gebeurt dat uitsluitend omdat de aanvrager van het bouwdossier daarom vraagt. Hij vond dat een verkeerde aanpak.
Hij verwees naar het eerdere dossier rond sentier nummer 30, dat door een school liep. Daar werd volgens hem ook een deel van een voetweg afgeschaft, terwijl de rest ongemoeid bleef. Dat leidde volgens zijn tussenkomst tot problemen voor andere eigenaars, onder wie bedrijven op het regionale bedrijventerrein Heernisse, die uiteindelijk naar de vrederechter moesten stappen. Mabesoone vroeg daarom of het niet beter is de ligging van sentier nummer 5 grondig te bekijken en eventueel een verlegging te onderzoeken, in plaats van een gedeeltelijke afschaffing door te voeren.
RUP Centrum en eengezinswoningen
Mabesoone vroeg ook hoe het staat met de herziening van het RUP Centrum en of er dit jaar nog een openbaar onderzoek komt. Volgens zijn tussenkomst zegt het college al jaren dat het RUP zal worden herzien, maar blijft concrete duidelijkheid uit. Het dossier Kasteelstraat toont volgens hem waarom die herziening belangrijk is. Wanneer oude plannen, bestaande wegen, trage verbindingen en nieuwe bouwprojecten op elkaar botsen, ontstaat onzekerheid voor aanvragers, buurtbewoners en bestuur.
Daarnaast wees hij op de eengezinswoningen langs de Kasteelstraat, waarvan sommige op de lijst van het bouwkundig erfgoed staan. Volgens Mabesoone moet er in het centrum van Diksmuide ook plaats blijven voor gewone woningen, in plaats van uitsluitend grootschalige appartementsgebouwen. Daarmee plaatste hij het dossier in een bredere discussie over de schaal van bouwprojecten in de binnenstad.
GECORO-reglement roept vragen op over werking en transparantie
Bij agendapunt 18 ging Mabesoone in op het huishoudelijk reglement van de GECORO. Hij begon met een algemene opmerking over de manier waarop het huishoudelijk reglement en de afsprakennota met het stadsbestuur nu samen worden behandeld. Volgens zijn tussenkomst werden die vijf jaar geleden en ook daarvoor apart voorgelegd. Dat vond hij logischer, omdat het huishoudelijk reglement gaat over de eigen werking van de GECORO, terwijl de afsprakennota betrekking heeft op de relatie met het stadsbestuur.
In artikel 2 stelde hij vragen bij de term “consulteren” in verband met omgevingsvergunningsaanvragen. Volgens hem is in de regelgeving sprake van “advies vragen aan”. Hij maakte daarbij het onderscheid tussen advies vragen en consulteren, waarbij consulteren volgens hem sterker verwijst naar deskundigheid. Omdat het aantal deskundigen in de GECORO werd verlaagd, vond hij het gebruik van die term niet passend. Hij stelde voor om “consulteren” te vervangen door “advies vragen”.
Meer dossiers voor een kleinere GECORO
Mabesoone stelde ook vragen bij de bepaling dat projecten vanaf 10 woonentiteiten of loten moeten worden voorgelegd. In de oude tekst was volgens hem sprake van 15 woongelegenheden. Door de drempel te verlagen, zouden volgens hem ook kleinere appartementsblokken sneller aan de GECORO worden voorgelegd. Dat betekent volgens zijn redenering dat een kleinere GECORO tegelijk met extra werk wordt belast.
Ook de omschrijving van projecten met een programma dat vreemd is aan de bestaande omgeving of met een grote ruimtelijke impact vond hij te vaag. Hij vroeg om verduidelijking, omdat dergelijke formuleringen volgens hem aanleiding kunnen geven tot discussie. Bij artikel 6 stelde hij vragen over de aanwezigheid van externe genodigden en deskundigen. Volgens Mabesoone werd eerst het aantal deskundigen in de GECORO verminderd, terwijl nu opnieuw beroep kan worden gedaan op externe deskundigen, mogelijk tegen betaling.
Rol van omgevingsambtenaar en publicatie van verslagen
Bij artikel 9 wees Mabesoone erop dat de GECORO wettelijk kan worden samengeroepen door de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen of minstens een derde van de leden van de GECORO. In de tekst worden volgens hem ook de schepen van ruimtelijke ordening en de gemeentelijke omgevingsambtenaar toegevoegd. Omdat de omgevingsambtenaar ook secretaris van de GECORO is, zag Mabesoone daarin een risico op belangenvermenging wanneer die ook agendapunten kan toevoegen.
Daarnaast had hij vragen bij de bepaling dat documenten en plannen voor projecten in ontwerpfase pas kunnen worden gedeeld als de ontwerper of ontwikkelaar daarmee akkoord gaat. Hij vroeg zich af welke waarde een advies heeft wanneer de adviseurs geen plannen krijgen of die slechts kort tijdens de vergadering kunnen inkijken. Bij artikel 10 vroeg hij om opnieuw op te nemen dat de verslagen door het secretariaat worden bewaard en op de website van de stad Diksmuide worden gepubliceerd.
Fermettetaks opent debat over landbouwbedrijven en zonevreemd wonen
In agendapunt 38 kwam de zogenoemde Fermettetaks aan bod. Mabesoone omschreef die als een voorgestelde heffing voor wie een hoeve of landbouwbedrijf koopt om er enkel te wonen, zonder zelf aan landbouw te doen. De bedoeling van zo’n heffing zou zijn om de verdere verstedelijking van het platteland af te remmen en open ruimte voor landbouw te vrijwaren. Volgens zijn tussenkomst gaf minister Jo Brouns aan dat die taks er niet komt.
Voor Mabesoone was de discussie aanleiding om bredere vragen te stellen over ruimtelijke ordening in landbouwgebied. Volgens hem zitten talrijke landbouwers met vragen over de regels voor landbouwexploitaties. Kleine, verouderde hoeves kunnen volgens zijn tussenkomst geconfronteerd worden met de onmogelijkheid om hun bedrijfswoning los te koppelen van een landbouwexploitatie. Daardoor kan de waarde van zo’n woning als appeltje voor de dorst op latere leeftijd onder druk komen te staan. Grotere spelers kunnen er volgens hem dan weer belang bij hebben dat de regels streng blijven.
Technische vragen over exploitatievergunningen
Mabesoone stelde drie technische vragen. Hij vroeg of het mogelijk is een landbouwbedrijf op te splitsen in twee landbouwbedrijven, of in een gedeelte landbouwbedrijf en een gedeelte residentiële zone. Daarnaast vroeg hij of een landbouwbedrijf twee exploitatievergunningen kan krijgen op één en hetzelfde adres. Tot slot vroeg hij of de bedrijfswoning van een geëxploiteerd landbouwbedrijf kan worden omgezet naar een residentiële woning terwijl de vergunning actief blijft.
Die vragen tonen volgens de inhoud van zijn tussenkomst dat de discussie rond de Fermettetaks niet alleen over een mogelijke heffing gaat. Ze raakt ook aan eigendomswaarde, pensioenplanning van landbouwers, zonevreemd wonen, vergunningen en de toekomst van het buitengebied in Diksmuide. Voor eigenaars van oudere hoeves kan de juridische kwalificatie van een woning een belangrijk verschil maken. Voor landbouwers en ruimtelijke planners draait het tegelijk om de vraag hoe landbouwgrond beschermd blijft zonder eigenaars vast te zetten in een onwerkbare situatie.
Contactinformatie van Geert Mabesoone
Geert Mabesoone zetelt als raadslid en lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst voor Vlaams Belang. Hij is bereikbaar via geert.mabesoone@telenet.be en via het mobiele nummer 0472 49 06 76.
Bronnen:
RvMW – Agendapunt 7 – Evolutie Leeflonen
RvMW – Agendapunt 7 – Evolutie leeflonen
RvMW – Agendapunt 6 – Verkoop Stationstraat 3
GR – Agendapunt 17 – wegenis Kasteelstraat
GR – Agendapunt 18 – GECORO huishoudelijk reglement
GR – Agendapunt 38 – Fermettetaks
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


