Iran raakt verdeeld over akkoord terwijl Hormuz inzet blijft

13 juni 2026
De onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Iran staan op zaterdag 13 juni 2026 dichter bij een mogelijk akkoord, maar de interne verdeeldheid in Teheran maakt de uitkomst onzeker. Terwijl diplomatieke kanalen spreken over een ontwerptekst, duwen invloedrijke kringen rond de Islamitische Revolutionaire Garde aan op maximale Iraanse eisen. De Straat van Hormuz blijft daarbij het centrale drukmiddel. Zolang Iran enige vorm van controle over die zeestraat wil behouden, blijft een akkoord kwetsbaar voor nieuwe militaire, economische en politieke spanningen.
Interne strijd in Teheran
Binnen het Iraanse regime bestaat nog altijd onenigheid over welke toegevingen aan de Verenigde Staten aanvaardbaar zijn. Een deel van de machtsstructuur wil een akkoord dat Iran politieke winst oplevert en de Amerikaanse druk doet verdwijnen zonder dat Teheran kernposities opgeeft. Vooral kringen rond de Islamitische Revolutionaire Garde, onder leiding van generaal-majoor Ahmad Vahidi, lijken aan te sturen op een tekst die de Iraanse maximale eisen weerspiegelt. Die lijn houdt onder meer in dat Iran zeggenschap over de Straat van Hormuz behoudt, bevroren Iraanse tegoeden worden vrijgegeven en de Verenigde Staten meebetalen aan wederopbouw. Zo’n benadering zou in Washington moeilijk verkoopbaar zijn, omdat ze door Amerikaanse tegenstanders kan worden gezien als een Iraanse overwinning.
Araghchi tempert speculatie
De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi probeerde op vrijdag 12 juni 2026 de vele berichten over de inhoud van het memorandum af te remmen. Hij vroeg media om geen speculatie te publiceren over de tekst die op tafel ligt. Die oproep kwam op een moment waarop Iraanse media verschillende versies van het ontwerp verspreidden. President Donald Trump deelde de boodschap van Araghchi later via Truth Social, wat de indruk versterkte dat Washington het diplomatieke kanaal open wil houden. Tegelijk blijft onduidelijk welke tekst nu werkelijk de basis vormt voor de onderhandelingen, omdat verschillende Iraanse machtscentra hun eigen lezing naar voren schuiven.
Vahidi en de harde lijn
Ahmad Vahidi en zijn omgeving worden steeds sterker gezien als een machtspool die zwaar weegt op de Iraanse besluitvorming. De overgang binnen de hoogste Iraanse machtsstructuur, van Ali Khamenei naar Mojtaba Khamenei, vergroot de ruimte voor rivaliteit tussen veiligheidsdiensten, politieke fracties en diplomaten. Vahidi zou in die overgangsperiode een rol spelen als schakel tussen Mojtaba Khamenei en de regering. Dat geeft hem een positie die verder gaat dan een gewone militaire functie. De Revolutionaire Garde lijkt daardoor niet alleen een militaire actor, maar ook een directe speler in de onderhandelingen met de Verenigde Staten.
Verschillende lezingen van dezelfde tekst
De verwarring over het memorandum is groot. Iraanse media die dicht bij harde machtscentra staan, verspreidden een versie waarin Iran zijn beheer over de Straat van Hormuz behoudt, oliebeperkingen verdwijnen en bevroren tegoeden worden vrijgegeven. Andere Iraanse stemmen betwisten die lezing. Parlementslid Mahmoud Nabavian, verbonden aan het hardline Paydari Front, bekritiseerde de details van de deal en beschreef voorwaarden die afwijken van wat andere Iraanse media verspreidden. Volgens zijn lezing zou de overeenkomst juist een einde maken aan de huidige controle van de Revolutionaire Garde over de zeestraat en onvoldoende zekerheid bieden over Amerikaanse sancties. Die tegengestelde boodschappen wijzen op rivaliteit binnen Iran, of op meerdere ontwerpteksten die tegelijk circuleren.
Washington en Teheran blijven uiteenlopen
Ook tussen de Verenigde Staten en Iran blijven de verschillen groot. Amerikaanse functionarissen stellen dat Iran in het akkoord verplichtingen aangaat rond de afbouw van zijn nucleaire programma en het stopzetten van steun aan gewapende bondgenoten in de regio. Verschillende Iraanse media ontkennen dat. Zij stellen dat het raketprogramma, regionale bondgenoten en het nucleaire dossier geen deel uitmaken van het huidige memorandum en ook niet automatisch in vervolgonderhandelingen terechtkomen. Daardoor ontstaat een fundamenteel probleem. Washington wil het akkoord voorstellen als een resultaat van militaire druk en diplomatie. Teheran wil vermijden dat het akkoord thuis wordt gezien als capitulatie.
Volgorde van toegevingen blijft knelpunt
Een van de moeilijkste vragen is de volgorde waarin beide partijen iets moeten doen. Iraanse hardliners willen dat de Verenigde Staten eerst oliebeperkingen opheffen, de blokkade beëindigen en een deel van de bevroren Iraanse tegoeden vrijgeven voordat echte vervolggesprekken beginnen. De Amerikaanse vicepresident JD Vance gaf daarentegen aan dat Iran economische verlichting pas kan krijgen nadat het eigen verplichtingen nakomt. Dat verschil is geen detail. Wie eerst toegeeft, verliest hefboomkracht. Daarom is de volgorde van uitvoering bijna even belangrijk als de inhoud van het akkoord zelf.
Hormuz blijft het zwaarste drukmiddel
De Straat van Hormuz blijft de kern van de crisis. Iran wil niet afstand doen van zijn claim op een vorm van beheer of controle over de zeestraat. Dat maakt elk akkoord gevoelig. Als Iran na ondertekening bevoegdheden behoudt waarmee het schepen kan dwingen om via Iraanse regels, routes of heffingen te varen, blijft de zeestraat een instrument van druk. Een diplomatiek akkoord dat de doorvaart tijdelijk herstelt, maar Iran tegelijk ruimte laat om later opnieuw beperkingen op te leggen, lost het veiligheidsprobleem niet op. Daarom is de vraag wie in de praktijk controle uitoefent over Hormuz bepalend voor het succes of falen van de deal.
Drones tegen commerciële scheepvaart
De militaire spanning rond Hormuz bleef ook tijdens de diplomatieke gesprekken aanwezig. Iraanse troepen vuurden op donderdag 11 juni 2026 drones af op commerciële schepen die de zeestraat wilden passeren. Amerikaanse troepen onderschepten twee Iraanse aanvalsdrones die op commerciële scheepvaart waren gericht. Dat incident toont dat de onderhandelingen niet plaatsvinden in een diplomatiek vacuüm. Op zee blijft Iran druk zetten op scheepvaart en markten, terwijl de Verenigde Staten proberen commerciële routes open te houden en de militaire risico’s te beperken. Voor reders en verzekeraars telt niet alleen wat in een tekst staat, maar vooral of schepen veilig kunnen varen.
Bescherming of afpersing
Iran probeert schepen te dwingen om te varen via een eigen verkeersregeling die internationaal als illegaal wordt beschouwd. Daarbij wordt druk gezet op vaartuigen om zich te voegen naar een systeem waarin Iran bescherming aanbiedt en tegelijk dreigt wie niet meewerkt. Dat model geeft Teheran economische en politieke invloed over een van de gevoeligste maritieme corridors ter wereld. Als een akkoord die praktijk niet expliciet beëindigt, kan Iran de controle later opnieuw opvoeren. De Verenigde Staten willen daarom dat Iran zijn langetermijnpoging om gezag over de zeestraat te vestigen opgeeft. Zonder dat punt blijft de kern van het conflict bestaan.
Qatar en Ras Laffan
Ook Qatar kwam opnieuw in beeld. Inlichtingen waarover regionale en westerse functionarissen spraken, wezen op een vroeg contact waarbij Qatar Iran zou hebben benaderd om het gascomplex Ras Laffan buiten het vizier te houden. In ruil zou Qatar gasproductie hebben stilgelegd. Qatar ontkent dat er een geheime afspraak met Iran werd nagestreefd en stelt dat productie enkel werd onderbroken vanwege veiligheidsrisico’s voor werknemers en infrastructuur. Ras Laffan is van groot belang voor de wereldwijde gasmarkt. Elke bedreiging voor dat complex raakt niet alleen Qatar, maar ook klanten in Azië en Europa. Daardoor krijgt het energiedossier in deze oorlog extra gewicht.
Hezbollah past zich aan
In Libanon blijft Hezbollah actief tegen Israëlische grondoperaties. Op woensdag 11 juni en donderdag 12 juni 2026 verdedigde Hezbollah posities in de omgeving van Majdal Zoun, in het district Tyrus. Daarbij gebruikte de organisatie onder meer antitankraketten, geïmproviseerde explosieven, mortieren, raketten en raketgranaten. Israëlische troepen proberen in verschillende zones in Zuid-Libanon vooruit te komen, terwijl Hezbollah zich richt op lokale verdediging. De strijd rond Majdal Zoun past in een bredere reeks confrontaties langs de zuidelijke Libanese frontlijn.
Nieuwe structuur bij Hezbollah
Hezbollah lijkt zijn militaire structuur te hebben aangepast na zware Israëlische aanvallen op de leiderschapslaag in 2024. De Revolutionaire Garde zou vanaf eind 2024 hebben geholpen bij de reorganisatie van het bevelssysteem. De nadruk ligt nu sterker op zelfstandige gevechtseenheden en mobiele tactieken. Daardoor kunnen Hezbollah-eenheden lokale verdediging uitvoeren zonder steeds te wachten op bevelen van hoge commandanten. Dat kan de organisatie minder kwetsbaar maken voor gerichte aanvallen op leiders. Voor Israël betekent dit dat het uitschakelen van veldcommandanten mogelijk minder effect heeft op de directe gevechtscapaciteit dan eerder werd verwacht.
Israël blijft veldcommandanten treffen
Het Israëlische leger meldde op vrijdag 12 juni 2026 dat het sinds maart 2026 minstens tien Hezbollah-veldcommandanten heeft gedood die verantwoordelijk waren voor eenheden in verschillende delen van Zuid-Libanon. Toch blijft onduidelijk of die aanvallen de lokale verdediging van Hezbollah voldoende verstoren. Als de organisatie haar commandostructuur werkelijk heeft verplaatst naar een losser, mobieler model, kan zij verliezen in de leiding deels opvangen. Dat maakt een langdurige operatie in Zuid-Libanon voor Israël moeilijker en verhoogt het risico op verdere uitbreiding van de strijd richting symbolisch en logistiek belangrijke plaatsen zoals Nabatieh.
Iraakse milities onder druk
De Iraanse invloed in Irak is een tweede gevoelig front. Figuren die namens Iran zouden optreden, waarschuwden Iraanse bondgenoten in Iraakse milities om hun wapens niet aan de Iraakse staat over te dragen. Dat gebeurde na de vorming van een nieuwe regering door premier Ali al Zaydi in mei 2026. Iran ziet de ontwapening van milities niet louter als een Iraakse binnenlandse kwestie, maar als onderdeel van het bredere netwerk van gewapende bondgenoten in de regio. Volgens Iraakse regeringsbronnen maakte de Revolutionaire Garde duidelijk dat de wapens van die milities niet als eigendom van de milities zelf worden beschouwd, maar als middelen die verbonden zijn met Iran.
Bagdad wil wapens bij de staat
De Iraakse regering probeert tegelijk de wapens van gewapende groepen onder staatscontrole te brengen. Er werden stappen gezet rond Kataib al Imam Ali, en er kwam een gezamenlijke ontwapeningscommissie met vertegenwoordiging van de Popular Mobilization Forces, Kataib al Imam Ali en Asaib Ahl al Haq. De Popular Mobilization Forces zijn formeel een Iraakse staatsveiligheidsdienst, maar omvatten verschillende milities die sterk op Iran gericht zijn. Sommige groepen lijken open te staan voor een overgang naar politiek en integratie, mogelijk ook omdat er sprake is van duizenden jobs in Iraakse veiligheidsinstellingen voor militieleden die ontwapenen.
Iraanse invloed kan blijven bestaan
Ontwapening is in Irak niet eenvoudig. Als milities hun wapens deels afgeven maar hun netwerken, leiderschap en loyaliteit aan Iran behouden, kan Iraanse invloed zich dieper in de Iraakse staat nestelen. Dat is de kern van de uitdaging voor Bagdad. De regering wil wapens centraliseren, maar wil tegelijk vermijden dat gewapende groepen via officiële kanalen blijvend invloed krijgen. Voor de Verenigde Staten is dit dossier bijzonder gevoelig omdat Iraanse bondgenoten in Irak tijdens de oorlog aanvallen uitvoerden op Amerikaanse en buitenlandse doelen. Washington wil dat Bagdad de Iraanse ruimte in Irak verkleint. Teheran wil net vermijden dat het netwerk van gewapende bondgenoten wordt afgebroken.
Ghaani en het alternatieve pad
Er bestaan ook signalen dat Iran niet alle milities op dezelfde manier benadert. Esmail Ghaani, commandant van de Quds Force, zou in mei 2026 met de Shia Coordination Framework en militieleiders hebben gesproken over een alternatief plan. Daarbij zouden groepen zoals Kataib Hezbollah, Harakat Hezbollah al Nujaba en Kataib Sayyid al Shuhada hun aanvallen kunnen verminderen of stopzetten in ruil voor het behoud van de rol van de Popular Mobilization Forces binnen de Iraakse staat. Die benadering verschilt van openlijke weerstand tegen ontwapening. Het wijst op een Iraanse strategie met twee sporen: minder zichtbare militaire activiteit waar nodig, maar behoud van structurele invloed waar mogelijk.
Akkoord blijft broos
De gesprekken tussen Washington en Teheran staan dus onder druk van meerdere fronten tegelijk. Intern verdeelt de tekst het Iraanse regime. Op zee blijft Hormuz een twistpunt. In Libanon probeert Hezbollah Israëlische opmars te vertragen. In Irak staat de toekomst van Iraanse bondgenoten ter discussie. En op de energiemarkt blijven Qatar, Ras Laffan, olie, gas en scheepvaartverzekeringen mee bepalen hoeveel druk de oorlog op de wereldeconomie zet. Een akkoord dat alleen op papier werkt, maar deze fronten niet voldoende afbakent, kan snel worden ingehaald door nieuwe feiten op zee of aan de frontlijn.
Wat Washington wil
De Verenigde Staten willen een tekst die Iran dwingt tot controleerbare beperkingen. Daarbij gaat het om het nucleaire programma, steun aan gewapende bondgenoten en de veiligheid van scheepvaart. Washington wil economische verlichting pas toestaan nadat Iran concrete stappen zet. Dat is bedoeld om te vermijden dat de Verenigde Staten hun drukmiddelen te vroeg opgeven. Voor Trump is dat politiek belangrijk. Een akkoord moet kunnen worden voorgesteld als resultaat van druk, niet als beloning voor Iraanse escalatie. Vooral Republikeinse critici zullen kijken naar de vraag of Iran werkelijk nucleaire en regionale toegevingen doet.
Wat Teheran wil
Iran wil precies het omgekeerde beeld vermijden. De machtscentra in Teheran willen aantonen dat de oorlog niet leidde tot onderwerping aan Amerikaanse eisen. Daarom spreken Iraanse media over behoud van beheer over Hormuz, vrijgave van tegoeden, olie-export en wederopbouw. Voor Araghchi en de formele onderhandelingsploeg is het moeilijk laveren. Zij moeten de tekst diplomatiek haalbaar houden, terwijl harde groepen in eigen land elk signaal van toegeving kunnen aanvallen. De rivaliteit tussen diplomaten, parlementaire hardliners en de Revolutionaire Garde maakt het risico op misverstanden groot.
Gevolgen voor Europa en België
Voor Europa en België zijn de gevolgen direct. De Straat van Hormuz is geen ver afgelegen maritiem dossier. De doorgang beïnvloedt energieprijzen, scheepvaartkosten, verzekeringen, industriële productie en inflatie. Ook gasstromen uit Qatar en olie uit de Golfregio blijven gevoelig. Een tijdelijk akkoord kan de markten kalmeren, maar als Iran een vorm van controle behoudt waarmee schepen later opnieuw kunnen worden beperkt, blijft de dreiging bestaan. Europese regeringen zullen daarom vooral kijken naar de praktische uitvoering op zee, niet alleen naar de diplomatieke formulering.
De echte test volgt na ondertekening
Zelfs als een memorandum wordt ondertekend, begint daarna de moeilijkste fase. Er moet worden vastgesteld wie de Straat van Hormuz beheert, welke schepen vrij kunnen varen, hoe blokkades worden opgeheven, wanneer bevroren tegoeden vrijkomen en hoe nucleaire verplichtingen worden gecontroleerd. Daarnaast moet duidelijk worden of Hezbollah, Iraakse milities en andere Iraanse bondgenoten hun activiteiten aanpassen of doorgaan met druk op Amerikaanse, Israëlische en regionale belangen. Een akkoord zonder afdwingbare uitvoering kan de oorlog tijdelijk afremmen, maar niet beëindigen.
Bronnen:
Institute for the Study of War en Critical Threats Project, Iran Update Special Report van 12 juni 2026
Reuters over het mogelijke akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran
Axios over de uitspraken van Abbas Araghchi en de nabijheid van een akkoord
CNN en ABC over Amerikaanse lezing van Iraanse verplichtingen
The Wall Street Journal over bemiddeling en interne Iraanse goedkeuring
The Washington Post over Qatar, Iran en Ras Laffan
Openbare verklaringen van Abbas Araghchi, Donald Trump en JD Vance zoals verwerkt in de aangeleverde analyse
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)

