Besnijdenis en religieuze vrijheid centraal op EJA-conferentie

24 juni 2026

Religieuze vrijheid in Europees perspectief

De EJA-conferentie over besnijdenis, religieuze vrijheid en de toekomst van het Joodse leven in België plaatst een gevoelig maatschappelijk thema in het midden van het Europese debat over grondrechten. De bijeenkomst brengt religieuze vertegenwoordigers samen rond de vraag hoe geloofspraktijken van minderheden beschermd kunnen blijven in een samenleving waar juridische, medische en politieke discussies steeds vaker raken aan religieuze tradities. Rabbi Menachem Margolin, voorzitter van de European Jewish Association, opent de conferentie. Daarna volgt een keynote over religieuze vrijheid en minderheidsrechten in Europa.

Waarom besnijdenis ertoe doet

Een belangrijk onderdeel van de conferentie is het panel “Why Circumcision Matters”. Dat gesprek gaat over de betekenis van besnijdenis binnen religieuze tradities en over de bredere maatschappelijke discussie die daar vandaag rond bestaat. Voor Joodse en islamitische gelovigen is besnijdenis geen bijkomstige gewoonte, maar een praktijk die diep verbonden is met religieuze identiteit, traditie en de overdracht van geloof binnen families. Net daarom wordt het thema op de conferentie niet benaderd als een losstaand ritueel, maar als onderdeel van het debat over religieuze vrijheid en minderheidsrechten.

Religieuze stemmen rond één thema

Chief Rabbi Binyomin Jacobs, voorzitter van het EJA Committee Against Antisemitism, neemt deel aan het panel. Ook Imam Nordine Taouil, voorzitter van RMG Muslim Scholars of Belgium, en Rev Rik Hoet, bisschoppelijk vicaris voor oecumenische dialoog en voorzitter van de Belgische Katholieke Commissie voor de Dialoog met het Jodendom, zijn aangekondigd als sprekers. De moderatie is in handen van Sigal Rabinovitz, media- en businessprofessional. Door die samenstelling krijgt het gesprek een interreligieuze invalshoek. Het gaat niet alleen over één geloofsgroep, maar over de manier waarop verschillende levensbeschouwelijke tradities in België en Europa ruimte krijgen om hun overtuigingen in praktijk te brengen.

Joods leven in België

De titel van de conferentie legt een duidelijke link tussen besnijdenis en de toekomst van het Joodse leven in België. Die koppeling is belangrijk. Wanneer religieuze gebruiken ter discussie staan, gaat het niet alleen over wetgeving of medische beoordeling, maar ook over de vraag of Joodse families hun geloof in vrijheid kunnen blijven beleven. Voor de Joodse traditie is besnijdenis verbonden met religieuze continuïteit en met het doorgeven van identiteit aan een volgende generatie. De conferentie plaatst die realiteit in een bredere Europese context.

Minderheidsrechten en samenleving

De deelname van een islamitische vertegenwoordiger toont dat het onderwerp ook buiten de Joodse context leeft. Besnijdenis heeft eveneens een plaats binnen de islamitische traditie. De aanwezigheid van een katholieke stem binnen het panel wijst dan weer op het belang van dialoog tussen religies. De conferentie maakt zo duidelijk dat het debat over besnijdenis niet alleen gaat over één praktijk, maar ook over de bredere verhouding tussen overheid, samenleving en religieuze minderheden.

Grondrechten in de praktijk

Religieuze vrijheid krijgt pas echte betekenis wanneer concrete gebruiken onder druk komen te staan. De EJA-conferentie brengt die discussie terug naar de kern: hoe kan een democratische samenleving rechten beschermen, ook wanneer bepaalde religieuze praktijken maatschappelijk gevoelig liggen? Het gesprek over besnijdenis raakt daardoor aan fundamentele vragen over erkenning, vrijheid en de plaats van minderheden in Europa. Het panel brengt sprekers samen die vanuit hun eigen traditie kunnen aangeven waarom dit onderwerp voor gelovigen zwaar weegt.

Tijdens deze conferentie over besnijdenis, godsdienstvrijheid en de toekomst van Joods leven in België en Europa heeft Rabbi Menachem Margolin, voorzitter van de European Jewish Association, gewaarschuwd dat het debat verder reikt dan één religieuze praktijk. Volgens hem gaat het om de vraag hoe Europa omgaat met minderheden, grondrechten en democratische vrijheden wanneer tradities onder politieke druk komen te staan.Ralph Pais, ambassadeur van de European Jewish Association, verwelkomde vertegenwoordigers van regeringen, media en andere genodigden op de conferentie. Hij schetste het programma, dat uit vier opeenvolgende panels bestaat. De bijeenkomst behandelt eerst de religieuze betekenis van besnijdenis, daarna de medische realiteit en vervolgens de juridische, politieke en beleidsmatige aspecten. Twee panels worden in het Nederlands gehouden, met vertaling voor aanwezigen die de taal niet begrijpen.

Vrijheid als centrale vraag

Rabbi Menachem Margolin stelde in zijn openingstoespraak dat de conferentie niet alleen over besnijdenis gaat, maar over de grenzen van vrijheid in Europa. Hij verwees naar het debat dat de voorbije maanden in België ontstond en dat ook buiten de landsgrenzen aandacht kreeg van regeringen, juridische specialisten, medische experts, religieuze leiders en betrokkenen in de Verenigde Staten. Volgens de rabbijn ligt de kern van de zaak bij de vraag of Europa basisrechten blijft beschermen wanneer die niet vanzelfsprekend door een meerderheid worden aanvaard.

Religieuze betekenis

Voor Joden is besnijdenis volgens Rabbi Menachem Margolin geen medische keuze, maar een onderdeel van hun identiteit. Hij verwees naar de achtste dag na de geboorte van een jongen, waarop de vader zijn kind volgens de Joodse traditie verwelkomt in een verbond dat vierduizend jaar teruggaat. In die context gaat het volgens hem niet om politiek, maar om familie, geloof en continuïteit. Hij vroeg dat beleidsmakers eerst proberen te begrijpen wat deze praktijk betekent, vóór ze oordelen of wetgeving maken die grote gevolgen kan hebben voor Joden en andere religieuze minderheden.

Veiligheid en rechten

Rabbi Menachem Margolin maakte ook duidelijk dat Joodse ouders niet vragen om lagere veiligheidsnormen. Hij stelde dat ernstige complicaties bij uitvoering door opgeleide deskundigen zeldzaam zijn en ruim onder één procent liggen. De centrale vraag is voor hem of een democratie tegelijk de veiligheid van kinderen kan beschermen en de vrijheid kan waarborgen om volgens het eigen geloof te leven. Volgens de rabbijn is dat precies wat een democratie hoort te doen.

Historische gevoeligheid

Het debat raakt volgens Rabbi Menachem Margolin aan een pijnlijke Europese geschiedenis. Hij wees erop dat overheden in Europa in het verleden herhaaldelijk probeerden Joodse besnijdenissen te beperken of te verbieden. Voor Joodse groepen klinkt daarom niet alleen een medische discussie mee, maar ook een historische waarschuwing. De vraag of Joden als Joden mogen leven, werd in de Europese geschiedenis soms nog fundamenteler: of Joden überhaupt het recht hadden om te leven. Rabbi Menachem Margolin verwees daarbij naar de belofte van Europa om zulke vragen nooit opnieuw verkeerd te beantwoorden.

Minderheden als toetssteen

Volgens Rabbi Menachem Margolin wordt de sterkte van een democratie niet gemeten aan de manier waarop ze de meerderheid behandelt, maar aan de bescherming die zij biedt aan minderheden. Hij stelde dat de bescherming van één minderheid ook relevant is voor andere religieuze groepen. Daarom wees hij erop dat moslim- en christelijke leiders aanwezig waren bij de conferentie. Wanneer de bescherming van één minderheid verzwakt, raakt dat volgens hem aan het bredere kader dat alle minderheden beschermt.

Vraag aan Europa

Rabbi Menachem Margolin sloot zijn toespraak af met de boodschap dat de European Jewish Association niet vraagt dat Europa besnijdenis als praktijk beschermt, maar wel het recht van Joden om als Joden te leven. Als rabbijn en vader wil hij dat zijn kinderen en kleinkinderen openlijk en veilig als Joden in Europa kunnen leven. De vraag is volgens hem daarom niet welk soort Joden in Europa kunnen leven, maar welk soort Europa er overblijft om in te leven.

Tijdens het eerste panel van de conferentie over besnijdenis, religieuze vrijheid en de toekomst van het Joodse leven in België en Europa stond de vraag centraal waarom besnijdenis voor verschillende geloofstradities zo belangrijk is. Onder de titel “Why Circumcision Matters” gingen Chief Rabbi Binyomin Jacobs, voorzitter van het EJA Committee Against Antisemitism, imam Nordine Taouil, voorzitter van RMG Muslim Scholars of Belgium, en Rev. Rik Hoet, bisschoppelijk vicaris voor oecumenische dialoog en voorzitter van de Belgische Katholieke Commissie voor Dialoog met het Jodendom, in op de religieuze, maatschappelijke en politieke betekenis van dit thema. Dit debat werd deskundig gemodereerd door Michaël Freilich.

Het panel vertrok vanuit de vaststelling dat de discussie over besnijdenis niet alleen een medische discussie is. Volgens de inleiding raakt het onderwerp ook aan politiek, geloofsbeleving en fundamentele rechten. In België is vrijheid van godsdienst een grondrecht. De aanwezigheid van vertegenwoordigers uit de Joodse, islamitische en katholieke traditie werd daarbij zelf al als een belangrijk signaal gezien.

Chief Rabbi Binyomin Jacobs benadrukte dat besnijdenis binnen het Joodse leven niet beperkt is tot strikt orthodoxe Joden. Volgens hem is de brit mila een traditie die Joden doorheen de eeuwen hebben meegenomen, ook wanneer zij verder weinig of niets met religieuze praktijk doen. Hij vergeleek een verbod op rituele besnijdenis met een katholieke Kerk zonder eucharistie. Daarmee wilde hij duidelijk maken dat het niet om een randverschijnsel gaat, maar om een kernhandeling binnen de Joodse identiteit.

Jacobs maakte ook een bredere bedenking over religieuze vrijheid. Volgens hem betekent vrijheid van godsdienst niet dat alles zomaar toegelaten moet worden. Er moet een duidelijke grens zijn wanneer geloofspraktijken anderen schade toebrengen. Maar wanneer een religieuze handeling voor een groep fundamenteel is en anderen niet schaadt, moet de overheid volgens hem bijzonder voorzichtig zijn met inmenging.

De opperrabbijn waarschuwde daarbij voor een samenleving waarin secularisatie als neutraal wordt voorgesteld. Volgens hem is ook niet-geloven een levensbeschouwelijke positie. Hij stelde dat iedereen een identiteit heeft, ook wie zegt er geen te hebben. Voor Jacobs betekent vrijheid dat mensen de handelingen die hun identiteit versterken, moeten kunnen blijven beleven.

Imam Nordine Taouil sloot zich aan bij het belang van gezamenlijke verdediging van geloofsvrijheid. Hij verklaarde dat hij aanwezig was om duidelijk te maken dat gelovigen samen sterk staan. Volgens hem begrijpen veel mensen onvoldoende dat gelovige mensen leven volgens voorschriften die voor hen niet bijkomstig zijn, maar deel uitmaken van hun overtuiging en identiteit.

Binnen de islam wordt besnijdenis volgens Taouil verbonden met tahara, wat reinheid betekent. Hij legde uit dat het gaat om lichamelijke zuiverheid en om een traditie die teruggaat op de profeet Ibrahim, Abraham, die ook in het jodendom en het christendom een centrale plaats heeft. Daarmee plaatste hij de islamitische praktijk in een bredere abrahamitische traditie.

Taouil stelde dat besnijdenis voor moslims net zo belangrijk is als de brit mila voor Joden. Volgens hem is bijna 100 procent van de moslimmannen besneden. Dat maakt de praktijk volgens hem tot een herkenbaar onderdeel van de islamitische identiteit. Hij verwees ook naar de woorden van premier Bart De Wever, die eerder had gezegd dat niet alleen Joodse besnijdenis, maar ook islamitische besnijdenis in dit debat van belang is.

De imam legde daarnaast de nadruk op dialoog tussen meerderheden en minderheden. Volgens hem mag een meerderheid een minderheid niet onderdrukken. Samenleven vraagt volgens hem duidelijke afspraken, maar ook overleg en wederzijds begrip. Hij gaf aan dat hij al jaren in gesprek gaat met rabbijnen in Antwerpen en dat moslims en Joden veel gemeen hebben in hun geloofspraktijk.

Taouil verwees ook naar Marokko, waar volgens hem Joodse Marokkanen worden beschermd en gerespecteerd. Hij stelde dat honderdduizenden Joden jaarlijks Marokko bezoeken omdat er ruimte is voor hun religieuze leven. Volgens hem kan Europa daaruit leren dat minderheden niet alleen formele rechten nodig hebben, maar ook concrete bescherming en erkenning.

Rev. Rik Hoet bracht het christelijke perspectief binnen in het panel. Hij betreurde dat het feest van Jezus’ besnijdenis, dat lange tijd op 1 januari in de Kerk werd gevierd, na het Concilie werd afgeschaft. Volgens hem werd daarmee opnieuw een band met het jodendom doorgesneden. Hij herinnerde eraan dat niet alleen Jezus, maar ook Paulus en de eerste christenen besneden waren.

Op de vraag hoe ver een overheid mag gaan in het regelen of verbieden van oude religieuze tradities, antwoordde Hoet met een eenvoudige regel: gun een ander wat je jezelf gunt. Dat moet volgens hem ook voor politici de leidraad zijn. Wanneer bewezen is dat besnijdenis geen misdaad is en geen gezondheidsschade veroorzaakt, ziet hij geen reden waarom de politiek deze praktijk zou verbieden.

Hoet besloot met een duidelijke boodschap aan de katholieke Kerk. Volgens hem moet de Kerk Joden beschouwen als haar oudere broers. Dat betekent volgens hem dat zij steun moet geven aan Joden die hier leven, zodat zij hier goed kunnen leven. Tegelijk vroeg hij om politieke conflicten van elders niet te laten wegen op het dagelijks leven van Joden in België.

Het panel maakte duidelijk dat de discussie over besnijdenis voor de aanwezige religieuze vertegenwoordigers verder gaat dan de vraag naar regelgeving. Voor hen raakt het debat aan geloofsbeleving, identiteit, minderheidsrechten en de manier waarop een democratische samenleving omgaat met tradities die voor gelovigen fundamenteel zijn. De kernboodschap van het gesprek was dat religieuze vrijheid niet alleen het recht is om te geloven, maar ook het recht om dat geloof op een zichtbare en betekenisvolle manier te beleven.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)