Te Deum legt België een gewetensvraag voor: wie vrede wil, moet haar ook dragen

21 juli 2026
Op dinsdag 21 juli 2026 vond van 10.00 tot 10.40 uur in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel het Te Deum voor de Belgische Nationale Feestdag plaats, in aanwezigheid van Hunne Majesteiten de Koning en de Koningin. De plechtigheid bracht het land niet alleen samen rond het koningshuis en de nationale viering, maar legde ook een indringende morele vraag voor aan bestuurders en burgers: laten mensen zich leiden door jaloezie, wedijver en eigenbelang, of kiezen zij voor wijsheid, gerechtigheid, barmhartigheid en vrede? Uw reporter Andy Vermaut woonde de viering bij op persoonlijke uitnodiging van de Protocoldienst.
Een nationale plechtigheid met uiteenlopende vertegenwoordigers
Bij het begin van de viering werden koningin Mathilde en de leden van de koninklijke familie hartelijk begroet. Ook politieke persoonlijkheden, leidinggevenden van de grondwettelijke instellingen, leden van het diplomatieke korps, hoogwaardigheidsbekleders van het Hof en vertegenwoordigers van vaderlandslievende verenigingen werden verwelkomd. Hoge verantwoordelijken van christelijke kerken en groeperingen sloten zich aan bij het gebed en de lofzang. Daarnaast werd bijzondere dank uitgesproken voor de aanwezigheid van vertegenwoordigers uit het Jodendom en de islam. Onder één dak bevonden zich zo het koningshuis, politieke en diplomatieke vertegenwoordigers, kerkelijke leiders en mensen uit verschillende religieuze tradities. Zij stonden niet tegenover elkaar, maar luisterden samen naar woorden over verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid en vrede.
Nederlands, Frans en Latijn droegen dezelfde boodschap
De viering bewoog tussen Nederlands, Frans en Latijn. Dat meertalige karakter weerspiegelde de Belgische werkelijkheid en gaf iedere fase van de plechtigheid een eigen klank. De begroeting richtte zich tot het koningshuis, de instellingen, het diplomatieke korps en de verschillende erediensten. Daarna verschoof de aandacht naar de toestand van de wereld, de innerlijke houding van de mens en de plicht om vrede na te streven. De Schriftlezing uit de brief van Jakobus, het evangelie volgens Matteüs, de Latijnse lofprijzing en het gebed voor België sloten inhoudelijk op elkaar aan. Telkens keerde dezelfde opdracht terug: gerechtigheid krijgt ruimte wanneer mensen hun eigenbelang begrenzen en de waardigheid van anderen erkennen.
Wijsheid als antwoord op een gekwetste wereld
De centrale bezinning vertrok van de gedachte dat vrede de vrucht van wijsheid is. Bloedige conflicten, talloze aantastingen van de mensenrechten en de ontregeling van het klimaat werden genoemd als tekenen van een wereld die dringend nood heeft aan morele helderheid. Wijsheid werd daarbij niet voorgesteld als kennis, macht, aanzien of retoriek. De wijze mens zoekt niet eerst het eigen voordeel, maar opent zich met zachtheid en welwillendheid voor het welzijn van allen. Zowel de rede als het geloof kunnen naar die houding leiden. De oproep was daardoor niet beperkt tot gelovigen. Zij richtte zich tot ieder mens die bereid is zijn geweten ernstig te nemen en zijn handelen eraan te toetsen.
De ziel van de viering lag bij het geweten
De diepste beweging in de bezinning lag in de uitnodiging om naar het eigen hart en geweten terug te keren. Welke gevoelens wonen daar? Zijn het jaloezie, wedijver en hebzucht, of vrede, verzoening en gerechtigheid? Daarmee werd de toestand van de wereld niet uitsluitend aan regeringen, legers, instellingen of verre machtscentra toegeschreven. De verantwoordelijkheid kwam ook bij ieder individu terecht. Oorlog en onrecht beginnen niet alleen aan grenzen, in politieke vergaderzalen of op slagvelden. Zij krijgen eveneens ruimte wanneer afgunst, rivaliteit en eigenbelang het menselijk handelen bepalen. De weg naar vrede begint daarom bij een eerlijk onderzoek van de eigen motieven.
Niemand kon de verantwoordelijkheid doorschuiven
De aanwezigen kregen geen boodschap die uitsluitend over anderen ging. Bestuurders konden de verantwoordelijkheid niet bij burgers leggen, burgers niet bij politici en religieuze leiders niet bij de samenleving. De vraag naar wijsheid richtte zich tot iedereen. Wie zich door jaloezie of wedijver laat leiden, draagt bij aan wanorde. Wie het eigen voordeel altijd vooropstelt, maakt verzoening moeilijker. Wie daarentegen recht probeert te doen aan beide zijden, vriendelijk blijft en zonder dubbelzinnigheid handelt, maakt vrede mogelijk. De viering plaatste de grote conflicten van de wereld zo naast de dagelijkse keuzes van iedere mens.
Een ontwaken van het geweten
De toestand van de wereld werd voorgesteld als een oproep tot een ontwaken van het geweten. Mensen moeten zich niet laten sturen door hebzucht of jaloezie, maar door wijsheid. Dat werd als voorwaarde genoemd voor echte verzoening. Die weg is niet eenvoudig en kent hindernissen, maar kan diepe en blijvende vreugde schenken. De woorden maakten duidelijk dat verzoening geen zwakte is en evenmin neerkomt op het negeren van onrecht. Zij vraagt de moed om waarheid, gerechtigheid en menselijkheid samen te bewaren. Vrede ontstaat niet door conflicten te verbergen, maar door een houding die geen nieuwe vernedering, afrekening of haat voortbrengt.
Vrede vraagt een innerlijke keuze
De oproep om samen vrede te scheppen begon niet bij diplomatieke onderhandelingen of institutionele verklaringen, maar bij het innerlijke leven van mensen. Het geweten bepaalt hoe iemand spreekt, oordeelt en handelt. Wie zichzelf niet onderzoekt, kan jaloezie of eigenbelang gemakkelijk als gerechtigheid voorstellen. Wie wel naar zijn motieven durft te kijken, kan andere keuzes maken. Die gedachte gaf de viering haar menselijke kracht. Vrede werd niet voorgesteld als een ver ideaal dat uitsluitend door regeringen moet worden bereikt, maar als een dagelijkse opdracht die begint in het hart en zichtbaar wordt in woorden, beslissingen en daden.
Gebed om liefde die zichtbaar wordt in daden
In het gebed werd gevraagd dat Gods Geest het vuur van de liefde in mensen zou ontsteken. Die liefde mocht niet beperkt blijven tot woorden, rituelen of gevoelens. Zij moest zichtbaar worden in het doen van wat rechtvaardig is en in de erkenning van het goede in iedere mens. De liturgie legde zo een directe band tussen geloof en gedrag. Bidden voor vrede heeft betekenis wanneer het leidt tot andere keuzes, tot verantwoordelijkheid en tot de bereidheid om de ander niet te reduceren tot tegenstander, afkomst, overtuiging of functie. Liefde kreeg hier geen sentimentele betekenis. Zij werd verbonden met plicht, rechtvaardigheid en respect.
Jakobus legt de maatstaf bij het dagelijkse leven
De eerste lezing kwam uit de brief van de heilige apostel Jakobus. Wie zichzelf wijs en verstandig noemt, moet dat volgens de lezing aantonen door een godvruchtige levenswandel en door daden van wijsheid en liefde. Bittere jaloezie en egoïsme zijn onverenigbaar met waarheid. Een dergelijke houding veroorzaakt wanorde en verdringt gerechtigheid. Wijsheid die van boven komt, werd daarentegen omschreven als zuiver, vredelievend, vriendelijk, redelijk, onpartijdig en oprecht. Daarmee werd wijsheid niet als een abstract begrip gepresenteerd, maar als een herkenbare manier van leven. Zij blijkt uit omgangsvormen, beslissingen en concrete daden.
Waar jaloezie regeert, wordt recht verdrongen
De lezing waarschuwde rechtstreeks voor de gevolgen van jaloezie en egoïsme. Wanneer die gevoelens de bovenhand krijgen, ontstaat wanorde en wordt rechtvaardigheid door onrecht verdrongen. Die waarschuwing kreeg binnen een nationale plechtigheid een brede betekenis. Zij gold voor politieke besluitvorming, maatschappelijke verhoudingen, geloof, journalistiek en persoonlijke relaties. Macht of kennis maakt iemand niet vanzelf wijs. De werkelijke toets ligt bij de vraag of iemand vrede zoekt, eerlijk handelt, naar anderen luistert en bereid is recht te doen zonder partijdigheid.
Wijsheid is zuiver, vriendelijk en oprecht
De omschrijving van wijsheid in de brief van Jakobus vormde een veeleisende maatstaf. Wijsheid is zuiver en vredelievend. Zij is vriendelijk en bereid naar redelijke argumenten te luisteren. Zij behandelt mensen niet volgens voorkeur, afkomst of positie en gebruikt geen dubbelzinnige taal. Oprechtheid betekent dat woorden en daden elkaar niet tegenspreken. De lezing plaatste daarmee een duidelijk onderscheid tussen intelligentie en wijsheid. Iemand kan bekwaam of invloedrijk zijn en toch verdeeldheid zaaien. Wijsheid blijkt pas wanneer kennis in dienst staat van vrede en gerechtigheid.
Gerechtigheid wordt door vredestichters gezaaid
De lezing uit Jakobus eindigde met de gedachte dat de vrucht van gerechtigheid in vrede wordt gezaaid door mensen die vrede stichten. Dat beeld legt een zware verantwoordelijkheid bij wie gezag draagt, maar ook bij burgers, ouders, opvoeders, journalisten, geestelijke leiders en maatschappelijke organisaties. Gerechtigheid wordt niet alleen afgedwongen door regels en instellingen. Zij wordt ook voorbereid door taal, voorbeeldgedrag en de bereidheid om aan beide zijden recht te doen. Vrede stichten betekent daarom niet dat verschillen verdwijnen. Het betekent dat men weigert om die verschillen om te zetten in vernedering, uitsluiting of vijandschap.
Vrede stichten is geen passieve houding
Een vredestichter kijkt niet weg wanneer onrecht plaatsvindt. Vrede vraagt geen stilzwijgen en evenmin onderwerping aan de sterkste partij. Zij vraagt dat waarheid wordt uitgesproken zonder de menselijkheid van de ander te ontkennen. Recht doen aan beide zijden betekent niet dat iedere handeling gelijkwaardig is, maar wel dat iedere mens als mens wordt behandeld. De brief van Jakobus koppelde vrede daarom rechtstreeks aan gerechtigheid. Zonder recht wordt vrede leeg. Zonder vrede kan de strijd om recht opnieuw tot haat en vernedering leiden.
De zaligsprekingen geven de kwetsbare mens een plaats
In het evangelie volgens Matteüs klonken de zaligsprekingen. Jezus sprak de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen en de mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid zalig. Ook de barmhartigen, de zuiveren van hart en de vredestichters kregen een centrale plaats. Mensen die omwille van de gerechtigheid worden vervolgd of beledigd, werden niet vergeten. De evangelielezing gaf zo waardigheid aan wie lijdt, rouwt, verlangt naar recht of weigert om haat met haat te beantwoorden. De maatstaf lag niet bij macht, aanzien of succes, maar bij barmhartigheid, zuiverheid van intentie en trouw aan gerechtigheid.
Troost voor wie rouwt en erkenning voor wie recht zoekt
De woorden richtten zich ook tot mensen die verdriet dragen. Zij kregen de belofte van troost. Zachtmoedigheid werd niet als machteloosheid voorgesteld, maar als een houding die weigert geweld of vernedering tot leidraad te maken. Mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid kregen erkenning voor hun verlangen naar recht. De barmhartigen werden zelf barmhartigheid toegezegd. Daardoor bracht het evangelie niet alleen een morele opdracht, maar ook steun aan wie lijdt, wacht, rouwt of zich ondanks tegenstand voor gerechtigheid blijft inzetten.
Vredestichters krijgen geen gemakkelijke opdracht
De woorden over vredestichters vormden geen zachte boodschap zonder eisen. Vrede stichten vraagt dat iemand tussen vijandige posities blijft zoeken naar recht, waarheid en menselijkheid. Dat kan weerstand oproepen. De zaligsprekingen erkennen dat mensen juist omwille van gerechtigheid kunnen worden vervolgd, beledigd of vals beschuldigd. De viering gaf daardoor ook erkenning aan wie onder druk blijft kiezen voor rechtvaardigheid. Vrede werd niet losgemaakt van waarheid. Zij werd voorgesteld als het resultaat van een houding die barmhartig is zonder onrecht goed te praten.
Vervolging krijgt niet het laatste woord
Het evangelie eindigde niet bij belediging, vervolging of valse beschuldigingen. Wie omwille van gerechtigheid wordt aangevallen, kreeg een boodschap van hoop. Daarmee werd het menselijke oordeel niet als het laatste oordeel beschouwd. De aanwezigen werden eraan herinnerd dat trouw aan rechtvaardigheid een prijs kan hebben, maar dat die trouw haar betekenis niet verliest wanneer zij weerstand oproept. Dat gaf de zaligsprekingen binnen deze nationale viering een krachtige actuele betekenis.
Een gebed voor België en zijn bestuurders
Na de Latijnse lofprijzing werd uitdrukkelijk voor België gebeden. Aan God werd gevraagd over het land te waken, wijsheid te schenken aan de bestuurders en verantwoordelijkheidszin aan de burgers. Het doel was dat gerechtigheid en het algemeen welzijn gestalte zouden krijgen. De formulering legde de verantwoordelijkheid niet bij één politieke stroming of één instelling. Bestuurders hebben wijsheid nodig, burgers verantwoordelijkheidszin. Beide zijn noodzakelijk om een land rechtvaardig te besturen en samen te dragen.
Bestuurders en burgers hebben elk hun plicht
Het gebed voor België maakte duidelijk dat goed bestuur niet uitsluitend afhangt van wetten, structuren of politieke meerderheden. Bestuurders moeten verstandig omgaan met gezag en beslissingen nemen met het algemeen welzijn voor ogen. Burgers moeten verantwoordelijkheid opnemen voor hun woorden, gedrag en betrokkenheid. Een democratische samenleving kan niet standhouden wanneer politieke leiders alleen hun eigen belang dienen of wanneer burgers iedere verantwoordelijkheid bij de overheid leggen. De nationale plechtigheid koppelde liefde voor het land daardoor aan plichtsbesef en gerechtigheid.
Geen nationale viering zonder zelfonderzoek
Het Te Deum bleef niet steken bij protocol, traditie of nationale symboliek. De kern lag in de persoonlijke opdracht die iedere aanwezige meekreeg. Wie vrede verlangt, moet nagaan welke taal hij gebruikt, welke belangen hij verdedigt en hoe hij over tegenstanders spreekt. Wie gerechtigheid verlangt, moet bereid zijn ook de rechten van anderen te erkennen. Wie verzoening verlangt, moet de waarheid onder ogen zien zonder nieuwe haat te voeden. Daardoor kreeg de plechtigheid een betekenis die verder reikte dan de kathedraal en de duur van de viering.
Verschillende overtuigingen onder hetzelfde dak
De aanwezigheid van vertegenwoordigers uit christelijke kerken, het Jodendom en de islam gaf de oproep tot vrede extra gewicht. Zij baden niet vanuit dezelfde religieuze traditie, maar stonden wel samen in een nationale context waarin oorlog, mensenrechten en klimaatontregeling werden genoemd. De plechtigheid vroeg niet dat verschillen werden uitgewist. Zij maakte duidelijk dat uiteenlopende overtuigingen elkaar kunnen ontmoeten rond verantwoordelijkheid, menselijke waardigheid en het streven naar gerechtigheid. In een tijd van polarisatie kreeg die aanwezigheid een bijzondere betekenis.
Geen vrede zonder erkenning van de ander
De aanwezigheid van verschillende religieuze vertegenwoordigers vormde ook een stil antwoord op de neiging om mensen uitsluitend vanuit hun afkomst of overtuiging te beoordelen. De woorden over onpartijdigheid en oprechtheid golden juist in een kathedraal waar verschillende tradities aanwezig waren. Vrede vraagt dat mensen elkaar niet eerst als categorie, meerderheid of minderheid bekijken, maar als personen met waardigheid. Dat betekent niet dat geloofsverschillen verdwijnen. Het betekent wel dat verschillen geen rechtvaardiging mogen worden voor haat, uitsluiting of geweld.
De koning, de koningin en het land onder dezelfde woorden
De leden van het koningshuis, politieke vertegenwoordigers, diplomaten, religieuze verantwoordelijken en burgers hoorden dezelfde Schriftlezingen en dezelfde oproep tot gewetensonderzoek. Niemand stond buiten de morele vraag van de viering. De woorden over jaloezie, egoïsme, verantwoordelijkheid en vrede golden voor machthebbers en burgers. Het gebed voor wijs bestuur ging samen met een oproep tot burgerzin. Daardoor werd het Te Deum niet alleen een gebed voor België, maar ook een vraag aan België: welk land wil het zijn wanneer oorlog, mensenrechtenschendingen en klimaatontregeling het geweten uitdagen?
Het koningshuis stond niet buiten de morele oproep
De aanwezigheid van de Koning en de Koningin verleende de plechtigheid haar nationale betekenis, maar plaatste ook het hoogste symbool van de staat onder dezelfde woorden als iedere andere aanwezige. De oproep tot wijsheid, rechtvaardigheid en vrede kende geen uitzondering op basis van rang of functie. Dat maakte het Te Deum tot een moment waarop macht niet werd verheerlijkt, maar in verband werd gebracht met verantwoordelijkheid. Wie een land vertegenwoordigt, draagt ook de plicht om het algemeen welzijn te dienen.
Een boodschap die buiten de kathedraal verdergaat
Na het einde van de plechtigheid bleef een heldere opdracht achter. Vrede is geen bezit dat een land eenmaal verwerft. Zij moet telkens opnieuw worden gezaaid in beleid, rechtspraak, onderwijs, journalistiek, geloofsleven en dagelijks menselijk contact. De viering stelde dat wijsheid zuiver, vriendelijk, redelijk, onpartijdig en oprecht is. Die woorden vormen een veeleisende maatstaf voor iedereen die verantwoordelijkheid draagt. Zij vragen minder zelfverheffing en meer dienstbaarheid, minder rivaliteit en meer rechtvaardigheid.
Vrede begint bij de manier waarop mensen elkaar behandelen
De grootste conflicten van de wereld kunnen niet door één persoon worden beëindigd, maar niemand is zonder invloed. Iedere vernedering, leugen of daad van uitsluiting maakt samenleven moeilijker. Iedere eerlijke poging tot rechtvaardigheid, barmhartigheid en verzoening maakt een andere richting mogelijk. Dat was de menselijke kern van het Te Deum. Het gebed voor vrede werd daardoor geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een oproep om anders in die werkelijkheid te handelen.
Auteur: Andy Vermaut
Bronnen:
Uitwerking van de Te Deumviering van 21 juli 2026, aangeleverd door Andy Vermaut.
Persoonlijke uitnodiging voor Andy Vermaut van de Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken, Protocoldienst.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
PS. Ik was op persoonlijke uitnodiging aanwezig bij een nationale plechtigheid (feitelijk niet als journalist) waarin één gedachte telkens terugkeerde: vrede begint niet bij grote verklaringen, maar bij mensen die hun geweten laten spreken en gerechtigheid in hun handelen zaaien. In een tijd van oorlog, aantasting van mensenrechten en klimaatontregeling kreeg België in de kathedraal geen gemakkelijke geruststelling, maar een opdracht die iedere aanwezige mee naar buiten droeg.


