Washington treft financieel netwerk rond Hamas en Egyptische Moslimbroederschap

28 juli 2026
De Verenigde Staten hebben op donderdag 23 juli 2026 in Washington nieuwe financiële sancties ingesteld tegen vier personen en drie organisaties die door de Amerikaanse autoriteiten in verband worden gebracht met financiële of materiële steun aan Hamas en de Egyptische Moslimbroederschap. De maatregel richt zich op een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde hoge functionaris van de Egyptische Moslimbroederschap, twee organisaties die geld zouden hebben ingezameld voor de militaire vleugel van Hamas en een in Turkije gevestigde onderneming die honderdduizenden dollars voor Hamas zou hebben overgemaakt. Ook de eigenaar en twee aandeelhouders van die onderneming zijn op de Amerikaanse sanctielijst geplaatst. De Amerikaanse beschuldigingen gaan over een grensoverschrijdend financieel stelsel waarin liefdadigheidsorganisaties, handelsbedrijven, informele bankdiensten, klassieke valuta en cryptomunten zouden zijn gebruikt om geld in te zamelen, over te maken en de uiteindelijke bestemming ervan af te schermen. De aantijgingen zijn afkomstig van de Amerikaanse regering. De beschikbare stukken bevatten geen reactie van de betrokken personen of organisaties.
Vier personen en drie organisaties op de sanctielijst
Het besluit van het Office of Foreign Assets Control, doorgaans afgekort als OFAC, treft in totaal zeven doelwitten. Het gaat om Mahmoud al-Abyari, die in de formele Amerikaanse sanctielijst wordt geregistreerd als Mahmoud El-Abiary en ook als Mahmoud Al-Ibiary bekendstaat, de in Indonesië gevestigde organisatie Tujuh Bulir Global, de in Gaza gevestigde Madad Palestine Charitable Society, het in Turkije gevestigde bedrijf El-Kahira for General Trading, de eigenaar Khaldun Khamis Zakaria Alden en de aandeelhouders Zaid Issam Ahmed Al-Jebouri en Abdulla Issam Ahmad Al-Jebouri. De Amerikaanse toelichting gebruikt bij enkele namen een iets andere transliteratie dan de formele sanctielijst. Voor een correcte identificatie zijn de schrijfwijzen uit de Specially Designated Nationals and Blocked Persons List doorslaggevend. Zo staat de Indonesische organisatie daar geregistreerd als Tujuh Bulir Global, terwijl in een deel van de toelichting een afwijkende schrijfwijze voorkomt. Seven Spikes Global en Seven Spikes Global Foundation staan als alternatieve namen vermeld. Ook Khaldun Alden wordt in een deel van de toelichting als Khuldun geschreven, terwijl de formele lijst Khaldun vermeldt. De sancties betekenen dat de betrokken personen en organisaties worden opgenomen in de categorie Specially Designated Global Terrorist, afgekort als SDGT. Dat is een Amerikaanse sanctieclassificatie die wordt gebruikt voor personen en entiteiten die door Washington verantwoordelijk worden geacht voor terrorisme, optreden namens een aangewezen organisatie of financiële, materiële of technologische steun verlenen. Een plaatsing op de lijst is een besluit van de Amerikaanse uitvoerende macht. In de beschikbare documenten wordt bij deze sanctieronde geen strafrechtelijke veroordeling van de zeven doelwitten gemeld. Dat onderscheid is juridisch belangrijk: het sanctiebesluit heeft onmiddellijk vergaande financiële gevolgen, maar is niet hetzelfde als een vonnis van een strafrechter.
Mahmoud al-Abyari als hoge functionaris
Mahmoud al-Abyari wordt door Washington omschreven als een hoge leider van de Egyptische Moslimbroederschap die in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd. De formele OFAC-lijst vermeldt dat hij op 5 juni 1952 werd geboren en de Oostenrijkse nationaliteit bezit. Hij bekleedt de functie van secretaris-generaal van het General Secretariat van de Moslimbroederschap en zou gedurende een lange periode verschillende leidinggevende functies binnen de beweging hebben uitgeoefend. De Egyptische tak van de Moslimbroederschap werd in januari 2026 door OFAC als Specially Designated Global Terrorist aangewezen wegens vermeende materiële steun aan Hamas. De Amerikaanse autoriteiten stellen dat al-Abyari betrokken was bij fondsenwerving voor Filistin Vakfi en Hayat Yolu. Die organisaties waren reeds eerder door de Verenigde Staten gesanctioneerd wegens vermeende banden met Hamas. Al-Abyari zou daarnaast met groepen uit de omgeving van de Moslimbroederschap hebben gewerkt om Hamas financiële bijstand te verlenen. OFAC plaatste hem op de lijst omdat hij rechtstreeks of onrechtstreeks voor of namens de Egyptische Moslimbroederschap zou hebben gehandeld. Het sanctiebesluit is dus niet uitsluitend gebaseerd op een vermeende rechtstreekse betaling aan Hamas. Washington koppelt zijn plaatsing ook aan zijn positie, zijn optreden namens de Egyptische tak en zijn rol bij fondsenwerving voor eerder aangewezen instellingen.
Egyptische Moslimbroederschap sinds januari aangewezen
De sanctie tegen al-Abyari past binnen een beleid dat de Amerikaanse regering sinds het begin van 2026 voert tegen verschillende nationale takken van de Moslimbroederschap. Op 13 januari 2026 plaatste OFAC de Egyptische en Jordaanse takken op de SDN-lijst als Specially Designated Global Terrorists. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wees op hetzelfde moment de Libanese Moslimbroederschap, ook bekend als al-Jamaa al-Islamiyah, aan als Foreign Terrorist Organization en als Specially Designated Global Terrorist. Ook Muhammad Fawzi Taqqosh, de secretaris-generaal van de Libanese tak, werd aangewezen. Washington schrijft de Egyptische en Jordaanse takken materiële steun aan Hamas toe. De Amerikaanse regering stelt dat de Egyptische tak en Hamas in 2025 contact hadden over mogelijke acties tegen Israëlische belangen in het Midden-Oosten. Ook zouden personen die naar Gaza wilden reizen om zich bij Hamas aan te sluiten, contacten binnen de Moslimbroederschap hebben gebruikt om via Egypte toegang te krijgen. Voor de Jordaanse tak verwijst Washington naar vermeende betrokkenheid van personen uit de beweging bij het vervaardigen van raketten, explosieven en drones, rekrutering en illegale fondsenwerving. Dit zijn beschuldigingen van de Amerikaanse autoriteiten. De beschikbare Amerikaanse stukken bevatten geen weerwoord van de betrokken bewegingen. De plaatsing van al-Abyari op 23 juli gaat een stap verder dan de aanwijzing van de Egyptische tak als organisatie. OFAC richt zich nu op een individuele bestuurder die namens die tak zou hebben opgetreden. Daardoor worden niet alleen eventuele bezittingen van de organisatie geraakt, maar ook goederen, rekeningen, contractuele rechten en andere financiële belangen die aan al-Abyari persoonlijk toebehoren en binnen het bereik van de Amerikaanse sanctieregels vallen.
Tujuh Bulir Global in Indonesië
De eerste van de twee geviseerde liefdadigheidsorganisaties is Tujuh Bulir Global, gevestigd in Zuid-Jakarta in Indonesië. De organisatie gebruikt ook de namen Seven Spikes Global en Seven Spikes Global Foundation. De formele sanctielijst vermeldt 2025 als oprichtingsjaar en plaatst de geregistreerde activiteiten in de sector van andere gezondheidsactiviteiten. Washington stelt echter dat Hamas de organisatie oprichtte om geld in te zamelen en inkomsten te verschaffen aan zijn militaire vleugel. De Amerikaanse aantijging is zwaar, omdat de officieel voorgestelde activiteit en de vermeende werkelijke bestemming van de middelen sterk van elkaar verschillen. Een organisatie die zich naar buiten toe met gezondheid of hulpverlening bezighoudt, kan toegang krijgen tot donateurs die menen dat hun geld naar medische of sociale ondersteuning gaat. OFAC voert aan dat Tujuh Bulir Global in werkelijkheid als financieel instrument voor de militaire vleugel van Hamas fungeerde. De beschikbare documenten geven geen gedetailleerd overzicht van afzonderlijke donaties, bankrekeningen of eindontvangers. Ze melden wel dat de organisatie door Hamas zou zijn opgericht en inkomsten voor de militaire vleugel zou hebben gegenereerd. De organisatie wordt aangewezen omdat zij Hamas financieel, materieel of technologisch zou hebben gesteund, gesponsord of goederen en diensten ter beschikking zou hebben gesteld. Die formulering komt rechtstreeks voort uit de criteria van Executive Order 13224. OFAC hoeft daarbij niet te stellen dat iedere schenker wist waarvoor zijn of haar bijdrage uiteindelijk werd gebruikt. De aanwijzing richt zich op de organisatie en op de rol die Washington haar als geheel toeschrijft.
Madad Palestine Charitable Society in Gaza
De tweede organisatie is de Madad Palestine Charitable Society, gevestigd in Gaza. Op de sanctielijst staan verschillende alternatieve namen, waaronder Madad Al-Khair, Maddad Falastin, Maddad Foundation, Midad Alkhair, Midad Palestine Charitable Association en Supply Palestine Charitable Society. De organisatie werd in 2014 opgericht en stond geregistreerd als liefdadigheids- of non-profitorganisatie. Washington stelt dat Hamas Madad Palestine Charitable Society oprichtte als dekmantel voor fondsenwerving voor zijn militaire vleugel. Geld zou bij donateurs zijn ingezameld onder de mededeling dat het burgers ten goede zou komen. De Amerikaanse regering beweert dat Hamas die bijdragen bewust naar militaire doeleinden omleidde. De beschikbare documenten vermelden niet welk aandeel van alle ingezamelde bedragen naar zulke activiteiten zou zijn gegaan, welke projecten wel burgerhulp leverden of hoeveel donateurs mogelijk werden misleid. De sanctie steunt op de Amerikaanse beoordeling dat de organisatie als financieel front voor Hamas werd gebruikt. Deze beschuldiging raakt een bijzonder gevoelig terrein. Humanitaire organisaties werken vaak in gebieden waar bancaire infrastructuur beschadigd is, contante betalingen noodzakelijk zijn en lokale tussenpersonen een grote rol spelen. Tegelijk kunnen gewapende organisaties zulke omstandigheden misbruiken om geldstromen af te schermen. Washington stelt dat dit bij Madad Palestine Charitable Society doelbewust is gebeurd. Zonder inzage in de onderliggende bewijsstukken kan op basis van de openbare aankondiging niet onafhankelijk worden vastgesteld hoe de individuele transacties verliepen. Daarom moeten de beschuldigingen duidelijk aan de Amerikaanse regering worden toegeschreven.
Humanitaire bijdragen als vermeende dekmantel
De twee aangewezen organisaties zijn voor Washington belangrijk omdat zij tonen hoe fondsenwerving onder een humanitaire benaming kan worden gebruikt om militaire activiteiten te financieren. Donateurs reageren doorgaans op oproepen voor voedsel, geneesmiddelen, onderdak, gezondheidszorg of steun aan kinderen en gezinnen. Wanneer een organisatie een deel van dat geld omleidt, wordt niet alleen de sanctiewetgeving geraakt. Ook het vertrouwen in legitieme hulporganisaties kan worden beschadigd. De Amerikaanse regering maakt in haar sanctiebeleid formeel een onderscheid tussen rechtmatige humanitaire hulp en financiële steun aan een aangewezen groepering. Hulp aan burgers in Gaza is niet automatisch verboden. Banken en hulporganisaties moeten echter nagaan wie de uiteindelijke ontvangers zijn, welke plaatselijke partners optreden, hoe betalingen worden verwerkt en of een gesanctioneerde persoon of organisatie rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel krijgt. Die controle is in een oorlogsgebied bijzonder moeilijk. Het Amerikaanse standpunt luidt dat Tujuh Bulir Global en Madad Palestine Charitable Society geen onafhankelijke hulpverleners waren die toevallig met een problematische tussenpersoon werkten. Washington stelt dat zij door Hamas zelf werden opgericht met het oog op fondsenwerving voor de militaire vleugel. Dat is een aanzienlijk zwaardere beschuldiging. De openbare stukken maken echter niet duidelijk welke bestuurlijke documenten, communicatie, getuigenissen of financiële gegevens die conclusie dragen.
El-Kahira voor geldtransfers vanuit Turkije
Het derde gesanctioneerde bedrijf is El-Kahira for General Trading. De onderneming is gevestigd in Beylikdüzü in Istanbul en staat ook bekend onder namen als Dubai Company for Exchange, El-Kahira Exchange Office en verschillende handelsnamen waarin Primatech voorkomt. De formele lijst vermeldt 25 juni 2019 als oprichtingsdatum en noemt 2022 als een alternatieve registratiedatum. De Amerikaanse autoriteiten beschuldigen El-Kahira ervan honderdduizenden dollars voor Hamas te hebben overgemaakt. Het bedrijf zou informele bankdiensten hebben aangeboden voor zowel klassieke valuta als cryptomunten. Daarbij zou het niet uitsluitend klanten uit de omgeving van Hamas hebben bediend. OFAC stelt dat El-Kahira ook diensten verleende aan in Zweden gevestigde groepen uit de georganiseerde misdaad, waaronder het Foxtrot Network. Dat Zweedse netwerk werd eerder door Washington gesanctioneerd wegens diensten die het aan het Iraanse regime zou hebben verleend. De verwijzing naar informele bankdiensten betekent dat geld niet noodzakelijk via een gewone overschrijving tussen twee zichtbare bankrekeningen liep. Bij ondergronds bankieren kan een tussenpersoon in het ene land geld aannemen, waarna een partner elders een gelijkwaardig bedrag aan de begunstigde betaalt. De tussenpersonen vereffenen hun onderlinge saldo later via handelsfacturen, contante betalingen, cryptomunten of andere transacties. Daardoor hoeft geld niet fysiek dezelfde grens over te steken als de opdrachtgever en de ontvanger. OFAC voert aan dat El-Kahira zulke diensten gebruikte voor Hamas. De onderneming zou daarnaast betalingen in cryptomunten hebben verwerkt. Daarmee komt een tweede financieel kanaal in beeld. Digitale activa kunnen snel over landsgrenzen worden verstuurd, terwijl de houder van een digitaal adres niet altijd onmiddellijk zichtbaar is. Transacties op openbare blockchains blijven vaak wel traceerbaar, waardoor onderzoekers geldstromen achteraf kunnen analyseren.
Eigenaar Khaldun Khamis Zakaria Alden
Khaldun Khamis Zakaria Alden staat als eigenaar van El-Kahira geregistreerd. De formele Amerikaanse sanctielijst vermeldt dat hij op 19 juli 1980 werd geboren, de Palestijnse nationaliteit heeft en in Turkije is gevestigd. Hij wordt rechtstreeks aan Hamas gekoppeld en niet alleen aan zijn onderneming. OFAC wijst Alden en El-Kahira aan omdat zij Hamas materieel, financieel of technologisch zouden hebben gesteund of diensten aan de organisatie zouden hebben geleverd. Dat betekent dat zijn plaatsing niet uitsluitend voortvloeit uit het bezit van het bedrijf. Washington schrijft hem als eigenaar een eigen rol toe in de financiële dienstverlening die voor Hamas zou zijn verricht. De openbare aankondiging vermeldt geen afzonderlijke bedragen die persoonlijk door Alden zouden zijn ontvangen of overgemaakt. Ook wordt niet uiteengezet welke dagelijkse functie hij binnen de onderneming uitoefende. De kern van de Amerikaanse zaak is dat hij eigenaar was van een onderneming die honderdduizenden dollars voor Hamas zou hebben verplaatst en informele bankdiensten zou hebben aangeboden.
Zaid Issam Ahmed Al-Jebouri en digitale adressen
Zaid Issam Ahmed Al-Jebouri is een Iraaks staatsburger die in Istanbul is gevestigd en als aandeelhouder van El-Kahira wordt aangeduid. De OFAC-lijst koppelt hem aan verschillende digitale adressen op het TRON-netwerk. Die adressen zijn afzonderlijk in de sanctieregistratie opgenomen. Daarmee waarschuwt Washington cryptobeurzen, financiële instellingen en analysebedrijven dat transacties met die adressen sanctierisico’s kunnen meebrengen. Het opnemen van cryptoadressen maakt het sanctiebesluit praktisch uitvoerbaar binnen de sector van digitale activa. Een naam kan op verschillende manieren worden gespeld en een bedrijf kan onder nieuwe handelsnamen werken. Een blockchainadres is daarentegen een specifieke reeks tekens. Wanneer een beurs of betaaldienst dat adres herkent, kan zij een transactie tegenhouden of nader onderzoeken. De lijst bevat meerdere TRON-adressen. Dat netwerk wordt vaak gebruikt voor de overdracht van stablecoins en andere digitale activa. De Amerikaanse aankondiging deelt geen transactiegeschiedenis, bedragen of tijdstippen mee die aan elk afzonderlijk adres worden toegeschreven. De registratie maakt wel duidelijk dat OFAC de cryptodimensie als een wezenlijk onderdeel van het financiële onderzoek beschouwt.
Abdulla Issam Ahmad Al-Jebouri als aandeelhouder
Abdulla Issam Ahmad Al-Jebouri heeft eveneens de Iraakse nationaliteit en is in Turkije gevestigd. Hij wordt als aandeelhouder van El-Kahira vermeld. OFAC wijst Zaid en Abdulla aan omdat zij het bedrijf rechtstreeks of onrechtstreeks zouden bezitten of controleren. De juridische grond voor hun plaatsing verschilt daardoor enigszins van die voor Alden. Alden en het bedrijf worden aangewezen wegens vermeende steun aan Hamas. Zaid en Abdulla worden aangewezen wegens hun eigendom van of controle over El-Kahira. Beide routes leiden tot opname op dezelfde sanctielijst en hebben vergelijkbare blokkerende gevolgen. De sanctielijst vermeldt voor Zaid en Abdulla dezelfde geboortedatum, 3 oktober 1988. Uit de openbare documenten kan niet met zekerheid worden afgeleid welke familieband tussen hen bestaat. Hun gedeelde familienaam en geboortedatum mogen niet als zelfstandig bewijs voor een specifieke verwantschap worden gebruikt. De Amerikaanse stukken beperken zich tot hun positie als aandeelhouders en hun relatie tot El-Kahira.
Een financieel netwerk over verschillende landen
De zeven aanwijzingen hebben betrekking op personen en entiteiten in het Verenigd Koninkrijk, Indonesië, Gaza en Turkije. Daarnaast verwijst Washington naar fondsenwerving voor eerder gesanctioneerde organisaties en naar dienstverlening aan een Zweeds crimineel netwerk. De zaak gaat daardoor niet over één lokale geldinzameling, maar over kanalen die verschillende rechtsgebieden, talen, valuta en bedrijfsstructuren bestrijken. De vermeende werkwijze bestaat uit verschillende lagen. Een organisatie met een humanitair of medisch profiel kan bijdragen van particulieren aannemen. Een handelsbedrijf of wisselkantoor kan daarna betalingen uitvoeren. Informele tussenpersonen kunnen ervoor zorgen dat de uiteindelijke ontvanger niet rechtstreeks in de oorspronkelijke bankoverschrijving verschijnt. Cryptomunten kunnen een bijkomend betaalmiddel vormen. De Amerikaanse regering stelt dat zulke kanalen werden ingezet om de herkomst, doorgang of eindbestemming van geld voor Hamas af te schermen. Het gebruik van verschillende rechtsgebieden bemoeilijkt toezicht. Iedere staat heeft eigen regels voor liefdadigheidsorganisaties, bedrijfsregistratie, financiële dienstverlening en digitale activa. Een transactie kan in het ene land worden geïnitieerd, via een dienstverlener in een tweede land lopen en in een derde gebied worden uitbetaald. Wanneer daarbij geen gewone correspondentbank wordt gebruikt, vermindert de zichtbaarheid voor klassieke financiële controle.
Executive Order 13224 als juridische basis
Alle aanwijzingen van 23 juli 2026 zijn gebaseerd op Executive Order 13224, zoals later gewijzigd. Dat presidentiële bevel vormt een centrale Amerikaanse bevoegdheid voor sancties tegen terrorisme en terrorismefinanciering. De maatregel laat toe personen en organisaties aan te wijzen die terreurdaden plegen, een aanzienlijk risico daarop vormen, optreden namens een reeds aangewezen partij of steun, goederen en diensten leveren. Hamas werd op 31 oktober 2001 door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken onder Executive Order 13224 aangewezen. De beweging staat ook op de Amerikaanse lijst van Foreign Terrorist Organizations op basis van artikel 219 van de Immigration and Nationality Act. De Verenigde Staten behandelen transacties die Hamas ten goede komen daardoor binnen een breed sanctieregime. De Egyptische Moslimbroederschap werd op 13 januari 2026 aangewezen wegens vermeende materiële steun aan Hamas. Daardoor kon al-Abyari enkele maanden later worden gesanctioneerd op basis van zijn vermeende optreden namens die organisatie. De Amerikaanse juridische redenering bouwt dus voort op eerdere besluiten: eerst werd de Egyptische tak aangewezen, daarna een hoge functionaris die voor of namens die tak zou hebben gehandeld.
Bezittingen worden geblokkeerd
Alle eigendommen en belangen in eigendom van de aangewezen personen en organisaties die zich in de Verenigde Staten bevinden of in het bezit of onder de controle van Amerikaanse personen staan, worden geblokkeerd. Ze mogen niet worden overgedragen, uitbetaald, verkocht of op een andere manier ter beschikking worden gesteld zonder een toepasselijke uitzondering of toestemming van OFAC. Amerikaanse personen en bedrijven moeten geblokkeerde goederen aan OFAC melden. Het begrip eigendom is breed. Het kan gaan om geld op een rekening, aandelen, schuldvorderingen, contractuele rechten, goederen, handelswaar, vastgoed en andere materiële of immateriële belangen. Een bank die een betaling voor een aangewezen persoon onderschept, mag het bedrag doorgaans niet gewoon terugsturen. De middelen moeten worden geblokkeerd en overeenkomstig de Amerikaanse regels worden beheerd. De sancties houden niet noodzakelijk in dat de Amerikaanse overheid eigenaar wordt van de bezittingen. Blokkering verschilt van confiscatie. De rechthebbende behoudt juridisch mogelijk een belang, maar kan er niet vrij over beschikken zolang de blokkering geldt. Een afzonderlijke wettelijke procedure kan nodig zijn om goederen definitief te verbeurdverklaren.
De Amerikaanse 50-procentregel
De sancties kunnen ook bedrijven treffen die niet afzonderlijk op de SDN-lijst staan. Onder de Amerikaanse 50-procentregel wordt een onderneming automatisch als geblokkeerd beschouwd wanneer één of verschillende geblokkeerde personen samen rechtstreeks of onrechtstreeks minstens 50 procent van de eigendom bezitten. De aandelen van verschillende geblokkeerde personen worden daarbij opgeteld. Wanneer een gesanctioneerde persoon 25 procent van een bedrijf bezit en een tweede gesanctioneerde persoon eveneens 25 procent, wordt die onderneming onder de regel als geblokkeerd behandeld. Daarvoor is geen afzonderlijke vermelding van het bedrijf op de openbare lijst vereist. Banken en ondernemingen moeten daarom niet alleen namen controleren, maar ook aandeelhoudersstructuren onderzoeken. Loutere controle zonder een eigendomsbelang van minstens 50 procent maakt een onderneming onder die specifieke regel niet automatisch geblokkeerd. Toch kunnen afzonderlijke transacties met een gesanctioneerde bestuurder verboden blijven. Een bedrijf kan dus buiten de automatische eigendomsregel vallen en toch een aanzienlijk sanctierisico hebben wanneer een aangewezen persoon contracten ondertekent, betalingen ontvangt of persoonlijk bij de transactie betrokken is.
Verbod op geld, goederen en diensten
Amerikaanse personen mogen in beginsel geen geld, goederen of diensten ter beschikking stellen aan, voor of ten bate van de aangewezen partijen. Zij mogen zulke bijdragen of diensten evenmin van hen ontvangen. Het verbod geldt ook voor transacties die via de Verenigde Staten lopen, zelfs wanneer de opdrachtgever en de eindontvanger zich buiten Amerika bevinden. Dat laatste is belangrijk voor internationale betalingen in Amerikaanse dollars. Veel dollartransacties passeren op enig moment een Amerikaanse correspondentbank. Daardoor kan een betaling tussen twee buitenlandse partijen binnen het bereik van de Amerikaanse sanctieregels komen. Banken controleren daarom namen, handelsnamen, eigenaars, rekeninghouders en digitale adressen tegen de OFAC-lijsten. Ook niet-Amerikaanse personen mogen niet veroorzaken dat een Amerikaanse bank of onderneming bewust of onbewust een verboden transactie uitvoert. Pogingen om de identiteit van een begunstigde te verbergen, facturen aan te passen, betalingen op te splitsen of een andere tussenpersoon te gebruiken, kunnen als ontwijking van sancties worden beschouwd.
Burgerlijke en strafrechtelijke gevolgen
Overtredingen kunnen leiden tot burgerlijke of strafrechtelijke sancties voor Amerikaanse en buitenlandse personen. OFAC kan burgerlijke boetes opleggen op basis van strict liability. Dat houdt in dat een persoon onder Amerikaanse rechtsmacht burgerlijk aansprakelijk kan worden gesteld, zelfs wanneer hij niet wist dat de transactie door een OFAC-regel verboden was. Onwetendheid sluit een boete dus niet automatisch uit. Bij de uiteindelijke beoordeling kan OFAC wel rekening houden met de omstandigheden, de kwaliteit van het nalevingsprogramma, vrijwillige melding, medewerking en pogingen om de schade te beperken. Voor banken, wisselkantoren, handelsbedrijven en cryptodiensten maakt dat een degelijk controlesysteem noodzakelijk. Strafrechtelijke vervolging vereist andere juridische voorwaarden en wordt door bevoegde vervolgingsinstanties behandeld. De sanctieaankondiging van 23 juli meldt niet dat de zeven aangewezen doelwitten in deze zaak strafrechtelijk zijn veroordeeld. De financiële maatregelen zijn wel onmiddellijk van toepassing binnen het Amerikaanse rechtsbereik.
Secundaire sancties voor buitenlandse banken
Buitenlandse financiële instellingen kunnen met secundaire sancties worden geconfronteerd wanneer zij bewust een aanzienlijke transactie uitvoeren of faciliteren namens een persoon die onder de relevante Amerikaanse terrorismebevoegdheid is aangewezen. OFAC kan zo’n bank verbieden een correspondent- of payable-through-rekening in de Verenigde Staten te openen of te behouden. Het agentschap kan ook strikte voorwaarden aan zulke rekeningen opleggen. Een correspondentbankrekening is essentieel voor veel internationale betalingen. Wanneer een buitenlandse bank geen toegang heeft tot Amerikaanse banken, wordt het moeilijker om dollars te verwerken, internationale handel te financieren of betalingen voor klanten af te handelen. Het risico op uitsluiting geeft de Amerikaanse maatregelen daarom een werking die buiten het eigen grondgebied reikt. Dit betekent niet dat iedere transactie met een persoon uit hetzelfde land automatisch sancties oplevert. Banken moeten beoordelen of de aangewezen persoon of organisatie betrokken is, hoe aanzienlijk de betaling is, welke kennis de bank had en welke wettelijke uitzonderingen mogelijk gelden. De dreiging van secundaire maatregelen leidt er in de praktijk vaak toe dat instellingen bijzonder voorzichtig worden.
Cryptobeurzen en betaaldiensten krijgen concrete signalen
De vermelding van verschillende digitale adressen bij Zaid Al-Jebouri geeft cryptobeurzen en blockchainanalysebedrijven een concrete reeks gegevens om transacties te controleren. Wanneer digitale activa naar of van zo’n adres worden gestuurd, kan een dienstverlener de betaling blokkeren, een rekening beperken of een melding aan de bevoegde autoriteiten doen. Digitale activa zijn niet buiten het sanctierecht geplaatst. De Amerikaanse regels behandelen een belang in cryptomunten in beginsel als een vorm van eigendom. Het gebruik van een blockchain verandert dus niet de identiteit van de gesanctioneerde begunstigde en heft het transactieverbod niet op. Tegelijk kan de openbare aard van veel blockchains onderzoekers helpen om geldbewegingen te reconstrueren. Een digitaal adres bevat geen zichtbare persoonsnaam, maar elke transactie blijft op het netwerk geregistreerd. Wanneer één adres aan een persoon wordt gekoppeld, kunnen eerdere en latere transfers nader worden onderzocht.
FBI, DEA en grensdiensten betrokken
De sanctiemaatregel kwam tot stand in samenwerking met het Federal Bureau of Investigation, de Drug Enforcement Administration en U.S. Customs and Border Protection. De Amerikaanse regering stelt dat de bijdragen van deze diensten hielpen bij het identificeren van belangrijke onderdelen van de verborgen financiële infrastructuur rond Hamas. De betrokkenheid van de FBI past bij onderzoek naar terrorismefinanciering, internationale geldstromen en mogelijke overtredingen van Amerikaanse wetgeving. De DEA beschikt over uitgebreide ervaring met informele financiële kanalen, witwasnetwerken, contante geldstromen en organisaties die tegelijk voor criminele en politieke actoren werken. Customs and Border Protection heeft toegang tot gegevens over grenspassages, goederenstromen, douaneaangiften en personen die de Verenigde Staten binnenkomen of verlaten. De sanctieaankondiging maakt niet bekend welke dienst welke informatie leverde. Ook is niet meegedeeld of er lopende strafrechtelijke onderzoeken, arrestatiebevelen of uitleveringsverzoeken bestaan. De coördinatie toont wel dat de financiële analyse niet uitsluitend door OFAC werd uitgevoerd.
Aansluiting bij eerdere Amerikaanse maatregelen
De sancties van 23 juli bouwen voort op eerdere acties tegen financiële tussenpersonen, fondsenwervers en organisaties die door Washington aan Hamas worden gekoppeld. In januari 2026 werden takken van de Moslimbroederschap aangewezen. In andere sanctierondes trad OFAC op tegen vermeende dekmantelorganisaties, geldwisselaars, internationale fondsenwervers en personen die maritieme acties richting Gaza organiseerden of ondersteunden. Het patroon is duidelijk. Washington richt zich niet uitsluitend op leiders en strijders van Hamas, maar ook op bestuurders, liefdadigheidsorganisaties, commerciële ondernemingen, wisselkantoren, aandeelhouders en digitale betaalinfrastructuur. De bedoeling is de toegang tot geld, financiële diensten en internationale tussenpersonen te beperken. Minister van Financiën Scott Bessent stelde bij de aankondiging dat de regering-Trump personen wil vervolgen die terrorisme financieren, ongeacht of zij optreden via liefdadigheidsorganisaties, bedrijven of ondergrondse financiële kanalen. Hij maakte duidelijk dat Washington zulke actoren wil identificeren, sanctioneren en ter verantwoording wil laten roepen.
Sancties zijn bedoeld om gedrag te wijzigen
OFAC omschrijft het uiteindelijke doel van sancties niet als bestraffing op zichzelf, maar als het bereiken van gedragswijziging. Personen en organisaties kunnen een verzoek indienen om van de SDN-lijst te worden verwijderd. Zij moeten dan informatie en argumenten aanbrengen waaruit blijkt dat de juridische grond voor hun aanwijzing niet langer bestaat, feitelijk onjuist is of door gewijzigde omstandigheden niet langer van toepassing behoort te zijn. Een verwijderingsverzoek schort de sancties niet automatisch op. Zolang OFAC geen wijziging publiceert of een vergunning verleent, blijven de blokkering en transactieverboden gelden. De procedure biedt de aangewezen partijen wel een administratieve weg om het besluit aan te vechten. De openbare stukken van 23 juli bevatten geen reactie van al-Abyari, Alden, Zaid Al-Jebouri, Abdulla Al-Jebouri, Tujuh Bulir Global, Madad Palestine Charitable Society of El-Kahira. Er is evenmin informatie opgenomen over mogelijke verwijderingsverzoeken. Een journalistieke beoordeling moet daarom onderscheid blijven maken tussen de formeel vaststaande sanctieplaatsing en de onderliggende aantijgingen, die door de Amerikaanse regering worden geformuleerd.
Mogelijke gevolgen buiten de Verenigde Staten
De onmiddellijke juridische werking ligt in de Verenigde Staten en bij Amerikaanse personen, maar de praktische gevolgen kunnen internationaal merkbaar zijn. Banken in Europa, het Verenigd Koninkrijk, Turkije, Indonesië en andere landen controleren vaak OFAC-lijsten omdat zij dollars verwerken, Amerikaanse correspondentbanken gebruiken of zaken doen met Amerikaanse ondernemingen. Een bank kan besluiten een rekening te sluiten, een betaling tegen te houden of bijkomende documenten te vragen wanneer een klant dezelfde naam, handelsnaam, aandeelhouder of hetzelfde digitaal adres gebruikt als een aangewezen partij. Ook leveranciers, verzekeraars, transportbedrijven en technologiebedrijven kunnen relaties opnieuw beoordelen. Voor al-Abyari is zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk relevant. De Amerikaanse aanwijzing maakt hem niet automatisch tot een door het Verenigd Koninkrijk gesanctioneerde persoon. Britse instellingen kunnen echter toch transacties weigeren vanwege hun eigen risicobeleid, blootstelling aan de Amerikaanse markt of gebruik van Amerikaanse financiële diensten. Of Londen zelf bijkomende maatregelen neemt, blijkt niet uit de beschikbare stukken.
Waarschuwing voor donateurs en hulporganisaties
De sanctieronde geeft donateurs een bijkomende reden om na te gaan via welke organisatie zij geld naar conflictgebieden sturen. Een overtuigende website, een humanitaire naam of beelden van burgers vormen op zichzelf geen garantie dat geld bij de aangekondigde begunstigden terechtkomt. Betrouwbare organisaties publiceren doorgaans informatie over hun bestuur, jaarrekeningen, lokale partners, controleprocedures en wijze van uitbetaling. Ook banken die legitieme hulpbetalingen verwerken, staan voor een moeilijke opdracht. Te weinig controle kan misbruik mogelijk maken. Overmatige voorzichtigheid kan er tegelijk toe leiden dat rechtmatige hulp niet tijdig bij burgers geraakt. De Amerikaanse sanctiepraktijk probeert dat onderscheid te maken via vergunningen, uitzonderingen en risicogebaseerde controles, maar de uitvoering blijft veeleisend. De beschuldiging tegen Madad Palestine Charitable Society illustreert het probleem. Geld zou zijn ingezameld voor burgers en daarna bewust voor militaire activiteiten zijn gebruikt. Wanneer die Amerikaanse aantijging klopt, zijn zowel de donateurs als de burgerlijke begunstigden benadeeld. Wanneer de aantijging wordt betwist, zullen de betrokkenen bewijs moeten aanbrengen via juridische of administratieve procedures.
Geen automatische schuldvaststelling voor iedere betrokkene
De plaatsing op de SDN-lijst heeft ernstige gevolgen, maar mag journalistiek niet worden voorgesteld als een strafrechtelijke veroordeling. De Amerikaanse regering heeft een bestuurlijk sanctiebesluit genomen op basis van informatie waarover zij beschikt. Een deel van die informatie kan uit financiële analyses, inlichtingen, getuigenverklaringen, grensgegevens of onderzoek van veiligheidsdiensten komen. Niet alle onderliggende gegevens worden openbaar gemaakt. De formele vaststelling is dat de zeven doelwitten sinds 23 juli 2026 op de Amerikaanse sanctielijst staan. De stellingen over fondsenwerving, geldtransfers, steun aan de militaire vleugel van Hamas, het gebruik van humanitaire organisaties en dienstverlening aan criminele groepen blijven beschuldigingen van Washington. De betrokken partijen hebben in de geraadpleegde stukken geen antwoord gekregen of gegeven. Die zorgvuldigheid doet niets af aan de reikwijdte van de maatregel. Bezittingen binnen Amerikaanse rechtsmacht worden geblokkeerd, Amerikaanse transacties zijn in beginsel verboden, bedrijven die voor minstens de helft in handen zijn van geblokkeerde personen kunnen automatisch worden geraakt en buitenlandse banken riskeren maatregelen wanneer zij bewust aanzienlijke transacties faciliteren.
Bronnen:
Younas Khan – India Television – Amerikaanse sanctiemaatregelen
U.S. Department of the Treasury, Treasury Disrupts Muslim Brotherhood and Hamas Financial Networks, 23 juli 2026
Office of Foreign Assets Control, Counter Terrorism Designations and SDN List Updates, 23 juli 2026
U.S. Department of the Treasury, Treasury and State Departments Designate Muslim Brotherhood Branches as Terrorist Organizations, 13 januari 2026
Office of Foreign Assets Control, Frequently Asked Questions over de 50-procentregel en strict liability
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


