EDC-Fan bracht de European Disability Card in 2026 van beleidstekst naar dagelijkse praktijk

Van Europese beleidsdialoog tot ziekenhuizen, politie, ondernemingen, toerisme en toegankelijke parkeerplaatsen
Auteur: Andy Vermaut
Een jaar van onafgebroken inzet voor zichtbaarheid, erkenning en autonomie
EDC-Fan Belgium heeft in 2026 een bijzonder brede reeks inspanningen geleverd om de European Disability Card, de Europese kaart voor personen met een handicap, bekender, bruikbaarder en maatschappelijk relevanter te maken. Uit de correspondentie van Pieter Paul Moens blijkt dat de organisatie zich niet beperkte tot het verspreiden van informatie over kortingen, aangepaste tarieven of voorrangsregelingen. EDC-Fan Belgium probeerde de kaart nadrukkelijk te verbinden met menselijke waardigheid, zelfstandigheid, vrije verplaatsing, herkenning van niet-zichtbare ondersteuningsbehoeften, toegankelijke dienstverlening en een betere communicatie met professionals. De acties richtten zich tegelijk op Europese instellingen, federale beleidsmakers, ziekenhuizen, hulpverleningsorganisaties, politiediensten, ondernemingsorganisaties, toeristische voorzieningen, pretparken en lokale besturen. Daardoor ontstond een werkjaar waarin Europese regelgeving voortdurend werd getoetst aan de realiteit van mensen die de kaart werkelijk gebruiken.
De inzet van EDC-Fan Belgium vertrok vanuit een eenvoudige maar fundamentele vaststelling. Een kaart heeft weinig betekenis wanneer de samenleving niet weet wat zij voorstelt, wanneer medewerkers haar niet herkennen of wanneer een kaarthouder telkens opnieuw zijn situatie uitvoerig moet uitleggen. Voor Pieter Paul Moens en de andere betrokken vrijwilligers moest de European Disability Card daarom uitgroeien tot een zichtbaar en betrouwbaar herkenningsinstrument. De kaart mocht volgens hun visie niet worden herleid tot een voordeelpas, maar moest bijdragen aan een cultuur waarin personen met een handicap gemakkelijker toegang krijgen tot redelijke aanpassingen en bijzondere voorwaarden zonder telkens in een vernederend of uitputtend verantwoordingsproces terecht te komen.
Autonomie kwam vanaf het begin centraal te staan
Een van de eerste grote thema’s die in 2026 opnieuw onder de aandacht werden gebracht, was de zelfstandige toegang van personen met autisme en andere vormen van prikkelgevoeligheid tot toeristische en recreatieve voorzieningen. EDC-Fan Belgium verspreidde informatie over de problemen bij onder meer Bellewaerde en Plopsa. Daarbij ging het niet alleen over toegang tot attracties, maar vooral over de voorwaarden waaronder bezoekers gebruik mochten maken van prikkelarme of alternatieve wachtrijen. Wanneer een zelfstandig functionerende bezoeker verplicht wordt een begeleider zonder handicap mee te brengen, ontstaat volgens belangenorganisaties een sociale en financiële drempel. Wie geen geschikte begeleider vindt, kan dan feitelijk niet deelnemen. Wie wel iemand vindt, kan worden geconfronteerd met bijkomende kosten of afhankelijkheid.
In maart 2026 verspreidde EDC-Fan Belgium een uitgebreid bericht van Stichting Uit met Autisme over de situatie bij Plopsa en Bellewaerde. Stichting Uit met Autisme wees erop dat eerder vastgestelde problemen bij de start van het nieuwe pretparkseizoen nog niet aantoonbaar waren opgelost. Het College voor de Rechten van de Mens had in een Nederlandse zaak over Plopsa vastgesteld dat het toenmalige beleid tot verboden onderscheid kon leiden wanneer bezoekers met autisme niet zelfstandig gebruik konden maken van een prikkelarme wachtrij. In Vlaanderen had de Geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut geoordeeld dat Bellewaerde een redelijke aanpassing had geweigerd door een bezoeker met autisme uitsluitend onder begeleiding van een persoon zonder handicap toegang te geven tot de aangepaste regeling.
EDC-Fan Belgium gebruikte deze dossiers om een breder debat te voeden over autonomie. De kernvraag was waarom een persoon die zelfstandig naar een pretpark kan reizen, tickets kan kopen, een bezoek kan voorbereiden en verantwoordelijkheid kan dragen voor zijn eigen keuzes, alsnog verplicht zou moeten worden een begeleider mee te brengen om gebruik te mogen maken van een redelijke aanpassing. De kaart kan in die discussie een rol spelen als bewijs dat de persoon in zijn eigen land officieel als persoon met een handicap is erkend. Tegelijk maakte EDC-Fan Belgium duidelijk dat de kaart op zichzelf geen oplossing vormt wanneer de interne regels van een onderneming de autonomie van de bezoeker blijven beperken.
In mei 2026 volgde EDC-Fan Belgium het verdere verloop van het Plopsa-dossier. Pieter Paul Moens deelde informatie waaruit bleek dat de bemiddelingspoging bij het Vlaams Mensenrechteninstituut niet tot een oplossing had geleid en dat het dossier aan de Geschillenkamer zou worden voorgelegd. Daarmee werd de inzet niet beperkt tot publieke communicatie. De organisatie bleef ook juridische en institutionele ontwikkelingen opvolgen en verspreiden onder haar netwerk.
Rechtstreeks in gesprek met Europees commissaris Hadja Lahbib
Een belangrijk moment vond plaats tijdens de Europese beleidsdialoog over jongeren en handicap op 19 en 20 maart 2026 in Brussel. Pieter Paul Moens kreeg er de gelegenheid om rechtstreeks van gedachten te wisselen met Europees commissaris voor Gelijkheid Hadja Lahbib. Het gesprek bood de mogelijkheid om de European Disability Card niet alleen als een Europese wetgevende verwezenlijking te bespreken, maar ook als een instrument dat in het leven van personen met een handicap tastbare gevolgen moet hebben.
Na het gesprek richtte Pieter Paul Moens op 20 maart 2026 een bericht aan de Europese Commissie. Daarin werd de langdurige inzet van EDC-Fan Belgium toegelicht en werden vragen gesteld over de verdere Europese promotie en praktische toepassing van de kaart. De ontmoeting werd daarmee niet als een eenmalig fotomoment behandeld. Pieter Paul Moens gebruikte het persoonlijke contact om een formele beleidsdialoog op gang te brengen en om de Europese Commissie te wijzen op de ervaring die EDC-Fan Belgium door jarenlang contact met kaarthouders had opgebouwd.
De Europese Commissie antwoordde op 22 mei 2026 via Lucie Davoine, hoofd van de eenheid Handicap binnen het directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken. Lucie Davoine bevestigde dat het bericht van Pieter Paul Moens formeel was geregistreerd. De Europese Commissie bezorgde bovendien een foto en een videoregistratie van de uitwisseling met Europees commissaris Hadja Lahbib. Belangrijker was de expliciete erkenning van de jarenlange inzet van Pieter Paul Moens. Lucie Davoine bedankte Pieter Paul Moens voor zijn langdurige promotie van het initiatief en stelde dat de Europese Commissie zijn sterke betrokkenheid en de vele stappen ter ondersteuning van een ruim gebruik van de kaart bijzonder waardeerde.
De Europese Commissie kondigde eveneens aan dat er een Europese informatiecampagne en een specifieke website zouden worden ontwikkeld. Daarbij werd meegedeeld dat de praktijkervaring van Pieter Paul Moens nuttig kon zijn om de meerwaarde van de kaart in bepaalde sectoren zichtbaar te maken. Die passage was belangrijk omdat zij aangaf dat ervaringskennis niet uitsluitend als persoonlijke getuigenis werd beschouwd. De Europese Commissie zag in de opgebouwde expertise van EDC-Fan Belgium materiaal dat bruikbaar kon zijn voor de Europese sensibilisering.
Erkenning door Europa betekende geen einde van het debat
De Europese erkenning was voor EDC-Fan Belgium een betekenisvol resultaat, maar zij betekende niet dat alle voorstellen van de organisatie automatisch werden overgenomen. De correspondentie toont juist hoe Pieter Paul Moens voortdurend probeerde de grenzen van het bestaande juridische kader te onderzoeken. EDC-Fan Belgium stelde vragen over de mogelijke betekenis van de kaart in situaties waarin een persoon met een handicap ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname, een politiecontact, een noodsituatie, een evacuatie of een onverwacht probleem tijdens een verplaatsing.
Vooral personen met een niet-zichtbare handicap kunnen in zulke omstandigheden moeilijkheden ondervinden. Iemand kan door stress minder goed spreken, moeite hebben om instructies onmiddellijk te begrijpen, ondersteuning nodig hebben bij onverwachte veranderingen of niet in staat zijn om onder druk een volledige medische of sociale achtergrond uit te leggen. Vanuit die realiteit pleitte EDC-Fan Belgium ervoor om de kaart ook als communicatief signaal te bekijken. Het tonen van de kaart zou professionals erop kunnen wijzen dat aangepaste communicatie, meer tijd, een rustige omgeving of de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon nodig kan zijn.
Die visie ging verder dan het formele toepassingsgebied dat Europese en Belgische overheden op dat ogenblik aan de kaart toekenden. EDC-Fan Belgium bleef daarom benadrukken dat een duidelijk verschil moest worden gemaakt tussen een medische gegevensdrager en een herkenningsinstrument. De organisatie vroeg niet noodzakelijk dat uitgebreide medische dossiers rechtstreeks op de kaart zouden worden geplaatst. Wel werd onderzocht of een vrijwillige en privacyvriendelijke koppeling mogelijk kon zijn waarbij de kaarthouder zelf bepaalt welke beperkte informatie in een noodsituatie toegankelijk wordt.
Een uitgebreid federaal dossier over gebruik, privacy en controle
In de eerste helft van 2026 werkte EDC-Fan Belgium verschillende voorstellen uit voor de Belgische omzetting en praktische invoering van de nieuwe Europese regels. Pieter Paul Moens bracht die voorstellen onder de aandacht van de bevoegde federale diensten en het kabinet van minister Rob Beenders. In de correspondentie kwamen verschillende concrete denksporen terug. Zo werd gepleit voor een betrouwbare QR-code, een controleerbare geldigheidsstatus en een systeem waarmee verloren, gestolen, ingetrokken of ongeldige kaarten snel buiten gebruik kunnen worden gesteld. Een dergelijke regeling werd vergeleken met een card-stopmechanisme.
EDC-Fan Belgium wees erop dat de geloofwaardigheid van de kaart afhankelijk is van een sluitende controle. Wanneer organisaties niet eenvoudig kunnen vaststellen of een kaart geldig is, ontstaat het risico dat medewerkers de kaart minder ernstig nemen. Wanneer misbruik niet doeltreffend kan worden bestreden, worden uiteindelijk vooral de legitieme kaarthouders benadeeld. Tegelijk mocht controle volgens EDC-Fan Belgium niet leiden tot een disproportionele verzameling van medische of persoonlijke gegevens.
De organisatie pleitte daarom voor gegevensminimalisering en vrijwilligheid. Alleen informatie die werkelijk nodig is om de geldigheid van de kaart of een afgesproken aanpassing te bevestigen, zou mogen worden verwerkt. De kaarthouder moest controle houden over bijkomende informatie en moest weten wie welke gegevens kan raadplegen. EDC-Fan Belgium bracht daarmee niet alleen een toegankelijkheidsstandpunt naar voren, maar ook een visie op privacy, gegevensbescherming en digitale veiligheid.
Uit de federale antwoorden bleek dat onderdelen van de Belgische uitvoeringsregeling nog in voorbereiding waren. Er werd verwezen naar een samenwerkingsakkoord tussen de verschillende bevoegde overheden, naar de behandeling binnen de Interministeriële Conferentie, naar advies over gegevensbescherming en naar verdere federale besluitvorming. Ontwerpteksten en informatie over het invoeringstraject werden met EDC-Fan Belgium gedeeld. Dat betekende dat de organisatie niet uitsluitend van buitenaf kritiek formuleerde, maar ook rechtstreeks toegang kreeg tot beleidsinformatie over de uitwerking van het systeem.
Een QR-code en een regeling rond de geldigheidsstatus kwamen eveneens aan bod in de officiële voorbereiding. Daarmee werd een deel van de bezorgdheid van EDC-Fan Belgium erkend, al betekende dit niet dat elk technisch of organisatorisch voorstel volledig volgens de ideeën van EDC-Fan Belgium werd uitgewerkt. Het is daarom belangrijk het resultaat nauwkeurig te omschrijven. EDC-Fan Belgium hielp het debat over controleerbaarheid, intrekking en misbruik op de agenda te houden. De federale regeling bevatte elementen die in dezelfde richting gingen, maar bleef een product van de bevoegde overheden en de geldende Europese regelgeving.
Politiecontacten en noodsituaties bleven een aandachtspunt
EDC-Fan Belgium vroeg bijzondere aandacht voor de herkenning van de kaart door politiediensten. Een politiecontact kan voor een persoon met autisme, een verstandelijke handicap, een psychiatrische kwetsbaarheid, hersenletsel, een auditieve beperking of een andere niet-zichtbare ondersteuningsbehoefte bijzonder moeilijk verlopen. Gedrag dat voortkomt uit stress, overprikkeling, angst of communicatieproblemen kan verkeerd worden geïnterpreteerd als ongehoorzaamheid, agressie of onwil.
Volgens EDC-Fan Belgium zou kennis van de European Disability Card kunnen helpen om sneller de juiste vragen te stellen. De kaart bevat niet automatisch een diagnose en geeft geen volledige handleiding voor elke individuele situatie. Zij kan wel een eerste aanwijzing vormen dat standaardcommunicatie mogelijk niet volstaat. Daarom werd gepleit voor sensibilisering, opleiding en duidelijke richtlijnen voor politiepersoneel.
In de federale communicatie werd aangegeven dat het formele toepassingsgebied van de Europese richtlijn niet betekent dat de kaart een medische of politionele kaart wordt. Politiediensten en ziekenhuiszorg vallen niet zomaar onder de diensten waarvoor de Europese regels bijzondere voorwaarden tijdens een kort verblijf voorschrijven. Tegelijk werd in het bredere federale beleid verwezen naar sensibilisering van politie en andere professionals. Voor EDC-Fan Belgium was dat een gedeeltelijk resultaat. De ruimere juridische functie die de organisatie bepleitte, werd niet bevestigd, maar de noodzaak om professionals bewuster te maken van de kaart en van aangepaste omgangsvormen werd wel onderkend.
EDC-Fan trok met meertalige informatie naar de ziekenhuissector
Een aanzienlijk deel van de inspanningen ging naar ziekenhuizen en zorgnetwerken. EDC-Fan Belgium stelde informatiemateriaal samen en verspreidde dit onder ziekenhuizen in verschillende landsdelen. De organisatie richtte zich onder meer tot AZ Zeno, AZ West, AZ Voorkempen, AZorg, AZ Alma, AZ Delta, AZ Groeninge, AZ Rivierenland, AZ Sint-Jan Brugge, AZ Sint-Lucas Brugge, CHwapi, Jessa Ziekenhuis en Ziekenhuis Oost-Limburg. De bedoeling was niet om de kaart als vervanging van een medisch dossier te presenteren, maar om zorgmedewerkers vertrouwd te maken met het bestaan en de mogelijke communicatieve betekenis van de kaart.
EDC-Fan Belgium wees erop dat personen met een handicap niet alleen patiënt zijn binnen gespecialiseerde diensten. Zij melden zich ook aan bij spoedgevallendiensten, radiologie, onthaalbalies, administratieve diensten, dagziekenhuizen en algemene afdelingen. Een medewerker die de kaart niet kent, kan haar onterecht aanzien voor een kortingskaart, een parkeerkaart of een document zonder betekenis in de zorgcontext. Door vooraf informatie te verspreiden, wilde EDC-Fan Belgium vermijden dat het volledige initiatief afhankelijk bleef van de toevallige kennis van één individuele medewerker.
Het Franstalige ziekenhuisnetwerk UNESSA bevestigde in juli 2026 dat informatie van EDC-Fan Belgium met ziekenhuizen en aangesloten organisaties was gedeeld. Dat was een concreet verspreidingsresultaat. Het betekende niet dat alle betrokken ziekenhuizen onmiddellijk een uniform protocol invoerden, maar wel dat het materiaal via een invloedrijk netwerk een ruimere groep zorginstellingen bereikte.
EDC-Fan Belgium werkte het materiaal bovendien uit in meerdere talen. Er werden versies voorbereid in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. Die meertalige aanpak sloot aan bij het Europese karakter van de kaart en bij de Belgische institutionele werkelijkheid. Voor een kaart die juist grensoverschrijdende erkenning moet vergemakkelijken, is eentalige communicatie onvoldoende. De meertalige posters en informatieteksten waren daarom geen bijkomstigheid, maar een essentieel onderdeel van de sensibiliseringsstrategie.
Ook hulpverleningsorganisaties werden benaderd
Naast ziekenhuizen zocht EDC-Fan Belgium contact met organisaties die in noodsituaties of bij maatschappelijke ondersteuning een rol spelen. Zo werd informatie gedeeld met het Rode Kruis en waren er acties rond Rode Kruis Lebbeke. Het doel was de kaart zichtbaar te maken bij vrijwilligers en professionals die tijdens evenementen, hulpverleningsacties, evacuaties of acute situaties met personen met een handicap in aanraking kunnen komen.
EDC-Fan Belgium vertrok daarbij vanuit de gedachte dat noodsituaties meestal weinig ruimte laten voor uitgebreide uitleg. Een persoon kan zijn medicatie niet bij zich hebben, zijn vaste begeleider niet kunnen bereiken of door de omstandigheden zijn gebruikelijke communicatiemogelijkheden verliezen. Een goed herkend document kan dan helpen om sneller te beseffen dat extra ondersteuning nodig kan zijn. Ook hier bleef EDC-Fan Belgium voorzichtig met de inhoudelijke betekenis van de kaart. De kaart vermeldt niet automatisch welke medische behandeling nodig is. Zij kan wel aanleiding geven om niet overhaast te handelen en om na te gaan of een redelijke aanpassing of aangepaste communicatie noodzakelijk is.
De toeristische sector werd aan een praktijktest onderworpen
In juni 2026 verspreidde EDC-Fan Belgium de resultaten van een Vlaamse reviewreis van Stichting Uit met Autisme. Tijdens die reis werden twaalf locaties bezocht in Nederland, Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De onderzochte voorzieningen omvatten musea, hotels, restaurants, attractieparken en dierenparken. De resultaten legden bloot dat toegankelijkheid vaak al vóór het eigenlijke bezoek mislukt.
Van de negentien aangeschreven hotels reageerden volgens Stichting Uit met Autisme slechts twee tijdig vóór de boekingsbeslissing. Eén hotel reageerde pas nadat de planning al moest zijn afgerond. Van de vijftien aangeschreven restaurants reageerde slechts één restaurant. Van de achttien mogelijke daglocaties reageerden er acht tijdig, twee te laat en acht niet binnen de noodzakelijke termijn. Bij geen enkel onderzocht restaurant werd vooraf volledige toegankelijkheidsinformatie gevonden. Zeven van de negentien hotels vermeldden rolstoeltoegankelijkheid, maar geen enkel hotel bood online duidelijke informatie over prikkelgevoeligheid, muziek, galm, verlichting, temperatuurregeling, rustige eetmogelijkheden of alternatieven voor een druk ontbijtbuffet.
De twaalf bezochte locaties kregen binnen de beoordelingsmethode vijf groene, zes oranje en één rode beoordeling. SEA LIFE Blankenberge behaalde 46 punten, terwijl de gebruikelijke bandbreedte voor dierenparken volgens Stichting Uit met Autisme tussen 16 en 20 punten lag. Train World in Brussel behaalde 31 punten tegenover een museumreferentie van 17 tot 21 punten. Restaurant De Garage in Kortrijk behaalde 29 punten tegenover een gebruikelijke restaurantbandbreedte van 10 tot 14 punten. Wu Wei in Kortrijk behaalde 27 punten, terwijl hotels doorgaans tussen 3 en 7 punten scoorden. Boudewijn Seapark Brugge en Historium Brugge scoorden gunstiger dan de vergelijkingswaarden binnen hun categorie.
De scores hadden niet alleen betrekking op lawaai of drukte. Er werd gekeken naar de duur en opeenstapeling van prikkels, de mogelijkheid om prikkels te vermijden, de controle die een bezoeker zelf heeft, onverwachte wijzigingen, herstelmogelijkheden, duidelijke communicatie en de bereidheid om redelijke aanpassingen te onderzoeken. Daarmee werd duidelijk dat toegankelijkheid niet kan worden herleid tot een rolstoelhelling of een aangepast toilet. Een bezoek kan fysiek bereikbaar zijn en toch onhaalbaar worden door ontbrekende informatie, geluid, geuren, wachtrijen, hitte, onvoorspelbaarheid of een gebrek aan rustmogelijkheden.
EDC-Fan Belgium zag in deze bevindingen een bevestiging van de eigen boodschap. Een kaart kan pas functioneren wanneer organisaties bereid zijn om hun dienstverlening aan te passen. De European Disability Card kan de erkenning van de status van een bezoeker vergemakkelijken, maar ontslaat een onderneming niet van de verantwoordelijkheid om informatie te geven, vragen te beantwoorden en redelijke aanpassingen ernstig te onderzoeken.
Hotel Jacobs bracht een nieuwe juridische vraag naar voren
Tijdens de reviewreis ontstond ook een dossier rond Hotel Jacobs in Brugge. Stichting Uit met Autisme had vooraf gevraagd naar een praktisch alternatief voor een druk ontbijtbuffet. Mogelijke oplossingen waren een ontbijt op de kamer of een afhaalmogelijkheid zonder bijkomende kosten. De communicatie liep vast, waarna een dossier bij het Vlaams Mensenrechteninstituut werd geopend.
Op dat ogenblik bestond er nog geen uitspraak van de Geschillenkamer over een vergelijkbare toeristische hoteldienst. Het dossier kon daarom richtinggevend worden voor een bredere vraag: wat mag van een hotel worden verwacht wanneer een gast met een handicap vooraf om een aanpassing vraagt? Niet elk verzoek moet automatisch worden aanvaard, maar een verzoek moet wel worden herkend, inhoudelijk onderzocht en gemotiveerd beantwoord. Wanneer de aanvankelijk gevraagde oplossing niet haalbaar is, moet worden nagegaan of een passend alternatief kan worden aangeboden.
Door deze informatie te verspreiden, verbond EDC-Fan Belgium de kaart met een veel bredere rechtenbenadering. De kaart is geen gunst die een onderneming naar eigen voorkeur kan honoreren. Zij maakt deel uit van een context waarin personen met een handicap recht hebben op gelijke behandeling, autonomie en redelijke aanpassingen.
Verschillen tussen pretparken werden zichtbaar
De correspondentie toonde ook aan dat verschillende pretparken niet op dezelfde manier met zelfstandig bezoek omgaan. Bellewaerde bleef volgens de gedeelde informatie een begeleider verlangen voor gebruik van bepaalde toegankelijkheidsregelingen, ondanks een eerdere uitspraak van het Vlaams Mensenrechteninstituut. Walibi Belgium gaf geen inhoudelijk antwoord op vragen over zelfstandig bezoek, ook niet nadat Unia het gesprek probeerde te bevorderen. Bij Plopsa was een bemiddelingspoging zonder oplossing afgesloten en werd de zaak verder behandeld. Boudewijn Seapark Brugge liet zelfstandig gebruik door een bezoeker met autisme wel toe.
Voor EDC-Fan Belgium was dit verschil bijzonder relevant. Wanneer zelfstandige toegang bij de ene onderneming organisatorisch mogelijk is, wordt het moeilijker om een algemene begeleidersplicht bij een andere onderneming als vanzelfsprekend of onvermijdelijk voor te stellen. Het debat moet dan niet alleen over veiligheid gaan, maar ook over de concrete organisatie, individuele beoordeling en proportionaliteit van de opgelegde voorwaarden.
EDC-Fan volgde ook Europese passagiersrechten
Op 8 juli 2026 verspreidde Pieter Paul Moens informatie van het Europees Parlement over een versterking van de rechten van luchtreizigers. Pieter Paul Moens wees expliciet op het belang van die ontwikkelingen voor personen met een handicap en voor de European Disability Card. Daarmee plaatste EDC-Fan Belgium de kaart in de bredere context van mobiliteit en passagiersrechten.
Vervoer is een van de domeinen waarin de Europese regelgeving uitdrukkelijk relevant kan zijn. Personen met een handicap moeten tijdens een kort verblijf in een andere lidstaat onder dezelfde voorwaarden toegang kunnen krijgen tot bijzondere regelingen die voor inwoners met een handicap gelden. Toch blijven er in de praktijk vragen bestaan over assistentie, informatie, wachttijden, verloren hulpmiddelen, begeleiding en de herkenning van nationale documenten. Door ontwikkelingen rond passagiersrechten op te volgen, hield EDC-Fan Belgium de verbinding tussen de kaart en het Europese recht op vrij verkeer zichtbaar.
Comeos, Unizo en Buurtsuper werden bij de sensibilisering betrokken
EDC-Fan Belgium richtte zich niet uitsluitend tot de overheid en de zorgsector. Ook ondernemers en handelsorganisaties werden aangesproken. In juli 2026 deelde Pieter Paul Moens informatie over contacten met Comeos en Unizo. Via Buurtsuper verscheen eveneens informatie over de European Disability Card.
Deze aanpak was belangrijk omdat een aanzienlijk deel van de praktische toepassing bij private ondernemingen ligt. Winkels, horecazaken, recreatieve voorzieningen, evenementenorganisatoren en dienstverleners bepalen zelf welke bijzondere voorwaarden of vormen van voorkeursbehandeling zij aanbieden, voor zover de wet niet anders bepaalt. Wanneer ondernemers de kaart niet kennen, blijft het gebruik beperkt. Wanneer sectororganisaties de informatie verspreiden, kan de herkenning veel sneller toenemen.
EDC-Fan Belgium wilde ondernemingen duidelijk maken dat deelname niet noodzakelijk grote kosten of ingewikkelde infrastructuur vereist. Een duidelijke procedure, goed geïnformeerde medewerkers, een rustig aanspreekpunt, extra tijd, begrijpelijke communicatie of een aangepaste wachtrij kunnen al een groot verschil maken. De organisatie benadrukte daarmee dat inclusie niet uitsluitend een bouwkundig vraagstuk is. Heel wat drempels ontstaan door communicatie, interne regels en een gebrek aan voorbereiding.
De Europese Commissie bakende in juli het juridische toepassingsgebied af
Op 28 juli 2026 verspreidde Pieter Paul Moens een nieuw formeel antwoord van de Europese Commissie. Ook deze brief was afkomstig van Lucie Davoine. De Europese Commissie zette daarin het juridische doel en toepassingsgebied van de kaart uiteen. De kaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap moeten het vrije verkeer van personen met een handicap bevorderen en korte verblijven in andere lidstaten vergemakkelijken. Kaarthouders moeten toegang krijgen tot bijzondere voorwaarden of een voorkeursbehandeling bij een breed spectrum van diensten, activiteiten, voorzieningen en parkeerregelingen onder dezelfde voorwaarden als personen met een handicap die in het bezochte land wonen.
De Europese Commissie verduidelijkte dat de nieuwe richtlijn van toepassing is op situaties tijdens een kort verblijf waarin bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandeling worden aangeboden voor diensten, activiteiten en voorzieningen. Personenvervoer kan daaronder vallen. Tegelijk bestaan er uitdrukkelijke uitzonderingen, waaronder bepaalde prestaties binnen de sociale zekerheid en sociale bijstand.
Op de vraag of de kaart als hulp-, zorg- of medische kaart kan worden gebruikt, antwoordde de Europese Commissie dat het toepassingsgebied door de richtlijn wordt bepaald. De Europese Commissie bevestigde dus niet de brede functie die EDC-Fan Belgium onderzocht. De kaart werd niet tot medische noodkaart of algemene zorgkaart verheven. Ook werd verduidelijkt dat personen met een handicap niet verplicht zijn de kaart te gebruiken wanneer zij reizen. Het gebruik blijft vrijwillig.
Die brief bevatte twee boodschappen die naast elkaar moeten worden gelezen. Enerzijds sprak de Europese Commissie opnieuw uitdrukkelijk haar waardering uit voor de jarenlange inzet van Pieter Paul Moens en voor alle stappen die het brede gebruik van de kaart ondersteunen. Anderzijds trok de Europese Commissie een juridische grens rond de huidige functie van de kaart. De erkenning van de inzet betekende dus geen volledige instemming met elk voorstel van EDC-Fan Belgium.
Juist die combinatie maakt het werk van EDC-Fan Belgium relevant. De organisatie beperkte zich niet tot het herhalen van bestaande regelgeving, maar bracht vragen naar voren die vanuit de praktijk ontstaan. Europese instellingen gaven aan waar het geldende recht op dat moment ophield. Daardoor werd ook zichtbaar welke thema’s mogelijk via andere wetgeving, nationale maatregelen, vrijwillige afspraken of toekomstige beleidswijzigingen moeten worden aangepakt.
Van Europese regels naar parkeerproblemen aan de Dynastielaan
Begin augustus 2026 bracht Pieter Paul Moens de aandacht opnieuw naar een zeer concrete lokale situatie. Met foto’s werd de toegankelijkheid van de parkeeromgeving aan de Dynastielaan in De Panne gedocumenteerd. Langs de Dynastielaan bevinden zich ongeveer 1.100 parkeerplaatsen, terwijl er volgens het onderzochte dossier slechts acht aangepaste plaatsen beschikbaar waren. Daarnaast werden problemen vastgesteld met mulle zandpaden, moeilijke toegangswegen en de afstand tussen aangepaste plaatsen en de gebouwen.
De foto’s en vaststellingen toonden ook voertuigen die op een voorbehouden plaats stonden zonder duidelijk zichtbare parkeerkaart voor personen met een handicap. Tegelijk leefde de bezorgdheid dat scanwagens en digitale controlesystemen de parkeerkaart of de rechten van personen met een handicap niet altijd correct herkennen. Wanneer een nummerplaat niet aan het controlesysteem is gekoppeld of wanneer een kaart niet digitaal wordt verwerkt, kan een legitieme gebruiker ten onrechte een retributie of boete ontvangen.
Dit dossier illustreerde opnieuw het verschil tussen formele erkenning en dagelijkse bruikbaarheid. Europa kan een uniforme kaart ontwikkelen, maar de ervaring van de kaarthouder wordt uiteindelijk mede bepaald door het aantal beschikbare plaatsen, de ondergrond, de toegangsroute, de controleprocedure en de mogelijkheid om een fout snel recht te zetten. EDC-Fan Belgium verbond het lokale dossier daarom met een bredere oproep tot toegankelijke infrastructuur en betrouwbare digitale handhaving.
Het federale actieplan werd kritisch gevolgd
Op 3 augustus 2026 deelde Pieter Paul Moens een analyse van GRIP over het Federaal Actieplan Handicap 2025-2029. GRIP stelde vast dat het actieplan richting geeft, maar dat heel wat maatregelen nog concreet moeten worden uitgewerkt om in het dagelijks leven werkelijk verschil te maken. Thema’s zoals inkomen, werk, wonen, de beoordeling van handicap en toegankelijke dienstverlening kwamen daarbij aan bod.
Door deze analyse onder haar netwerk te verspreiden, maakte EDC-Fan Belgium duidelijk dat de kaart niet los kan worden gezien van het bredere handicapbeleid. Een kaart kan de erkenning tijdens reizen of bij bepaalde diensten verbeteren, maar lost geen inkomensproblemen, ontoegankelijke woningen, administratieve drempels of uitsluiting van de arbeidsmarkt op. De European Disability Card is één instrument binnen een veel omvangrijker mensenrechtenbeleid.
Een netwerk van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen
De e-mails van Pieter Paul Moens tonen dat de acties niet door één persoon alleen werden gedragen. Binnen en rond EDC-Fan Belgium waren onder anderen Souad Chiboub, Magda Van Damme, Geert Lecompte, Natascha Ummels, Christ Labaere, Peter Arnout, Maurice Hayard, Sabrine Desaever, Ludo Goetschalckx, Anouch Van den Block en Tristan Vandeputte betrokken bij informatie-uitwisseling, overleg, sensibilisering of ondersteuning.
Daarnaast onderhield EDC-Fan Belgium contacten met politici, administraties, belangenorganisaties, Europese netwerken en individuele ervaringsdeskundigen. In de correspondentie werd informatie uitgewisseld over onder meer Autism-Europe, het European Disability Forum en de European Union of the Deaf. Niet elk contact betekende automatisch een formeel partnerschap, maar samen vormden de contacten wel een netwerk waarmee signalen snel konden worden verspreid.
Volgens een interne stand van zaken uit juni 2026 bereikte EDC-Fan Belgium ongeveer 34.000 volgers via Facebook, 1.505 via LinkedIn en 2.512 via Instagram. Die cijfers waren door de organisatie zelf gerapporteerd. Ze tonen hoe sociale media werden ingezet om beleidsinformatie, praktijkervaringen, juridische ontwikkelingen en sensibiliseringsmateriaal buiten de traditionele vergadercircuits te brengen.
Tastbare resultaten van de inzet
Het werk van EDC-Fan Belgium leverde in de eerste zeven maanden van 2026 verschillende concrete resultaten op. Pieter Paul Moens kreeg rechtstreeks toegang tot Europees commissaris Hadja Lahbib. De Europese Commissie registreerde de vragen formeel en antwoordde via Lucie Davoine. De Europese Commissie sprak meermaals waardering uit voor de langdurige inzet en zag de ervaring van Pieter Paul Moens als mogelijk bruikbaar voor de Europese communicatiecampagne. Belgische administraties deelden informatie over de voorbereiding van het samenwerkingsakkoord en de invoering van de nieuwe regels. De nood aan een controleerbare geldigheidsstatus en een QR-code werd meegenomen in de beleidsdiscussie. Sensibilisering van politie en andere professionals bleef op de agenda staan. Meertalig informatiemateriaal werd ontwikkeld. UNESSA bevestigde de verspreiding onder ziekenhuizen en aangesloten organisaties. Comeos, Unizo en Buurtsuper werden betrokken bij de informatieverspreiding. Dossiers rond pretparken, hotels, passagiersrechten en lokale parkeerplaatsen kregen een ruimer publiek.
Deze resultaten mogen evenwel niet groter worden voorgesteld dan ze zijn. EDC-Fan Belgium verkreeg geen officiële beslissing waardoor de kaart voortaan als medische noodkaart kan worden gebruikt. Er bestaat nog geen garantie dat elke politieagent, arts, verpleegkundige, onthaalmedewerker, handelaar of parkeercontroleur de kaart correct herkent. Niet alle pretparken bieden zelfstandige toegang tot hun aangepaste voorzieningen. De Belgische omzetting en technische invoering waren nog niet volledig afgerond. De bescherming van vrijwillige aanvullende informatie, de opleiding van personeel en de correcte digitale erkenning bleven werkpunten.
De belangrijkste verdienste ligt in de verbinding tussen niveaus
De grootste verdienste van EDC-Fan Belgium in 2026 ligt mogelijk in de manier waarop verschillende niveaus met elkaar werden verbonden. Een Europese richtlijn werd gekoppeld aan de ervaring van een bezoeker in een pretpark. Een gesprek met Europees commissaris Hadja Lahbib werd gevolgd door formele correspondentie met Lucie Davoine. Een voorstel over een QR-code werd gekoppeld aan vragen over privacy en misbruik. Een Europese kaart werd verbonden met een ziekenhuisbalie, een politiecontact, een vliegtuigreis en een parkeerplaats in De Panne.
Die verbinding is noodzakelijk omdat rechten pas betekenis krijgen wanneer zij in de praktijk kunnen worden uitgeoefend. Een kaart die juridisch in alle lidstaten wordt erkend, kan nog steeds onbekend zijn bij de medewerker die voor de kaarthouder staat. Een onderneming kan formeel toegankelijk zijn, maar geen bruikbare informatie geven. Een parkeerplaats kan voorbehouden zijn, maar via mul zand onbereikbaar blijven. Een pretpark kan een aangepaste wachtrij aanbieden, maar een zelfstandige bezoeker verplichten een begeleider mee te nemen. Een ziekenhuis kan moderne zorg leveren, maar aan het onthaal niet weten wat de kaart betekent.
EDC-Fan Belgium bracht die tegenstellingen consequent onder de aandacht. Niet door één groot dossier te behandelen en daarna te stoppen, maar door telkens opnieuw informatie te verzamelen, vragen te stellen, verantwoordelijken aan te schrijven, antwoorden te verspreiden en de volgende praktijkervaring in het debat binnen te brengen.
Van voordeelkaart naar instrument van menselijke waardigheid
De inzet van EDC-Fan Belgium maakt duidelijk dat de discussie over de European Disability Card in wezen niet over een stuk plastic of een QR-code gaat. De werkelijke vraag is hoe een samenleving personen met een handicap benadert. Moeten zij telkens opnieuw bewijzen dat hun ondersteuningsbehoefte legitiem is? Moeten zij medische informatie delen om een eenvoudige aanpassing te krijgen? Mogen zij zelfstandig deelnemen, of worden zij automatisch afhankelijk gemaakt van een begeleider? Wordt hun vraag inhoudelijk onderzocht, of verdwijnen hun e-mails onbeantwoord?
EDC-Fan Belgium koos in 2026 voor een duidelijk antwoord. De kaart moet bijdragen aan vertrouwen, autonomie en wederzijdse herkenning. Zij moet het gesprek gemakkelijker maken, niet zwaarder. Zij moet personen met een handicap helpen om deel te nemen zonder telkens opnieuw hun hele persoonlijke geschiedenis te moeten vertellen. Tegelijk moet de kaart betrouwbaar, vrijwillig en privacyvriendelijk blijven.
De Europese en Belgische antwoorden tonen dat het huidige juridische kader nog niet alle ambities van EDC-Fan Belgium omvat. Toch heeft de organisatie het debat aantoonbaar verbreed. De vragen die Pieter Paul Moens en zijn medestanders stelden, dwongen beleidsmakers om nauwkeuriger uit te leggen wat de kaart wel en niet kan betekenen. De verspreiding naar ziekenhuizen, ondernemers en hulpverleners zorgde ervoor dat de kaart buiten gespecialiseerde beleidskringen zichtbaar werd. De dossiers uit de toeristische en lokale praktijk toonden waar erkenning nog vastloopt.
Tot en met 4 augustus 2026 kan het werkjaar daarom worden samengevat als een periode van intensieve beleidsbeïnvloeding, sensibilisering en praktijkonderzoek. EDC-Fan Belgium slaagde er niet in om elke drempel weg te nemen, maar zorgde er wel voor dat veel van die drempels niet langer onzichtbaar bleven. De organisatie bouwde bruggen tussen kaarthouders en instellingen, tussen lokale ervaringen en Europese regels, en tussen formele rechten en dagelijkse dienstverlening. Daarmee werd de European Disability Card stap voor stap uit de beleidsteksten gehaald en in het maatschappelijke debat geplaatst.
Andy Vermaut +32499357495


