Stop mensen in het leven niet in één beroepsvakje (opinie)

Wanneer iemand vraagt wat ik ben, kan ik verschillende antwoorden geven. Ik ben opgeleid in biologische en voedingswetenschappen. Ik werkte jarenlang als onderzoeker. Ik was cavalerieofficier. Ik beoefen en doceer krijgskunsten. Ik ben geïnteresseerd in fotografie, muziek, schrijven, poëzie, architectuur, schilderkunst en andere kunstvormen. Voor sommige mensen lijkt dat misschien onsamenhangend. Onze maatschappij houdt immers van duidelijke etiketten. Iemand is arts, wetenschapper, journalist, kunstenaar of militair. Het liefst kiezen we één woord dat op een visitekaartje past. Ik heb dat altijd beperkend gevonden. Een mens leeft tientallen jaren. Waarom zou hij gedurende al die tijd slechts één belangstelling mogen hebben? Specialisatie is uiteraard nodig. Ik zou niemand aanraden een wetenschappelijke analyse uit te voeren zonder opleiding omdat hij toevallig nieuwsgierig is. Deskundigheid vraagt studie en ervaring. Maar deskundigheid in één domein betekent niet dat nieuwsgierigheid buiten dat domein verboden wordt. Integendeel. Mijn ervaring is dat verschillende interesses elkaar soms voeden. Fotografie leert kijken naar detail en compositie. Muziek traint luisteren en timing. Wetenschap leert analyseren. Krijgskunsten ontwikkelen lichaamsbewustzijn en discipline. Klassieke talen geven toegang tot de oorsprong van woorden en ideeën. Deze activiteiten zijn niet identiek, maar ze trainen verschillende manieren van waarnemen. Ik maak mij daarom zorgen wanneer jonge mensen zeer vroeg het gevoel krijgen dat elke interesse onmiddellijk economisch nuttig moet zijn. Muziek wordt dan alleen interessant wanneer er een beroep van gemaakt kan worden. Geschiedenis moet aantonen welke baan ermee gevonden kan worden. Een taal leren zonder direct beroepsdoel lijkt tijdverlies. Zo verarmen we het begrip onderwijs. Niet alles wat een mens vormt, verschijnt later op zijn loonbrief. Een samenleving heeft mensen nodig die hun vak beheersen, maar zij heeft ook mensen nodig die buiten hun eigen vakgebied kunnen kijken. Veel wetenschappelijke vooruitgang ontstond juist waar disciplines elkaar ontmoetten. Kunstenaars gebruiken technologie. Ingenieurs hebben gevoel voor ontwerp nodig. Artsen moeten kunnen communiceren. Wetenschappers hebben filosofische vragen nodig over wat zij met hun kennis doen. Ik geloof daarom in een leven waarin specialisatie en brede nieuwsgierigheid naast elkaar mogen bestaan. Laat een bioloog piano spelen. Laat een militair gedichten schrijven. Laat een kunstenaar wetenschappelijke boeken lezen. Laat een onderzoeker fotografie beoefenen. Mensen worden niet minder professioneel omdat zij buiten hun beroep nog een intellectueel of artistiek leven hebben. Ze worden er vaak rijker door. Een curriculum vitae moet een mens beschrijven, niet opsluiten.

Antonio Lo Cascio