Van een Autipas in Lebbeke tot de EDC: negentien jaar aandringen door Pieter Paul Moens. We mogen Pieter Paul Moens gerust de geestelijke vader van de European Disabilty Card noemen!

25 oktober 2026
Pieter Paul Moens uit Lebbeke vraagt sinds 2007 aandacht voor een probleem dat mensen met een niet-zichtbare handicap dagelijks kan treffen: hoe maken zij duidelijk welke ondersteuning zij nodig hebben wanneer woorden tekortschieten? Zijn pleidooi voor een Vlaamse Autipas kreeg een plaats in parlementaire vragen, contacten met ministers en overleg met verenigingen. Negentien jaar later werkt hij met EDC Fan Belgium aan de bekendheid en het gebruik van de European Disability Card. Achter die inzet schuilt een traject van afwijzingen, herhaalde vragen en concrete medewerking. De kaart bestaat inmiddels, maar de afstand tussen een herkenbaar bewijsstuk en passende hulp blijft een terugkerend onderwerp.
Een kaart voor het ogenblik waarop uitleggen moeilijk wordt
De oorspronkelijke vraag van Pieter Paul Moens vertrok vanuit zijn eigen ervaring met autisme en vanuit gesprekken binnen de zelfhulpgroep PASS. Een beperking is niet altijd zichtbaar. Wie onder spanning staat, kan moeite hebben om uit te leggen waarom een gesprek vastloopt, welke prikkels hinder veroorzaken of waarom een bepaalde reactie optreedt. Het voorstel voor een Autipas moest die uitleg gemakkelijker maken. Een persoonlijke kaart zou informatie bevatten over de houder, kenmerken die bij die persoon spelen en eventueel een contactpersoon die de nodige ondersteuning kan toelichten. Het idee bestond al in Nederland en Engeland. Moens wilde een bruikbare Vlaamse toepassing. Zijn inzet betrof dus vanaf het begin de omgang met mensen, ook tijdens een ongeval, een conflict of een contact met een overheidsdienst.
Het politieke traject begon al in 2007
Op dinsdag 23 oktober 2007 stelde Helga Stevens in het Vlaams Parlement vragen aan toenmalig minister van Welzijn Steven Vanackere over autismevriendelijkheid en de mogelijke invoering van een Autipas. Zij vroeg ook of er Europese initiatieven bestonden. Vanackere kende de voorbeelden uit Engeland en Nederland en had het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, het VAPH, om advies gevraagd. Aan die bespreking ging voorbereiding vooraf. Begin oktober 2007 circuleerde binnen Jong N-VA een ontwerptekst over de Autipas, waarbij Moens tot de betrokken correspondenten behoorde. Lieven De Rouck verzorgde parlementaire voorbereiding en terugkoppeling. De aandacht voor autisme na de film Ben X van Nic Balthazar vormde toen een aanleiding om het onderwerp publiek te bespreken. Een lokale vraag kreeg zo toegang tot het Vlaamse parlementaire werk.
De eerste afwijzing had vier redenen
Het antwoord op de schriftelijke vraag van Helga Stevens van 28 november 2007 maakte duidelijk dat de Vlaamse overheid geen eigen Autipas wilde ontwikkelen. Het VAPH vreesde dat andere groepen met niet-zichtbare beperkingen eveneens een afzonderlijke pas zouden vragen, waardoor de organisatie moeilijk beheersbaar zou worden. Het agentschap wees op het risico van stigmatisering, de administratie voor aanvragen en controles en de vaststelling dat het bezit van een kaart geen passende reactie garandeert. Voorlichting aan een ruimer publiek kreeg de voorkeur. Gebruikersverenigingen konden eventueel zelf een initiatief nemen. Voor Moens betekende dit dat de overheid zijn voorstel niet als eigen opdracht opnam. De vraag verdween echter niet: de behoefte aan een eenvoudig hulpmiddel bleef bestaan, terwijl de verantwoordelijkheid voor de uitwerking naar de verenigingen verschoof.
De Vlaamse Vereniging Autisme zocht naar bruikbare toepassingen
In mei 2008 liet Cis Schiltmans van de Vlaamse Vereniging Autisme weten dat bestaande voorbeelden werden verzameld om een Vlaams document te maken. Bij overleg later dat jaar ging het om verschillende toepassingen binnen één project, met documenten voor ouders, werkgevers, leerkrachten en sportclubs. Materiaal uit een project van het Fabiolafonds kon daarbij worden gebruikt. Schiltmans gaf ook een onmiddellijk toepasbare suggestie: mensen hoefden niet op een officiële kaart te wachten om een briefje met een contactpersoon en uitleg over hun ondersteuningsbehoeften bij zich te dragen. In februari 2009 gaf de vereniging aan dat zij opmerkingen had bij het Nederlandse model en zowel de inhoud als de verspreiding anders wilde organiseren. Ervaringen van mensen met autisme, ouders en partners zouden daarbij een plaats krijgen. Dat overleg maakt duidelijk dat de inhoud van een kaart minstens evenveel aandacht vroeg als de beslissing om er een te maken.
Ouders bleven vragen waar de pas bleef
De vragen kwamen intussen ook uit de praktijk. In september 2010 legde Dietlinde Bombeke aan Moens een vraag voor van ouders uit een revalidatiecentrum: bestond er een pas waarmee een bezoek aan een pretpark gemakkelijker kon verlopen? Moens bracht opnieuw de Vlaamse Vereniging Autisme en parlementaire medewerkers met elkaar in contact. In november moest de vereniging nog antwoorden dat de Autipas er niet was. Ouders konden wel advies vragen over mogelijke aanpassingen tijdens een uitstap. In andere correspondentie beschreef een ouder hoe telkens opnieuw uitleg nodig was, bijvoorbeeld bij het inchecken voor een vlucht. Zulke ervaringen maakten de inzet concreet. Gezinnen zochten een manier om ondersteuning bespreekbaar te maken zonder bij ieder loket hun hele situatie te moeten toelichten.
Moens las mee, vroeg antwoorden en hield het dossier gaande
Zijn bijdrage beperkte zich niet tot een eerste voorstel. Op 30 november 2010 bezorgde Nick Mouton, toen medewerker van Helga Stevens, hem een ontwerp van een nieuwe parlementaire vraag, met ruimte voor opmerkingen en aanvullingen. Moens reageerde en vroeg nadien herhaaldelijk naar het antwoord. Toen de medewerker niet langer voor Stevens werkte, zocht hij uit wie het dossier kon overnemen. Peter Marquebreuck stelde zich in maart 2011 aan hem voor als nieuwe medewerker en stuurde de antwoorden van minister Jo Vandeurzen door. Moens schakelde vervolgens opnieuw Cis Schiltmans in. Deze opeenvolging van contacten laat zien welk werk tussen een voorstel en een beleidsbeslissing ligt: vragen opnieuw stellen, mensen met elkaar in contact brengen en ervoor zorgen dat een personeelswissel het dossier niet stillegt.
In 2011 bleef de overheid terughoudend
Jo Vandeurzen hernam in zijn antwoord op de vraag van 2 februari 2011 de bezwaren tegen een door de overheid georganiseerde Autipas. Het VAPH zou gebruikersverenigingen wel via zijn communicatiedienst kunnen ondersteunen. Ook het project Blauw Scherm, waarmee iemand via een gsm-toepassing een moeilijke situatie aan zijn omgeving kon melden, kreeg aandacht. De werkgroep rond autismevriendelijkheid had haar werkzaamheden beëindigd zonder een verslag. Moens bleef pleiten voor een pas en verwees daarbij naar bestaande documenten voor andere groepen, zoals mensen met diabetes of een gehoorbeperking. Kim Van Cauteren en de lokale werking in Lebbeke namen het onderwerp eveneens op. Die historische partijcontext maakt deel uit van het traject; zij zegt niets over een huidige partijbinding van Moens of van EDC Fan Belgium.
Van een afzonderlijke Autipas naar een Belgische Handipas
Op 23 mei 2012 vroeg Moens aan Helga Stevens en haar medewerkers of zijn voorstel kon worden opgenomen in de Belgische Handipas die toen werd besproken. Hij wilde dat hierover opnieuw parlementaire vragen werden gesteld. Peter Marquebreuck antwoordde dat de Autipas als aanvulling zou worden meegenomen. De aandacht verschoof naar een kaart voor personen met uiteenlopende handicaps. In 2013 omschreef staatssecretaris Philippe Courard de Handipas als een erkenningskaart waarmee iemand toegang kon krijgen tot aangeboden aanpassingen, zonder de aard of de ernst van de handicap telkens te moeten verantwoorden. Het project vereiste overleg tussen verschillende overheden. Dat overleg verliep moeizaam: na de overdracht van het voorzitterschap van de bevoegde interministeriële conferentie waren de conferentie en werkgroepen een tijd niet bijeengekomen. Voor gebruikers bleef de gewenste kaart daardoor een belofte.
Europa bood een ander werkterrein
In 2014 kwam de mogelijke aansluiting bij een Europees kaartproject nadrukkelijker in beeld. De Belgische Handipas moest rekening houden met de toen besproken Europese inclEUsive card. Er werd gekeken naar bestaande kaarten, waaronder de EUREcard in de Euregio, en naar de voordelen die lidstaten wilden aanbieden. Ook de verhouding tot andere passen moest worden uitgeklaard. In oktober 2014 meldde Peter Marquebreuck, inmiddels medewerker van Peter Persyn, dat opnieuw een vraag aan Jo Vandeurzen was gesteld en dat Helga Stevens het Europese traject mee zou bekijken. In mei 2015 vroeg Moens weer naar de stand van zaken. De federale administratie wees toen op verschillen tussen erkenningsstelsels, beoordelingsschalen en uitgevende instellingen. Stevens antwoordde dat zij een vraag aan de bevoegde eurocommissaris voorbereidde en daarover contact hield met het kabinet van Elke Sleurs.
Een kabinettekst uit 2016 noemt zijn voorstel uitdrukkelijk
Op maandag 10 oktober 2016 bezorgde Jeroen Lemaitre, woordvoerder van staatssecretaris Elke Sleurs, Pieter Paul Moens een tekst over de start van de European Disability Card in België. Daarin werd zijn voorstel uit 2007 uitdrukkelijk genoemd, evenals de steun van Helga Stevens. Deze vermelding dateert van het moment waarop het Belgische project formeel werd georganiseerd. Zij ondersteunt de omschrijving van Moens als een vroege initiatiefnemer voor de Vlaamse Autipas en als pleitbezorger in het Belgische traject naar de EDC. De Europese kaart kwam tot stand door samenwerking tussen instellingen, overheden en belangenorganisaties en bouwde ook voort op andere kaartprojecten. De gedocumenteerde bijdrage van Moens verdient een eigen plaats binnen die gezamenlijke geschiedenis.
Vijf overheden legden de samenwerking vast
Het protocolakkoord van 10 oktober 2016 bracht de federale staat en de betrokken deeloverheden samen. Het werd afgesloten door Elke Sleurs, Jo Vandeurzen, Maxime Prévot, Céline Fremault en Antonios Antoniadis. De FOD Sociale Zekerheid kreeg de coördinatie en het financiële beheer van het project. Het akkoord beschreef een kaart die als bewijs van erkenning moest dienen en aanvankelijk betrekking had op cultuur, vrije tijd en sport. Het Belgische project was in september 2015 ingediend; in december 2015 was een overeenkomst met de Europese Commissie gesloten over het project en de Europese medefinanciering. België nam deel met Cyprus, Estland, Finland, Italië, Malta, Roemenië en Slovenië. De taakverdeling tussen de overheden maakte de aanmaak en afgifte van een kaart mogelijk die de grenzen van één regio kon overstijgen.
De lancering in 2017 maakte de kaart bruikbaar
Op donderdag 19 oktober 2017 werd de EDC in België gelanceerd. Europees commissaris Marianne Thyssen en staatssecretaris Zuhal Demir waren bij dat traject betrokken, samen met Jo Vandeurzen, Alda Greoli, Céline Fremault en Antonios Antoniadis. De kaart moest het eenvoudiger maken om bij deelnemende musea, attractieparken en sportinstellingen gebruik te maken van hun aanbod voor personen met een handicap. Mini-Europa, de Grotten van Han en de Zoo van Antwerpen behoorden tot de genoemde partners. Iedere aanbieder bepaalde welke faciliteiten werden aangeboden. Moens lichtte de kaart toe aan VRT. Op 20 oktober bedankte Evelien De Vos van de FOD Sociale Zekerheid hem daarvoor persoonlijk. Zijn betrokkenheid kreeg hier een concrete publieke invulling: uitleg geven over het gebruik van de kaart aan een groot publiek.
Bij politiecontacten kwam een andere behoefte naar boven
De eerste toepassing in cultuur, sport en vrije tijd beantwoordde niet aan alle verwachtingen waarmee Moens aan het dossier was begonnen. Hij wilde ook dat politieagenten en hulpverleners een niet-zichtbare beperking gemakkelijker konden herkennen. In juni 2019 speelde die vraag bij de lokale politie van Oostende. In een antwoord naar aanleiding van een klacht omschreef de politie de EDC als een kaart voor vrijetijdsactiviteiten en verwees zij voor het duidelijk maken van een hulpvraag naar BlueAssist. Het interne onderzoek had in dat concrete dossier geen disfuncties vastgesteld. Moens legde de kwestie vervolgens voor aan de FOD Sociale Zekerheid. Daar werd toen eveneens verwezen naar het oorspronkelijke toepassingsgebied van de EDC. Het verschil tussen een erkende handicap kunnen tonen en een kaart die voor een bepaalde dienstverlening is uitgewerkt, werd zo tastbaar.
EDC Fan Belgium maakte bekendmaking tot dagelijks werk
Moens situeert de oprichting van de Facebookpagina van EDC Fan in mei 2019. De werking richtte zich op het informeren van gebruikers en het aanspreken van organisaties, gemeenten en beleidsmakers. In zijn overzicht noemt hij de oproep van minister Nathalie Muylle aan lokale besturen in 2019 om de kaart te erkennen en bekend te maken. Bij de latere vernieuwing van de officiële website in 2022 zag hij een nieuw probleem: bestaande partners moesten hun registratie opnieuw in orde brengen. Hij vreest dat berichten sommige organisaties niet bereikten doordat een persoonlijk contactadres niet langer werd gebruikt. Dat is zijn verklaring voor mogelijke ontbrekende vermeldingen, geen vastgestelde algemene oorzaak. De praktische vraag is wel helder: een partnerlijst moet actueel en vindbaar zijn, zodat een kaarthouder weet waar welke aanpassing beschikbaar is.
De federale politie vroeg het team om inhoudelijke feedback
Op 11 januari 2022 nam Thomas Wattier van de communicatiedirectie van de federale politie contact op met EDC Fan Belgium. De politie had in april 2021 intern al over de kaart gecommuniceerd, maar de bekendheid bleef volgens zijn toelichting beperkt. Hij vroeg feedback op een bijgewerkte tekst voor het intranet en dacht ook aan externe communicatie. Het team vroeg onder meer aandacht voor niet-zichtbare handicaps en voor een gelijkwaardige Nederlandse en Franse tekst. Deze uitwisseling documenteert concrete medewerking aan de uitleg voor politiepersoneel. Ook parlementair bleef het thema aanwezig, onder anderen via Nahima Lanjri en Jasper Pillen. Annelies Verlinden wees in haar antwoorden op communicatie binnen de politie en op het mogelijke nut voor het contact met burgers. Zij maakte ook duidelijk dat de EDC geen identiteitsbewijs vervangt.
Ziekenhuispersoneel kreeg een eenvoudige opdracht: vraag welke hulp nodig is
In september 2022 besteedde een personeelsnieuwsbrief van UZ Gent aandacht aan de EDC. De boodschap aan medewerkers was concreet: wanneer een patiënt of bezoeker de kaart toont, vraag dan hoe het gesprek of de zorg toegankelijker kan worden gemaakt. Dat vergt geen veronderstelling over wat iemand wel of niet kan. Het begint met luisteren naar de persoon. In het dossier zit ook een brief van Frank Vandenbroucke van 14 december 2021 aan vertegenwoordigers van ziekenhuisfederaties over aanbevelingen van Unia. Die brief ging over toegang tot spoed en intensieve zorg tijdens de gezondheidscrisis. Een werkgroep had vastgesteld dat de onderzochte prioriteringscriteria op zichzelf gelijke toegang respecteerden, maar waarschuwde dat vooroordelen of onwetendheid tot een verkeerde toepassing konden leiden. Opleiding en redelijke aanpassingen waren daarom nodig. De gezondheidstoestand en de handicapsituatie mochten niet met elkaar worden verward.
West-Vlaanderen koos voor opleiding en oefensituaties
Provincieraadslid Johan De Poorter vroeg in november 2022 aan gouverneur Carl Decaluwé om de EDC bekender te maken bij hulpverleners. In zijn antwoord van 5 december 2022 kondigde de gouverneur verschillende acties aan. Hij wilde de kaart bespreken bij de provinciale opleidingsschool voor veiligheidsdiensten in Zedelgem en op overleg met brandweerzonecommandanten en korpschefs. De diensten van de federale gezondheidsinspecteur hadden toegezegd de kaart meer bekendheid te geven bij medische urgentieteams en ambulanciers. Decaluwé zag ook mogelijkheden om tijdens provinciale oefeningen simulanten met een EDC te laten deelnemen. Zo kon worden geoefend wat een hulpverlener doet wanneer iemand de kaart toont. Het ging om aangekondigde maatregelen; de documenten bewijzen op zichzelf niet hoe vaak die nadien zijn toegepast.
Ook Vlaams-Brabant nam het onderwerp op
Op 4 maart 2024 antwoordde gouverneur Jan Spooren op een vraag van provincieraadslid Finke Jacobs over de EDC. Navraag bij veiligheidsdiensten in Vlaams-Brabant had geleerd dat de kaart daar weinig bekend was. Spooren wilde het onderwerp bespreken in de provinciale veiligheidscel, bij brandweeropleidingen, op overleg met zonecommandanten en korpschefs en met het opleidingsinstituut PIVO. Hij zou de federale gezondheidsinspecteur vragen informatie te verspreiden en het gebruik van de kaart in een rampoefening opnemen. EDC Fan Belgium bezorgde die brief op zijn beurt aan verschillende beleidscontacten. Het verspreiden van een concreet voorbeeld uit één provincie was zo een manier om ook elders aandacht te vragen voor opleiding en herkenning.
Aan zee wordt een ondersteuningsvraag een praktische afspraak
De samenwerking tussen de Intercommunale Kustreddingsdienst West-Vlaanderen en de EDC kreeg in juni 2024 een concrete vorm. In Nieuwpoort werd toegelicht hoe personen met een zichtbare of niet-zichtbare handicap zich bij een redderspost kenbaar konden maken. De opleiding van redders zou vanaf september 2024 aandacht besteden aan aangepaste tussenkomsten. Een voorbeeld was een dove zwemmer die een akoestisch waarschuwingssignaal niet kan horen. Vooraf een handsignaal afspreken en rekening houden met het gezichtsveld van de zwemmer kan dan helpen. De EDC kan het gesprek openen, maar ook iemand zonder kaart moet zijn ondersteuningsbehoeften kunnen bespreken. Dit voorbeeld geeft de oorspronkelijke vraag van Moens een herkenbare toepassing: welke afspraak helpt deze persoon in deze situatie?
Pretparken vragen duidelijkheid over begeleiding en evacuatie
Ook bij vrijetijdsaanbieders gaat het gebruik verder dan een toegangstarief. David de Bats, Operations Manager van Bobbejaanland, legde in december 2024 een reeks praktijkvragen voor aan de federale administratie. Het park kreeg uiteenlopende documenten te zien, ontving internationaal publiek en moest kunnen inschatten welke begeleiding bezoekers nodig hadden. Bij een evacuatie van een attractie of een gebouw kan die informatie een andere betekenis krijgen dan aan een ticketbalie. De Bats vroeg richtlijnen per sector, opleiding en inspraak van bestaande partners bij de Belgische uitvoering. Hij verwees naar het Finse model met pictogrammen en een QR-code. EDC Fan Belgium verzamelde deze ervaringen in zijn dossier. Zo kwam ook het perspectief van de dienstverlener aan bod: personeel heeft bruikbare informatie en duidelijke afspraken nodig om een bezoek toegankelijk te organiseren.
Pictogrammen blijven een voorstel dat zorgvuldig moet worden uitgewerkt
Moens en zijn medestanders vragen om informatie die duidelijk maakt welke ondersteuning iemand nodig heeft. In december 2024 nam Virginie Szpiro, de ontwerpster van een pictogram voor een niet-zichtbare handicap, op zijn verzoek contact op met het Belgische EDC-team. Zij stelde voor dat symbool op de kaart te gebruiken. De administratie antwoordde dat de bevoegde overheidsdiensten zouden bespreken of pictogrammen zouden worden opgenomen en welke dat konden zijn. Dat was nog geen goedkeuring. Ook een QR-code heeft niet automatisch de functie van een medisch dossier. Een voorstel voor extra informatie, een technisch middel om de geldigheid van de kaart te controleren en de uiteindelijke inhoud van een officiële kaart zijn verschillende zaken. Voor de gebruiker moet duidelijk zijn welke informatie wordt gedeeld en waarvoor zij wordt gebruikt.
Overleg over noodplanning liep door in 2025
In februari 2025 vroeg EDC Fan Belgium aan het kabinet van minister Bernard Quintin opnieuw aandacht voor de kaart bij politie en hulpdiensten. Het team wilde overleg over opleiding, noodplanning en individuele ondersteuning. Kabinetsadviseur Jorn Bronselaer antwoordde op 21 mei 2025 dat de omzetting van de Europese richtlijn moest helpen bepalen hoe de betrokken diensten praktisch met de EDC zouden omgaan. Hij wees op overleg tussen de bevoegde minister, de federale diensten en de deeloverheden en stelde een gesprek voor. In zijn chronologie vermeldt Moens contacten in juni 2025 met de kabinetten van Bernard Quintin, Rob Beenders en Frank Vandenbroucke. Het is een voortzetting van zijn oorspronkelijke vraag, nu in een fase waarin de Europese regels nationaal worden uitgewerkt.
De kaart helpt bij communicatie, maar is geen medische hulpkaart
De wens om de EDC bij hulpdiensten te gebruiken vraagt een nauwkeurige omschrijving. Minister Rob Beenders verduidelijkte op 10 oktober 2025, na een vraag van Ellen Samyn, dat de kaart geen zorg- of hulpkaart is. Noodhulp moet worden verleend op basis van de situatie en medische noodcriteria, ongeacht het bezit van een EDC. De kaart kan wel helpen bij communicatie tussen een dienstverlener en een kaarthouder. Zij vervangt ook geen parkeerkaart. Dat onderscheid doet niets af aan het pleidooi om een niet-zichtbare beperking te herkennen. Het voorkomt dat gebruikers verwachtingen krijgen die de kaart niet kan waarmaken, of dat iemand zonder kaart minder hulp zou krijgen.
Ook verlies, vervanging en vervoer vragen duidelijke informatie
Ellen Samyn stelde eveneens vragen over het vervangen van een verloren kaart. Beenders antwoordde in oktober 2025 dat een gratis duplicaat kan worden aangevraagd bij de uitgevende instelling, zolang de erkenning van de handicap geldig is. Een afzonderlijk onderwerp is vervoer. In antwoord op een vraag van Sarah T’Joens van 4 april 2025 verklaarde Vlaams minister Annick De Ridder dat De Lijn de EDC erkende als een middel waarmee een reiziger aan een chauffeur of controleur een beperking kenbaar kan maken. Dat betekende niet dat de kaart automatisch recht gaf op een sociaal tarief. Herkenning, hulp bij communicatie en een vervoersvoordeel zijn verschillende toepassingen. Voor reizigers is juist dat onderscheid nodig om te weten waarop zij kunnen rekenen.
Vrijwilligerswerk bereikte verschillende bestuursniveaus
De contacten werden in de loop van de jaren ruimer. Moens vermeldt bezoeken aan Monica Semedo en Cindy Franssen in het Europees Parlement in maart 2024, gesprekken met lokale besturen en ontmoetingen met Europese vertegenwoordigers. Zijn overzicht noemt onder anderen Roberta Metsola en Hadja Lahbib, naast contacten met Catherine Delcourt, Julie Taton, Nawal Farih en Sammy Mahdi. In de correspondentie van het team komen ook Natascha Ummels, Magda Van Damme, Geert Lecompte, Jacques Vernimmen, Christ Labaere, Peter Arnout, Sabrine Desaever en Maurice Hayard voor. Ontmoetingen bewijzen op zichzelf niet welke invloed iemand op een besluit had. De inhoudelijke uitwisseling met politie, parlementaire medewerkers en kabinetten maakt wel zichtbaar hoe het vrijwilligerswerk wordt uitgevoerd: ervaringen verzamelen, voorstellen formuleren en blijven vragen om een antwoord.
De Europese uitvoering heeft een vast tijdpad
De Europese richtlijn over de EDC dateert van 23 oktober 2024. Lidstaten moeten de vereiste nationale maatregelen uiterlijk op 5 juni 2027 aannemen en publiceren; toepassing is voorzien vanaf 5 juni 2028. De nieuwe regeling moet kaarthouders bij een bezoek aan een andere lidstaat gelijke toegang geven tot de aangeboden voorwaarden voor personen met een handicap. Zij verplicht niet iedere aanbieder om een nieuw voordeel te creëren. De bestaande Belgische kaart en procedures blijven voorlopig bruikbaar. Op 10 juli 2026 keurde de Belgische ministerraad, op voorstel van Rob Beenders, een ontwerp van samenwerkingsakkoord en een voorontwerp tot instemming goed voor een gedeeltelijke omzetting van de Europese richtlijnen. Die beslissing is een stap in het wetgevende traject en betekent niet dat de uitvoering al overal is afgerond.
Een vroege initiatiefnemer die bleef doorwerken
De bijdrage van Pieter Paul Moens is het duidelijkst te beschrijven via zijn concrete handelingen. Hij bracht in 2007 het voorstel voor een Vlaamse Autipas mee op de agenda, bleef de parlementaire behandeling bevragen, legde contact met de Vlaamse Vereniging Autisme, vroeg aansluiting bij de Handipas en werkte na de invoering van de EDC verder aan bekendheid en bruikbaarheid. Een kabinettekst uit 2016 noemt zijn vroege voorstel; de federale politie vroeg het team in 2022 om feedback. Die voorbeelden geven zijn inzet een gedocumenteerde plaats in de geschiedenis. De uitvoering blijft gezamenlijke arbeid van overheden, verenigingen, gebruikers en dienstverleners. Voor Moens loopt door die jaren één vraag: begrijpt de persoon achter het loket, aan het stuur of tijdens een interventie welke ondersteuning iemand nodig heeft?
Bronnen:
Historische correspondentie en bijlagen, op 25 oktober 2026 bezorgd door Pieter Paul Moens en EDC Fan Belgium; onder meer contacten met Lieven De Rouck, Nick Mouton, Peter Marquebreuck, Cis Schiltmans, Helga Stevens en de FOD Sociale Zekerheid.
Vlaams Parlement, commissievergadering van 23 oktober 2007 en schriftelijke vragen nr. 54 van 28 november 2007 en nr. 206 van 2 februari 2011, met antwoorden.
Jeroen Lemaitre, kabinet Elke Sleurs, “Tekst_PPM.docx”, verstuurd op 10 oktober 2016.
Protocolakkoord project European Disability Card, 10 oktober 2016.
FOD Sociale Zekerheid, persbericht over de lancering van de EDC, 19 oktober 2017; correspondentie van 20 oktober 2017 en juni-juli 2019.
Lokale politie Oostende, antwoord van 26 juni 2019, opgenomen in het aangeleverde dossier.
Federale politie, correspondentie met Thomas Wattier, 11 januari 2022.
UZ Gent, personeelsnieuwsbrief van september 2022.
Frank Vandenbroucke, brief over aanbevelingen van Unia, 14 december 2021.
Carl Decaluwé, antwoord aan Johan De Poorter, 5 december 2022; persbericht van 7 december 2022.
Jan Spooren, antwoord aan Finke Jacobs, 4 maart 2024.
Bundel “samenvattingafgevenrobbeeenders1.pdf”, met correspondentie, parlementaire antwoorden en persmap over het partnerschap EDC–IKWV van juni 2024.
Vlaams Parlement, vraag nr. 674 van Sarah T’Joens van 4 april 2025 en antwoord van Annick De Ridder.
Kamer van volksvertegenwoordigers, antwoorden aan Ellen Samyn van 10 oktober 2025, over vervanging en de grenzen van het gebruik van de EDC.
European Disability Card, officiële toelichting bij de toekomstige regeling.
Federale ministerraad, gedeeltelijke omzetting van de Europese richtlijnen, 10 juli 2026.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en een sterke overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.
Wil je onze redactie een financieel duwtje in de rug geven? Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten.
Je kunt ons ondersteunen via Ko-fi of Buy Me a Coffee.
Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


