INEOS mag verder bouwen in Antwerpen terwijl hoogste Europese rechter zich over klimaatuitstoot moet buigen

5 november 2026
De juridische strijd rond Project One van INEOS in de Antwerpse haven krijgt een Europees vervolg. De Vlaamse Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft op donderdag 5 november 2026 drie prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het draait om de vraag of de klimaatimpact van een industriële installatie ook moet worden berekend buiten de eigen fabriek, vanaf de winning van grondstoffen tot de verwerking van afval. Terwijl de Europese rechters zich over de interpretatie van de wetgeving moeten buigen, behoudt INEOS zijn vergunningen en kunnen de bouwwerkzaamheden in Antwerpen doorgaan.
Drie vragen over uitstoot buiten de fabriek
De procedure gaat over de toepassing van de Europese richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling, doorgaans aangeduid als de MER-richtlijn. Die bepaalt onder welke voorwaarden de milieugevolgen van bepaalde openbare en particuliere projecten moeten worden onderzocht voordat een vergunning wordt verleend. De drie vragen hebben betrekking op de indirecte klimaatuitstoot die samenhangt met het energieverbruik, de aanvoer van grondstoffen en de verwerking van producten nadat ze zijn gebruikt. Het Hof van Justitie moet verduidelijken of deze emissies onder de indirecte klimaateffecten vallen die overeenkomstig artikel 3 van de richtlijn in een milieueffectbeoordeling moeten worden meegenomen. De antwoorden kunnen gevolgen hebben voor de beoordeling van andere industriële projecten in de Europese Unie waarvoor dezelfde regelgeving geldt.
Amerikaans schaliegas als grondstof voor Antwerpse installatie
Project One omvat de bouw van een grote ethaankraker in de haven van Antwerpen. De installatie moet ethaan uit onder andere Amerikaans schaliegas verwerken tot ethyleen, een chemische grondstof die onder andere wordt gebruikt bij de productie van kunststoffen. Het project is onderwerp van een langdurige juridische procedure over de milieugevolgen en de rechtsgeldigheid van de verleende vergunningen. Centraal staat nu de vraag hoe ver een beoordeling van de klimaatimpact moet reiken. Wanneer alleen wordt gekeken naar de uitstoot op het terrein van de fabriek, blijven bepaalde emissies uit de aanvoerketen en de latere verwerking van producten buiten de berekening. Net over die afbakening moet het Europese Hof zich uitspreken.
Wat zijn scope 2- en scope 3-emissies?
Bij het beoordelen van broeikasgasuitstoot wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen drie categorieën. Scope 1 heeft betrekking op rechtstreekse emissies uit bronnen die een onderneming zelf beheert, zoals de uitstoot van industriële installaties. Scope 2 betreft de indirecte emissies die ontstaan bij de productie van aangekochte elektriciteit, warmte of andere energie. Scope 3 omvat de overige indirecte emissies in de waardeketen, zowel vóór als na de eigen productie. Voor Project One gaat het bij de vragen van de Raad onder andere om de uitstoot bij de winning van ethaan in de Verenigde Staten en om de emissies die ontstaan tijdens de afvalfase van plastic producten. De vraag is of die uitstoot moet worden berekend wanneer de milieueffecten van de Antwerpse installatie worden beoordeeld. De Europese rechters moeten daarbij niet de totale uitstoot van Project One berekenen, maar duidelijkheid verschaffen over de juridische verplichtingen die bij de milieubeoordeling gelden.
ClientEarth betwist de klimaatberekeningen achter de vergunningen
De internationale milieuorganisatie ClientEarth voert samen met een coalitie van Belgische en buitenlandse organisaties een procedure tegen de vergunningen voor Project One. De organisatie stelt dat de milieueffectbeoordeling onvoldoende rekening houdt met de emissies die ontstaan bij de winning van het gebruikte gas en bij de verwerking van plasticafval. Volgens de betrokken organisaties kan een klimaatbeoordeling tekortschieten wanneer zij zich beperkt tot wat op de industriële locatie zelf wordt uitgestoten. Tatiana Luján, jurist bij ClientEarth, verdedigt het standpunt dat ook emissies buiten de fabriek moeten worden onderzocht wanneer zij samenhangen met het project. Het Hof van Justitie zal moeten verduidelijken welke verplichtingen de Europese regelgeving daadwerkelijk oplegt. De verwijzing van prejudiciële vragen betekent nog niet dat de Raad de juridische argumenten van de milieuorganisaties heeft aanvaard of dat de vergunningen onwettig zijn verklaard.
Bouwwerkzaamheden kunnen doorgaan tijdens Europese procedure
De Raad voor Vergunningsbetwistingen heeft de behandeling van de zaak geschorst totdat het Hof van Justitie antwoord heeft gegeven. De bestaande vergunningen blijven gedurende die periode geldig. INEOS mag de werkzaamheden aan de Antwerpse installatie dus voortzetten. Volgens de planning die in de correspondentie van ClientEarth wordt aangehaald, wil het bedrijf de ethaankraker in de tweede helft van 2027 opstarten. De beslissing om de Europese rechter te raadplegen legt de bouwwerkzaamheden niet stil. De juridische onzekerheid blijft wel bestaan zolang niet vaststaat hoe de Europese milieuwetgeving op de betrokken emissies moet worden toegepast. Als het Hof oordeelt dat bepaalde indirecte emissies verplicht moeten worden onderzocht, zal de Raad moeten beoordelen welke gevolgen dat heeft voor de vergunningen en de onderliggende milieueffectbeoordeling. Een prejudiciële beslissing van het Hof vernietigt de Antwerpse vergunningen dus niet automatisch.
Vergunningen uit 2024 staan centraal
De huidige procedure heeft betrekking op de vergunning van 7 januari 2024 en op de beslissing van 30 juli 2024, waarbij een eerdere beslissing werd ingetrokken en een nieuwe vergunning werd verleend. De juridische strijd over Project One begon al in 2019. In 2020 werd een eerste vergunning geschorst en vervolgens ingetrokken. In 2023 werd een volgende vergunning vernietigd in een afzonderlijke procedure die was aangespannen door de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De opeenvolgende procedures tonen aan dat de vergunningverlening voor de industriële installatie al verschillende keren door rechters is onderzocht. De huidige Europese vragen richten zich op de uitleg van de MER-richtlijn, terwijl andere bezwaren nog door de Vlaamse rechter moeten worden beoordeeld.
Stikstofuitstoot en beschermde natuur blijven onderdeel van de zaak
De Raad heeft nog geen uitspraak gedaan over alle andere argumenten die in de procedure zijn aangevoerd. Daaronder bevinden zich bezwaren over stikstofvervuiling en de mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden aan beide zijden van de Belgisch-Nederlandse grens. Die bezwaren staan los van de drie vragen die aan het Hof van Justitie zijn voorgelegd. Ook wanneer de Europese rechter duidelijkheid heeft gegeven over scope 2- en scope 3-emissies, moet de Vlaamse Raad de overige argumenten nog behandelen. De uitkomst van het Europese deel van de procedure zal daarom niet noodzakelijk het volledige geschil beëindigen.
Vergelijkbare klimaatzaken in het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Australië
De vraag welke emissies bij een milieubeoordeling moeten worden onderzocht, is de afgelopen jaren ook voor buitenlandse rechters gebracht. Op 20 juni 2024 sprak het Britse Supreme Court zich uit in de zaak Finch tegen Surrey County Council over de beoordeling van emissies bij een olieproject. Op 21 mei 2025 behandelde het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie, het EVA-Hof, zaak E-18/24, waarbij Greenpeace Nordic en Nature and Youth Norway betrokken waren. Op 7 oktober 2026 volgde volgens het dossier een uitspraak van het Australische High Court in de zaak MACH Energy Australia tegen Denman Aberdeen Muswellbrook Scone Healthy Environment Group. Deze procedures hadden betrekking op projecten voor de winning van olie, gas of steenkool en op de uitstoot die bij het latere gebruik van die grondstoffen ontstaat. De Antwerpse procedure gaat over een chemische installatie die ethaan verwerkt. De rechtsvragen zijn dus verwant, maar de betrokken activiteiten en wettelijke kaders zijn niet identiek.
Veertien partnerorganisaties nemen deel aan de procedure
ClientEarth werkt in deze zaak samen met veertien organisaties. Het gaat om Bond Beter Leefmilieu, BOS+, Climaxi, Dryade, Fairfin, Gallifrey Foundation, Greenpeace Belgium, Grootouders voor het Klimaat, Klimaatzaak, Mobilisation for the Environment (MOB), Natuurbeschermingsvereniging De Steltkluut, Plastic Soup Foundation, Fair Resources Foundation en WWF Belgium. De organisaties betwisten de milieuvergunningen vanuit verschillende bezwaren rond klimaat, natuur en de gevolgen van de industriële activiteiten. Hun juridische stappen hebben geleid tot een procedure waarin de Vlaamse Raad nu vragen stelt aan de hoogste rechter van de Europese Unie.
Wat moet het Hof van Justitie beslissen?
Het Hof moet de Europese regels uitleggen die bepalen welke indirecte effecten op het klimaat bij een milieueffectbeoordeling horen. De drie vragen hebben betrekking op de emissies van aangekochte energie, de winning van ethaan vóór de verwerking in Antwerpen en de uitstoot uit de afvalfase van plastic producten. De Europese rechter beslist niet rechtstreeks of Project One mag worden gebouwd. Het antwoord dient om de Vlaamse Raad in staat te stellen de lopende vergunningsprocedure te beoordelen volgens het Europese recht. Wanneer de gevraagde uitleg beschikbaar is, kan de Vlaamse Raad zijn behandeling hervatten. De juridische beoordeling van de overige bezwaren blijft eveneens noodzakelijk.
Bronnen:
ClientEarth, persbericht van 5 november 2026, Grootste plasticproject van Europa naar hoogste Europese rechter, terwijl INEOS verder bouwt, Nederlandse vertaling.
ClientEarth, Europe’s biggest plastics project escalated to EU’s highest court, with INEOS still building, Engelse versie.
Raad voor Vergunningsbetwistingen, arrest RvVb-2627-0194 van 5 november 2026, zoals aangehaald in de correspondentie van ClientEarth.
ClientEarth, achtergrondinformatie over de juridische procedure tegen Project One.
https://www.clientearth.org/about/our-global-reach/europe
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en een sterke overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.
Wil je onze redactie een financieel duwtje in de rug geven? Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten.
Je kunt ons ondersteunen via:
☕ Ko-fi:
☕ Buy Me a Coffee:
https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


