Soedan geconfronteerd met terugkeer van oude machtsnetwerken: mensenrechtenorganisaties eisen gerechtigheid voor Ahmed Haroun

8 november 2026

De publieke terugkeer van Ahmed Haroun, een voormalige topfiguur uit het bewind van Omar al-Bashir die internationaal wordt gezocht wegens vermeende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, heeft de discussie over de politieke toekomst van Soedan opnieuw op scherp gezet. De International Coalition of Human Rights Organizations (ICHRO) waarschuwt dat politieke en islamistische netwerken uit het vroegere regime proberen opnieuw invloed te verwerven via hun relatie met het Soedanese leger. De organisatie stelt fundamentele vragen over de onafhankelijkheid van de strijdkrachten, de bescherming van burgers en de mogelijkheid om na jaren van oorlog een democratisch bestuur op te bouwen. Op 8 november kwam daar een nieuwe ontwikkeling bij: volgens Reuters is Haroun inmiddels door het Soedanese leger aangehouden. Die berichtgeving werpt een nieuw licht op de oproep van ICHRO om hem aan het Internationaal Strafhof over te dragen.

De publieke terugkeer van Ahmed Haroun en de politieke betekenis ervan

Op 6 november 2026 publiceerde ICHRO een verklaring waarin de organisatie haar bezorgdheid uitspreekt over een uitgebreid mediaoptreden van Ahmed Haroun. Hij behoort tot de prominente figuren van de National Congress Party, de politieke partij die jarenlang verbonden was met de machtsstructuur van voormalig president Omar al-Bashir. De verklaring gaat niet uitsluitend over een interview. Volgens ICHRO moet het optreden worden begrepen tegen de achtergrond van de pogingen van voormalige machthebbers om opnieuw een rol te verwerven bij de inrichting van de Soedanese staat. Haroun sprak in een urenlang interview met Sudan Podcast over de val van het regime in april 2019, zijn verhouding tot andere machtsfiguren, de oorlog en de toekomst van de politieke instellingen. Zijn optreden kreeg onmiddellijk aandacht in Soedanese media en bracht de verhouding tussen islamistische groeperingen, de vroegere regeringspartij en de militaire leiding opnieuw ter sprake. Het interview is als uitzending gepubliceerd op 6 november 2026 en duurt ongeveer vier uur en dertien minuten.

Een internationaal arrestatiebevel dat sinds 2007 van kracht is

De juridische achtergrond van Ahmed Haroun is essentieel om het belang van zijn publieke optreden te begrijpen. Het Internationaal Strafhof in Den Haag vaardigde op 27 april 2007 een arrestatiebevel tegen hem uit wegens zijn vermeende verantwoordelijkheid voor ernstige misdrijven in Darfur in 2003 en 2004. Het gaat om twintig aanklachten wegens misdaden tegen de menselijkheid en tweeëntwintig aanklachten wegens oorlogsmisdaden. De beschuldigingen hebben onder andere betrekking op moord, vervolging, gedwongen verplaatsingen, verkrachting, foltering, aanvallen op burgers en plundering. Deze aanklachten zijn nog geen rechterlijke veroordeling. Haroun wordt door het Strafhof gezocht, maar zijn individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid moet in een proces worden vastgesteld. Bijna twintig jaar na het oorspronkelijke arrestatiebevel is zijn dossier nog steeds niet inhoudelijk behandeld door het Hof. De langdurige afwezigheid van een proces laat zien hoe moeilijk internationale strafrechtelijke vervolging kan zijn wanneer verdachten zich bevinden in gebieden waar effectieve samenwerking met het Strafhof ontbreekt.

Nieuwe ontwikkeling op 8 november: leger zou Haroun hebben aangehouden

Terwijl ICHRO op 6 november nog opriep tot de onmiddellijke arrestatie van Ahmed Haroun, meldde Reuters op 8 november 2026 dat het Soedanese leger hem inmiddels heeft aangehouden. Het persagentschap baseert zich op twee functionarissen van de National Congress Party. De aanleiding en de juridische grondslag van de aanhouding waren op dat moment niet duidelijk. Evenmin was bevestigd dat Haroun aan het Internationaal Strafhof zou worden overgedragen. Volgens Reuters hadden noch het leger, noch het Strafhof onmiddellijk inhoudelijk gereageerd. Dit onderscheid is van groot belang. Een aanhouding door het Soedanese leger is niet hetzelfde als de uitvoering van een internationaal arrestatiebevel. De beslissende vragen zijn nu waar Haroun wordt vastgehouden, welke autoriteit zijn detentie controleert, of hij toegang heeft tot rechtsbijstand en of er daadwerkelijk stappen worden gezet naar een overdracht aan Den Haag. Zolang die informatie ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat de langdurige zoektocht naar internationale berechting haar eindfase heeft bereikt. reuters.com+1

De historische wortels van het machtsvraagstuk

De huidige oorlog kan niet volledig worden begrepen zonder terug te kijken naar de staatsgreep van 1989, waarmee Omar al-Bashir aan de macht kwam. Zijn bewind ontwikkelde zich tot een autoritair systeem waarin militaire instellingen, veiligheidsdiensten, islamistische politieke organisaties en economische belangen nauw met elkaar verweven raakten. De National Congress Party werd een centrale pijler van het regime. De volksopstand die in april 2019 tot de val van Bashir leidde, bracht weliswaar het einde van zijn presidentschap, maar betekende niet automatisch dat alle personen, instellingen en informele netwerken die zijn regering hadden ondersteund, verdwenen. De overgang naar een burgerlijk bestuur bleef afhankelijk van onderhandelingen met de militaire leiding. In oktober 2021 werd de overgangsregering door een militaire staatsgreep ten val gebracht. Op 15 april 2023 brak vervolgens de huidige oorlog uit tussen de Sudanese Armed Forces, onder leiding van generaal Abdel Fattah al-Burhan, en de Rapid Support Forces, onder leiding van Mohamed Hamdan Dagalo. De oorsprong van die oorlog ligt onder andere in rivaliserende militaire machtscentra en het mislukken van afspraken over de toekomstige organisatie van de veiligheidssector. Dat vormt de historische achtergrond van de vraag die ICHRO vandaag stelt: hebben de oude machtsnetwerken hun invloed behouden doordat zij nooit volledig uit de militaire, bestuurlijke en economische instellingen zijn verdwenen? United Nations in Sudan+2

De verhouding tussen Ahmed Haroun en generaal Abdel Fattah al-Burhan

Een van de opvallendste onderdelen van de verklaring betreft de interpretatie van Harouns uitspraken over generaal Abdel Fattah al-Burhan. Haroun ontkende in zijn interview dat er een formele organisatorische band bestaat tussen zijn partij en de militaire leider. Volgens berichtgeving over het gesprek stelde hij tegelijkertijd dat de partijen in de huidige oorlog worden verenigd door gemeenschappelijke militaire belangen. ICHRO ziet hierin een wezenlijke tegenstrijdigheid. Vanuit het perspectief van de coalitie kan een politieke organisatie immers een belangrijke invloed uitoefenen op militaire beslissingen zonder dat haar leden formeel tot dezelfde partijstructuur behoren. Die redenering verdient onderzoek. Politieke invloed ontstaat niet uitsluitend via lidmaatschapskaarten of officiële benoemingen, maar kan ook voortkomen uit persoonlijke relaties, informele overlegstructuren, gezamenlijke belangen, economische afhankelijkheden en samenwerking op het slagveld. Daaruit volgt echter niet automatisch dat Haroun of zijn partij rechtstreeks de beslissingen van al-Burhan bepalen. Om dat vast te stellen, zijn concrete gegevens nodig over contacten, commandostructuren, financiering, benoemingen en besluitvorming. Het interview toont aan dat Haroun politieke en militaire samenwerking bespreekbaar maakt. Het bewijst op zichzelf niet dat zijn partij de militaire leiding controleert.

Amerikaanse sancties tegen Ali Karti bevestigen internationale bezorgdheid

De verklaring van ICHRO verwijst nadrukkelijk naar de sancties die het Amerikaanse ministerie van Financiën op 28 september 2023 oplegde aan Ali Karti, de secretaris-generaal van de Sudanese Islamic Movement. Die verwijzing is belangrijk omdat ze de bezorgdheid van de coalitie verbindt met een eerder officieel besluit van de Verenigde Staten. Het Amerikaanse ministerie beschuldigde Karti ervan pogingen te hebben geleid om de overgang naar burgerlijk bestuur te ondermijnen. Daarnaast werd hem verweten het politieke proces te hebben tegengewerkt en inspanningen voor een staakt-het-vuren te hebben gehinderd. De Verenigde Staten beschouwden zijn activiteiten als schadelijk voor de vrede, veiligheid en stabiliteit van Soedan. De sanctiemaatregel en de officiële motivering ervan zijn controleerbare feiten. Dat betekent evenwel niet dat iedere afzonderlijke beschuldiging tegen Karti of de bredere islamistische beweging door een onafhankelijke rechtbank is vastgesteld. Evenmin vormt de Amerikaanse sanctie op zichzelf bewijs voor een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen Harouns recente interview en concrete militaire beslissingen in november 2026. Het sanctiedossier bevestigt wel dat de mogelijke invloed van voormalige regimefiguren op de Soedanese overgang al jaren internationale aandacht krijgt.

Waarom de terugkeer van politieke netwerken belangrijke gevolgen kan hebben

Het centrale probleem dat ICHRO aan de orde stelt, betreft de mogelijkheid dat de oorlog wordt gebruikt om vroegere machtsverhoudingen te herstellen. In een land waar gewapende groeperingen, militaire eenheden en politieke organisaties onderling afhankelijk worden, kan steun tijdens een oorlog later worden omgezet in politieke invloed. Een organisatie die personeel, middelen, financiering of mobilisatiecapaciteit levert, kan na afloop van de gevechten aanspraak maken op vertegenwoordiging in de regering, invloed op veiligheidsdiensten of toegang tot economische middelen. Dat is een mogelijk mechanisme, geen bewezen beschrijving van alle huidige relaties binnen het Soedanese leger. De zorg van ICHRO is dat militaire samenwerking vandaag de voorwaarden kan bepalen waaronder morgen over een nieuwe regering wordt onderhandeld. De Europese Unie Agency for Asylum beschreef in oktober 2026 dat het door de militaire leiding gevormde regeringsapparaat inmiddels ook islamistische en daarmee verbonden figuren omvat. Dat is een aanwijzing voor politieke continuïteit, maar de invloed en beslissingsbevoegdheid van afzonderlijke personen moeten verder worden onderzocht. Een werkelijk onafhankelijke beoordeling vereist daarom inzicht in de benoemingsprocedures, de militaire bevelsketen, de financiële relaties en de vraag wie feitelijk beschikt over de bevoegdheid om besluiten tegen te houden of door te drukken.

Het voorstel voor een gemengd politiek systeem roept fundamentele vragen op

Volgens de verklaring van ICHRO heeft Haroun gepleit voor een gemengd politiek systeem waarin ook militairen een plaats krijgen binnen het bestuur. De coalitie verwerpt een institutionele constructie waarbij burgerlijke autoriteiten onder toezicht of voogdij van gewapende machtscentra komen te staan. Vanuit democratisch oogpunt is de centrale vraag niet alleen of militairen en burgers samen aan een onderhandelingstafel plaatsnemen, maar wie uiteindelijk over de politieke beslissingen beschikt. Een overgangsregeling waarin militaire vertegenwoordigers tijdelijk deelnemen aan overleg hoeft niet onder alle omstandigheden hetzelfde te betekenen als een permanent militair vetorecht. Het doorslaggevende verschil ligt in de wettelijke bevoegdheden, de duur van een overgangsregeling, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de mogelijkheid van democratische controle en de daadwerkelijke bevoegdheid van burgers om hun leiders te vervangen. Wanneer militaire vertegenwoordigers de grondwet, de begroting, benoemingen en veiligheidsbesluiten blijvend kunnen blokkeren, blijft burgerlijk bestuur afhankelijk van gewapende toestemming. Wanneer daarentegen een duidelijk tijdschema bestaat voor overdracht van bevoegdheden, onafhankelijk toezicht wordt georganiseerd en burgers vrij aan verkiezingen kunnen deelnemen, kan een overgangsregeling een andere functie vervullen. ICHRO stelt dat Soedan recht heeft op een professionele strijdmacht die ondergeschikt is aan burgerlijke autoriteiten. De praktische vraag is welke institutionele garanties kunnen voorkomen dat de militaire macht opnieuw de politieke toekomst bepaalt.

De beschuldigingen over standrechtelijke executies moeten afzonderlijk worden onderzocht

De coalitie besteedt ook aandacht aan beschuldigingen tegen gewapende groepen die aan de zijde van het Soedanese leger opereren. Daarbij wordt specifiek verwezen naar de Al-Baraa Ibn Malik Brigade. De verklaring haalt waarschuwingen van de Verenigde Naties aan over vermeende standrechtelijke executies van personen die werden beschuldigd van samenwerking met tegenstanders van het leger. Dit onderdeel van het dossier wordt ondersteund door onafhankelijk gerapporteerde bevindingen. In een rapport van de VN-Mensenrechtenraad worden onder andere 36 burgers genoemd die op 13 en 14 april 2025 in twee dorpen in Noord-Kordofan zouden zijn geëxecuteerd door leden van het Soedanese leger en de Al-Baraa Ibn Malik Brigade. Het rapport beschrijft daarnaast een sterke stijging van onrechtmatige executies in Khartoem na militaire terreinwinst. Zulke documentatie geeft ernstige redenen voor onafhankelijk strafrechtelijk onderzoek. Zij bewijst echter niet zonder bijkomend onderzoek welke individuele commandanten bevelen hebben gegeven, wie van de gebeurtenissen op de hoogte was en welke politieke leiders eventueel verantwoordelijkheid dragen. Daarvoor moeten getuigenverklaringen, bevelstructuren, communicatiegegevens en forensisch bewijs worden onderzocht. De juridische verantwoordelijkheid kan niet uitsluitend worden afgeleid uit politieke verbondenheid of algemene steun aan het leger.

De verantwoordelijkheid van commandanten en politieke leiders

Het internationale humanitaire recht beschermt burgers tijdens gewapende conflicten. Het verbiedt onder meer doelbewuste aanvallen op burgers, marteling en executies zonder behoorlijke rechtsgang. Dat geldt ongeacht welke partij een gebied controleert en ongeacht de politieke overtuigingen van slachtoffers of daders. Bij onderzoek naar ernstige misdrijven moet onderscheid worden gemaakt tussen directe daders, personen die bevelen hebben gegeven en leidinggevenden die onder bepaalde wettelijke voorwaarden verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor misdrijven van ondergeschikten. Voor command responsibility zijn concrete juridische voorwaarden van toepassing. Het enkele feit dat een politicus een gewapende organisatie steunt, volstaat niet om hem automatisch strafrechtelijk verantwoordelijk te verklaren voor iedere handeling van die organisatie. Omgekeerd kan politieke of militaire macht ook niet dienen als vrijstelling van onderzoek. Het uitgangspunt van ICHRO dat verantwoordelijken op alle niveaus moeten worden onderzocht, sluit daarom aan bij het beginsel van individuele aansprakelijkheid. Een doeltreffend onderzoek moet plaatsvinden zonder vooraf vastgestelde uitkomst en met bescherming van getuigen, slachtoffers en het recht op verdediging.

De humanitaire gevolgen van de oorlog maken politieke verantwoording dringend

De strijd om de toekomstige staatsmacht speelt zich af tegen een achtergrond van uitzonderlijk groot menselijk leed. Volgens het Zwitserse samenwerkingsprogramma voor Soedan hadden in januari 2026 ongeveer 33,7 miljoen mensen humanitaire hulp nodig en waren ruim twaalf miljoen mensen ontheemd. De Verenigde Naties beschrijven de oorlog als een van de grootste humanitaire noodsituaties ter wereld. Geweld tegen burgers, voedseltekorten, seksueel geweld, vernielde infrastructuur en belemmerde toegang tot gezondheidszorg hebben ingrijpende gevolgen voor de bevolking. De Verenigde Naties organiseerden in oktober 2026 opnieuw internationale gesprekken over de-escalatie en een politieke uitweg uit het conflict. Die gesprekken vonden plaats terwijl aanvallen met drones en de bedreiging van burgerlijke infrastructuur belangrijke onderdelen van de oorlog bleven. De centrale spanning is dat de bevolking dringend behoefte heeft aan veiligheid, hulpverlening en bestuurlijke stabiliteit, terwijl politieke en militaire machtscentra blijven onderhandelen over hun eigen positie. Voor burgers is niet alleen van belang wie uiteindelijk deelneemt aan een toekomstige regering, maar vooral of die regering hun veiligheid garandeert, onafhankelijke rechtspraak mogelijk maakt en openbare diensten kan herstellen.

De arrestatie van Haroun stelt de verhouding tussen het leger en zijn vroegere bondgenoten op de proef

De berichtgeving over de aanhouding van Ahmed Haroun maakt het politieke vraagstuk bijzonder actueel. Indien de informatie van Reuters wordt bevestigd, heeft het Soedanese leger een prominente vertegenwoordiger van de vroegere regeringspartij aangehouden die tijdens zijn recente interview nog sprak over gemeenschappelijke belangen met de strijdkrachten. Er bestaan verschillende mogelijke verklaringen voor deze ontwikkeling. De militaire leiding kan afstand willen nemen van een controversiële vroegere regimefiguur, proberen de politieke gevolgen van zijn uitspraken te beperken of reageren op omstandigheden die nog niet publiek bekend zijn. Geen van deze verklaringen kan momenteel als vastgesteld worden beschouwd. Evenmin kan uit de aanhouding worden geconcludeerd dat alle contacten tussen de militaire leiding en islamistische netwerken zijn verbroken. Beslissend is of de autoriteiten daadwerkelijk meewerken aan internationale rechtspleging en welke gevolgen de aanhouding heeft voor de politieke vertegenwoordiging van de voormalige National Congress Party. De komende verklaringen van het leger, de partij en het Internationaal Strafhof zullen daarbij van groot belang zijn.

Welke rol kunnen Europa en internationale instellingen spelen?

De kwestie-Haroun overstijgt de binnenlandse politiek van Soedan. Het Internationaal Strafhof heeft sinds 2007 een openstaand arrestatiebevel. De Verenigde Staten hebben sancties opgelegd aan vertegenwoordigers van islamistische machtsnetwerken. De Verenigde Naties documenteren ernstige schendingen van mensenrechten en internationaal humanitair recht. Deze drie instrumenten hebben een verschillende functie. Internationale strafvervolging richt zich op individuele verantwoordelijkheid voor misdrijven. Sancties proberen gedragingen van betrokken personen en organisaties te beïnvloeden. Mensenrechtenonderzoek heeft tot doel gebeurtenissen vast te stellen, slachtoffers te beschermen en bewijsmateriaal veilig te stellen. Voor Europese beleidsmakers is het belangrijk deze instrumenten niet met elkaar te verwarren. Diplomatieke druk kan bijdragen aan samenwerking met internationale gerechtelijke instellingen, maar vervangt geen onafhankelijk strafproces. Financiële beperkingen kunnen bepaalde netwerken treffen, maar moeten zorgvuldig worden beoordeeld op hun juridische basis en mogelijke gevolgen voor burgers. Humanitaire hulp moet bovendien beschikbaar blijven op grond van behoeften, ongeacht politieke of militaire verbondenheid. De Europese betrokkenheid bij Soedan moet daarom tegelijk aandacht besteden aan burgerbescherming, toegang tot hulpverlening, internationale rechtspleging en de mogelijkheid van een geloofwaardige overgang naar een democratisch bestuur.

Drie mogelijke ontwikkelingen voor de politieke toekomst van Soedan

De eerste mogelijkheid is dat de aanhouding van Haroun leidt tot daadwerkelijke samenwerking met het Internationaal Strafhof. In dat geval zou de juridische behandeling van zijn dossier eindelijk kunnen beginnen. Dat zou op zichzelf geen oplossing betekenen voor de oorlog of voor de politieke invloed van vroegere machtsnetwerken, maar wel een belangrijke verandering in de uitvoering van internationale arrestatiebevelen. Een tweede mogelijkheid is dat Haroun binnen de Soedanese militaire of bestuurlijke structuren wordt vastgehouden zonder overdracht aan Den Haag. In dat scenario blijft zijn internationale strafrechtelijke positie grotendeels ongewijzigd, terwijl de binnenlandse politieke betekenis van zijn aanhouding afhankelijk wordt van verdere besluiten. Een derde mogelijkheid is dat de gebeurtenis onderdeel blijkt van een bredere machtsstrijd tussen militaire leiders en voormalige regimefiguren. Een dergelijke ontwikkeling zou de politieke verhoudingen kunnen veranderen zonder noodzakelijkerwijs tot een versterking van burgerlijk bestuur te leiden. De beschikbare informatie laat niet toe om betrouwbaar vast te stellen welk scenario het waarschijnlijkst is. Daarvoor ontbreken officiële mededelingen over de aanhouding, de juridische grondslag, de plaats van detentie en eventuele onderhandelingen met internationale instellingen.

De historische vraag die ICHRO aan de internationale gemeenschap stelt

De verklaring van 6 november 2026 brengt uiteindelijk een historische kwestie naar voren die voor Soedan al tientallen jaren centraal staat. Kan een land een democratische toekomst opbouwen wanneer de instellingen die gedurende lange tijd onder autoritair bestuur functioneerden, hun vroegere politieke afhankelijkheden blijven behouden? De volksopstand van 2019 liet zien dat grote delen van de Soedanese bevolking een andere politieke toekomst verlangden. De staatsgreep van 2021 maakte duidelijk hoe kwetsbaar de overgang bleef. De oorlog die in april 2023 uitbrak, heeft de institutionele schade vervolgens aanzienlijk vergroot. In die omstandigheden is het onvoldoende om uitsluitend nieuwe regeringsfuncties te verdelen. Een duurzame overgang vereist onafhankelijke rechtspraak, transparante militaire bevoegdheden, controle op overheidsfinanciën, politieke vrijheid en geloofwaardige bescherming van minderheden en burgers. De coalitie benadrukt dat de slachtoffers van de oorlog niet mogen worden gebruikt om de politieke terugkeer van vroegere machthebbers te rechtvaardigen. Dat standpunt is een uitdrukkelijke positie van ICHRO. De onderliggende vraag is breder: welke afspraken en instellingen kunnen ervoor zorgen dat de belangen van burgers zwaarder wegen dan de belangen van gewapende en politieke machtsgroepen?

Een historische verantwoordelijkheid die niet kan worden uitgesteld

Het dossier rond Ahmed Haroun toont de spanning tussen militaire macht, politieke continuïteit en internationale gerechtigheid. Vaststaat dat het Internationaal Strafhof hem sinds 2007 zoekt wegens ernstige beschuldigingen die betrekking hebben op Darfur. Vaststaat eveneens dat de Verenigde Staten in 2023 sancties hebben opgelegd aan Ali Karti wegens zijn volgens Washington ontwrichtende rol in de Soedanese politieke overgang. VN-rapporten documenteren ondertussen ernstige beschuldigingen van geweld tegen burgers door verschillende gewapende actoren. De verklaring van ICHRO brengt deze ontwikkelingen samen en stelt dat de invloed van vroegere islamistische machtsnetwerken nauwkeurig moet worden onderzocht. De precieze omvang van die invloed, de persoonlijke verantwoordelijkheid van politieke leiders en de omstandigheden van Harouns gemelde aanhouding zijn echter nog niet volledig vastgesteld. De belangrijkste onmiddellijke stap is daarom duidelijkheid verkrijgen over zijn detentie en de mogelijke uitvoering van het internationale arrestatiebevel. Op langere termijn gaat het om de vraag of Soedan een staatsbestel kan ontwikkelen waarin militaire organisaties aan democratische controle zijn onderworpen en burgers daadwerkelijk over hun politieke toekomst beslissen. Zonder geloofwaardige gerechtigheid blijft het risico bestaan dat dezelfde machtsverhoudingen onder nieuwe politieke namen voortbestaan.

De vragen die nog beantwoord moeten worden

Voor verder journalistiek en juridisch onderzoek blijven verschillende vragen openstaan. Waar wordt Ahmed Haroun momenteel vastgehouden en onder wiens bevel? Is er formeel contact tussen de Soedanese autoriteiten en het Internationaal Strafhof? Welke concrete afspraken bestaan tussen de militaire leiding en vertegenwoordigers van de voormalige National Congress Party? Welke rol spelen islamistische milities binnen de militaire bevelstructuur? Bestaan er documenten die de financiering en politieke invloed van deze netwerken aantonen? En welke garanties kunnen ervoor zorgen dat een toekomstig politiek akkoord de rechten en vertegenwoordiging van de burgerbevolking beschermt? De antwoorden op deze vragen zullen mede bepalen of de recente gebeurtenissen een werkelijke verandering betekenen of slechts een nieuwe fase in de langdurige machtsstrijd.

Bronnen en documentatie

Het onderzoek is gebaseerd op de verklaring van de International Coalition of Human Rights Organizations van 6 november 2026

Andy Vermaut
+32 499 35 74 95

Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?

Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons dit journalistieke werk voort te zetten.

Je kunt ons ondersteunen via:

Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut

Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut

Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!

Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be

+32499357495