47 miljard voor Erasmus, Booking.com onder Europees onderzoek, Amerikaanse sancties tegen het Strafhof en miljarden voor spoorwegen: Europarlementariërs leggen de grote strijdpunten van Europa bloot

23 oktober 2026
Van de bescherming van reizigers tegen frauduleuze hotelboekingen tot de toekomst van het Internationaal Strafhof in Den Haag, van tientallen miljarden euro’s voor studentenuitwisselingen tot nieuwe plannen voor hogesnelheidstreinen en van Russische dreigingen in de Zwarte Zee tot de Europese afhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen: tijdens de plenaire week van 19 tot en met 22 oktober 2026 in Straatsburg kwamen uiteenlopende politieke dossiers aan bod. Het Europees Parlement stemde over nieuwe voorstellen, bepaalde onderhandelingsposities en debatteerde over internationale veiligheid, economische concurrentiekracht en de rechten van burgers. Het Belgische Europarlementslid Hilde Vautmans (Renew Europe, Anders) mengde zich in verschillende debatten over consumentenbescherming, onderwijs, vervoer en internationale rechtspraak. Binnen de fractie Europese Conservatieven en Hervormers (ECR) formuleerden onder anderen Assita Kanko, Nicola Procaccini, Patryk Jaki, Mariateresa Vivaldini, Cristian Terheș en Jadwiga Wiśniewska eigen beleidsvoorstellen. De inzet verschilt van dossier tot dossier, maar telkens gaat het om de vraag welke regels Europa moet vastleggen, hoeveel geld daarvoor beschikbaar moet zijn en welke bevoegdheden bij Europese of nationale instellingen terechtkomen.
Erasmus+: Europees Parlement vraagt 47,39 miljard euro voor onderwijs, jongeren en sport
Op donderdag 22 oktober 2026 keurde het Europees Parlement in Straatsburg zijn onderhandelingspositie goed over Erasmus+ voor de periode 2028 tot en met 2034. Volgens de meegedeelde stemcijfers stemden 545 Europarlementsleden voor, 34 tegen en onthielden drie leden zich. Het Parlement vraagt een budget van 47,39 miljard euro, tegenover 40,8 miljard euro in het voorstel van de Europese Commissie. Het gaat dus om ongeveer 6,6 miljard euro extra. Ter vergelijking: voor de lopende periode van 2021 tot en met 2027 beschikt Erasmus+ over een budget van 26,2 miljard euro. De verhoging moet ruimte bieden voor meer uitwisselingen, onderwijsprojecten, jongereninitiatieven en sportactiviteiten. Het Parlement wil dat het programma niet uitsluitend toegankelijk is voor studenten en organisaties die al over voldoende financiële middelen beschikken. Minstens twintig procent van de deelnemers aan mobiliteitsprojecten moet afkomstig zijn uit groepen die minder kansen krijgen. Ook wil het Parlement vooraf vastleggen hoe het beschikbare geld over de verschillende onderdelen wordt verdeeld. Voor onderwijs en opleiding wordt 74,6 procent voorzien, voor jongeren en vrijwilligerswerk 15 procent en voor sport 4,1 procent. Het Europees Solidariteitskorps zou in de nieuwe programmastructuur worden geïntegreerd. De parlementaire positie vormt nog geen definitieve begrotingsbeslissing: de onderhandelingen met de lidstaten moeten volgen. Een publicatie van de parlementaire onderzoeksdienst noemt voor het commissievoorstel 47,38 miljard euro in lopende prijzen, een klein verschil met het bedrag van 47,39 miljard euro dat in de communicatie van Vautmans staat.
Hilde Vautmans wil dat financiële omstandigheden geen hinderpaal voor Erasmus vormen
Voor Hilde Vautmans is de toegankelijkheid van Erasmus+ een persoonlijk en politiek dossier. Als studente verbleef zij zelf via Erasmus in Madrid. Die ervaring gebruikt ze om te pleiten voor betere mogelijkheden voor jongeren die door hun financiële situatie moeilijk naar het buitenland kunnen vertrekken. Momenteel ontvangt een student van UHasselt, Hogeschool PXL of UCLL volgens de aangeleverde beursgegevens 369 euro per maand voor een verblijf in onder andere Spanje, Portugal of Polen. Voor bestemmingen zoals Duitsland, Frankrijk of Nederland bedraagt de beurs 419 euro per maand. Studenten die tot bepaalde kansengroepen behoren, waaronder beursstudenten en werkstudenten, kunnen 250 euro extra per maand ontvangen. Die bedragen maken duidelijk waarom de kosten van verblijf, huisvesting en levensonderhoud mee moeten worden genomen in het Europese programma. Vautmans wil ook langdurige steun voor Europese universiteitsallianties en verdere werkzaamheden richting een Europees diploma. Het Parlement vraagt mogelijkheden voor studenten uit strategische opleidingsrichtingen en wil Erasmus toegankelijker maken voor scholen en jeugdorganisaties die moeite hebben met administratieve procedures. Tegelijk koppelt het Parlement de financiering aan het respect voor Europese waarden en de rechtsstaat. De nieuwe Erasmusperiode moet op 1 januari 2028 beginnen.
Booking.com onder formeel onderzoek: valse accommodaties, phishing en betaalde zoekresultaten
Op woensdag 21 oktober 2026 opende de Europese Commissie een formeel onderzoek naar Booking.com op grond van de Digital Services Act. Centraal staat de vraag of het boekingsplatform de risico’s van frauduleuze accommodaties en phishing voldoende heeft onderzocht en beperkt. Het onderzoek richt zich op drie onderdelen. Eerst wordt bekeken of Booking.com adequaat optreedt tegen advertenties voor niet-bestaande accommodaties, misleidende aanbiedingen en andere onrechtmatige vermeldingen. Vervolgens onderzoekt de Commissie hoe reserveringsgegevens en gegevens van gasten worden gebruikt en gedeeld, en of het berichtensysteem voldoende bescherming biedt tegen pogingen om reizigers tot frauduleuze betalingen te bewegen. Ten slotte onderzoekt de Commissie of accommodaties die tegen betaling een hogere positie in zoekresultaten krijgen, voldoende herkenbaar zijn als advertenties. De procedure volgt op een eerder onderzoek waarbij de Commissie onder andere risicobeoordelingen, transparantieverslagen en antwoorden op informatieverzoeken heeft bestudeerd. Het openen van de procedure betekent niet dat reeds bewezen is dat Booking.com de Europese wetgeving heeft overtreden.
Vautmans vraagt strengere bescherming voor miljoenen Europese reizigers
Hilde Vautmans steunt het onderzoek naar Booking.com en vindt dat grote digitale platformen verantwoordelijkheid moeten dragen voor de veiligheid van hun gebruikers. Volgens haar mogen de voordelen van online boekingsdiensten niet worden ondermijnd door fraude, gehackte accounts en misleidende communicatie. Ze verwijst naar Nederlandse meldingen over phishing en stelt dat het probleem ernstige gevolgen kan hebben voor consumenten die geld sparen voor een vakantie. Wanneer een reiziger een vals betaalverzoek ontvangt dat afkomstig lijkt van een echte accommodatie, kan de geloofwaardigheid van het boekingssysteem worden misbruikt. De Digital Services Act verplicht grote platformen om bepaalde systeemrisico’s te onderzoeken en maatregelen te nemen om die te beperken. Bij ernstige overtredingen kunnen financiële sancties volgen die onder de wetgeving tot zes procent van de wereldwijde jaaromzet kunnen bedragen. Voor Vautmans draait de kwestie om daadwerkelijke handhaving. Wetgeving heeft volgens haar weinig nut wanneer reizigers in de praktijk onvoldoende bescherming krijgen. De Commissie moet nu vaststellen of Booking.com aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet. De onderneming heeft binnen de procedure de mogelijkheid om haar standpunten uiteen te zetten.
Nieuwe Europese passagiersregels: terugbetaling binnen zeven dagen en één klachtenformulier
Op dinsdag 20 oktober 2026 keurde het Europees Parlement volgens de gegevens van Vautmans met 652 stemmen voor een regeling goed die de bestaande rechten van passagiers beter moet laten naleven. De betrokken rechten gelden voor reizen met onder andere vliegtuigen, treinen, bussen en schepen. Het uitgangspunt is dat passagiers bij vertragingen en annuleringen hun rechten daadwerkelijk kunnen uitoefenen, zonder maandenlang te moeten corresponderen met vervoersmaatschappijen. Het akkoord voorziet onder andere in een gemeenschappelijk Europees formulier waarmee reizigers terugbetaling of compensatie kunnen aanvragen. Dat formulier moet zowel digitaal als op papier beschikbaar zijn. Voor bepaalde terugbetalingen geldt een termijn van zeven dagen. Wanneer een boekingssite of reisbureau als tussenpersoon optreedt, wordt een termijn van veertien dagen genoemd, met inbegrip van de kosten van de tussenpersoon. Ook moeten bemiddelaars de noodzakelijke contactgegevens van reizigers doorgeven aan de vervoersmaatschappij, zodat betrokkenen bij annuleringen of andere wijzigingen bereikbaar zijn. De regels voorzien eveneens in een grotere rol voor nationale toezichthouders, die klachten moeten kunnen onderzoeken, vervoersmaatschappijen controleren en waar nodig sancties toepassen.
Ook reizigers met een handicap krijgen nadrukkelijk aandacht
Een afzonderlijk onderdeel van het debat over passagiersrechten betreft mensen met een handicap. Volgens het voorgestelde kader moet een reiziger die vanwege zijn handicap niet zelfstandig mag vliegen, kosteloos een begeleider kunnen meenemen die naast hem of haar plaatsneemt. Daarmee wil Europa voorkomen dat noodzakelijke ondersteuning tot bijkomende vervoerskosten leidt. De uitvoering van passagiersrechten is nu over verschillende vervoersvormen en nationale instanties verspreid. In België vervult de FOD Mobiliteit en Vervoer bepaalde toezichtstaken. De nieuwe regels moeten ertoe bijdragen dat reizigers sneller weten bij welke instantie ze terechtkunnen en welke procedure geldt. De compensatie bij luchtvaartvertragingen kan onder de bestaande voorwaarden 250 tot 600 euro bedragen, afhankelijk van de reisafstand en de omstandigheden. Bij treinvertragingen bestaan compensatieregels waarbij de duur van de vertraging bepalend is. Zulke rechten kennen uitzonderingen en voorwaarden; ze ontstaan niet bij iedere vertraging automatisch. Vautmans beschouwt het nieuwe akkoord vooral als een instrument om rechten die reeds bestaan beter te doen naleven.
Eén treinticket voor heel Europa en hogesnelheidsverbindingen tegen 2040
De toekomst van het Europese spoorwegnet vormde op dinsdag 20 oktober eveneens een onderwerp van parlementaire besluitvorming. Het Europees Parlement keurde volgens de meegedeelde cijfers met 558 stemmen voor een verslag goed over de ontwikkeling van snelle treinverbindingen. Het gaat om een politiek standpunt en niet om een onmiddellijk bindende wet. Het plan sluit aan bij het streven van de Europese Commissie om tegen 2040 grote Europese steden beter met hogesnelheidstreinen te ontsluiten. Het Parlement wil onder andere dat reizigers internationale trajecten kunnen boeken via één systeem en met één ticket kunnen afleggen. Vandaag moeten passagiers op verschillende internationale verbindingen afzonderlijke boekingen maken bij verschillende spoorwegondernemingen. Daardoor kunnen moeilijkheden ontstaan wanneer een vertraagde trein een aansluiting onmogelijk maakt. Vautmans verwijst onder andere naar reizen tussen Antwerpen en Milaan, waarvoor reizigers vandaag verschillende spoorwegmaatschappijen moeten raadplegen. Een geïntegreerd ticketsysteem zou dergelijke reizen eenvoudiger moeten maken en meer duidelijkheid moeten bieden over de rechten bij gemiste aansluitingen.
Een Europees spoorwegnet van 345 miljard euro vraagt politieke keuzes
Het Europese plan voor snelle treinverbindingen wordt in de communicatie van Vautmans geraamd op 345 miljard euro tegen 2040. Het Parlement wil verbindingen waarop treinen minstens 250 kilometer per uur kunnen rijden en vraagt dat ook steden zonder rechtstreekse hogesnelheidslijn via goede aansluitingen bereikbaar worden. De financiering zou uit verschillende Europese instrumenten kunnen komen. Genoemd worden de Connecting Europe Facility, inkomsten die verband houden met het Europese emissiehandelssysteem en mogelijke groene obligaties voor spoorweginvesteringen. Grensoverschrijdende verbindingen verdienen volgens het parlementaire standpunt voorrang. Een tweede vraag betreft de technische verschillen tussen nationale spoorwegnetten. Treinen die over de grens rijden, moeten voldoen aan voorschriften voor onder andere signalering, elektrische systemen en veiligheid. Het Parlement wil verdere harmonisatie en een grotere rol voor het Europees Spoorwegbureau. De plannen vereisen nog onderhandelingen, financiële beslissingen en concrete afspraken over de uitvoering. De goedkeuring van een verslag betekent niet dat alle aangekondigde spoorverbindingen reeds zijn gefinancierd of dat hun aanleg vastligt.
Internationaal Strafhof onder druk door Amerikaanse sancties
Een ander dossier waarin Hilde Vautmans op dinsdag 20 oktober tussenbeide kwam, betreft de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Vautmans stelt dat de maatregelen gevolgen kunnen hebben voor de dagelijkse werking van het Hof wanneer financiële instellingen, verzekeraars en andere dienstverleners hun samenwerking beperken. De Amerikaanse overheid heeft haar sanctiebeleid tegenover het Strafhof verdedigd vanuit haar bezwaren tegen de rechtsmacht en bepaalde onderzoeken van de instelling. Critici van de sancties zien daarin een gevaar voor onafhankelijke internationale strafvervolging. Vautmans vreest dat instellingen hun dienstverlening kunnen stopzetten uit bezorgdheid over Amerikaanse sanctierisico’s, zelfs voordat maatregelen volledig van toepassing worden. Daardoor zouden de verwerking van betalingen, verzekeringen, digitale dienstverlening en administratieve activiteiten in moeilijkheden kunnen komen. De gevolgen raken mogelijk niet uitsluitend personeelsleden en magistraten, maar ook slachtoffers en getuigen die afhankelijk zijn van een functionerend internationaal gerechtelijk systeem.
Vautmans wil Europees Blocking Statute inzetten om het Strafhof te beschermen
Vautmans vraagt de Europese Commissie het zogenoemde Blocking Statute in te zetten tegen de Amerikaanse sanctiemaatregelen die het Internationaal Strafhof treffen. Dat Europese rechtsinstrument bestaat sinds 1996 en werd later aangepast in het kader van bepaalde Amerikaanse sancties tegen Iran. Het dient om Europese ondernemingen te beschermen tegen specifieke buitenlandse sanctiewetgeving met extraterritoriale gevolgen. Het instrument is echter niet automatisch van toepassing op iedere buitenlandse sanctie. De betrokken regelgeving moet onder het toepassingsgebied van het statuut vallen. Volgens Vautmans is uitbreiding naar de sancties tegen het Strafhof noodzakelijk om Europese financiële instellingen meer rechtszekerheid te geven. Zij verwijst naar problemen waarmee personen die door Amerikaanse sancties zijn getroffen bij banken en digitale dienstverleners te maken kunnen krijgen. Ook wijst ze op de gevolgen voor de financiering en continuïteit van het Strafhof. Een Europees optreden zou volgens haar moeten verhinderen dat buitenlandse sancties via Europese ondernemingen de werkzaamheden van een internationale rechtbank ontregelen. De uiteindelijke beslissing over een eventuele uitbreiding van het statuut behoort tot de Europese besluitvorming en is niet door het Parlement alleen te nemen.
Europese industrie vreest afhankelijkheid van buitenlandse grondstoffen
Ook de aanvoer van kritieke grondstoffen stond op dinsdag 20 oktober op de parlementaire agenda. Het Italiaanse Europarlementslid Mariateresa Vivaldini, die binnen de ECR-fractie het dossier opvolgt, pleitte voor concrete instrumenten om de Europese afhankelijkheid van leveranciers buiten de Europese Unie terug te dringen. Kritieke grondstoffen worden gebruikt in industriële productie, technologie, energievoorziening en defensiegerelateerde toepassingen. Een grote afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers kan problemen veroorzaken wanneer internationale handelsrelaties verslechteren of leveringsketens worden verstoord. Vivaldini steunt daarom het voorstel voor een Europees centrum voor kritieke grondstoffen. Dat centrum zou onder andere gezamenlijke aankopen, investeringen, langetermijnovereenkomsten en strategische voorraden kunnen ondersteunen. Ze vraagt ook meer aandacht voor de volledige productieketen, van ontginning tot verwerking en recyclage. Volgens haar moet een Europees grondstoffenbeleid niet bij doelstellingen blijven, maar gepaard gaan met financiële middelen en industriële capaciteit.
Lidstaten willen volgens ECR inspraak behouden in Europese grondstoffenstrategie
Vivaldini koppelt haar voorstellen aan de bestuurlijke organisatie van het toekomstige Europese grondstoffencentrum. Zij wil dat de lidstaten betrokken blijven bij strategische beslissingen en dat bedrijven niet worden geconfronteerd met administratieve verplichtingen die buiten verhouding staan tot de doelstellingen. Binnen de parlementaire behandeling werd volgens haar gepleit voor een bestuursstructuur waarin nationale overheden een plaats behouden. De financiering zou onder andere kunnen aansluiten bij het voorgestelde Europese Concurrentievermogensfonds. De inzet gaat verder dan het bevoorraden van individuele ondernemingen. Het betreft de capaciteit van Europese industrieën om ook bij internationale spanningen toegang te behouden tot grondstoffen die nodig zijn voor productie en technologische ontwikkeling. Het parlementaire traject moet verder worden besproken met de Raad. Welke middelen worden vrijgemaakt en welke taken het centrum precies krijgt, hangt af van die verdere besluitvorming.
Europese bedrijven krijgen mogelijk eenvoudigere regels voor chemische producten en cosmetica
Op donderdag 22 oktober kwam ook het Omnibus VI-pakket aan bod, dat wijzigingen bevat voor regelgeving over chemische stoffen, cosmetische producten en meststoffen. De ECR-Europarlementsleden Piotr Müller en Pietro Fiocchi verdedigen vereenvoudigingen die de administratieve lasten voor ondernemingen moeten verminderen. Volgens de fractie ondervinden producenten moeilijkheden wanneer etiketteringsvoorschriften, overgangstermijnen en administratieve vereisten regelmatig wijzigen. Vooral kleine en middelgrote ondernemingen zouden daardoor middelen moeten besteden aan het aanpassen van documenten, etiketten en procedures. Het voorlopige akkoord waarover in juni met de Raad werd onderhandeld, bevat voorstellen voor aangepaste etiketteringsverplichtingen en overgangsperioden. Müller vindt dat ondernemingen voldoende tijd moeten krijgen om nieuwe voorschriften uit te voeren. Fiocchi wijst erop dat minder administratieve verplichtingen niet noodzakelijk hoeven te betekenen dat de bescherming van gezondheid en milieu wordt verminderd. De daadwerkelijke gevolgen hangen af van de definitieve wetgeving en de manier waarop toezichthouders die uitvoeren.
Zwarte Zee: Cristian Terheș eist sterkere bescherming tegen Russische droneaanvallen
De veiligheidsomstandigheden in het Zwarte Zeegebied vormden een afzonderlijk debat. Het Roemeense Europarlementslid Cristian Terheș waarschuwde op dinsdag 20 oktober voor de gevolgen van Russische aanvallen op haveninstallaties, schepen en transportverbindingen. Volgens hem vormen die aanvallen niet uitsluitend een bedreiging voor Oekraïne, maar kunnen ze ook Europese burgers, internationale handelsroutes en de veiligheid van de buurlanden treffen. Terheș vraagt om investeringen in bescherming tegen drones en stelt de oprichting van een veiligheidscentrum voor de Zwarte Zee voor. Hij wil dat daarvoor middelen worden gereserveerd in het volgende Europese meerjarenbudget. De Roemeense parlementariër vraagt eveneens economische maatregelen die de handel via Rusland minder aantrekkelijk maken. Een van zijn voorstellen betreft beperkingen op de zogenoemde noordelijke transportcorridor, waarlangs goederen vanuit Azië via Rusland naar Europa worden vervoerd. Daarmee wil hij voorkomen dat Rusland economisch voordeel behoudt van bepaalde handelsroutes terwijl het de scheepvaart en infrastructuur in het Zwarte Zeegebied bedreigt.
Rode Zee en Golfregio: Jacek Ozdoba wil bescherming van de internationale scheepvaart
Het Poolse Europarlementslid Jacek Ozdoba bracht de veiligheid van de scheepvaart in de Rode Zee en de Golfregio onder de aandacht. In het debat over de activiteiten van de Houthi’s stelde hij dat Europa nauwer moet samenwerken met landen die door aanvallen worden bedreigd. De discussie betreft onder andere de veiligheid van Saudi-Arabië en andere staten in de regio, de bescherming van commerciële schepen en het behoud van internationale handelsroutes. Ozdoba pleit voor maatregelen tegen wapenleveringen en militaire technologie die bij aanvallen kunnen worden ingezet. Hij verwijst ook naar de Europese maritieme operatie EUNAVFOR ASPIDES, die een rol speelt bij de bescherming van de scheepvaart. Voor de Europese economie is vrije doorgang van schepen door strategische zeeroutes van betekenis voor goederenvervoer, bevoorrading en internationale handel. De voorstellen maken deel uit van een debat over de Europese betrokkenheid bij veiligheid buiten het eigen grondgebied. Concrete militaire en diplomatieke beslissingen vereisen afzonderlijke besluitvorming.
Europa en het Verenigd Koninkrijk zoeken nieuwe samenwerking na Brexit
Jadwiga Wiśniewska, eveneens lid van de ECR-fractie, pleitte op dinsdag 20 oktober voor een verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk. Aanleiding is de voorbereiding van een EU-VK-top op 20 november 2026. Volgens Wiśniewska mogen de politieke en juridische gevolgen van Brexit samenwerking op terreinen met gedeelde belangen niet verhinderen. Zij noemt veiligheid en defensie als prioriteiten en wil nauwere samenwerking op het gebied van militaire industrie en bescherming tegen hybride dreigingen. Ook handel, landbouw, voedselveiligheid en contacten tussen burgers komen aan bod. Voor jongeren noemt zij de toegang tot onderwijsuitwisselingen en Erasmus+ als aandachtspunt. De terugkeer van het Verenigd Koninkrijk in Erasmus+ wordt in de politieke communicatie verwelkomd, maar concrete deelnemingsvoorwaarden en praktische regelingen moeten correct worden onderscheiden van de politieke aankondigingen. De top moet ruimte bieden om de samenwerking op verschillende terreinen verder uit te werken.
Europese steden willen meer zeggenschap over subsidies en dienstverlening
Het Italiaanse Europarlementslid Denis Nesci richtte de aandacht op het Europese cohesiebeleid en de agenda voor steden. Volgens hem hebben lokale besturen toegang nodig tot middelen waarmee zij openbaar vervoer, veiligheid, economische ontwikkeling en publieke dienstverlening kunnen ondersteunen. Hij verdedigt het principe dat jongeren en gezinnen de mogelijkheid moeten behouden om in hun eigen regio te wonen en te werken, zonder door een gebrek aan kansen te moeten vertrekken. Bij het parlementaire verslag over steden werd gepleit voor een centraal toegangspunt waar lokale overheden informatie en ondersteuning kunnen krijgen over Europese programma’s. Eenvoudigere procedures zouden vooral kleinere en middelgrote steden moeten helpen. De discussie raakt aan de verdeling van Europese fondsen en de vraag hoeveel administratieve capaciteit lokale besturen nodig hebben om gebruik te maken van Europese financiering. Nesci wil dat steden in de volgende Europese meerjarenbegroting voldoende aandacht krijgen en dat lokale overheden bij de besluitvorming worden betrokken.
Assita Kanko en andere ECR-leden vragen harder optreden tegen geweld bij betogingen
De maatschappelijke onrust in Frankrijk, Italië en België leidde tijdens de plenaire week eveneens tot een debat over openbare orde en geweld tegen politiediensten. Het Belgische Europarlementslid Assita Kanko, binnen de ECR-fractie actief op het terrein van burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, pleitte voor politieke steun aan politieagenten en andere hulpverleners. Zij verwees naar incidenten in onder andere Parijs, Limoges, Brussel en Milaan. Volgens Kanko moet een onderscheid worden gemaakt tussen het recht om vreedzaam te demonstreren en het gebruik van geweld tegen personen of eigendommen. Ook Nicolas Bay en Carlo Fidanza namen het woord. Zij legden een verband tussen het geweld en bredere politieke vraagstukken over migratie, sociale orde en de verantwoordelijkheid van politieke bewegingen. Die verklaringen zijn partijpolitieke interpretaties van de gebeurtenissen en mogen niet worden beschouwd als onafhankelijke vaststellingen over de achtergrond van alle betrokkenen. Het recht op vreedzaam protest en de bescherming van politieagenten tegen geweld zijn afzonderlijke uitgangspunten die in een democratische rechtsstaat naast elkaar bestaan.
Patryk Jaki en Nicola Procaccini willen andere Europese koers inzake migratie en economie
Tijdens het debat over de Europese Raad van 15 en 16 oktober formuleerden ECR-politici Patryk Jaki en Nicola Procaccini kritiek op het gevoerde Europese beleid. Jaki stelde dat volgens hem onvoldoende aandacht is besteed aan openbare orde, culturele identiteit en de maatschappelijke gevolgen van migratie. Hij verbond zijn argumentatie aan gewelddadige incidenten in Frankrijk en pleitte voor een grotere nadruk op handhaving van de wet. Procaccini richtte zich op economische concurrentiekracht, industriële productie en de gevolgen van klimaat- en migratiebeleid. Volgens hem hebben Europese beleidskeuzes bedrijven ertoe aangezet productie naar het buitenland te verplaatsen, waarna Europa dezelfde producten moet invoeren. Hij bepleit een herziening van onderdelen van het emissiehandelssysteem en wil dat de volgende Europese begroting voldoende middelen behoudt voor landbouw en regio’s. Zijn politieke conclusie is dat lidstaten meer beslissingsruimte moeten krijgen en dat Europese regelgeving minder administratieve verplichtingen moet opleggen. Andere fracties leggen bij deze onderwerpen andere accenten, onder andere op de bescherming van fundamentele rechten, de economische kosten van klimaatverandering en het belang van gemeenschappelijke Europese regels.
De volgende Europese begroting vormt de financiële inzet achter veel voorstellen
Een groot deel van de discussies uit Straatsburg komt samen bij de voorbereiding van de Europese meerjarenbegroting voor 2028 tot en met 2034. Erasmus+ vraagt extra middelen voor onderwijs en jongeren. Hogesnelheidstreinen vereisen investeringen in grensoverschrijdende infrastructuur. De Europese industrie wil financiering voor de bevoorrading met kritieke grondstoffen. De veiligheid in de Zwarte Zee vraagt volgens verschillende Europarlementsleden om middelen voor defensiegerelateerde infrastructuur en bescherming tegen drones. Steden willen toegang behouden tot cohesiefondsen, terwijl landbouw en regionale ontwikkeling eveneens aanspraak maken op Europese financiering. De afzonderlijke voorstellen zijn niet allemaal aangenomen wetgeving. Sommige bestaan uit parlementaire onderhandelingsposities, andere uit verslagen, beleidswensen of verklaringen van fracties. Dat onderscheid bepaalt hoeveel zekerheid burgers, ondernemingen en lokale besturen aan een aankondiging kunnen ontlenen. Pas na de daarvoor vereiste onderhandelingen en besluiten staat vast welke voorstellen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Van de student tot de treinreiziger: Europese beslissingen krijgen gevolgen buiten Straatsburg
Voor burgers kunnen de besproken dossiers zeer concrete gevolgen hebben. Een student die twijfelt of hij een buitenlands verblijf kan betalen, heeft belang bij de financiële voorwaarden van Erasmus+. Een gezin dat een vakantie boekt, verwacht bescherming tegen frauduleuze accommodaties en valse betaalverzoeken. Een passagier met een geannuleerde vlucht wil weten hoe hij zijn geld terugkrijgt. Een reiziger die meerdere treinen moet nemen, heeft baat bij betrouwbare internationale aansluitingen. Ondernemingen die afhankelijk zijn van ingevoerde grondstoffen kijken naar de toekomstige Europese bevoorradingsstrategie. En slachtoffers van internationale misdrijven hebben belang bij een internationaal rechtsstelsel dat zijn werkzaamheden kan voortzetten. De Europese discussie gaat daarom niet uitsluitend over bedragen en regelgeving, maar over de uitvoering van bevoegdheden en de gevolgen van politieke keuzes voor mensen, organisaties en ondernemingen.
Met een voorgesteld Erasmusbudget van ongeveer 47,4 miljard euro, plannen voor een spoorwegnet dat naar schatting 345 miljard euro kan kosten en formeel Europees toezicht op een van de grootste boekingsplatformen ter wereld, staan er concrete dossiers op tafel. De komende onderhandelingen moeten bepalen welke voorstellen werkelijkheid worden en welke bepalingen nog veranderen. indegazette.be volgt de Europese besluitvorming en de standpunten van Europarlementsleden verder op.
Bronnen
Hilde Vautmans, politieke mededelingen van 20, 21 en 22 oktober 2026 over Erasmus+, Booking.com, passagiersrechten, Europese spoorwegen en het Internationaal Strafhof.
ECR-fractie, politieke mededelingen van 19 tot en met 22 oktober 2026, met bijdragen van Assita Kanko, Nicolas Bay, Carlo Fidanza, Patryk Jaki, Nicola Procaccini, Denis Nesci, Jadwiga Wiśniewska, Mariateresa Vivaldini, Cristian Terheș, Piotr Müller, Pietro Fiocchi en Jacek Ozdoba.
Europese Commissie, Formeel onderzoek naar Booking.com, 21 oktober 2026.
Onderzoeksdienst Europees Parlement, Erasmus+ 2028–2034: analyse van het voorstel en de parlementaire positie.
Onderzoeksdienst Europees Parlement, Plenaire zitting oktober 2026: wetgevende agenda en begrotingsdossiers.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Steun de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be
Onafhankelijke verslaggeving over het Europees Parlement vraagt tijd en opvolging. Europese dossiers worden vaak verspreid over tientallen documenten, stemmingen, commissievergaderingen en verklaringen. Om daaruit een toegankelijk beeld te krijgen, moeten politieke standpunten en definitieve beslissingen zorgvuldig van elkaar worden onderscheiden.
Wie dit journalistieke werk wil ondersteunen, kan een vrijwillige bijdrage leveren via Ko-fi of Buy Me a Coffee.
Iedere bijdrage helpt indegazette.be de Europese politiek onafhankelijk te blijven volgen.
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


