Ahmadi-moslims in Pakistan systematisch gedehumaniseerd: van haatprediking tot grafschending en moord

5 augustus 2025

Religieuze apartheid groeit uit tot regelrechte vervolging

In het hart van Pakistan voltrekt zich een humanitaire tragedie die zelden breed in beeld komt. Ahmadi-moslims, een religieuze minderheid met diepe wortels in het land, worden niet enkel gemarginaliseerd door de wet, maar worden vandaag steeds vaker het slachtoffer van openlijk geweld, haatcampagnes en terreur – met dodelijke gevolgen. De voorbije maanden tonen op verontrustende wijze aan hoe religieuze haat is geïnstitutionaliseerd, hoe extremisme de publieke ruimte overheerst, en hoe het recht op geloof er systematisch vertrappeld wordt.

Grafstenen vernield met voorbedachte rade

Op 9 mei 2025 werden in het dorp Rhoda, in de provincie Punjab, minstens 90 graven van Ahmadi-moslims doelbewust vernield. Niet enkel symbolen, maar ook namen werden uitgehakt. De grafstenen – vaak de laatste tastbare herinnering voor nabestaanden – werden kapotgeslagen met bruut geweld. Deze daad was niet willekeurig. Enkele weken eerder had een invloedrijke religieuze leider, verbonden aan de extremistische Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP), opgeroepen om deze graven te vernietigen tijdens een publiek toegankelijke haatbijeenkomst. Zijn woorden: “Ze verdienen geen plek onder onze grond.” Wat volgde, was geen incident, maar georganiseerde religieuze terreur, uitgevoerd met medeweten van omwonenden en in het volle daglicht.

Gevangen wegens bidden, gestorven in hechtenis

Tahir Mahmood, een Ahmadi-moslim uit Karachi, werd op vrijdag 10 mei gearresteerd nadat hij het gebed had bijgewoond in een Ahmadiyya-moskee. Zonder aanklacht, zonder eerlijk proces. Binnen enkele dagen werd zijn dood gemeld: overleden in gevangenschap. Geen medische bijstand, geen transparantie. Zijn enige ‘misdaad’: zich identificeren met een geloof dat de Pakistaanse grondwet als ‘niet-islamitisch’ bestempelt. In geen enkel rechtssysteem hoort een mens te sterven voor een gebed.

Moord op arts luidt dieptepunt in haatcampagne in

Op 22 mei 2025 werd Dr. Sheikh Mahmood, een gerespecteerde arts en vader van drie, koelbloedig vermoord in zijn kliniek in Sargodha. Zijn naam was eerder vermeld op flyers die werden verspreid tijdens TLP-bijeenkomsten waarin opgeroepen werd tot “eliminatie van Ahmadi-varkens”. De daders wisten waar hij werkte, wachtten hun moment af, en sloegen toe. Tijdens een betoging kort na de moord verklaarde een TLP-leider cynisch dat de districtcommissaris blij mocht zijn “dat er één varken minder was in zijn stad.” Het applaus dat volgde, was ijzingwekkend.

Vrijdaggebeden als aanleiding tot arrestaties

Op 24 mei 2025 werd in Shalimar Town, Lahore, een groep Ahmadi-moslims gearresteerd terwijl ze net de moskee verlieten. De politie was zichtbaar aanwezig, maar niet om bescherming te bieden. De aanwezigen werden geboeid afgevoerd. Op de sociale media circuleerden videobeelden waarop politieagenten zelfs jongeren van amper zestien meenamen. Deze acties waren geen reactie op onrust of protest: hun enige daad was bidden in hun eigen gebedsruimte.

Graven besmeurd, lichamen verbrand

In de stad Sahiwal werd op 26 mei op een begraafplaats een boodschap aangebracht in witte verf: “Hier liggen drie Qadiani’s. Moslims mogen hier niet bidden.” Alsof zelfs de doden een bedreiging zouden vormen. Nog schrijnender was de aanval in Shakargarh op 28 mei, waar de koelruimte waarin het lichaam van een overleden Ahmadi-vrouw lag, in brand werd gestoken. Dorpsbewoners, aangevoerd door Mufti Ajmal, overgoten het gebouw met benzine en staken het aan, scanderend dat de plaats ‘gezuiverd’ moest worden. Haar lichaam werd volledig verwoest.

Eid: een feestdag vol vernedering

Tijdens het Offerfeest op 7 juni 2025 werden Ahmadi-moslims in Karachi verboden om deel te nemen aan de rituele dierenoffers of openbare gebeden. De overheid had vooraf via brieven en verklaringen bevolen dat zij moesten afzien van religieuze activiteiten. Velen werden verplicht een verklaring te ondertekenen waarin stond dat ze geen moslims zijn en dus geen recht hebben op deelname aan Eid. Waar het feest bij miljoenen aanleiding was tot familiebezoek en gebed, was het voor Ahmadi’s een dag van angst, vernedering en isolement.

Taal als wapen: het haatpamflet als dodelijke strategie

De vervolging van Ahmadi’s wordt niet enkel fysiek gevoerd, maar ook via georganiseerde propaganda. Op tientallen plaatsen in Pakistan circuleren haatpamfletten waarin individuen met naam en toenaam worden aangeduid als ‘vijanden van de islam’. Op sommige documenten staan ook adressen en werkplekken vermeld. Wat volgt zijn doodsbedreigingen, sociale boycot en, in steeds meer gevallen, moord. De staat grijpt zelden in. Strafrechtelijke vervolging blijft uit.

Gestructureerd stilzwijgen

Wat deze incidenten extra schrijnend maakt, is het structurele stilzwijgen van de overheid. Noch lokale overheden, noch het nationale parlement hebben zich uitgesproken over de recente gebeurtenissen. De daders worden zelden geïdentificeerd, laat staan vervolgd. Het signaal is duidelijk: haat tegen Ahmadi’s wordt gedoogd. Zolang zij bestaan, worden zij behandeld als tweederangsburgers – en in sommige delen van het land, als geen burgers meer.

Een roep om internationale tussenkomst

Internationale organisaties waarschuwen al jaren voor wat zij benoemen als “religieus gemotiveerde apartheid”. De schendingen van fundamentele mensenrechten stapelen zich op, terwijl het geweld een steeds georganiseerd karakter krijgt. Mensenrechtenexperts spreken intussen over een “langzame genocide”: niet per decreet, maar via marginalisering, stigmatisering en systematische aanvallen die onder het oog van de staat plaatsvinden.

Bronnen:
Internationale Human Rights Committee (IHRC), X.com @faith_defence, X.com @IHumanRightsC, publieke rapporten mei-juni 2025

Andy Vermaut +32499357495