Conferentie in Brussel zet veiligheid van Joodse gemeenschappen centraal

15 april 2026

Op woensdag 15 april 2026 en donderdag 16 april 2026 vindt in Brussel, België, de jaarlijkse conferentie van de European Jewish Association plaats. De bijeenkomst draagt de titel Global Intifada: Jewish Communities on the Frontlines en richt zich op de positie van Joodse gemeenschappen in een periode van grote druk en veiligheidszorgen. Alexander Benjamin, vicevoorzitter van de European Jewish Association, leidt het programma als moderator.

Programma op woensdag

De eerste conferentiedag start op woensdag 15 april 2026, om 12.00 uur, in Brussel, met een welkomstreceptie en buffet. Om 13.00 uur volgen de openingswoorden en de keynote. Die worden verzorgd door EJA-voorzitter Menachem Margolin, voorzitter van het Europees Parlement Roberta Metsola en Europees commissaris Olivér Várhelyi.

Alex Benjamin, vicevoorzitter van de European Jewish Association, opende de jaarlijkse conferentie van 2026 met een verwijzing naar de gewijzigde actualiteit waarin Joodse gemeenschappen zich vandaag bevinden. Hij zei dat de organisatie de conferentie aanvankelijk de titel Jewish Communities in the Eye of the Storm had willen geven, omdat er na de oorlog in Gaza even sprake leek van een korte adempauze. Volgens hem veranderde dat volledig door het uitbreken van de oorlog met Iran, die opnieuw leidde tot een sterke toename van anti-zionisme en antisemitisme, onder meer via aanvallen op synagogen, waaronder ook synagogen die binnen de European Jewish Association vertegenwoordigd zijn. Daarom werd beslist om de conferentie om te dopen tot Global Intifada: Jewish Communities on the Frontline. Benjamin stelde dat de bijeenkomst bedoeld is om zowel Joodse leiders als politieke en institutionele gasten samen te brengen rond de vragen die vandaag voor de Joodse gemeenschappen in Europa van rechtstreeks belang zijn.

Rabbi Menachem Margolin, voorzitter van de European Jewish Association, waarschuwde in zijn openingstoespraak dat politieke machtswissels in Europa niet mogen leiden tot onzekerheid over de plaats en bescherming van Joodse gemeenschappen. Hij verwees daarbij naar de onrust die leeft over wat een nieuwe regering in Hongarije mogelijk zal betekenen voor de Joodse bevolking daar. Volgens hem gaat het daarbij om fundamentele vragen, zoals de houding tegenover koosjere slacht en besnijdenis, de steun aan Israël, de financiering van Joodse scholen en de veiligheid van Joodse gemeenschappen, en de vraag of de strijd tegen antisemitisme wel een prioriteit zal blijven.

Margolin stelde dat die onzekerheid niet beperkt blijft tot één land. Volgens hem kan elke Joodse gemeenschap in Europa, in om het even welk land, geconfronteerd worden met dezelfde twijfel zodra een regering verandert en politieke prioriteiten verschuiven. Hij zei ook dat hij te vaak conferenties heeft geopend met dezelfde vaststelling, namelijk dat antisemitisme stijgt, dat Joden zich onveilig voelen en dat er meer moet gebeuren. Dat hij die woorden telkens opnieuw moet herhalen, noemde hij ronduit frustrerend.

Volgens Margolin worden elk jaar nieuwe records gevestigd op het vlak van antisemitisme, neemt het aantal aanvallen toe en groeit de nood aan beveiliging, terwijl het dagelijkse Joodse leven in Europa almaar kwetsbaarder wordt. Tegelijk, zo stelde hij, volgen van overheidswege vaak opnieuw dezelfde reacties, met strategieën, werkgroepen en onderzoeken die het probleem wel benoemen, maar onvoldoende veranderen aan de realiteit op het terrein.

Hij erkende dat er wel degelijk mensen in machtsposities zijn die oprecht Joods leven in Europa willen beschermen en versterken. Toch stelde hij de vraag wat er met zulke inzet gebeurt wanneer regeringen wisselen, wanneer politieke meerderheden verschuiven en wanneer eerdere beleidslijnen verdwijnen. Net daarin ziet hij een van de grootste problemen voor Joodse gemeenschappen in Europa.

Om die reden pleitte Margolin voor een ingrijpende koerswijziging. Hij kondigde aan dat tijdens de conferentie een voorstel centraal zal staan voor een speciale beschermde minderheidsstatus voor de Joodse gemeenschappen in Europa. Volgens hem moet zo’n statuut leiden tot een nieuwe werkelijkheid waarin de toekomst van Joodse gemeenschappen niet langer afhangt van de regering van het moment, de houding van een politieke partij of wisselende maatschappelijke druk. Hij zei dat het moet gaan om een situatie waarin Joods leven in Europa juridisch, beleidsmatig en praktisch verankerd en beschermd wordt, zodat ook toekomstige generaties daar rechtstreeks baat bij hebben.

Margolin riep de aanwezigen op om niet passief te blijven en samen verantwoordelijkheid op te nemen voor de toekomst van Joods leven in Europa. Volgens hem is het moment gekomen om de handen uit de mouwen te steken en te werken aan een toekomst die niet onderhandelbaar is en in handen ligt van de gemeenschappen zelf.

Roberta Metsola, voorzitter van het Europees Parlement, heeft in haar toespraak het belang van Joods leven in Europa krachtig onderstreept. Zij zei dat zij trots is op het werk dat de voorbije jaren samen is verricht voor Joodse gemeenschappen in heel Europa, onder meer via de dialoog in het kader van artikel 17, toen zij nog vicevoorzitter van het Europees Parlement was. Volgens Roberta Metsola heeft de stem van Joodse gemeenschappen altijd een plaats gehad in het Europees Parlement.

Roberta Metsola stelde dat Joods leven in Europa thuishoort, altijd heeft thuisgehoord en dat ook altijd zal doen. Volgens haar zijn de geschiedenis van Europa en die van het Joodse volk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Die gezamenlijke geschiedenis is volgens haar tegelijk pijnlijk en diepgaand, gevormd door wat verloren ging, maar ook door wat opnieuw werd opgebouwd via cultuur, ideeën, gemeenschappen en een gedeelde vastberadenheid om te overleven en vooruit te gaan.

In haar toespraak verwees Roberta Metsola ook naar de veerkracht die volgens haar uit de Joodse geschiedenis spreekt. Zij zei dat daar lessen in zitten voor iedereen, onder meer over herinnering, weerbaarheid en het vasthouden aan hoop, zelfs wanneer die hoop bijna onbereikbaar lijkt. Zij koppelde dat aan ontmoetingen met overlevenden van Farza en Re’im, aan families die samen Chanoeka vierden na Bondi, en aan haar ervaringen in Yad Vashem, waar volgens haar het volle gewicht van het verlies voelbaar is, maar ook het voortbestaan van wat niet vernietigd werd.

Roberta Metsola herinnerde eraan dat zij minder dan een week na 7 oktober in Israël was. Tijdens dat bezoek woonde zij op vrijdagavond de eerste sjabbatmaaltijd bij van vrienden en hun families sinds de slachting. Wat haar toen het meest bijbleef, zei zij, was de combinatie van verdriet en woede met optimisme, en de rotsvaste overtuiging dat ondanks de duisternis uiteindelijk het licht zou overwinnen. Volgens haar is dat de kern van het Joodse verhaal, een verhaal van hoop dat niet alleen voor Joden betekenis heeft, maar voor iedereen.

De voorzitter van het Europees Parlement noemde die reis wellicht de moeilijkste die zij als voorzitter heeft gemaakt, maar tegelijk ook een van de belangrijkste. Vijf dagen na de slachting, zei zij, voelde zij van dichtbij iets van wat Joodse gemeenschappen doormaakten toen posters van gijzelaars werden afgerukt, toen meisjes die gruwelijkheden van terroristen hadden overleefd niet werden geloofd en zelfs werden zwartgemaakt, en toen samenzweringstheorieën de plaats innamen van logica en redelijkheid. Volgens Roberta Metsola keerden ook oude antisemitische vooroordelen, waarvan men dacht dat ze overwonnen waren, terug in het denken van een nieuwe generatie.

Zij stelde dat Europa daardoor nog harder moet werken om duidelijk te maken dat het de Joodse gemeenschap nodig heeft, niet alleen als deel van het verleden, maar ook als deel van de toekomst. Tegelijk riep zij op tot eerlijkheid over wat vandaag zichtbaar is in Europa. Zij verwees naar aangevallen synagogen, geviseerde scholen, in brand gestoken ambulances en Joodse families die bang zijn om over straat te gaan. Volgens Roberta Metsola is elk van die feiten een aantasting van alles waar Europa voor staat, en samen vormen ze een waarschuwing die niet genegeerd mag worden.

Roberta Metsola maakte duidelijk dat er volgens haar geen plaats is voor antisemitisme in Europa, niet op straat, niet online en ook niet wanneer het onder een andere naam wordt verpakt. Zij noemde antisemitisme een vergif dat niet kan worden geduld en dat met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Europa moet volgens haar een plaats zijn waar Joden openlijk, veilig en zonder angst kunnen leven, waar het dragen van een keppel geen risico vormt, waar kinderen zonder gewapende bewaking naar school kunnen gaan en waar families hun tradities in alle rust kunnen beleven.

Tot besluit verwees Roberta Metsola naar een uitspraak van Rabbi Israel Meir Lau, voorzitter van de Yad Vashem Council en zelf Holocaustoverlevende, die volgens haar ooit zei dat zonder optimisme overleven niet mogelijk was geweest. Die overtuiging in een betere toekomst, zo stelde zij, heeft generaties gedragen en blijft ook vandaag noodzakelijk. Volgens Roberta Metsola hebben mensen zelfs in de donkerste tijden de keuze, en ook de plicht, om recht te staan, te beschermen en de hoop levend te houden.

Europees Commissaris Olivér Várhelyi sprak zijn waardering uit voor rabbijn Menachem Margolin en het volledige team van de European Jewish Association voor hun inzet in bijzonder moeilijke tijden. Volgens hem is het telkens een voorrecht om vertegenwoordigers van Joodse gemeenschappen uit heel Europa te ontmoeten, omdat hun leiderschap, veerkracht en blijvende inzet voor het Joodse leven in Europa bijzondere erkenning verdienen.

Hij benadrukte dat deze bijeenkomst plaatsvond op een ernstig moment voor Europa en voor de Joodse gemeenschappen op het continent. Daarbij verwees hij naar het toenemende aantal antisemitische incidenten, naar intimidatie en geweld, en naar de verspreiding van haat in verschillende delen van het openbare leven. Volgens Várhelyi is dat zichtbaar op straat, op universiteitscampussen, online en steeds vaker ook in het bredere maatschappelijke debat.

Daarnaast waarschuwde hij voor pogingen om historische waarheden te verdraaien. Hij stelde dat vervorming en relativering van de Holocaust opnieuw ingang vinden in het publieke debat, terwijl complottheorieën zich steeds breder verspreiden. In sommige gevallen wordt terrorisme volgens hem niet alleen vergoelijkt, maar zelfs openlijk verheerlijkt. Hij noemde dat geen losstaande feiten, maar signalen van een diepere evolutie, namelijk de toenemende normalisering van antisemitisme en onverdraagzaamheid.

Várhelyi stelde uitdrukkelijk dat antisemitisme geen plaats heeft in Europa, net zoals haat, geweld en de verheerlijking van terreur nergens thuishoren, niet in de openbare ruimte, niet in instellingen, niet op scholen of universiteiten en evenmin online. Europa moet volgens hem met duidelijkheid, samenhang en vastberadenheid reageren op deze dreiging.

De Europees Commissaris verzekerde de aanwezige Joodse gemeenschappen dat zij op hem en op de Europese Commissie kunnen blijven rekenen. Hij onderstreepte dat de Commissie fundamentele rechten zal blijven verdedigen, het Joodse leven zal blijven beschermen en bevorderen, en antisemitisme zal blijven bestrijden. Volgens hem is dat niet alleen van belang voor Joodse gemeenschappen, maar vormt het ook een fundamentele test voor de democratische samenlevingen in Europa.

Hij maakte daarbij duidelijk dat Europa zichzelf tekortdoet als het zijn Joodse minderheid niet beschermt. Als Joodse mensen zich in Europa niet veilig voelen, dan faalt Europa volgens hem in wat het zegt te zijn. Várhelyi wees er ook op dat het Joodse leven al eeuwenlang een wezenlijk deel uitmaakt van Europa en dat Joodse gemeenschappen op het continent in veiligheid, waardigheid en vrijheid moeten kunnen leven, met respect voor hun identiteit, religieuze leven en tradities.

Thema van de bijeenkomst

Met de titel Global Intifada: Jewish Communities on the Frontlines kiest de organisatie voor een conferentie rond de positie van Joodse gemeenschappen in Europa en daarbuiten. Dat thema staat centraal tijdens de bijeenkomst van 15 en 16 april 2026 in Brussel.

Twee dagen, één stad en een onderwerp dat in heel Europa zwaar doorweegt. Dat in Brussel meteen drie prominente sprekers het openingsmoment voor hun rekening nemen, maakt deze conferentie extra relevant. Op indegazette.be volgt later hoe die eerste dag precies werd ingezet en welke accenten daar naar voren kwamen.

Bronnen:
European Jewish Association Annual Conference
European Jewish Association
EJA Annual Conference programma

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)