EDC Fan Belgium bezorgde dossier in juni 2025 aan federale kabinetten

19 juli 2026

Een archiefdossier van 84 pagina’s over de European Disability Card werd op donderdag 26 juni 2025 aan de kabinetten van federaal minister Rob Beenders en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Bernard Quintin bezorgd. EDC Fan Belgium wilde daarmee bereiken dat de kaart niet uitsluitend wordt bekeken als toegangsmiddel voor voordelen bij cultuur, sport en vrije tijd, maar ook als herkenningsmiddel wanneer iemand met een zichtbare of niet-zichtbare handicap in aanraking komt met politie, brandweer, ambulanciers, ziekenhuizen of andere hulpverleners. Van de overhandiging bestaan foto’s waarop de documenten tijdens het overleg op tafel liggen.

Overhandiging na maandenlange correspondentie

De overdracht van het dossier kwam er na contacten met verschillende federale beleidsmedewerkers. EDC Fan Belgium richtte zich op maandag 10 februari 2025 tot het kabinet van Bernard Quintin met de vraag om de kaart opnieuw onder de aandacht te brengen bij politie- en hulpdiensten. De organisatie wees erop dat personen met autisme, het syndroom van Gilles de la Tourette of een andere niet-zichtbare handicap tijdens een interventie verkeerd begrepen kunnen worden. Bepaald gedrag kan door een politieman, ambulancier of andere hulpverlener ten onrechte worden geïnterpreteerd als dronkenschap, agressie, onwil of een weigering om mee te werken. Een kaart die aantoont dat iemand officieel als persoon met een handicap is erkend, kan de hulpverlener ertoe aanzetten de benadering aan te passen. De EDC vervangt daarbij geen identiteitskaart en bevat op dit ogenblik geen individuele medische diagnose.

Kabinet-Quintin stelde overleg voor

Op woensdag 21 mei 2025 antwoordde Jorn Bronselaer, adviseur op het kabinet van Bernard Quintin, dat de omzetting van de Europese richtlijn in Belgische wetgeving nodig zou zijn om vast te leggen hoe hulp- en interventiediensten praktisch met de EDC rekening kunnen houden. Het kabinet maakte tevens duidelijk dat de diensten onder de bevoegdheid van Binnenlandse Zaken constructief wilden meewerken aan een mogelijke toepassing binnen veiligheid en hulpverlening. Ook de noden van personen met een handicap bij noodplanning en crisisbeheer zouden worden onderzocht. Volgens het kabinet moest dit gebeuren onder leiding van de minister die bevoegd is voor personen met een handicap, waar nodig in overleg met Binnenlandse Zaken, andere federale departementen en de deelstaten. Het kabinet stelde een gesprek voor in de week van maandag 23 juni 2025. Drie dagen later, op donderdag 26 juni 2025, werd het gebundelde dossier aan de betrokken federale gesprekspartners overhandigd.

Een dossier dat meerdere jaren bestrijkt

De 84 pagina’s brengen correspondentie, parlementaire vragen, beleidsreacties en voorbeelden uit de praktijk samen. Het materiaal loopt van 2021 tot 2025 en maakt duidelijk dat de discussie over een ruimer gebruik van de European Disability Card al verschillende jaren wordt gevoerd. Daarbij gaat het niet uitsluitend over korting, begeleiding of aangepaste toegang bij vrijetijdsactiviteiten. De centrale vraag is of de kaart hulpverleners snel kan informeren dat zij te maken hebben met iemand die een erkende handicap heeft, ook wanneer die handicap niet aan de buitenkant zichtbaar is. Het dossier bevat contacten met federale en Vlaamse beleidsmedewerkers, provinciale overheden, parlementairen, politie, hulpverleningsinstanties en organisaties die zich met het handicapbeleid bezighouden.

Eerdere actie bij de Federale Politie

In maart 2021 kondigde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden aan dat de politiediensten over het bestaan en de betekenis van de kaart zouden worden geïnformeerd. De kaart kon volgens haar mensen helpen om aan te tonen dat zij een erkende handicap hebben, maar mocht niet worden beschouwd als vervanging van een identiteitsdocument. De Federale Politie werkte later aan aangepaste informatie voor het interne communicatienetwerk. In januari 2022 werd met EDC Fan Belgium overlegd over een actualisering van de Nederlandstalige en Franstalige uitleg. Ook communicatie via de publieke website en sociale media kwam ter sprake. De bedoeling was politiemensen beter voor te bereiden op situaties waarin gedrag samenhangt met een niet-zichtbare handicap.

Parlementaire vragen over politie en zorg

Het archief bevat ook parlementaire vragen van onder anderen Nahima Lanjri en Jasper Pillen. Zij vroegen aandacht voor het gebruik van de kaart tijdens politie-interventies, in ziekenhuizen, in zorginstellingen en bij contacten met ambulanciers. De vragen gingen eveneens over de opleiding van politiepersoneel en de beperkte bekendheid van de kaart bij professionele hulpverleners. Daarbij werd gewezen op mensen die begeleiding nodig hebben, maar bij wie die nood niet onmiddellijk zichtbaar is. Tijdens een ziekenhuisopname, een politiecontrole of een dringende tussenkomst kan een verkeerde beoordeling volgens de indieners leiden tot onnodige stress, misverstanden of een foutieve aanpak.

Ook provincies namen initiatieven

Op provinciaal niveau werden eveneens voorstellen gedaan. Vlaams-Brabants provinciegouverneur Jan Spooren schreef op maandag 4 maart 2024 dat de European Disability Card bij de veiligheidsdisciplines in zijn provincie nog weinig bekend was. Hij kondigde aan de kaart te bespreken in de provinciale veiligheidscel, tijdens overleg met zonecommandanten en korpschefs, bij opleidingen voor de brandweer en in contacten met medische urgentieteams en ambulanciers. Hij wilde het gebruik van de kaart daarnaast opnemen in een rampoefening van de federale noodplanningsdienst. Ook overleg met het Provinciaal Instituut voor Vorming en Opleiding in Vlaams-Brabant werd aangekondigd. Daarmee werd erkend dat kennis van de kaart niet alleen bij culturele of sportieve instellingen van belang kan zijn.

QR-code en pictogrammen als voorstel

EDC Fan Belgium vroeg in het dossier aandacht voor een aangepaste digitale toepassing, een QR-code en begrijpelijke pictogrammen. Het doel daarvan was niet om uitgebreide medische dossiers op een kaart te plaatsen. De organisatie wilde dat een politieagent, brandweerman, ambulancier of zorgverlener in een noodsituatie sneller rekening kon houden met individuele noden. De achterkant van de kaart zou volgens het voorstel informatie kunnen bevatten die een aangepaste interactie ondersteunt. Daarbij moet rekening worden gehouden met privacy, gegevensbescherming, toestemming van de kaarthouder en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie. Het dossier maakt daarom een onderscheid tussen een beleidsvoorstel en een toepassing die al wettelijk geregeld zou zijn.

VAPH verwees eerder naar ruimere toepassingen

De voorstellen sluiten aan bij een e-mail uit maart 2023 van Rudi Kennes, toen senior beleidsadviseur bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Daarin werd verwezen naar automatische verlenging, financiering tussen de betrokken overheden, automatische toekenning en een mogelijke uitbreiding naar publieke diensten en gezondheidszorg. Ook aangepaste vormen zoals een app en een QR-code werden genoemd. Die correspondentie toont dat verschillende technische en beleidsmatige opties al vóór de federale contacten van 2025 ter sprake kwamen. Het archief maakt tegelijk duidelijk dat dergelijke toepassingen een wettelijk en operationeel kader vereisen voordat politie, ambulanciers of andere diensten er formele gevolgen aan kunnen koppelen.

Bevoegdheden verdeeld over twee kabinetten

De verdeling van de federale bevoegdheden was voor dit dossier belangrijk. Rob Beenders was bevoegd voor personen met een handicap en Gelijke Kansen. Bernard Quintin beheerde Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Daardoor raakte het voorstel beide kabinetten: het ene vanuit het beleid voor personen met een handicap, het andere vanuit politie, hulpverlening, noodplanning en crisisbeheer. Jonathan Brüls, beleidsadviseur bij het kabinet-Beenders, was een van de betrokken gesprekspartners. De naam werd in een eerdere mededeling foutief als Jonathan Buls geschreven. Officiële federale informatie bevestigt de schrijfwijze Jonathan Brüls.

Geen automatische medische functie

De overhandiging betekent niet dat de European Disability Card op 26 juni 2025 plots een medische kaart of formele noodkaart werd. Het kabinet-Quintin wees er uitdrukkelijk op dat eerst moest worden bepaald hoe de Europese regels in Belgische wetgeving zouden worden verwerkt. Ook moest worden bekeken welke informatie hulpdiensten mogen raadplegen, wie verantwoordelijk is voor de gegevens en welke opleiding personeelsleden nodig hebben. Het dossier bevat dus voorstellen van EDC Fan Belgium, eerdere politieke verklaringen, voorbeelden uit het terrein en reacties van overheidsinstanties. Die elementen mogen niet worden verward met reeds goedgekeurde uitvoeringsregels.

Voorstellen waren tijdig bij beleidsmakers bekend

De overhandiging op donderdag 26 juni 2025 is journalistiek relevant omdat zij vastlegt dat de federale kabinetten het uitgebreide materiaal al in de eerste helft van 2025 ontvingen. De voorstellen rond politie, hulpdiensten, crisisbeheer, QR-codes, pictogrammen en niet-zichtbare handicaps lagen toen reeds ter bespreking voor. Dat betekent niet dat elk voorstel werd aanvaard of juridisch uitvoerbaar was. Het betekent wel dat de betrokken beleidsmakers kennis konden nemen van de argumenten, eerdere parlementaire vragen en voorbeelden uit provincies, politiediensten en hulpverlening.

Bronnen:
E-mail van Pieter Paul Moens aan de redactie, 19 juli 2026
Archiefdossier “samenvatting afgeven Rob Beenders”, 84 pagina’s
E-mail van Jorn Bronselaer, kabinet Bernard Quintin, 21 mei 2025, opgenomen in het archiefdossier
Officieel profiel van Rob Beenders op Belgium.be
FOD Sociale Zekerheid, informatie over Jonathan Brüls als beleidsadviseur bij het kabinet-Beenders

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)