Engelstraat is geen werf: wie neemt de verantwoordelijkheid vóór het misgaat? (opinie)

De discussie rond Engelstraat 70 in Ichtegem raakt aan iets dat veel breder is dan één gestutte gevel. Het gaat over een grens die in de praktijk vaak vervaagt: waar eindigt de verantwoordelijkheid van een private bouwheer of aannemer, en waar begint de plicht van het bestuur om de openbare ruimte veilig te houden?

De vraag die daarbij opduikt, is ongemakkelijk maar noodzakelijk: sinds wanneer is een aannemer verantwoordelijk voor de veiligheid in de straat?

Een aannemer is uiteraard verantwoordelijk voor zijn werf, voor zijn handelingen en voor de risico’s die hij veroorzaakt of laat voortbestaan. Wie bouwt, moet veiligheidsmaatregelen nemen, signalisatie voorzien en gevaar beperken. Dat is logisch. Maar “de straat” is geen werf. Het openbaar domein is van iedereen, en net daarom is de bevoegdheid om daar in te grijpen geen privébevoegdheid.

Kan die aannemer de Engelstraat afsluiten? In de regel niet. Een straat afsluiten, verkeer omleiden, nadars plaatsen op het openbaar domein of een doorgang officieel onbruikbaar verklaren, zijn maatregelen die onder bestuurlijke bevoegdheid vallen en waarvoor procedures, toelatingen en correcte signalisatie bestaan. Een aannemer kan vragen dat zo’n maatregel wordt genomen. Hij kan adviseren, aandringen, desnoods alarmsignalen geven. Maar hij kan niet op eigen houtje beslissen dat een openbare weg dicht gaat, zeker niet als daar andere weggebruikers, hulpdiensten en omwonenden mee te maken krijgen.

En dan komt de volgende vraag, die in dit dossier als een terugkerend refrein klinkt: sinds wanneer wordt dit volledig afgewenteld op de eigenaar?

Dat is het punt waar het debat schuurt. Als een eigenaar of bouwheer alles doet wat hij redelijkerwijs kan doen om een onveilige toestand aan te tonen, om passanten te waarschuwen, om de situatie te stutten en te documenteren, dan is het vreemd dat men toch blijft spreken alsof het probleem volledig privé is. Waarschuwingsbrieven en affiches zijn nuttig, maar ze vervangen geen afdwingbare maatregel op straatniveau. Een papier op een gevel is geen verkeersbesluit. Een stelling is geen garantie.

Bovendien wringt het moreel. Als de doorgang smal is, als er vrees is voor brokstukken, als er zelfs discussie is over instabiliteit, dan gaat het niet over aansprakelijkheid achteraf maar over preventie nu. Het bestuur heeft precies voor dat soort situaties een opdracht: de publieke ruimte veilig houden, ook wanneer twee partijen het oneens zijn over de oorzaak en de oplossing.

En dan is er de vraag die niemand graag hardop uitspreekt, maar die je niet kan wegduwen: wat als er een wagen passeert op het moment dat de gevel instort?

Kan je die verantwoordelijkheid dan afwentelen op de eigenaar? Juridisch kan er achteraf een verdeling van aansprakelijkheid komen, met experts, verzekeraars en rechtbanken. In de praktijk heeft het slachtoffer daar op het moment zelf niets aan. Het enige dat dan telt, is dat het risico niet tijdig is ingeperkt. Een samenleving die pas na een incident scherp stelt wie “schuld” heeft, faalt op het moment dat ze veiligheid had moeten organiseren.

Dat betekent niet dat een aannemer niets moet doen. Integendeel. Van een aannemer mag je verwachten dat hij de werf en alles wat daaruit voortvloeit maximaal beveiligt, snel communiceert, en geen tijd laat verloren gaan wanneer de toestand verslechtert. Maar het betekent wel dat het bestuur zich niet kan verstoppen achter de zin “het is voor de eigenaar”. Openbare veiligheid is geen doorschuifmap.

De echte vraag is dus niet wie het laatste woord krijgt in het schulddebat. De echte vraag is wie vandaag het eerste woord durft te nemen in het veiligheidsbeleid. Want zolang iedereen gelijk wil halen op papier, blijft de passant degene die elke dag moet inschatten of het veilig genoeg is om door te lopen. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Andy Vermaut +32499357495