Europese landen lenen om Oekraïense defensie te financieren

11 augustus 2025

Nieuwe NAVO-bank moet wapenleveringen op lange termijn veiligstellen

In Brussel is het besluit genomen: Europese landen gaan gezamenlijk geld lenen om de Oekraïense defensie-industrie te steunen en tegelijkertijd hun eigen voorraden aan te vullen. Het gebeurt via een nieuwe financiële instelling met een lange naam, de Bank for Defense, Security, and Resilience. Achter die naam gaat een stevig plan schuil dat tot doel heeft wapens, munitie en militaire infrastructuur te bekostigen zonder dat regeringen telkens opnieuw naar hun nationale parlement hoeven voor extra middelen.

Het idee kwam niet uit het niets. De oorlog sleept zich voort, en de druk om leveringen vol te houden neemt toe. In de praktijk liepen regeringen steeds vaker tegen de grenzen van hun begroting aan. Directe betalingen aan Oekraïne waren politiek gevoelig, vooral nu sommige economieën met lage groei kampen. Een bank die tegen gunstige voorwaarden leent en de kosten over jaren spreidt, maakt dat eenvoudiger.

Grote banken aan boord

De lijst van financiële partners leest als een internationale who’s who van de bankensector: JP Morgan Chase, Commerzbank en RBC Capital Markets zitten bij de oprichters. Meer dan veertig landen doen mee als aandeelhouder. Met dat brede fundament kan de bank leningen verstrekken die bedoeld zijn voor de aanschaf van alles, van luchtafweersystemen tot munitievoorraden en logistieke hubs.

Lidstaten mogen het geleende geld ook gebruiken voor gezamenlijke projecten met Oekraïne, zoals het bouwen van munitiefabrieken op Oekraïens grondgebied. Daarmee wordt het land niet alleen voorzien van wapens, maar krijgt het ook de capaciteit om zelf op grote schaal te produceren.

Vijf procent van het bbp voor defensie

De NAVO koppelt aan deze bank een ambitieus doel: alle lidstaten moeten toewerken naar vijf procent van hun bruto binnenlands product voor defensie. Dat is ruim boven de huidige norm van twee procent. Het verschil tussen die twee cijfers is enorm, en het betekent dat de defensiebegrotingen structureel zwaarder gaan wegen in het totaalplaatje van nationale uitgaven.

Voor veel regeringen wordt de DSRB het instrument om dat te halen zonder direct andere begrotingsposten te schrappen. Politiek gezien kan een lening verspreid over vijftien jaar minder weerstand oproepen dan een plotselinge miljardenuitgave uit de lopende begroting.

Signaal van lange adem

Dat Europa deze stap zet, is ook een boodschap naar buiten toe. Het laat zien dat de steun aan Oekraïne niet tijdelijk is en dat men bereid is om financiële middelen op lange termijn vast te leggen. Voor tegenstanders van de leningaanpak is dat juist het probleem: zij vrezen dat deze verplichtingen de ruimte voor binnenlandse investeringen zullen verkleinen, zeker in kleinere economieën.

Toch is er in de meeste hoofdsteden brede steun. De oorlog wordt gezien als een directe bedreiging voor de Europese veiligheid, en de kosten van onvoldoende voorbereiding worden als groter ingeschat dan de lasten van de leningen.

Een nieuwe fase in samenwerking

Met de oprichting van de DSRB verschuift de militaire steun aan Oekraïne van een losse keten van bilaterale afspraken naar een vaste, gezamenlijke structuur. Dat geeft Oekraïne zekerheid: leveringen hoeven niet telkens opnieuw onderhandeld te worden en zijn niet afhankelijk van de politieke wind van de dag.

De komende maanden zal duidelijk worden hoe snel de bank operationeel wordt en welke projecten als eerste gefinancierd worden. Dat het geld zal rollen, daar twijfelt inmiddels niemand meer aan.

Bronnen: Officiële verklaringen NAVO en deelnemende regeringen, internationale persverslagen
Andy Vermaut +32499357495