‘Free Lee Man-hee’ klinkt voor het Europees Parlement in Brussel

1 augustus 2026

Op zaterdag 1 augustus 2026 kwamen deelnemers samen op het Luxemburgplein in Brussel, vlak voor het Europees Parlement, om de vrijlating van Lee Man-hee te vragen. De centrale boodschap van de vreedzame bijeenkomst luidde “Free Lee Man-hee”. De aanwezigen vroegen aandacht voor het vermoeden van onschuld, het recht op een eerlijk proces, menselijke waardigheid, vrijheid van godsdienst of overtuiging en de behandeling van oudere en lichamelijk kwetsbare personen tijdens gerechtelijke procedures. Zij spraken zich niet uit over de uiteindelijke schuldvraag. Zij vroegen dat beschuldigingen door een onafhankelijke rechtbank worden onderzocht en dat voorlopige hechtenis niet als een vervroegde bestraffing wordt gebruikt.

Vreedzame en niet-partijpolitieke bijeenkomst

De bijeenkomst werd geopend als een vreedzame en niet-partijpolitieke actie onder het thema “A Call for Universal Human Rights, Due Process and Human Dignity”. Mensen met verschillende achtergronden, overtuigingen en nationaliteiten werden verwelkomd als verdedigers van rechten die voor ieder mens moeten gelden. De locatie voor het Europees Parlement was bewust gekozen. De deelnemers wilden Europese instellingen en voorbijgangers rechtstreeks bereiken met de vraag of rechtswaarborgen ook standhouden wanneer een verdachte maatschappelijk omstreden is. De bijeenkomst vroeg niemand om een bepaalde godsdienst te volgen, een leerstelling te aanvaarden of vanaf het Luxemburgplein over een strafzaak te beslissen. Het uitgangspunt was eenvoudiger: beschuldiging is geen veroordeling, verdenking is geen rechterlijk oordeel en opsluiting is geen bewijs van schuld.

Detentie van Lee Man-hee centraal

Lee Man-hee werd tijdens de bijeenkomst voorgesteld als de 95-jarige voorzitter van Heavenly Culture, World Peace, Restoration of Light, afgekort als HWPL, en als voorzitter van Shincheonji Church of Jesus. De detentie van Lee Man-hee heeft vragen opgeroepen over de bescherming van fundamentele rechten, het vermoeden van onschuld, vrijheid van godsdienst of overtuiging en een humane behandeling van oudere personen. Lee Man-hee wordt beschuldigd van overtredingen van de Zuid-Koreaanse wetgeving over politieke partijen en van het belemmeren van partijactiviteiten. Aanklagers stellen dat Lee Man-hee tienduizenden leden van Shincheonji Church of Jesus zou hebben aangestuurd om zich bij de People Power Party aan te sluiten. Lee Man-hee ontkent dat Lee Man-hee zich aan strafbare feiten schuldig heeft gemaakt. Een rechtbank beval de detentie wegens bezorgdheid dat bewijsmateriaal zou kunnen worden vernietigd. De beschuldigingen werden tijdens de actie ernstig genoemd, maar de deelnemers stelden dat zij door een onafhankelijke rechtbank en op basis van toetsbaar bewijs moeten worden beoordeeld.

Een zaak mag niet op het plein worden beslist

De centrale toespraak maakte duidelijk dat de deelnemers geen immuniteit voor Lee Man-hee vroegen. Ook een stopzetting van het onderzoek, het negeren van bewijsmateriaal of een uitspraak van Europese instellingen over de onschuld van Lee Man-hee behoorde niet tot de eisen. De deelnemers vroegen een procedure waarin aanklagers en verdediging hun argumenten kunnen voorleggen, waarin bewijzen door beide partijen kunnen worden onderzocht en waarin rechters zonder politieke, maatschappelijke of godsdienstige druk kunnen beslissen. De actie richtte zich daarom niet tegen het bestaan van het strafrechtelijke onderzoek. Zij richtte zich tegen het gevaar dat een beschuldiging in het publieke debat al als een vaststaand vonnis wordt behandeld.

Historische waarschuwingen over rechtsbescherming

Tijdens de toespraak werd verwezen naar historische voorbeelden die aantonen waarom procedurele waarborgen nodig zijn. Socrates werd in het oude Athene na een formele procedure ter dood veroordeeld. De verwijzing hield geen gelijkstelling tussen Socrates en Lee Man-hee in, maar diende als waarschuwing dat een wettelijk ogend proces toch tot onrecht kan leiden. Ook de Magna Carta kwam aan bod als een vroeg document waarin de macht van een vorst werd begrensd en waarin het beginsel groeide dat een persoon niet zonder wettige beoordeling mag worden opgesloten of van rechten beroofd. John Locke waarschuwde later tegen willekeurige machtsuitoefening. Charles Montesquieu wees op het belang van de scheiding tussen politieke en rechterlijke macht. Vrijheid komt in gevaar wanneer politieke gezagsdragers spreken alsof zij de uitkomst van een rechterlijke procedure al kennen.

De zaak van Alfred Dreyfus als waarschuwing

Ook de zaak van Alfred Dreyfus werd aangehaald. Alfred Dreyfus werd in Frankrijk publiek vernederd en veroordeeld in een klimaat waarin vooroordelen en gemanipuleerd bewijsmateriaal een grote rol speelden. Émile Zola verzette zich daartegen met “J’accuse”. De verwijzing betekende niet dat iedere verdachte met Alfred Dreyfus kan worden gelijkgesteld. Zij maakte duidelijk dat overheidsinstellingen, aanklagers, ministers, journalisten en burgers zich kunnen vergissen. Daarom mag rechtsbescherming niet afhankelijk zijn van publieke zekerheid of van de maatschappelijke positie van een verdachte. De rechtsstaat heeft juist regels nodig voor situaties waarin veel mensen al overtuigd zijn van schuld voordat een rechter het bewijs heeft onderzocht.

Voorlopige hechtenis mag geen straf worden

De actie richtte veel aandacht op de functie van voorlopige hechtenis. Opsluiting vóór een definitief vonnis mag alleen worden gebruikt wanneer zij noodzakelijk is om concrete risico’s voor de procedure te beperken. Voorlopige hechtenis mag niet veranderen in een straf die begint voordat de rechtbank schuld heeft vastgesteld. De deelnemers vroegen dat de redenen voor verdere detentie persoonlijk, actueel en controleerbaar blijven. Een algemene verwijzing naar de ernst van beschuldigingen is volgens de boodschap op het Luxemburgplein niet voldoende. Er moet worden nagegaan welk risico werkelijk bestaat, welke feiten dat risico ondersteunen en waarom minder ingrijpende voorwaarden niet zouden kunnen werken.

Internationale normen over detentie

Het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten werd aangehaald als juridisch uitgangspunt. Voorlopige hechtenis mag binnen dat kader niet de algemene regel zijn. Rechtbanken moeten nagaan of een verdachte onder voorwaarden in vrijheid kan blijven terwijl het proces wordt voorbereid. Ook het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties heeft gewezen op de noodzaak van een individuele beoordeling. Mogelijke risico’s kunnen betrekking hebben op vluchtgevaar, beïnvloeding van getuigen, vernietiging van bewijsmateriaal of het plegen van nieuwe strafbare feiten. Die risico’s moeten concreet worden aangetoond. De actievoerders vroegen daarnaast herhaalde rechterlijke toetsing, omdat omstandigheden, gezondheidsrisico’s en de noodzaak van opsluiting tijdens een procedure kunnen veranderen.

Leeftijd neemt strafrechtelijke verantwoordelijkheid niet weg

De hoge leeftijd van Lee Man-hee werd niet gebruikt als argument dat Lee Man-hee boven de wet zou staan. Leeftijd wist juridische verantwoordelijkheid niet uit. Een oudere persoon kan worden onderzocht, vervolgd en berecht wanneer daarvoor wettelijke gronden bestaan. Ziekte beëindigt een strafprocedure evenmin automatisch. Ook een religieuze functie verleent geen immuniteit. De deelnemers vroegen wel dat gelijkheid voor de wet niet wordt verward met het negeren van lichamelijke verschillen. Een gezonde jonge verdachte en een persoon van 95 jaar ervaren opsluiting niet op dezelfde manier. Een zeer oude persoon kan sneller afhankelijk zijn van medische hulp, ondersteuning bij het lopen, aangepaste verzorging en onmiddellijke toegang tot artsen.

Een wandelstok en een kwetsbaar lichaam

Lee Man-hee werd tijdens de toespraak beschreven als een man van 95 jaar die met een wandelstok voor de rechtbank verscheen en lichamelijk kwetsbaar overkwam. Dat beeld vormde een belangrijk onderdeel van de oproep. Het strafdossier moet door rechters worden onderzocht, maar achter het dossier bevindt zich ook een mens met een lichaam dat zorg nodig kan hebben. De deelnemers vroegen dat de rechtbank rekening houdt met de werkelijke gezondheidstoestand van Lee Man-hee en met de gevolgen van verdere opsluiting. Menselijke waardigheid wordt volgens de actie niet opgeheven door een aanklacht. Zij eindigt evenmin aan de poort van een gevangenis of op een bepaalde leeftijd.

Vraag naar onafhankelijke medische beoordeling

De Zuid-Koreaanse autoriteiten werden gevraagd een onafhankelijke medische beoordeling te garanderen. Die beoordeling moet vaststellen welke zorg Lee Man-hee nodig heeft, of die zorg binnen de detentieomgeving kan worden verstrekt en welke risico’s verdere opsluiting kan veroorzaken. De deelnemers verwezen naar de Nelson Mandela Rules van de Verenigde Naties. Deze regels bevatten minimumnormen voor de behandeling van personen die van hun vrijheid zijn beroofd. Personen in detentie behouden het recht op menselijke waardigheid en noodzakelijke gezondheidszorg. Medische hulp werd niet voorgesteld als een gunst of als een belemmering van het strafonderzoek. Het is een verantwoordelijkheid van de overheid zolang een persoon onder haar toezicht staat.

Mogelijke alternatieven voor opsluiting

Tijdens de toespraak werden verschillende maatregelen genoemd die een rechtbank kan onderzoeken. Huisarrest kan de bewegingsvrijheid beperken zonder dat Lee Man-hee in een gevangenis verblijft. Elektronisch toezicht kan controleren of locatievoorwaarden worden nageleefd. Een borgsom, meldingsplicht, reisverbod of de inlevering van reisdocumenten kan vluchtgevaar beperken. Contactverboden kunnen verhinderen dat mogelijke getuigen worden benaderd. Gerichte gerechtelijke bevelen kunnen documenten, digitale gegevens en ander bewijs beschermen. Zulke voorwaarden werden niet als toegeving voorgesteld. Zij behoren tot de middelen van een rechtsstaat die een procedure wil beschermen en tegelijk wil voorkomen dat een zwaardere vrijheidsbeperking wordt gebruikt dan noodzakelijk is.

Noodzaak moet individueel worden aangetoond

Wanneer de autoriteiten van oordeel zijn dat geen enkel alternatief voldoende bescherming biedt, moeten zij dat volgens de oproep met concrete en persoonlijke redenen aantonen. De leeftijd, fysieke toestand, woonplaats, familiale situatie en het gedrag van Lee Man-hee tijdens het onderzoek kunnen bij die beoordeling worden betrokken. De rechtbank moet ook nagaan of nieuwe voorwaarden risico’s kunnen beperken die bij een eerdere beslissing nog niet konden worden beheerst. Een eerdere beslissing tot detentie mag niet automatisch betekenen dat verdere detentie noodzakelijk blijft. Rechterlijke controle moet werkelijk onderzoeken of de omstandigheden nog dezelfde zijn.

Grondwet van Zuid-Korea als uitgangspunt

De oproep werd niet voorgesteld als een buitenlandse eis die tegen het Zuid-Koreaanse recht ingaat. De grondwet van de Republiek Korea beschermt vrijheid van godsdienst, het recht op een proces door bevoegde rechters en het vermoeden van onschuld. Een beschuldigde moet als onschuldig worden behandeld totdat een rechterlijke schuldigverklaring is uitgesproken. De Zuid-Koreaanse grondwet beschermt ook de onafhankelijkheid van rechters. Rechters moeten beslissen op basis van de grondwet, de wet en hun juridisch geweten. De deelnemers vroegen daarom dat Zuid-Korea de waarborgen toepast die het zelf aan burgers heeft toegezegd.

Europese beginselen op het Luxemburgplein

De plaats voor het Europees Parlement gaf de bijeenkomst ook een Europese juridische betekenis. Artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermt het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging. Artikel 1 bepaalt dat menselijke waardigheid onschendbaar is en moet worden geëerbiedigd en beschermd. De deelnemers stelden dat menselijke waardigheid niet alleen geldt voor populaire personen, voor mensen met vertrouwde overtuigingen of voor verdachten die weinig publieke kritiek krijgen. Het beginsel blijft gelden wanneer de overheid iemand beschuldigt, wanneer een groot deel van de publieke opinie een persoon afwijst en wanneer het verdedigen van rechtswaarborgen tot misverstanden kan leiden.

Politieke terughoudendheid gevraagd

Een afzonderlijk deel van de boodschap was gericht aan politieke ambtsdragers. Tijdens de toespraak werd verwezen naar publieke uitspraken van de Zuid-Koreaanse minister van Justitie waarin een strenge bestraffing als onvermijdelijk zou zijn voorgesteld. Ook een Bijbelse verwijzing naar valse profeten kwam ter sprake. De deelnemers stelden dat een minister geen gewone commentator is. De woorden van een minister dragen het gezag van de staat. Wanneer een politiek verantwoordelijke vóór een definitief vonnis spreekt over een onvermijdelijke straf, kan bij het publiek de indruk ontstaan dat de uitkomst al vaststaat.

Geen theologische beoordeling door de overheid

De godsdienstige verwijzing leidde tot de vraag of de overheid voldoende afstand houdt van theologische conflicten. Een staat mag strafbare feiten onderzoeken, organisaties controleren en wetten toepassen. Een staat hoort echter niet met religieuze teksten te bepalen welke geloofsovertuiging juist, fout, echt of vals is. Wanneer politieke gezagsdragers religieuze taal gebruiken om een verdachte te beoordelen, kan de grens tussen staatsmacht en godsdienstige afwijzing vervagen. De actievoerders beweerden niet dat een minister rechtstreeks bevelen aan rechters geeft. Zij vroegen wel dat iedere politieke verantwoordelijke taal vermijdt die als een voorafgaand vonnis of als een religieuze veroordeling kan worden begrepen.

Terughoudendheid beschermt ook rechters en aanklagers

Politieke terughoudendheid beschermt niet alleen Lee Man-hee. Zij beschermt ook de geloofwaardigheid van aanklagers, omdat een strafonderzoek niet de indruk mag wekken dat het door politieke verwachtingen wordt gestuurd. Zij beschermt rechters, omdat hun beslissingen aanvaard moeten worden als het resultaat van onafhankelijke juridische beoordeling. Zij beschermt ook het publieke vertrouwen in Zuid-Korea als democratische rechtsstaat. De deelnemers omschreven Europa en Zuid-Korea als democratische partners. De oproep werd daarom niet als vijandigheid tegenover Zuid-Korea voorgesteld, maar als een eerlijke vraag om rechtsstatelijke beginselen ook in een gevoelige zaak zichtbaar toe te passen.

Godsdienstvrijheid geldt ook bij afwijzing

De vraag waarom mensen zich uitspreken voor de rechten van Lee Man-hee kreeg tijdens de toespraak een duidelijk antwoord. Rechten bestaan niet alleen voor personen die brede instemming krijgen. Een eerlijk proces is niet voorbehouden aan verdachten die geliefd zijn. Vrijheid van godsdienst of overtuiging heeft weinig betekenis wanneer zij uitsluitend vertrouwde of algemeen aanvaarde geloofsgroepen beschermt. De actie vroeg niemand om Shincheonji Church of Jesus goed te keuren. Kritiek op Shincheonji Church of Jesus, onderzoek naar mogelijke strafbare feiten en getuigenissen van betrokkenen moeten mogelijk blijven. Dat verandert niets aan het recht van Lee Man-hee op een onafhankelijke procedure en humane behandeling.

Rechten mogen niet van populariteit afhangen

Menselijke waardigheid werd voorgesteld als een recht dat niet door populariteit wordt toegekend. Een rechtswaarborg die alleen werkt voor mensen met wie de meerderheid het eens is, biedt geen betrouwbare bescherming. Het werkelijke gewicht van het vermoeden van onschuld wordt zichtbaar wanneer een zaak omstreden is. Ook de pers draagt daarin verantwoordelijkheid. Journalisten moeten het verschil blijven tonen tussen iemand die wordt beschuldigd, iemand die wordt vervolgd en iemand die definitief is veroordeeld. De beschuldigingen moeten correct worden beschreven, maar ook de ontkenning van Lee Man-hee en het standpunt van de verdediging moeten feitelijk worden weergegeven.

Het schild van de rechtsstaat

De metafoor van een schild liep door de centrale toespraak. De rechtsstaat moet een schild bieden tegen willekeur, publieke vooroordelen en bestraffing vóór een rechterlijk oordeel. Dat schild is nodig omdat instellingen, ministers, journalisten, burgers en maatschappelijke groepen fouten kunnen maken. De aanwezigen herhaalden verschillende keren de naam Lee Man-hee, gevolgd door de woorden “We will not look away”. Zij wilden daarmee aangeven dat zij de detentie, de medische toestand en de verdere gerechtelijke behandeling van Lee Man-hee onder internationale aandacht willen houden.

Vijf concrete oproepen vanuit Brussel

Vanuit het Luxemburgplein werden vijf concrete oproepen geformuleerd. De eerste oproep richtte zich tot de bevoegde Zuid-Koreaanse rechtbanken met de vraag dringend opnieuw te onderzoeken of verdere detentie van Lee Man-hee strikt noodzakelijk is. De tweede oproep richtte zich tot de Zuid-Koreaanse autoriteiten en vroeg een onafhankelijke medische evaluatie, passende behandeling en detentieomstandigheden die rekening houden met de gezondheid en leeftijd van Lee Man-hee. De derde oproep richtte zich tot politieke ambtsdragers met de vraag geen straf aan te kondigen voordat een rechtbank definitief heeft geoordeeld en geen staatsgezag te gebruiken voor een theologische beoordeling. De vierde oproep richtte zich tot het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Europese Unie en andere democratische overheden met de vraag de zaak te volgen en zorgen over rechtsbescherming en medische zorg via diplomatieke kanalen te bespreken. De vijfde oproep richtte zich tot journalisten, academici, religieuze leiders en burgers met de vraag de beschuldigingen en de verdediging correct weer te geven en geen taal te gebruiken die schuld vooraf vastlegt.

Geen aanval op Zuid-Korea

De deelnemers stelden uitdrukkelijk dat de actie geen aanval op Zuid-Korea was. De bijeenkomst verdedigde beginselen die Zuid-Korea zelf in de grondwet heeft opgenomen. Zij was evenmin gericht tegen de rechtbank. De onafhankelijkheid en het morele gezag van rechters moeten juist worden beschermd tegen politieke druk, publieke woede en godsdienstige vijandigheid. De rechtbank moet bewijzen kunnen aanvaarden of verwerpen en uiteindelijk zelf over schuld en straf beslissen. De actie vroeg geen voorkeursbehandeling voor Lee Man-hee. Zij vroeg dat Lee Man-hee hetzelfde juridische schild krijgt dat iedere verdachte nodig heeft tegenover de macht van de staat.

Recht begrenst ook de staat

Tijdens de toespraak werd gesteld dat het strafrecht niet uitsluitend dient om strafbare feiten te vervolgen. Het recht moet ook bepalen hoe ver de overheid mag gaan. Regels over bewijs, medische zorg, voorlopige hechtenis en rechterlijke toetsing bestaan om te voorkomen dat het onderzoek zelf tot onrecht leidt. De aantasting van procedurele waarborgen begint vaak niet met één duidelijke beslissing. Zij kan beginnen met een uitzondering die praktisch lijkt, een politieke uitspraak die beslissend klinkt of een verdachte voor wie weinig mensen willen opkomen. Wanneer zulke uitzonderingen worden herhaald, kunnen zij een vaste werkwijze worden. De deelnemers wilden daartegen waarschuwen.

Bemiddeling en toezicht buiten de gevangenis

Een tweede spreker wees op de mogelijkheid om bemiddeling te gebruiken en een oudere verdachte onder strikte voorwaarden thuis te laten verblijven. Elektronisch toezicht werd genoemd als voorbeeld van een maatregel waarmee bewegingsvrijheid kan worden beperkt zonder opsluiting in een gevangenis. De spreker verwees ook naar onderwijs en naar het recht van burgers om leiders kritisch te beoordelen. De bijdrage sloot aan bij de centrale vraag of een gerechtelijke procedure kan worden beschermd met maatregelen die rekening houden met de leeftijd en lichamelijke toestand van Lee Man-hee.

Een kring voor oudere en kwetsbare personen

Na de toespraken werden de aanwezigen gevraagd een grotere kring te vormen. Mensen die aan de rand stonden, konden aansluiten. De kring was niet uitsluitend bedoeld voor Lee Man-hee. Zij stond symbool voor alle oudere en kwetsbare personen van wie de waardigheid tijdens gerechtelijke procedures bescherming nodig heeft. De deelnemers kregen te horen dat rechtvaardigheid gepaard moet gaan met medemenselijkheid en dat mensenrechten zonder uitzondering voor ieder mens gelden. De leeftijd van Lee Man-hee gaf het daaropvolgende stiltemoment een duidelijke duur.

Vijfennegentig seconden stilte

De aanwezigen namen 95 seconden stilte in acht. Het getal verwees naar de leeftijd van Lee Man-hee. Tijdens het stiltemoment bleven de deelnemers samen in de kring staan voor het Europees Parlement. De stilte werd opgedragen aan Lee Man-hee en aan andere oudere of lichamelijk kwetsbare personen in detentie. De organisatoren herhaalden dat hun bezorgdheid niet gericht was op de uiteindelijke uitkomst van het strafproces. Zij vroegen een eerlijke, onafhankelijke en transparante procedure met respect voor internationaal erkende rechten. Iedere persoon heeft recht op een behoorlijk proces en iedere persoon die van vrijheid is beroofd, moet menswaardig worden behandeld.

Mars rond het Luxemburgplein

Na de stilte trokken de deelnemers rond het Luxemburgplein. Er werd muziek gestart en de aanwezigen liepen achter elkaar in een rij. Tijdens de mars werden Engelstalige slogans geroepen. Een voorzanger sprak een zin uit, waarna de deelnemers dezelfde woorden herhaalden. De mars bleef in de directe omgeving van het plein en het Europees Parlement. De slogans richtten zich op de vrijlating van Lee Man-hee, het vermoeden van onschuld en de algemene gelding van mensenrechten.

‘Human rights have no exceptions’

“Human rights have no exceptions” was een van de vaakst herhaalde slogans. Daarmee stelden de deelnemers dat mensenrechten niet afhankelijk mogen zijn van leeftijd, godsdienst, maatschappelijke reputatie of de aard van een beschuldiging. Ook “Innocent until proven guilty” werd verschillende keren geroepen. Die woorden verwezen rechtstreeks naar het vermoeden van onschuld. De deelnemers riepen verder “Justice for Mr. Lee”, “Stop detention” en “Free Mr. Lee”. De oproep “Free Lee Man-hee” bleef de duidelijkste samenvatting van de actie.

‘We will not look away’

De naam Lee Man-hee werd tijdens de toespraak en de mars herhaald, gevolgd door “We will not look away”. De aanwezigen werden gevraagd de boodschap zo luid te laten klinken dat zij ook in Seoul kon worden gehoord. De symbolische oproep richtte zich tot regeringen, rechtbanken, journalisten en religieuze minderheden. Regeringen moesten onthouden dat een beschuldiging geen veroordeling is. Rechtbanken moesten weten dat hun onafhankelijkheid wordt gerespecteerd. Oudere personen in detentie moesten weten dat leeftijd hun menselijkheid niet uitwist. Religieuze minderheden moesten erop kunnen vertrouwen dat vrijheid van overtuiging ook in moeilijke en omstreden zaken wordt beschermd.

Geen wraak en geen gunst

Aan het einde van de centrale toespraak werden de eisen samengevat als een vraag naar recht, niet naar wraak of een gunst. De deelnemers vroegen geen publiek spektakel, maar toepassing van de wet. Zij vroegen geen onverschilligheid, maar menselijke waardigheid. Lee Man-hee werd voorgesteld als een 95-jarige man die lichamelijke zorg nodig kan hebben en tegelijk als een verdachte van wie de zaak eerlijk moet worden onderzocht. Die twee vaststellingen sluiten elkaar niet uit. Een rechtsstaat kan ernstige beschuldigingen onderzoeken en tegelijk de gezondheid, waardigheid en procedurele rechten van de verdachte beschermen.

Andy Vermaut +32499357495