Geneve: internationale coalitie vraagt onderzoek naar seksueel geweld en chemische wapens in Soedan

25 augustus 2026 — Een coalitie van mensenrechten- en middenveldorganisaties heeft maandag in Genève opgeroepen tot onafhankelijke onderzoeken naar seksueel geweld, aanvallen op burgers en het vermeende gebruik van chemische wapens in Soedan. Tijdens de bijeenkomst “Women’s Condition and Violence in Wartime: Focus on the Sudan Crisis” in de Club Suisse de la Presse vroegen de sprekers dat alle verantwoordelijken, ongeacht de strijdende partij waartoe zij behoren, ter verantwoording worden geroepen. De bijeenkomst werd gezamenlijk georganiseerd door de International Coalition for Human Rights, de European Association for the Defence of Minorities, The Youth Future Alliance en Fundamental Rights Organisation Postversa.

VN-bijeenkomst op het laatste moment geannuleerd

Het side event was aanvankelijk gepland in de gebouwen van de Verenigde Naties in Genève. Volgens de organisatoren werd die bijeenkomst op het laatste moment geannuleerd. Zij uitten ernstige bezorgdheid over mogelijke politieke inmenging en over een volgens hen selectieve behandeling van aantijgingen van misbruik in Soedan. De organisatoren benadrukten dat geloofwaardige verantwoording onmogelijk is wanneer schendingen door de ene partij onderzocht worden en die van een andere partij buiten beeld blijven. De annulering viel samen met de vergadering van de VN-Veiligheidsraad over Soedan op 24 augustus 2026. De vier organisaties kozen ervoor het evenement niet uit te stellen. Binnen enkele uren vonden zij een nieuwe locatie bij de Club Suisse de la Presse en werd ook online deelname georganiseerd.

De oorlog in Soedan, die in april 2023 uitbrak, heeft volgens UNHCR tot een enorme ontheemdingscrisis geleid. De vluchtelingenorganisatie meldde in april 2026 dat ongeveer 14 miljoen mensen sinds het begin van het conflict moesten vluchten. Ongeveer 9 miljoen mensen zijn intern ontheemd en ongeveer 4,4 miljoen mensen zochten bescherming over de grenzen heen. De humanitaire noden worden verder vergroot door aanvallen, voedselonzekerheid, de vernietiging van basisvoorzieningen en beperkte toegang tot hulp voor burgers in conflictgebieden.

Vrouwen en meisjes in de frontlinie van de oorlog

Aan het panel namen Ramon Rahangmetan, medeoprichter van Circle of Sustainable Europe, Manel Msalmi, voorzitter van EADM en adviseur internationale zaken voor Europarlementsleden, Andy Vermaut, vicepresident van EADM, Abdel-Rahim Grein en dr. Mohamed Ali namens ICHR, en Elisabeth Saba namens TYFA deel. De sprekers belichtten de dramatische gevolgen van de oorlog voor vrouwen en meisjes, de terugval van maternale gezondheidszorg, seksueel geweld, de militarisering van ziekenhuizen en scholen, aanvallen met drones en vanuit de lucht op woonwijken en de meldingen over het gebruik van chemische wapens door de Sudanese Armed Forces, de SAF, in Omdurman in 2024.

Ramon Rahangmetan ging in op de Europese aanpak van de Soedanese crisis. Hij stelde dat een doeltreffende internationale reactie niet om de aanwezigheid van islamistisch extremisme binnen de Soedanese machtsstructuur heen kan en dat ook de aantijgingen tegen de SAF, waaronder de aantijgingen over chemische wapens, ernstig moeten worden onderzocht. Zijn boodschap was dat politieke overwegingen nooit de plaats mogen innemen van de bescherming van burgers en de nood aan feitenonderzoek.

Manel Msalmi riep de Verenigde Naties, de Europese Unie en het Internationaal Strafhof op om geweld tegen vrouwen in Soedan te onderzoeken. Zij vroeg dat mechanismen zoals de VN-campagne UNiTE en het gezamenlijke EU-VN-programma Spotlight Initiative worden ingezet voor Soedanese overlevenden van seksueel geweld, hongersnood, ontheemding en mogelijke blootstelling aan chemische stoffen. Msalmi benadrukte dat een geloofwaardig proces niet één partij mag viseren en een andere buiten beschouwing mag laten. Volgens haar moeten zowel de SAF als de RSF en andere betrokken gewapende actoren onderworpen worden aan hetzelfde beginsel van verantwoordelijkheid.

Oproep aan generaal al-Burhan

Andy Vermaut richtte zich tijdens zijn toespraak rechtstreeks tot generaal Abdel Fattah al-Burhan. Hij stelde dat leiderschap niet wordt afgemeten aan het grondgebied dat een strijdmacht beheerst, maar aan de levens die dat leiderschap beschermt. Hij vroeg veilige toegang tot humanitaire hulp, gezondheidszorg en onderwijs. Vermaut waarschuwde dat de internationale gemeenschap en de geschiedenis de beloften die in een periode van gevaar worden gedaan, zullen beoordelen op de bescherming die uiteindelijk aan burgers wordt geboden.

Abdel-Rahim Grein stelde twee ICHR-rapporten voor die volgens de organisatie aan de Verenigde Naties werden bezorgd. Zij behandelen het vermeende gebruik van chemische wapens door de SAF en de gevolgen daarvan voor de burgerbevolking. Grein verwees naar Omdurman in 2024 en beschreef de gemelde gevolgen als bijzonder zwaar. Hij stelde dat de vernietiging of militarisering van meer dan 80 procent van de gezondheidsvoorzieningen in conflictgebieden burgers de noodzakelijke zorg ontneemt. Daarnaast ging hij in op het Mecca Pact. ICHR vraagt een no-flyzone, een feitenonderzoek met steun van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, een mogelijke verwijzing naar het Internationaal Strafhof, een noodinitiatief voor onderwijs en gerichte sancties. De organisatie vraagt ook een volledig wapenembargo voor alle partijen in heel Soedan.

De Verenigde Staten maakten in mei 2025 bekend maatregelen te nemen tegen de regering van Soedan wegens het gebruik van chemische wapens in 2024. De specifieke beweringen over de concrete gebeurtenissen in Omdurman en de volledige toedracht ervan vereisen volgens de organisatoren een onafhankelijk en onpartijdig feitenonderzoek. De sprekers presenteerden die aantijgingen daarom als elementen die onderzocht moeten worden, niet als een definitief rechterlijk oordeel.

Geen geïsoleerde incidenten

Dr. Mohamed Ali plaatste de aantasting van de waardigheid en rechten van vrouwen in een bredere historische context van decennia islamistisch bestuur. Hij stelde dat seksueel geweld in Darfur, de Nuba Mountains en de huidige oorlog niet als een reeks losstaande individuele daden mag worden beschouwd, maar onderzocht moet worden als mogelijk oorlogsmisdrijf en misdrijf tegen de menselijkheid. Hij verwees naar de ontzegging van onderwijs aan meisjes in Darfur en Kordofan en naar aantijgingen over willekeurige bombardementen door de SAF op woongebieden, markten, ziekenhuizen en scholen.

Elisabeth Saba belichtte de rol van Soedanese vrouwen aan de frontlinie van de revolutie van 2019 en de nieuwe werkelijkheid sinds het uitbreken van de oorlog in 2023. Zij verwees naar bevindingen van VN-onderzoekers over verkrachting, groepsverkrachting, gedwongen huwelijken en seksuele slavernij, ook tegen kinderen. Saba stelde uitdrukkelijk dat beide kampen onderzocht moeten worden. RSF-strijders en geallieerde groepen zijn volgens haar in verband gebracht met deze misdrijven, maar ook SAF-personeel en verbonden strijdkrachten zijn volgens haar genoemd in aantijgingen. Zij waarschuwde dat hongersnood vrouwelijke gezinshoofden in uiterst kwetsbare situaties duwt, waarbij vrouwen kunnen worden gedwongen te kiezen tussen hun lichamelijke integriteit en honger. Saba verwees ook naar de bevinding van de VN-Fact-Finding Mission dat gruweldaden in Darfur en Kordofan kenmerken vertoonden die aan genocide doen denken.

Gezamenlijke oproep tot actie

De vier organisatoren vragen de Verenigde Naties, de Europese Unie, het Internationaal Strafhof en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens om onafhankelijke onderzoeken naar seksueel geweld en chemische wapens te openen, met een mogelijke verwijzing naar het Internationaal Strafhof en zonder immuniteit voor daders. Zij vragen financiering voor medische, psychologische en economische ondersteuning van overlevenden, inclusief zorg voor mensen die aan chemische stoffen zouden zijn blootgesteld. Ook vragen zij veilige humanitaire toegang, bescherming van burgers, een no-flyzone, herstel van het onderwijs voor meisjes in Darfur, Kordofan en andere getroffen gebieden en de strafbaarstelling van het militaire gebruik van scholen en ziekenhuizen. Tot slot pleiten zij voor een gegarandeerde deelname van Soedanese vrouwen aan vredesonderhandelingen, in lijn met VN-Veiligheidsraadresolutie 1325.

Bronnen: gezamenlijke persmededeling van ICHR, EADM, TYFA en Fundamental Rights Organisation Postversa van 25 augustus 2026; UNHCR, 10 april 2026; Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken, 22 mei 2025.

EU review