Hulpactie voor zestig kinderen in Rwanda zoekt doorgang na voorbereiding in Amsterdam

24 september 2026
Patricia Haveman en betrokken helpers hebben kleding, speelgoed en schoolmateriaal voorbereid voor zestig kinderen in Rwanda. De goederen werden per kind geselecteerd en aangevuld met een pakket voor een school. Na praktische hindernissen kon het werk dankzij medewerking op een alternatieve locatie in Amsterdam worden voortgezet. De initiatiefnemers hopen nu dat alle betrokken personen en bevoegde instanties meewerken om de zending bij de kinderen te krijgen.
Een ontmoeting werd het begin van concrete hulp
Tijdens activiteiten rond Nelson Mandela International Day en World Humanitarian Day ontmoetten Patricia Haveman en andere betrokkenen Joss uit Rwanda. Uit die ontmoeting groeide een hulpactie voor zestig Rwandese kinderen. De bedoeling is ieder kind een persoonlijk pakket te bezorgen met kleding, speelgoed en andere bruikbare spullen. Daarbij werd rekening gehouden met jongens en meisjes en kreeg ieder pakket een knuffel. Voor de school werd afzonderlijk materiaal verzameld dat de ontwikkeling en het leren van kinderen kan ondersteunen. Educatief, creatief, cultureel en muzikaal speelgoed blijft welkom. De hulpactie beperkt zich daardoor niet tot het bezorgen van spullen. Ze wil kinderen middelen aanreiken waarmee zij kunnen spelen, leren en hun talenten ontwikkelen.
Persoonlijke pakketten vragen veel voorbereiding
Het selecteren en verdelen van de goederen gebeurde in een ontmoetingscentrum. Op de foto’s is te zien hoe speelgoed, poppen, rugzakken, tekengerief en andere spullen op tafels werden uitgesorteerd. Die aanpak moet voorkomen dat kinderen een willekeurig samengesteld pakket ontvangen. Het uitgangspunt is dat ieder kind iets persoonlijks krijgt dat aansluit bij de leeftijd en het gebruik. Ook zachte knuffels werden voorzien. Daarnaast werd een afzonderlijk schoolpakket samengesteld. Daarmee willen de helpers zowel individuele kinderen als hun leeromgeving ondersteunen. Het sorteren, controleren en verdelen van tientallen spullen vroeg inzet van vrijwilligers, moeders en kinderen die zich achter de actie schaarden.
Amsterdam bood ruimte toen hindernissen opdoken
Nadat een groot deel van het voorbereidende werk was uitgevoerd, kwamen er nieuwe praktische hindernissen. Over de precieze aard daarvan werden geen verdere gegevens bekendgemaakt. Dankzij medewerking op een alternatieve locatie in Amsterdam kon de voorbereiding toch doorgaan. De initiatiefnemers hebben gedaan wat binnen hun mogelijkheden ligt, maar voor het verdere vervoer en de uiteindelijke verdeling is ook medewerking van andere betrokkenen en bevoegde instanties nodig. De pakketten zijn voorbereid, maar het project is pas geslaagd wanneer de goederen daadwerkelijk bij de zestig kinderen en hun school aankomen.
Aandacht voor Rwandese vrouwen en handwerk
Naast de kinderhulp werd advies gegeven over mogelijkheden en locaties om Rwandees handwerk in Europa onder de aandacht te brengen. Daarmee willen de betrokkenen kansen ondersteunen voor vrouwen en jonge vrouwen die via hun eigen vaardigheden een inkomen proberen op te bouwen. Traditioneel handwerk kan economische zelfstandigheid bevorderen wanneer makers toegang krijgen tot betrouwbare verkooppunten, eerlijke prijzen en een publiek dat hun werk kent. Het initiatief legt zo een verband tussen onmiddellijke materiële hulp voor kinderen en kansen voor vrouwen die hun positie op langere termijn willen versterken.
De genocide blijft noodzakelijk historisch kader
De actie verwijst ook naar de genocide tegen de Tutsi in Rwanda in 1994. Gedurende ongeveer honderd dagen werden naar schatting 800.000 mensen vermoord. De meeste slachtoffers waren Tutsi. Ook gematigde Hutu en anderen die zich tegen het extremistische geweld verzetten, werden gedood. De formulering dat Tutsi en Hutu zonder nader onderscheid het slachtoffer waren van dezelfde vervolgingscampagne zou historisch onvoldoende precies zijn. Het georganiseerde vernietigingsbeleid was in hoofdzaak tegen de Tutsi gericht, terwijl ook Hutu die weigerden mee te werken of zich tegen het regime keerden, werden vermoord.
Seksueel geweld trof honderdduizenden vrouwen
Tijdens de genocide werd seksueel geweld op grote schaal als oorlogsmiddel ingezet. De Verenigde Naties ramen dat tussen 100.000 en 250.000 vrouwen werden verkracht. Velen werden herhaaldelijk mishandeld, verminkt, besmet met hiv of gedwongen hun verdere leven met zware lichamelijke en psychische gevolgen door te brengen. Het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda leverde later een belangrijk juridisch oordeel door te erkennen dat verkrachting en seksueel geweld, wanneer zij worden gepleegd met de bedoeling een beschermde groep te vernietigen, bestanddelen van genocide kunnen vormen. Achter de cijfers staan vrouwen wier gezondheid, gezin en bestaanszekerheid ingrijpend werden aangetast.
Belgisch koloniaal bestuur verscherpte tegenstellingen
Rwanda stond na de Eerste Wereldoorlog onder Belgisch bestuur. De Belgische koloniale overheid behandelde Hutu, Tutsi en Twa steeds nadrukkelijker als vaste etnische categorieën. In de jaren dertig werden identiteitskaarten ingevoerd waarop de etnische indeling werd vermeld. Die bestuurlijke classificatie verstevigde sociale tegenstellingen en maakte uitsluiting op grond van afkomst eenvoudiger. De categorieën bestonden reeds in de Rwandese samenleving, maar waren voor de koloniale periode minder star en hadden ook een sociale en economische betekenis. Het Belgische bestuur gaf deze indeling een raciale en administratieve betekenis en kende gedurende een lange periode voordelen toe aan een Tutsi-elite. Later wijzigde België zijn politieke steun en koos het de zijde van Hutu-bewegingen. Die koloniale politiek droeg bij aan diepgewortelde verdeeldheid, discriminatie en opeenvolgend geweld.
De genocide had meerdere oorzaken en daders
De Belgische koloniale erfenis vormt een belangrijk deel van de historische achtergrond, maar kan niet als enige oorzaak van de genocide worden aangewezen. De genocide werd voorbereid, aangestuurd en uitgevoerd door Rwandese politieke en militaire leiders, extremistische milities, leden van de presidentiële garde, militairen, plaatselijke bestuurders en burgers die aan de moorden deelnamen. De burgeroorlog die in 1990 begon, politieke machtsstrijd, propaganda, haatzaaiende media, georganiseerde bewapening en jarenlange discriminatie droegen bij aan de omstandigheden waarin de massamoord plaatsvond. De internationale wereld reageerde te laat en slaagde er niet in de bevolking te beschermen. Ook België, de Verenigde Naties en andere buitenlandse actoren kregen achteraf ernstige kritiek vanwege beleidsfouten en tekortkomingen vóór en tijdens de genocide.
Kinderen mogen niet door het verleden worden vastgezet
De kinderen die vandaag in Rwanda opgroeien, dragen geen schuld voor het geweld van eerdere generaties. Zij hebben recht op onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg, spel en kansen om hun eigen toekomst uit te bouwen. Een rugzak, knuffel of doos kleurpotloden lost armoede en historische trauma’s niet op. Zulke hulp kan wel rechtstreeks betekenis krijgen in het dagelijkse leven van een kind, zeker wanneer ze zorgvuldig wordt voorbereid en terechtkomt bij degenen voor wie ze bestemd is. De kracht van de actie ligt daarom niet in grote verklaringen, maar in het gerichte werk voor zestig concrete kinderen.
Bronnen:
Facebookpublicatie en fotoreeks van Patricia Haveman over de hulpactie voor zestig kinderen in Rwanda
United Nations – Historical background: genocide against the Tutsi in Rwanda
United Nations – Supporting survivors of sexual violence
United Nations – Justice and reconciliation process in Rwanda
Belgische Senaat – Verslag van de parlementaire onderzoekscommissie over Rwanda
Rwandese ministerie van Buitenlandse Zaken – Historische tijdlijn België en Rwanda
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


