Iran beleeft nieuwe golf van executies terwijl vredesoverleg vastloopt en miljoenen gezinnen nauwelijks rondkomen

2 november 2026
TEHERAN – In Iran zijn tijdens oktober 2026 volgens verschillende mensenrechtenorganisaties tientallen gevangenen geëxecuteerd. Nieuwe doodvonnissen bedreigen politieke gevangenen, terwijl gezinnen worden geconfronteerd met voedselprijzen die op jaarbasis met bijna 122 procent zijn gestegen. Op zondag 1 november 2026 vonden in Doha opnieuw onderhandelingen plaats om een einde te maken aan de oorlog tussen Iran, de Verenigde Staten en Israël. Een akkoord bleef uit. De gebeurtenissen tussen 19 oktober en 2 november laten zien dat de Iraanse bevolking op verschillende fronten onder druk staat. Buitenlandse militaire operaties, arrestaties, zware gevangenisstraffen en een ontwrichte economie bepalen het dagelijkse leven. Ondertussen blijven internationale mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor nieuwe terechtstellingen van personen die tijdens de protesten van januari 2026 werden gearresteerd.
Mensenrechtenorganisaties registreren uiteenlopende executiecijfers voor oktober
In oktober 2026 werden volgens de Human Rights Activists News Agency (HRANA) 71 mannelijke gevangenen door ophanging geëxecuteerd. Dertig gevangenen waren veroordeeld wegens moord en 26 wegens drugsgerelateerde misdrijven. Eén persoon werd terechtgesteld wegens verkrachting. Bij acht gevangenen kon de precieze aanklacht niet worden vastgesteld. Twee personen, onder wie een Iraakse staatsburger, werden geëxecuteerd wegens spionage. Vier anderen kregen de doodstraf voor politieke aanklachten onder de juridische kwalificatie moharebeh, die in de Iraanse wetgeving betrekking heeft op vijandschap tegenover God. De onafhankelijke mensenrechtenorganisatie Hengaw kwam op zondag 1 november tot een hoger cijfer. Zij registreerde minstens 85 executies tijdens oktober, onder wie zes politieke gevangenen en minstens één vrouw. Hengaw kon 83 slachtoffers identificeren. De identiteit van twee andere geëxecuteerden werd nog onderzocht. Volgens Hengaw werden slechts tien van de 85 terechtstellingen officieel bekendgemaakt door Iraanse staatsmedia of gerechtelijke instanties. Het verschil tussen beide registraties bedraagt veertien executies. De organisaties hanteren eigen verificatiemethoden en beschikken niet altijd over dezelfde informatie. Het werkelijke aantal terechtstellingen kan daarom niet uitsluitend uit één registratie worden afgeleid.
Het aantal terechtstellingen ligt hoger dan in september
Hengaw registreerde tijdens september 2026 minstens 68 executies, tegenover 85 in oktober. Dat betekent volgens de organisatie een stijging van 25 procent. Sinds het begin van 2026 had Hengaw tot en met oktober minstens 689 terechtstellingen gedocumenteerd. Ook HRANA registreerde in oktober een hoger aantal dan tijdens september. In september ging het volgens haar maandelijkse registratie om minstens 59 geëxecuteerde gevangenen, onder wie vier vrouwen, een minderjarige dader die ten tijde van de feiten nog geen achttien jaar was en vier Afghaanse staatsburgers. De cijfers kunnen niet zonder toelichting naast elkaar worden geplaatst, omdat beide organisaties eigen onderzoeksprocedures gebruiken. Ze maken wel duidelijk dat de toepassing van de doodstraf gedurende de afgelopen maanden is voortgezet. Het grote aantal executies wegens drugsdelicten blijft daarbij een afzonderlijk mensenrechtenprobleem. Internationale mensenrechtennormen beperken de toepassing van de doodstraf tot de zwaarste misdrijven waarbij sprake is van opzettelijke levensberoving.
Minstens 22 nieuwe doodvonnissen en zeven bevestigde straffen
Tijdens oktober spraken Iraanse rechtbanken volgens HRANA minstens 22 nieuwe doodvonnissen uit. Twintig mannen en twee vrouwen werden ter dood veroordeeld. Het Iraanse Hooggerechtshof bevestigde zeven bestaande doodstraffen. Voor de betrokken gevangenen kan die bevestiging betekenen dat een executie dichterbij komt, al staat daarmee niet automatisch een datum vast. Onder de gevangenen bevinden zich personen die tijdens de protesten van januari werden gearresteerd. De gerechtelijke vervolging van deze betogers gaat maanden na hun arrestatie verder. Verdachten krijgen te maken met veiligheidsaanklachten, terwijl internationale waarnemers herhaaldelijk hebben gewezen op problemen met de toegang tot advocaten, de behandeling tijdens verhoren en de beoordeling van bekentenissen. De bevestiging van een doodvonnis kan voor families een bijzonder zware periode inluiden. Zonder duidelijke informatie over het verdere verloop van de procedure weten zij vaak niet welke juridische mogelijkheden nog beschikbaar zijn.
Shahab Zohdi voor de tweede keer ter dood veroordeeld
Shahab Zohdi behoort tot de gevangenen die opnieuw de doodstraf hebben gekregen. Hij werd gearresteerd in verband met de protesten van januari 2026 en is inmiddels voor de tweede maal ter dood veroordeeld. Zijn dossier maakt deel uit van de gerechtelijke vervolging van personen die door de Iraanse autoriteiten met de protestbeweging in verband worden gebracht. De precieze omstandigheden van zijn arrestatie en de afzonderlijke proceshandelingen kunnen op basis van de beschikbare openbare gegevens niet volledig worden gereconstrueerd. Wel staat vast dat zijn naam opnieuw voorkomt onder de gevangenen die met een mogelijke executie worden geconfronteerd. Wanneer een doodvonnis opnieuw wordt uitgesproken na eerdere gerechtelijke ontwikkelingen, blijven de gevolgen voor de betrokkene bijzonder zwaar. Iedere verdere procedure vereist een individuele beoordeling van de aanklachten, de bewijsstukken en het recht op verdediging.
Varisheh Moradi in de Evin-gevangenis opnieuw met executie bedreigd
Ook Varisheh Moradi, een politieke gevangene in de Evin-gevangenis in Teheran, werd voor de tweede keer ter dood veroordeeld. De Evin-gevangenis staat al jarenlang bekend als een detentieplaats waar politieke gevangenen, activisten en personen die van veiligheidsdelicten worden beschuldigd, worden vastgehouden. De hernieuwde veroordeling van Varisheh Moradi heeft haar opnieuw in een levensbedreigende juridische positie gebracht. Bij dergelijke procedures zijn de mogelijkheden voor een onafhankelijke verdediging, de toegang tot medische zorg en de behandeling in detentie van rechtstreeks belang voor de betrokken gevangene. De Iraanse autoriteiten dragen verantwoordelijkheid voor haar veiligheid zolang zij gevangen wordt gehouden. Het opnieuw opleggen van een doodvonnis maakt ook duidelijk dat eerdere gerechtelijke ontwikkelingen geen zekerheid bieden dat de straf definitief van tafel is.
VN-rapporteur Mai Sato spreekt over minstens 34 geëxecuteerde betogers
Op woensdag 28 oktober 2026 sprak Mai Sato, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtensituatie in Iran, tijdens de Derde Commissie van de Algemene Vergadering. Zij meldde dat minstens 34 personen waren geëxecuteerd wegens hun vermeende betrokkenheid bij de protesten van januari 2026. De rapporteur beschreef grootschalige arrestaties en gerechtelijke procedures waarbij verdachten in zeer korte tijd werden berecht. Zij verwees naar een proces waarin 34 personen binnen vijf dagen terechtstonden. Twaalf verdachten kregen de doodstraf en zeven van hen waren inmiddels geëxecuteerd. Bij een dergelijke procedure bestaat het risico dat de individuele verantwoordelijkheid van verdachten onvoldoende zorgvuldig wordt onderzocht. Iedere beklaagde moet de gelegenheid krijgen om de aanklachten te kennen, bewijsmateriaal te betwisten en met juridische bijstand een verdediging voor te bereiden. De korte duur van het aangehaalde proces riep ernstige bezwaren op over de naleving van die rechten.
Advocaten geïntimideerd en verdachten zonder contact met hun familie
Mai Sato beschreef ook hoe advocaten die verdachten van politieke of veiligheidsgerelateerde misdrijven verdedigen, onder druk werden gezet. Sommige advocaten werden opgeroepen, bedreigd of gearresteerd. Verdachten werden volgens haar op onbekende locaties vastgehouden en kregen geen mogelijkheid om hun familie te contacteren. De rapporteur verwees naar het gebruik van bekentenissen die kort na arrestaties op televisie werden uitgezonden. Wanneer verdachten onder dwang verklaringen afleggen, kan de betrouwbaarheid daarvan niet worden aangenomen zonder onafhankelijk onderzoek. Volgens Mai Sato hebben de Iraanse autoriteiten de oorlog met de Verenigde Staten en Israël aangegrepen om het optreden tegen binnenlandse tegenstanders uit te breiden. Vreedzame betogers werden daarbij in verband gebracht met buitenlandse vijanden. De juridische behandeling van politieke kritiek verschilt echter van de vervolging van daadwerkelijk bewezen geweldsdelicten of spionage. Het recht om vreedzaam te demonstreren mag niet afhankelijk worden gemaakt van instemming met het regeringsbeleid.
Meer dan 60.000 arrestaties wegens meningsuiting sinds begin 2026
HRANA registreerde tijdens oktober 178 arrestaties van personen die hun mening hadden geuit. Sinds het begin van 2026 bedraagt het aantal door de organisatie geregistreerde arrestaties in deze categorie ruim 60.000. Tijdens oktober werden vier personen opgeroepen door veiligheidsdiensten en negen personen door gerechtelijke instanties. Er vonden drie geregistreerde huiszoekingen en vier rechtszaken plaats. De cijfers hebben betrekking op verschillende soorten activiteiten die verband houden met het uiten van opvattingen. De arrestaties kunnen gevolgen hebben voor politieke activisten, journalisten en andere burgers die gebruikmaken van hun recht op vrije meningsuiting. Wanneer personen niet weten of een verklaring, publicatie of deelname aan een vreedzame bijeenkomst tot strafrechtelijke vervolging kan leiden, ontstaat onzekerheid over de grenzen van het toegestane maatschappelijke debat. De grote aantallen geregistreerde arrestaties maken duidelijk dat de gerechtelijke gevolgen van de protesten van januari niet tot de eerste maanden van het jaar beperkt zijn gebleven.
Ruim 304 jaar gevangenisstraf uitgesproken tegen 34 personen
Iraanse rechtbanken veroordeelden tijdens oktober 34 personen tot gezamenlijk 3.651 maanden gevangenisstraf wegens activiteiten die verband hielden met vrijheid van meningsuiting en overtuiging. Omgerekend bedraagt dat 304 jaar en drie maanden gevangenisstraf. Zeven personen die tijdens de protesten van januari waren gearresteerd, kregen van de Revolutionaire Rechtbank van Teheran gezamenlijk ruim zestig jaar cel opgelegd. De rechtbanken spraken ook straffen uit die samen 24 maanden interne verbanning omvatten. Eén persoon kreeg een reisverbod en acht personen verloren sociale rechten. In vijf gevallen werd eigendom in beslag genomen. Twee personen verloren hun baan als strafmaatregel. Er werden ook 31 zweepslagen opgelegd. De gevolgen van dergelijke veroordelingen beperken zich niet tot de periode waarin iemand gevangen zit. Ontslag, inbeslagname van eigendommen en reisbeperkingen kunnen gezinnen voor langere tijd in financiële moeilijkheden brengen. Bij iedere veroordeling blijft de vraag welke gedragingen precies strafbaar werden gesteld en of de beklaagde een eerlijk proces heeft gekregen.
Gevangenen krijgen geen advocaat, medische verzorging of familiebezoek
De behandeling van gedetineerden blijft een afzonderlijk probleem. Tijdens oktober registreerde HRANA 73 gevallen waarbij personen langdurig in juridische onzekerheid werden vastgehouden. In 52 gevallen kregen families onvoldoende informatie over de toestand van hun aangehouden verwanten. Bij 41 gedetineerden werd toegang tot juridische bijstand geweigerd. Dertien gevangenen mochten niet telefoneren en dertien anderen kregen geen bezoek. Vijf gevangenen werden overgebracht naar eenzame opsluiting. In negentien gevallen werd medische behandeling geweigerd en in drie gevallen medisch verlof. De organisatie registreerde vijf hongerstakingen, vijf gevallen van druk op gevangenen en één geval van psychologische foltering. Ook werden vier gevallen vastgesteld waarin gevangenen niet volgens de aard van hun strafbare feiten van elkaar werden gescheiden. Het ontbreken van contact met familie en advocaten bemoeilijkt de controle op detentieomstandigheden. Voor personen met gezondheidsproblemen kan het weigeren van noodzakelijke behandeling directe lichamelijke gevolgen hebben.
Omid Ghanouni overlijdt tijdens zijn detentie
Tijdens oktober werd ook het overlijden van Omid Ghanouni geregistreerd. Hij werd in de regio Khansar vastgehouden in verband met strafrechtelijke beschuldigingen en overleed tijdens zijn detentie. De beschikbare informatie geeft geen sluitende verklaring voor zijn dood. Het overlijden van een persoon onder toezicht van de overheid vereist een onderzoek naar de omstandigheden waarin de betrokkene werd vastgehouden, zijn gezondheidstoestand en de medische zorg die hij ontving. Ook moet kunnen worden vastgesteld of tijdens de detentie geweld of nalatigheid heeft plaatsgevonden. Zonder dergelijke gegevens kan geen definitieve uitspraak worden gedaan over de oorzaak van zijn overlijden of mogelijke strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Het overlijden past binnen een reeks gebeurtenissen waarbij vragen bestaan over de bescherming van gevangenen en de mogelijkheden voor onafhankelijke controle op detentieplaatsen.
Sporters eveneens getroffen door politieke vervolging
Ook binnen de Iraanse sportwereld zijn de gevolgen van de repressie zichtbaar. Bergbeklimmer Ali-Sina Mostafavi werd op 14 oktober 2026 geëxecuteerd. Hij was gearresteerd na protesten tegen de Iraanse autoriteiten. De Iraanse overheid beschuldigde hem ervan op burgers te hebben geschoten. Zijn terechtstelling volgde op executies van andere sporters, onder wie taekwondosporter Siavash Jamshidi Kheirabadi. Mensenrechtenorganisaties hebben gewezen op andere sporters die met de doodstraf worden bedreigd. Onder de genoemde personen bevinden zich voetballer Ehsan Hosseinpour, zwemmer Ali Pishevarzadeh en bokser Mohammad Javad Vafaei Sani. De individuele dossiers verschillen wat betreft aanklachten en gerechtelijke procedures. Het feit dat iemand actief is als sporter zegt op zichzelf niets over zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Internationale sportinstellingen worden wel aangesproken op hun mogelijkheden om aandacht te vragen voor eerlijke processen en de bescherming van atleten die wegens politieke activiteiten worden vervolgd.
Vrouwen worden vermoord terwijl politieke gevangenen doodvonnissen krijgen
De situatie van vrouwen blijft zorgwekkend. HRANA registreerde tijdens oktober minstens veertien moorden op vrouwen. Ook werden een zuuraanval en vier verkrachtingen gedocumenteerd. Bij geweld dat als eergerelateerd werd geregistreerd, verloren een vrouw en een man het leven. De cijfers hebben betrekking op afzonderlijke gevallen en kunnen niet zonder nader onderzoek worden samengevoegd tot één patroon met dezelfde daders of oorzaken. Ze laten wel zien dat ernstig geweld tegen vrouwen blijft voorkomen. De juridische positie van vrouwen die politiek actief zijn, vormt een afzonderlijk probleem. In oktober kregen twee vrouwen een doodvonnis. Varisheh Moradi behoort tot de vrouwelijke politieke gevangenen die opnieuw met executie worden bedreigd. De strafrechtelijke vervolging van vrouwenrechtenactivisten moet ook worden gezien tegen de achtergrond van de protesten die sinds 2022 in Iran plaatsvonden onder de leuze Vrouw, Leven, Vrijheid. Vrouwen die zich verzetten tegen discriminatie en beperkingen op hun persoonlijke vrijheid kunnen nog altijd met strafrechtelijke maatregelen worden geconfronteerd.
Minderjarigen gearresteerd en kinderen slachtoffer van geweld
In oktober werden minstens vier personen jonger dan achttien jaar door veiligheidsdiensten aangehouden. Er werden acht gevallen geregistreerd waarin kinderen werden vermoord, twee sterfgevallen door verwaarlozing en dertien gevallen waarin kinderen verwondingen opliepen. In Bam liep een leerling ernstige verwondingen op door geweld van een leerkracht. Ook werden twee achtergelaten zuigelingen geregistreerd. De omstandigheden verschillen per geval. De arrestatie van minderjarigen door veiligheidsdiensten vraagt bijzondere aandacht voor hun rechten tijdens detentie en verhoor. Kinderen hebben recht op juridische bescherming die rekening houdt met hun leeftijd. Ze moeten toegang kunnen krijgen tot hun familie en mogen niet worden onderworpen aan mishandeling of onmenselijke straffen. De VN heeft eerder gewaarschuwd dat minderjarigen betrokken waren bij procedures die konden leiden tot de doodstraf. Internationale kinderrechtennormen verbieden executies voor feiten die werden gepleegd vóór de leeftijd van achttien jaar.
Baha’i-echtpaar en andere religieuze minderheden zwaar bestraft
Religieuze minderheden blijven onder druk staan. Drie personen, onder wie een baha’i-echtpaar, kregen tijdens oktober gezamenlijk 361 maanden gevangenisstraf. Dat is dertig jaar en één maand. In dezelfde periode werden zeven leden van religieuze minderheden gearresteerd. Twee personen moesten voor de rechtbank verschijnen en er vonden acht huiszoekingen plaats. In één geval werd iemand ook het recht op bepaalde sociale voorzieningen ontnomen. De baha’i-minderheid wordt in Iran al lange tijd geconfronteerd met beperkingen op religieuze activiteiten, onderwijs en maatschappelijke deelname. Wanneer meerdere gezinsleden worden vervolgd, kunnen de gevolgen zich uitstrekken tot de zorg voor kinderen en het gezinsinkomen. De vrijheid van godsdienst omvat het recht om een overtuiging aan te hangen zonder daarvoor te worden vervolgd. Strafrechtelijke maatregelen tegen personen wegens hun religieuze identiteit staan daarmee op gespannen voet.
Etnische minderheden geconfronteerd met arrestaties en huiszoekingen
Tijdens oktober werden 29 personen gearresteerd die behoren tot etnische minderheden of zich inzetten voor hun rechten. In dertien gevallen vond de arrestatie zonder gerechtelijk bevel plaats. Ook werd een persoon door veiligheidsdiensten opgeroepen en vond een huiszoeking plaats. De positie van etnische minderheden is in verschillende grensregio’s nauw verbonden met de economische omstandigheden. Bewoners van afgelegen gebieden beschikken vaak over minder werkgelegenheid en zijn soms afhankelijk van kleinschalige handel of goederenvervoer over de grens. De mogelijkheid om culturele rechten uit te oefenen en vreedzaam aandacht te vragen voor de positie van minderheden behoort tot de internationaal erkende mensenrechten. Arrestaties wegens dergelijke activiteiten moeten afzonderlijk worden beoordeeld van strafzaken waarin sprake zou zijn van geweld of andere bewezen strafbare feiten.
Zeven doden door schietincidenten met militairen en veiligheidsdiensten
Bij schietincidenten waarbij Iraanse militairen of veiligheidsdiensten betrokken waren, kwamen tijdens oktober zeven personen om het leven. Twee anderen raakten gewond, onder wie een vijftienjarige. Onder de dodelijke slachtoffers bevonden zich drie brandstofvervoerders die in grensgebieden werkten. Deze personen staan bekend als sukhtbars en verdienen hun inkomen door brandstof over de grens te vervoeren. Onder de gewonden bevond zich een kolbar, een drager die goederen te voet over bergachtige grensroutes transporteert. De risico’s van deze werkzaamheden zijn groot, vooral wanneer grensbewaking gepaard gaat met het gebruik van vuurwapens. Niet ieder incident heeft dezelfde aanleiding. De geregistreerde doden en gewonden maken onderzoek naar de omstandigheden van het geweld noodzakelijk, met bijzondere aandacht voor de vraag of het gebruik van vuurwapens wettelijk gerechtvaardigd en proportioneel was.
Spoorwegarbeiders opgepakt na staking tussen Chabahar en Zahedan
Ook arbeidsconflicten bleven tijdens oktober voorkomen. Er werden negen arbeidersprotesten en tien stakingen geregistreerd. Op het spoorwegproject tussen Chabahar en Zahedan werden twintig werknemers gearresteerd tijdens een staking. Na hun vrijlating werden zij ontslagen. Vakbonden en beroepsverenigingen organiseerden 46 protestbijeenkomsten. Twee vakbondsactivisten werden aangehouden. De positie van werknemers is bijzonder kwetsbaar doordat de lonen onder druk staan en de prijzen voor noodzakelijke goederen stijgen. Het verlies van werk na deelname aan een staking kan werknemers ervan weerhouden hun arbeidsvoorwaarden collectief aan te kaarten. Ook de veiligheid op de werkvloer blijft een probleem. Tijdens oktober kwamen 54 werknemers om het leven bij arbeidsongevallen en raakten 128 anderen gewond. Niet alle omstandigheden van deze ongevallen zijn bekend. De cijfers vragen wel aandacht voor arbeidsinspectie, beschermingsmiddelen en de medische behandeling van gewonde werknemers.
194 zweepslagen opgelegd en veertig feestgangers gearresteerd
De Iraanse autoriteiten blijven strafrechtelijke en bestuurlijke maatregelen opleggen wegens gedragingen die verband houden met persoonlijke levenskeuzes. Tijdens oktober werden in totaal 194 zweepslagen opgelegd. Eén geval waarin een dergelijke straf daadwerkelijk werd uitgevoerd, werd geregistreerd in Taybad. In Sabzevar werden veertig personen opgepakt omdat zij deelnamen aan een nachtelijk feest. Ook werden 66 handelszaken gesloten wegens vermeende overtredingen van handelsvoorschriften of islamitische normen. Een gedwongen sluiting kan voor ondernemers directe gevolgen hebben voor hun inkomsten en personeel. De arrestatie van burgers wegens deelname aan privébijeenkomsten maakt duidelijk dat het toezicht van de autoriteiten zich ook uitstrekt tot activiteiten buiten het politieke leven. Lijfstraffen zoals geseling worden door internationale mensenrechteninstanties beschouwd als strijdig met het verbod op wrede, onmenselijke of vernederende bestraffing.
Voedselprijzen in één jaar met bijna 122 procent gestegen
Naast de repressie treft een zware economische crisis miljoenen Iraniërs. In september 2026 lagen de consumentenprijzen bijna 90 procent hoger dan een jaar eerder. De gemiddelde inflatie over twaalf maanden bedroeg 73,6 procent. De prijzen van voeding en dranken stegen op jaarbasis met 121,8 procent. Dat betekent dat gezinnen voor dezelfde hoeveelheid levensmiddelen gemiddeld ruim het dubbele moeten betalen ten opzichte van een jaar geleden. De oorlog met de Verenigde Staten en Israël heeft de internationale handel, de olie-export en de overheidsinkomsten ernstig beschadigd. Iran kampte voordien al met sancties en langdurige economische problemen. De militaire confrontatie heeft de druk op de bevolking verder verhoogd. Gezinnen besparen op voeding, medische zorg, onderwijs en huisvesting. Sommige huishoudens gebruiken hun spaargeld om dagelijkse kosten te betalen, terwijl anderen geld lenen of noodgedwongen bij familieleden intrekken.
Maandloon van 92 dollar tegenover gezinskosten van 336 dollar
De verhouding tussen lonen en levensduurte laat zien hoe moeilijk de situatie voor werknemers is geworden. Het gemiddelde maandloon bedraagt volgens de op 28 oktober gepubliceerde economische gegevens ongeveer 92 Amerikaanse dollar. De minimale kosten voor het levensonderhoud van een arbeidersgezin van drie personen worden geraamd op ongeveer 336 dollar per maand. Het verschil bedraagt 244 dollar. Voor een gezin dat afhankelijk is van één gemiddeld loon, is het inkomen dus onvoldoende om de geraamde basisuitgaven te betalen. Zelfs wanneer twee gezinsleden werken, blijft het verschil tussen inkomsten en kosten groot. Vooral huurprijzen, voeding en medische uitgaven brengen gezinnen in moeilijkheden. Jongeren worden geconfronteerd met beperkte kansen op de arbeidsmarkt. Door de waardevermindering van de Iraanse rial zijn buitenlandse studies voor veel gezinnen onbetaalbaar geworden. Werkgevers ondervinden hogere productiekosten en zien de binnenlandse vraag afnemen doordat consumenten hun uitgaven beperken.
Oorlog sinds 28 februari ontwricht economie en internationale handel
De huidige militaire confrontatie begon op zaterdag 28 februari 2026 met Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran. Teheran reageerde met maatregelen tegen de scheepvaart door de Straat van Hormuz. De Verenigde Staten voerden een blokkade van Iraanse havens in de Golf in. De daaropvolgende verstoringen van olie-export, transport en internationale handel troffen de Iraanse economie hard. De oorlog heeft zich inmiddels over verschillende delen van het Midden-Oosten uitgebreid. Ook Saoedi-Arabië en Jemen kwamen in de berichtgeving over de militaire escalatie voor. Voor Iran betekent de langdurige confrontatie dat de overheid minder inkomsten uit internationale handel kan halen, terwijl ondernemingen met hogere kosten worden geconfronteerd. De gevolgen treffen ook burgers die geen rechtstreekse betrokkenheid hebben bij de militaire of politieke besluitvorming. Een einde aan de vijandelijkheden zou de economische druk kunnen verminderen, maar de reeds opgelopen schade aan inkomens, voorraden en handelsrelaties verdwijnt daarmee niet onmiddellijk.
Qatar probeert Iran en Verenigde Staten tot akkoord te brengen
Op zondag 1 november 2026 werd in Doha voor de derde opeenvolgende dag onderhandeld over een mogelijke beëindiging van de oorlog. Iraanse onderhandelaars spraken met Qatarese bemiddelaars, die contact onderhielden met Washington. Minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araqchi verklaarde dat de gesprekken vooruitgang boekten, maar dat nog geen akkoord was bereikt. Qatar probeert samen met Pakistan een diplomatieke oplossing te vinden voor de militaire confrontatie. Eerder werd een ontwerp voor een regeling voorgelegd met een tijdschema van zeven dagen. Daarin zouden beide partijen volgens een vooraf bepaald verloop maatregelen nemen om vertrouwen op te bouwen. Een hoge Iraanse functionaris had eerdere Qatarese voorstellen als onaanvaardbaar omschreven. De besprekingen worden bemoeilijkt doordat Washington en Teheran verschillende voorwaarden stellen en niet dezelfde volgorde voor de uitvoering van mogelijke afspraken aanvaarden.
Iran wil eerst einde aan blokkade en versoepeling van sancties
Teheran verlangt dat de Verenigde Staten de blokkade van Iraanse havens beëindigen en beperkingen op de olie-export versoepelen. Ook het vrijgeven van bevroren Iraanse tegoeden behoort tot de onderwerpen die bij een mogelijke regeling aan bod komen. Washington wil dat de nucleaire kwestie vanaf het begin van de onderhandelingen wordt behandeld. Iran wil niet vooraf afstand doen van zijn bestaande nucleaire standpunten. De Iraanse leiding vraagt economische en militaire garanties alvorens verdere concessies te bespreken. Dit verschil in onderhandelingsvolgorde blijft een hindernis. De Verenigde Staten willen zekerheid over de nucleaire beperkingen voordat zij maatregelen versoepelen. Iran vreest dat het economische drukmiddelen zal verliezen zonder voldoende bescherming tegen nieuwe aanvallen. Het bereiken van een akkoord vergt daarom afspraken over de maatregelen zelf en over het tijdstip waarop iedere partij die moet uitvoeren.
Straat van Hormuz mogelijk binnen twee dagen na akkoord heropend
Een van de voorstellen die tijdens de gesprekken in Doha werden besproken, voorziet in de heropening van de Straat van Hormuz binnen twee dagen na het bereiken van een overeenkomst. De waterweg is van groot belang voor de internationale handel in olie en vloeibaar aardgas. De beperkingen op de scheepvaart hebben wereldwijd gevolgen voor de energievoorziening en transportkosten. Het voorstel voor heropening is voorlopig geen definitieve beslissing. Er moet eerst overeenstemming worden bereikt over de voorwaarden waaronder schepen opnieuw veilig kunnen varen. Ook de aanwezigheid van mogelijke explosieve gevaren en de gevolgen van eerdere aanvallen op vaartuigen verdienen aandacht. Rederijen en verzekeraars zullen bij het hervatten van transport rekening houden met de feitelijke veiligheidssituatie. Een formeel akkoord over doorgang biedt immers geen zekerheid wanneer de militaire omstandigheden op zee onvoldoende zijn gestabiliseerd.
Twee olietankers getroffen door explosies in de Straat van Hormuz
Op zondag 1 november meldde de marine van de Iraanse Revolutionaire Garde dat twee olietankers in de Straat van Hormuz waren getroffen door explosies nadat zij op zeemijnen zouden zijn gevaren. Volgens Iraanse staatsmedia hadden de schepen een route gebruikt die door de autoriteiten niet was toegestaan. De precieze omstandigheden waren niet onafhankelijk bevestigd. Ook kon niet met zekerheid worden vastgesteld wie verantwoordelijk was voor de mijnen. Het incident laat zien welke risico’s commerciële schepen kunnen lopen zolang de militaire confrontatie voortduurt. Zeemijnen kunnen ook na een akkoord een gevaar blijven voor de scheepvaart. Het opruimen van explosieven, het controleren van vaarroutes en het uitwisselen van veiligheidsinformatie zullen daarom deel moeten uitmaken van een duurzaam herstel van het internationale scheepvaartverkeer.
Donald Trump sluit aanval vóór Amerikaanse verkiezingen uit
President Donald Trump verklaarde dat de Verenigde Staten Iran niet vóór de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen van dinsdag 3 november 2026 zouden aanvallen. Hij sloot een militaire operatie op een later tijdstip echter niet definitief uit. De Amerikaanse president omschreef de onderhandelingen als productief. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio verklaarde dat Donald Trump de voorkeur gaf aan een diplomatieke oplossing. Binnen de Amerikaanse regering wordt ook gesproken over contacten met Iran via vicepresident JD Vance. Donald Trump verklaarde op 29 oktober dat bepaalde contacten betrekking hadden op medische voorraden. De verschillende diplomatieke contacten vonden plaats terwijl de Verenigde Staten hun militaire mogelijkheden behielden. Voor Iran blijft daardoor de onzekerheid bestaan over de vraag of een mislukking van het overleg tot een nieuwe confrontatie kan leiden.
Mojtaba Khamenei geeft leger opdracht zich voor te bereiden
De Iraanse hoogste leider Mojtaba Khamenei heeft de strijdkrachten opgedragen rekening te houden met mogelijke nieuwe aanvallen. De militaire leiding kondigde maatregelen aan om de paraatheid te verhogen. Iran waarschuwde dat Amerikaanse en Israëlische doelen in naburige landen konden worden aangevallen indien het opnieuw militair zou worden getroffen. Zulke dreigementen kunnen gevolgen hebben voor andere landen in de regio, waar Amerikaanse militaire installaties en internationale handelsroutes aanwezig zijn. De Golfstaten volgen de ontwikkelingen nauwgezet omdat zij tijdens de oorlog eveneens door Iraanse drones en raketten werden getroffen. Het risico bestaat dat nieuwe militaire operaties leiden tot tegenaanvallen buiten het Iraanse grondgebied. Diplomatieke bemiddelaars proberen daarom afspraken te bereiken voordat verdere escalatie het overleg opnieuw onderbreekt.
Verenigde Arabische Emiraten waarschuwen tegen nieuwe militaire operaties
Tijdens de Manama Dialogue in Bahrein waarschuwde Anwar Gargash, diplomatiek adviseur van de president van de Verenigde Arabische Emiraten, dat nieuwe militaire acties geen snelle oplossing bieden voor de crisis met Iran. Hij sprak zich uit voor diplomatieke inspanningen, waaronder de bemiddeling door Qatar. De Verenigde Arabische Emiraten werden tijdens de oorlog geconfronteerd met ruim 3.000 drones en raketten. Ook Bahrein werd getroffen door honderden drones en bijna tweehonderd ballistische raketten. De gebeurtenissen hebben vragen doen ontstaan over de samenwerking tussen de defensiesystemen van de Golfstaten. De landen beschikken over eigen militaire middelen, maar hun gezamenlijke optreden bleek tijdens de oorlog beperkt. Anwar Gargash waarschuwde dat een nieuwe confrontatie de regionale problemen zou vergroten. Zijn standpunt sloot aan bij andere diplomatieke oproepen om verdere militaire escalatie te voorkomen.
Olieprijzen dalen door vooruitzicht op diplomatieke regeling
De berichten over de gesprekken in Doha hadden op maandag 2 november gevolgen voor de internationale oliemarkten. De prijs van Brentolie daalde met ongeveer 3,43 dollar tot circa 110 dollar per vat. Amerikaanse West Texas Intermediate-olie verloor ongeveer 3,50 dollar en kwam uit rond 100,62 dollar per vat. De daling volgde op berichten dat een diplomatieke regeling mogelijk dichterbij kwam. De olieprijzen liggen echter nog altijd fors boven hun niveau van vóór het begin van de oorlog. Brentolie was ongeveer vijftig procent duurder dan vóór de militaire confrontatie van februari. De markt reageert op de mogelijkheid dat de Straat van Hormuz opnieuw toegankelijk wordt en dat internationale transportstromen kunnen herstellen. De bestaande onzekerheid over nieuwe militaire operaties en de beperkte commerciële olievoorraden blijven echter van invloed op de prijzen.
Wereldwijde olievoorraden onder druk door langdurige oorlog
Sultan Al Jaber, topman van de Abu Dhabi National Oil Company, waarschuwde op maandag 2 november dat de internationale energiemarkten een groot deel van hun beschikbare reserves hadden aangesproken. Volgens zijn gegevens was sinds de verstoring van de scheepvaart door de Straat van Hormuz bijna één miljard vaten olie uit mondiale voorraden verdwenen. In sommige regio’s lagen de dieselvoorraden op het laagste seizoensniveau in 35 jaar. Ook dreigde een tekort van ongeveer 600 miljard kubieke voet vloeibaar aardgas op bepaalde markten. De transportkosten zijn sterk gestegen. Volgens Sultan Al Jaber vertegenwoordigen scheepvaart en logistiek inmiddels ongeveer dertig procent van de kosten van een vat olie, tegenover ongeveer vijf procent vóór de oorlog. Hij pleitte voor grotere strategische voorraden, extra opslagcapaciteit en investeringen in transportinfrastructuur. De verstoring van de energievoorziening raakt ook industrie, landbouw en goederenvervoer buiten het Midden-Oosten.
Nucleair programma blijft onderwerp van zware onderhandelingen
De Verenigde Staten verlangen beperkingen op de Iraanse capaciteit om uranium te verrijken. Iran wil zijn nucleaire standpunt niet vooraf wijzigen. De onderhandelingen worden beïnvloed door de aanvallen op Iraanse nucleaire installaties in juni 2025 en de daaropvolgende verslechtering van de betrekkingen. Uraniumverrijking kan worden gebruikt voor vreedzame nucleaire toepassingen, maar bij hoge verrijkingsniveaus ook bijdragen aan de productie van materiaal voor kernwapens. Daarom zijn controle op materiaalvoorraden, inspecties en transparantie van groot belang voor een overeenkomst. Iran heeft herhaaldelijk gesteld dat zijn nucleaire programma vreedzame doeleinden dient. De Verenigde Staten en Israël hebben ernstige bezwaren tegen de Iraanse verrijkingscapaciteit. De beschikbare informatie over beschadigde installaties en bestaande materiaalvoorraden is niet volledig. Een akkoord zal dus duidelijke bepalingen moeten bevatten over de toegestane activiteiten, de controle daarop en de maatregelen die volgen wanneer afspraken worden geschonden.
Internationale onderzoekers eisen onderzoek naar burgerslachtoffers
De oorlog heeft ook ernstige vragen doen ontstaan over het optreden van buitenlandse strijdkrachten. De onafhankelijke internationale onderzoekscommissie van de Verenigde Naties concludeerde in september dat er redelijke gronden waren om aan te nemen dat de Verenigde Staten bij twee luchtaanvallen oorlogsmisdaden hadden gepleegd. Bij die aanvallen kwamen volgens de commissie minstens 178 burgers om het leven, onder wie vrouwen en kinderen. De regels van het internationaal humanitair recht gelden voor alle strijdende partijen. Burgers moeten worden beschermd en militaire operaties moeten rekening houden met het onderscheid tussen militaire doelen en burgerobjecten. De commissie onderzocht ook het optreden van de Iraanse autoriteiten tijdens de protesten van januari. Daarbij werden ernstige schendingen vastgesteld, waaronder willekeurige detentie, foltering en het gebruik van dodelijk geweld tegen burgers. De vervolging van dergelijke feiten vereist onafhankelijk onderzoek, ongeacht welke partij verantwoordelijk zou zijn.
Doodstraf en vrijlating van gevangenen blijven buiten een bevestigd akkoord
De diplomatieke gesprekken richten zich momenteel vooral op de beëindiging van militaire vijandelijkheden, de Straat van Hormuz, economische sancties en het Iraanse nucleaire programma. Er is nog geen bevestiging dat de vrijlating van politieke gevangenen of een algemene stopzetting van executies als bindende voorwaarden in een voorgestelde overeenkomst zijn opgenomen. Mensenrechtenorganisaties blijven daarom aandringen op afzonderlijke maatregelen om gevangenen te beschermen. De Iraanse autoriteiten kunnen onafhankelijk van de onderhandelingen beslissen om executies op te schorten, rechtszaken te herzien en de omstandigheden in gevangenissen te verbeteren. De vrijlating van personen die uitsluitend wegens vreedzame politieke activiteiten worden vastgehouden, blijft eveneens een internationale mensenrechtelijke eis. Het beëindigen van de oorlog kan het gevaar voor burgers verminderen, maar verandert op zichzelf niets aan bestaande doodvonnissen of gevangenisstraffen.
Iran gaat november in met onzekerheid over oorlog en mensenrechten
Op maandag 2 november 2026 blijft de situatie in Iran bijzonder ernstig. De gesprekken in Doha hebben nog geen vredesakkoord opgeleverd. De Straat van Hormuz blijft onderwerp van onderhandelingen en de Amerikaanse en Iraanse strijdkrachten bereiden zich voor op mogelijke nieuwe operaties. Binnen Iran worden politieke gevangenen met executie bedreigd en ondervinden gezinnen dagelijks de gevolgen van de inflatie. Het verschil tussen de registratie van 71 executies door HRANA en minstens 85 door Hengaw toont hoe moeilijk het blijft om alle terechtstellingen onafhankelijk te controleren. De doodstraf wordt toegepast in strafzaken die uiteenlopen van moord en drugsdelicten tot politieke en veiligheidsgerelateerde aanklachten. Ondertussen wachten families op informatie over gedetineerde verwanten en zoeken werknemers naar manieren om de stijgende kosten van levensonderhoud te betalen.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)
Wil je de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be ondersteunen?
Iedere dag zetten we ons in om nieuws, reportages en verhalen te brengen uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Dat doen we met veel inzet en een sterke overtuiging dat onafhankelijke journalistiek toegankelijk moet blijven voor iedereen.
Wil je onze redactie een financieel duwtje in de rug geven? Elke vrijwillige bijdrage, groot of klein, helpt ons om ons journalistieke werk voort te zetten.
Je kunt ons ondersteunen via:
☕ Ko-fi: https://ko-fi.com/andyvermaut
☕ Buy Me a Coffee: https://buymeacoffee.com/andyvermaut
Hartelijk dank voor je vertrouwen, je betrokkenheid en je steun aan indegazette.be!
Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be


