Iran beperkt aanvallen maar gebruikt Straat van Hormuz als drukmiddel tegen Verenigde Staten

De rechtstreekse militaire confrontatie tussen Iran en de Verenigde Staten lijkt tijdelijk minder intensief, maar van een echte de-escalatie is geen sprake. Volgens een speciaal rapport van het Institute for the Study of War en het Critical Threats Project gebruikt Iran aanvallen op Amerikaanse militaire doelen en economische druk rond de Straat van Hormuz om de bereidheid van de Verenigde Staten om de oorlog voort te zetten te ondermijnen.
Geen nieuwe Amerikaanse aanvallen sinds vorige rapportering
De Verenigde Staten hadden volgens het rapport sinds het vorige gegevensmoment van 30 juli 2026 geen nieuwe aanvallen op Iran uitgevoerd. In de dagen daarvoor zouden Amerikaanse strijdkrachten wel een brede reeks Iraanse militaire doelen hebben aangevallen.
De doelwitten omvatten volgens het Institute for the Study of War militaire commandocentra, opslagplaatsen voor drones, communicatienetwerken, installaties voor kustbewaking, maritieme capaciteiten en logistieke infrastructuur van de Iraanse strijdkrachten.
De Amerikaanse president Donald Trump kwam op 31 juli 2026 met zijn kabinet bijeen in Camp David om de Amerikaanse operaties tegen Iran te bespreken. Het Institute for the Study of War verstrekte geen details over mogelijke beslissingen die tijdens die bijeenkomst werden genomen.
Iran voerde één nieuwe aanval uit
Sinds het vorige gegevensmoment registreerde het Institute for the Study of War één nieuwe Iraanse aanval op Amerikaanse belangen in de regio. Het Iraanse reguliere leger, de Artesh, maakte op 30 juli 2026 bekend dat drones waren gelanceerd tegen de luchtmachtbasis Ahmed al Jaber in Koeweit.
Volgens de Iraanse verklaring waren opslagplaatsen voor gevechtsvliegtuigen, satellietcommunicatiesystemen en magazijnen met militair materieel het doelwit. Een functionaris van het Amerikaanse ministerie van Defensie verklaarde tegenover The New York Times dat Iran tijdens de nacht meerdere projectielen lanceerde. De Amerikaanse militaire basissen zouden daarbij geen grote schade hebben opgelopen.
Het Institute for the Study of War beoordeelt de aanval niet als een losstaand incident. De aanval zou passen binnen een bredere Iraanse strategie om Amerikaanse militairen en installaties in de regio onder druk te zetten.
Amerikaanse publieke opinie als doelwit
Volgens het Institute for the Study of War probeert Iran de politieke kostprijs van de oorlog voor de Verenigde Staten te verhogen. Herhaalde aanvallen op Amerikaanse basissen kunnen tot slachtoffers leiden en de binnenlandse druk op de Amerikaanse president Donald Trump vergroten.
De Iraanse leiding zou hopen dat Amerikaanse burgers en politieke vertegenwoordigers zich tegen een langdurige confrontatie keren. Iran kan zo proberen de Verenigde Staten ervan te overtuigen dat verdere militaire operaties meer risico’s en kosten veroorzaken dan voordelen opleveren.
Het uiteindelijke Iraanse doel is volgens de analyse dat de Verenigde Staten de Iraanse machtspositie rond de Straat van Hormuz aanvaarden. Iran wil kunnen bepalen onder welke omstandigheden commerciële en militaire schepen de zeestraat passeren.
Tegelijkertijd lijkt Iran zijn aanvallen voorlopig te beperken. Het Institute for the Study of War stelt dat de beperkte Iraanse reactie mogelijk verband houdt met de onderbreking van de Amerikaanse aanvallen. Iran zou willen vermijden dat een nieuwe grote aanval een volledige Amerikaanse militaire campagne uitlokt.
Zo’n campagne zou volgens de analyse belangrijke Iraanse strategische programma’s kunnen bedreigen. Daarbij gaat het onder meer om de ontwikkeling van ballistische raketten, drones en het Iraanse nucleaire programma.
Straat van Hormuz wordt economisch wapen
De zogenoemde Persian Gulf Strait Authority suggereerde volgens het Institute for the Study of War op 31 juli 2026 dat geen nieuwe doorgangsvergunningen voor schepen zouden worden afgegeven zolang de Verenigde Staten hun militaire operaties in de regio niet beëindigen.
Wanneer die dreiging daadwerkelijk wordt uitgevoerd, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor de internationale economie. De Straat van Hormuz is een cruciale vaarroute voor olie, vloeibaar aardgas en andere energieproducten uit de Perzische Golf.
Iran probeert volgens het Institute for the Study of War economische schade te veroorzaken en onzekerheid op de energiemarkten te vergroten. Hogere verzekeringspremies, vertragingen in het scheepvaartverkeer en risico’s voor tankers kunnen energieprijzen wereldwijd onder druk zetten.
Die strategie is niet alleen tegen de Verenigde Staten gericht. Iran kan ook proberen de Golfstaten te dwingen om druk uit te oefenen op de Amerikaanse president Donald Trump. Landen die afhankelijk zijn van veilige energie-export hebben er groot belang bij dat de Straat van Hormuz toegankelijk blijft.
Door de doorvaart te beperken, kan Iran buurlanden voor een moeilijke keuze plaatsen. Zij kunnen de Amerikaanse militaire aanwezigheid blijven ondersteunen, maar riskeren dan dat hun eigen export en inkomsten worden getroffen.
Tegenstrijdige verklaringen over aanval in Egypte
Binnen de Iraanse machtsstructuur bestaan volgens het Institute for the Study of War meningsverschillen over de manier waarop Iran zijn oorlogsdoelen moet bereiken. Die verdeeldheid kwam naar voren na een droneaanval op een Amerikaanse gastanker in de haven van Damietta in het noordoosten van Egypte.
Twee Iraanse functionarissen zouden tegenover The New York Times hebben gesuggereerd dat Iran de aanval van 29 juli 2026 uitvoerde of ten minste ondersteunde. Volgens die functionarissen was de aanval bedoeld om te tonen dat Iran het wereldwijde scheepvaartverkeer en de energievoorziening verder kan ontregelen wanneer het conflict escaleert.
De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi veroordeelde de aanval op 31 juli 2026 echter. Abbas Araghchi beschuldigde Israël ervan de aanval te hebben uitgevoerd en benadrukte dat Egypte een belangrijke partner van Iran is.
Het aan de Islamitische Revolutionaire Garde gelieerde persbureau Tasnim verspreidde de verklaring van Abbas Araghchi opnieuw. Volgens het Institute for the Study of War is dat opvallend omdat Tasnim tijdens het conflict regelmatig een harde koers verdedigde.
Strijd tussen diplomatieke en militaire aanpak
De tegenstrijdige verklaringen wijzen volgens het Institute for the Study of War op een fundamenteel meningsverschil binnen het Iraanse regime. Abbas Araghchi en andere meer pragmatisch ingestelde machtsfiguren zouden diplomatie beschouwen als de meest doeltreffende manier om de strategische doelstellingen van Iran te bereiken.
Aan de andere kant staan de commandant van de Islamitische Revolutionaire Garde, generaal-majoor Ahmad Vahidi, en bondgenoten die een hardere en meer militaire aanpak zouden ondersteunen. Het Institute for the Study of War blijft beoordelen dat generaal-majoor Ahmad Vahidi een buitengewoon grote invloed op de Iraanse besluitvorming heeft.
CNN meldde op 31 juli 2026 dat niet nader genoemde functionarissen tot de conclusie kwamen dat de Islamitische Revolutionaire Garde de besluitvorming binnen het regime stevig in handen heeft.
Wanneer die beoordeling klopt, kan de ruimte voor diplomatie kleiner zijn dan verklaringen van Abbas Araghchi doen vermoeden. De Islamitische Revolutionaire Garde beschikt over eigen militaire, politieke en economische machtsmiddelen en heeft rechtstreeks belang bij het behoud van de Iraanse raket-, drone- en nucleaire programma’s.
Egypte wil buiten de oorlog blijven
De aanval in Damietta brengt ook Egypte in een kwetsbare positie. Egypte onderhoudt relaties met zowel westerse landen als staten in het Midden-Oosten en heeft groot belang bij de veiligheid van havens, energietransport en het Suezkanaal.
Een aanval op een Amerikaans schip in een Egyptische haven kan de indruk wekken dat de oorlog zich naar nieuwe landen en strategische handelsroutes uitbreidt. De veroordeling door Abbas Araghchi kan daarom ook bedoeld zijn om verdere schade aan de relatie tussen Iran en Egypte te voorkomen.
Het Institute for the Study of War benadrukt dat de verklaringen niet noodzakelijk bewijzen welke Iraanse factie verantwoordelijk was. Ze tonen vooral dat verschillende onderdelen van het regime uiteenlopende boodschappen verspreiden over militaire escalatie.
Tijdelijke pauze zonder politieke oplossing
De afwezigheid van nieuwe Amerikaanse aanvallen en het beperkte aantal Iraanse vergeldingsacties kunnen op een tijdelijke operationele pauze wijzen. Dat betekent echter niet dat de onderliggende oorzaken van het conflict zijn verdwenen.
Iran blijft volgens het Institute for the Study of War streven naar een dominante positie rond de Straat van Hormuz. De Verenigde Staten willen voorkomen dat Iran de internationale scheepvaart kan controleren en Amerikaanse bondgenoten in de regio kan bedreigen.
Zolang geen politieke regeling wordt bereikt, blijft iedere aanval het risico dragen dat de confrontatie opnieuw sterk escaleert. Een aanval met Amerikaanse slachtoffers, een blokkade van commerciële schepen of een nieuwe aanval op Iraanse strategische infrastructuur kan voldoende zijn om de tijdelijke terughoudendheid te beëindigen.
De Straat van Hormuz vormt daarbij niet alleen een militair strijdtoneel. De zeestraat is tegelijk een economisch en politiek drukmiddel. Iran probeert de kwetsbaarheid van internationale energievoorziening te gebruiken om de Verenigde Staten en de Golfstaten tot toegevingen te bewegen.
Auteur: Andy Vermaut
Bronnen: Institute for the Study of War en AEI’s Critical Threats Project, Iran Update Special Report van 31 juli 2026. De analyse werd opgesteld door Ria Reddy, Bailey Pasternak, Kelly Campa, Nidal Morrison en Annika Ganzeveld. Gegevens verwerkt tot 31 juli 2026 om 14.00 uur Eastern Time.


