Iran zet Straat van Hormuz onder druk terwijl IRGC greep verstevigt

19 april 2026

De machtsverhoudingen binnen Iran lijken in snel tempo te verschuiven. Rond zaterdag 18 april 2026 groeide de indruk dat de Islamitische Revolutionaire Garde, onder leiding van generaal-majoor Ahmad Vahidi en zijn naaste kring, niet alleen de militaire reactie van Iran in deze oorlog sterker naar zich toetrekt, maar ook de lijn in de gesprekken met de Verenigde Staten. Tegelijk werd de druk op zee meteen zichtbaar, toen de doorvaart in de Straat van Hormuz nagenoeg stilviel na aanvallen op meerdere commerciële schepen.

Machtsstrijd in Teheran

De ontwikkelingen wijzen erop dat Ahmad Vahidi en figuren uit zijn omgeving binnen de voorbije 48 uur een doorslaggevende positie hebben ingenomen in zowel de militaire als diplomatieke koers van Iran. Daarmee lijkt de ruimte voor politieke onderhandelaars kleiner te zijn geworden. In de analyse wordt gesteld dat instellingen die aansluiten bij Vahidi een eensgezinde lijn naar voren schuiven tegen de opstelling van minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi, die op vrijdag 17 april 2026 nog had verklaard dat de Straat van Hormuz volledig open was voor commerciële scheepvaart.

Kort daarna volgde een andere koers. De Iraanse Nationale Veiligheidsraad liet weten dat Iran toezicht en controle zou uitoefenen op het verkeer in de zeestraat zolang de oorlog duurt. Ook de benoeming van Mohammad Bagher Zolghadr tot een sleutelpositie binnen die veiligheidsstructuur past in dat beeld. Zijn naam duikt ook op in de aanloop naar de gesprekken in Islamabad, waar hij volgens de analyse mee naar voren werd geschoven om de Iraanse delegatie strakker op te volgen.

De tekst schetst daarmee een Iraanse onderhandelingslijn waarin politieke vertegenwoordigers niet zelfstandig lijken te kunnen beslissen. De indruk ontstaat dat meer pragmatische stemmen op de achtergrond zijn geraakt en dat de echte sturing steeds nadrukkelijker vanuit de veiligheids- en militaire top komt.

Verkeer in de zeestraat stilgevallen

De situatie op zee verscherpte op zaterdag 18 april 2026 verder. De Iraanse Revolutionaire Garde kondigde aan dat geen enkel schip, ongeacht type of nationaliteit, nog door de zeestraat mocht varen. Dat ging gepaard met geweld en intimidatie tegen meerdere vaartuigen. De Iraanse marine van de Garde gebruikte volgens de analyse snelle aanvalsb vaartuigen om minstens vier schepen af te schrikken. Een vermoedelijk onder Indiase vlag varende tanker werd beschoten nabij Larak Island. Een vermoedelijk Iraans containerschip werd in hetzelfde gebied geraakt door projectielen. Nog twee andere schepen meldden geweervuur tussen Qeshm en Larak. Alle vier keerden om.

Daarmee werd de doorgang door een van de belangrijkste maritieme routes voor de wereldhandel vrijwel stilgelegd. Alleen Iraanse schepen bleven volgens de beschikbare scheepvaartgegevens nog in de zeestraat varen. Ook verschillende andere vaartuigen die op weg waren naar de doorgang keerden om nadat zij radioberichten hadden ontvangen dat de zeestraat gesloten was.

De analyse legt twee motieven naast elkaar. Enerzijds zou Iran via de verstoring van de scheepvaart de druk op de Verenigde Staten willen opvoeren door transport- en olieprijzen te raken. Anderzijds lijkt het optreden ook bedoeld als intern machtsvertoon binnen het Iraanse staatsapparaat, waarbij de Garde laat zien wie de feitelijke lijn uitzet.

Amerikaanse blokkade en onderhandelingen

Tegelijk bleef de Amerikaanse zeeblokkade van Iraanse havens van kracht. Het Amerikaanse Central Command meldde dat tussen donderdag 17 april 2026 en vrijdag 18 april 2026 twee schepen werden gedwongen om terug te keren naar Iran. Sinds het begin van de blokkade zouden 23 schepen zijn teruggestuurd. Opvallend is dat Iraanse vaartuigen wel binnen de zeestraat bleven varen, maar dat geen enkel Iraans schip de Amerikaanse blokkadelijn probeerde te testen.

Ook op diplomatiek vlak blijft de situatie gespannen. De Verenigde Staten zouden via de Pakistaanse legerleider Asim Munir een nieuw voorstel aan Iran hebben overgemaakt. In Teheran wordt dat voorstel momenteel bekeken. Toch is er nog geen datum vastgelegd voor nieuwe gesprekken. Iraans viceminister van Buitenlandse Zaken Saeed Khatib Zadeh liet verstaan dat eerst overeenstemming nodig is over een kader voor verdere besprekingen. Hij noemde de Amerikaanse eisen te verregaand en stelde dat de overdracht van Iraans verrijkt uranium onaanvaardbaar is.

Daarbovenop kwam nog de waarschuwing van de Amerikaanse president Donald Trump op zaterdag 18 april 2026 dat het staakt-het-vuren mogelijk niet wordt verlengd als er tegen dinsdag 22 april 2026 geen akkoord wordt bereikt.

Zuid-Libanon en Irak blijven onstabiel

Hoewel er in de luchtcampagne van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran niets nieuws van betekenis werd gemeld, bleef de bredere regio onrustig. In Zuid-Libanon meldde het Israëlische leger aanvallen op Hezbollah-doelen en infrastructuur binnen de eigen veiligheidszone. Daarbij zou ook een Hezbollah-cel zijn geviseerd die in de buurt kwam van Israëlische troepen in de omgeving van Bint Jbeil.

Nog zwaarder woog het incident in Ghandouriyeh, in het district Bint Jbeil, waar een patrouille van UNIFIL op zaterdag 18 april 2026 onder vuur kwam te liggen. Daarbij kwam één Franse blauwhelm om het leven en raakten drie anderen gewond. De Verenigde Naties spraken van een doelgerichte aanval door niet-statelijke actoren. De Franse president Emmanuel Macron verklaarde dat alles erop wijst dat Hezbollah-strijders verantwoordelijk zijn. De Libanese premier Nawaf Salam veroordeelde de aanval en beval een onmiddellijk onderzoek. Hezbollah ontkende betrokkenheid.

Ook in Irak bleef de spanning voelbaar. Een Iraanse delegatie onder leiding van Quds Force-commandant Esmail Ghaani had in Bagdad gesprekken over de ontwapening van pro-Iraanse milities, de vorming van een nieuwe Iraakse regering en de positie van aan Iran gelieerde gewapende groepen binnen de staatsstructuur. Tegelijk maakte het Amerikaanse ministerie van Financiën bekend dat het zeven functionarissen van pro-Iraanse Iraakse milities sanctioneert wegens hun rol bij aanvallen op Amerikaanse posities in Irak.

Bronnen:
Institute for the Study of War
Critical Threats Project at the American Enterprise Institute
Iran Update Special Report, April 18, 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)