Is dit nog een beschaafd land? De Oxy-toren en de prijs van ons gemak (opinie)

15 juli 2026

Zes arbeiders gingen op dinsdag 14 juli 2026 naar hun werk in het centrum van Brussel. Ze zouden niet meer naar huis terugkeren. Hun lichamen werden aangetroffen in een lift van de Oxy-toren aan het De Brouckèreplein, waar een grootschalige renovatie aan de gang was. Twee andere mensen werden met ernstige brandwonden naar gespecialiseerde ziekenhuizen gebracht. Ongeveer 250 arbeiders waren op de werf aanwezig toen de brand ontstond en zich via de liftschacht naar een ondergronds niveau uitbreidde. De precieze oorzaak was op woensdag 15 juli nog niet vastgesteld. De werf werd afgesloten en verzegeld. Branddeskundigen, gerechtelijke experts, politie, sociale inspectiediensten en de inspectie Welzijn op het Werk onderzoeken wat er is gebeurd. (Brussels Times)

Zes mensen stapten in een lift om te gaan werken

Het is moeilijk om één beeld uit deze ramp los te laten. Zes mensen stapten in een lift omdat ze hun werk moesten uitvoeren. Dat was geen roekeloze daad. Het was geen uitzonderlijke keuze. Het was een handeling die op een werf duizenden keren wordt verricht: materiaal meenemen, naar een andere verdieping gaan, een opdracht uitvoeren en daarna opnieuw naar beneden komen. Voor deze zes arbeiders werd die lift een afgesloten plaats waaruit geen ontsnappen mogelijk bleek. Zij kwamen niet naar Brussel om een risico op de dood te nemen. Zij kwamen om hun beroep uit te oefenen, hun loon te verdienen en hun gezin zekerheid te geven. De eerste berichten spraken over arbeiders met de Belgische of Roemeense nationaliteit. De formele identificatie was op 15 juli nog bezig. Uit respect voor de slachtoffers en hun familieleden moet met namen, nationaliteiten en persoonlijke gegevens behoedzaam worden omgegaan zolang de bevoegde diensten die niet officieel hebben bevestigd. (Brussels Times)

Een hoofdstad die zichzelf graag beschaafd noemt

Brussel presenteert zich graag als een internationale hoofdstad van mensenrechten, sociale bescherming en Europese waarden. Op enkele kilometers van het De Brouckèreplein worden richtlijnen opgesteld, verdragen besproken en verklaringen aangenomen over waardig werk, sociale rechtvaardigheid en bescherming tegen uitbuiting. De stad huisvest ministers, diplomaten, Europese instellingen, internationale organisaties, lobbykantoren en ondernemingen die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid graag uitdragen. Dat zelfbeeld wordt op een dag als deze hard getest. Beschaving wordt niet gemeten aan de hoogte van kantoortorens, het aantal conferenties of de keurmerken op een projectbrochure. Zij wordt zichtbaar in de bescherming van de mensen die de gebouwen optrekken, renoveren, onderhouden en veilig proberen te maken. Een land is pas beschaafd wanneer de rechten die op papier bestaan ook gelden achter werfhekken, in technische kokers, op stellingen, in ondergrondse verdiepingen en in tijdelijke liften. Precies daar, uit het zicht van het brede publiek, krijgt het woord menselijke waardigheid zijn werkelijke betekenis.

De werfpoort mag geen grens van beschaving zijn

Te vaak lijkt de werfpoort een morele grens. Aan de ene kant bevinden zich de plannen, investeerders, architecturale beelden, commerciële verwachtingen en toekomstige gebruikers. Aan de andere kant staan de arbeiders die met beton, staal, elektriciteit, stof, hitte, machines en zware materialen werken. De ene groep spreekt over opleveringsdata, rendement, certificaten en stedelijke herontwikkeling. De andere groep moet ervoor zorgen dat al die plannen werkelijk worden uitgevoerd. Wanneer alles goed gaat, blijven de uitvoerders meestal naamloos. Wanneer iets misgaat, worden zij slachtoffers in een nieuwsbericht. Die tegenstelling moet ons ongemakkelijk maken. Zonder arbeiders bestaat er geen gerenoveerde toren, geen nieuw hotel, geen kantoor, geen appartement en geen restaurant. Hun arbeid is geen ondergeschikt onderdeel van een bouwproject. Hun arbeid is het project. Wie hun veiligheid als een administratieve rubriek behandelt, miskent de menselijke basis waarop de hele bouwsector rust.

De prijs van een gebouw dat anderen voor ons maken

De Oxy-site is de herontwikkeling van het vroegere Muntcentrum. Het project werd aangekondigd als een omvangrijke herbestemming met woningen, kantoren, hotelruimte, handelszaken, restaurants en publieke functies. In de communicatie over het project kwamen energiezuinigheid, circulair materiaalgebruik en internationale duurzaamheidslabels vaak naar voren. Die ambities kunnen op zichzelf verdedigbaar zijn. Maar duurzaamheid kan nooit uitsluitend gaan over gevels, energieprestaties, hergebruikte bouwmaterialen of de uitstoot van een gebouw. Een project dat ecologische vooruitgang nastreeft, moet ook de mensen beschermen die het uitvoeren. Sociale veiligheid is geen bijlage bij duurzaamheid. Zij is een voorwaarde. Een gebouw kan technisch vernieuwend, energiezuinig en architecturaal indrukwekkend zijn, maar wanneer arbeiders er sterven, ontstaat een morele breuk die geen certificaat kan herstellen. (NAV)

De toekomstige bewoners, hotelgasten, werknemers en bezoekers zouden later gebruikmaken van de ruimtes die deze arbeiders hielpen bouwen. Zij zouden in liften stappen zonder daarbij aan levensgevaar te denken. Zij zouden een kamer boeken, een kantoor binnenlopen, een maaltijd bestellen of van het uitzicht genieten. Dat gemak bestaat alleen omdat anderen vooraf risico’s nemen om het mogelijk te maken. De meeste burgers zien die arbeid nauwelijks. Zij zien het afgewerkte resultaat. Niet de kabels, technische installaties, tijdelijke doorgangen, hijswerktuigen en veiligheidsprocedures die eraan voorafgaan. De brand dwingt ons om naar die onzichtbare laag te kijken. Ons stedelijke comfort is niet gewichtloos. Het rust op handen, ruggen, kennis, discipline en soms op kwetsbaarheid.

Geen oordeel voor het onderzoek, maar ook geen stilte

Het is te vroeg om een aannemer, onderaannemer, opdrachtgever, veiligheidscoördinator of individuele werknemer als schuldige aan te wijzen. De oorzaak van de brand is nog niet vastgesteld. Er is vooralsnog geen aanwijzing dat de brand opzettelijk werd veroorzaakt. Het onderzoek moet bepalen waar het vuur begon, hoe het zich kon verplaatsen, waarom de lift niet kon worden verlaten, welke werkzaamheden op dat moment plaatsvonden, welke materialen aanwezig waren, hoe de evacuatie verliep en of alle technische en organisatorische maatregelen correct waren toegepast. Dat onderzoek moet onafhankelijk gebeuren en mag niet worden gestuurd door publieke woede, commerciële belangen of politieke haast.

Maar de vraag naar terughoudendheid mag geen excuus worden om het maatschappelijke debat uit te stellen. De feiten zijn ernstig genoeg om nu al fundamentele vragen te stellen. Hoe konden zes mensen in een lift terechtkomen terwijl brand zich door de koker verspreidde? Waren er alternatieve vluchtmogelijkheden? Hoe verliep de communicatie op de werf? Welke alarmen werden geactiveerd? Wie wist op welk moment dat arbeiders vermist waren? Welke werkzaamheden werden gelijktijdig uitgevoerd? Waren de risico’s van de liftinstallatie en de brandvoortplanting vooraf in kaart gebracht? Waren taalverschillen een factor? Waren alle aanwezigen vertrouwd met de noodprocedures? Dit zijn geen beschuldigingen. Het zijn noodzakelijke vragen na een arbeidsongeval waarbij zes mensen omkwamen.

Veiligheid bestaat niet uit een map in een werfkeet

België beschikt niet over een gebrek aan regels. De Welzijnswet van 4 augustus 1996 en de bepalingen voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen leggen verplichtingen op aan verschillende partijen die bij een bouwproject betrokken zijn. Afhankelijk van hun taak dragen opdrachtgevers, bouwdirecties, werkgevers, aannemers, onderaannemers, zelfstandigen en veiligheidscoördinatoren verantwoordelijkheid voor preventie, samenwerking, risicoanalyse en bescherming. Ook wanneer verschillende ondernemingen tegelijk op dezelfde locatie werken, moet de coördinatie ervoor zorgen dat het werk van de ene partij geen gevaar schept voor de andere.

De aanwezigheid van regels bewijst echter niet dat veiligheid in de praktijk werkt. Een veiligheidsplan kan juridisch correct zijn en tegelijk onvoldoende bekend zijn bij de mensen die het moeten toepassen. Een risicoanalyse kan bestaan zonder dat zij wordt aangepast wanneer de werfsituatie wijzigt. Een opleiding kan zijn afgevinkt terwijl een arbeider de instructies door taalproblemen niet goed begrijpt. Een noodprocedure kan op papier logisch lijken, maar onbruikbaar zijn wanneer rook, hitte, lawaai en paniek ontstaan. Veiligheid is daarom geen document dat eenmaal wordt opgesteld. Zij moet voortdurend zichtbaar zijn in beslissingen, werkmethodes, controles, communicatie en de bereidheid om werkzaamheden stil te leggen zodra twijfel ontstaat.

Op grote renovatiewerven verandert de situatie vaak van dag tot dag. Muren verdwijnen, installaties worden vervangen, doorgangen worden afgesloten en verschillende vakmensen werken tegelijk in dezelfde zones. Een veilige route van gisteren kan vandaag geblokkeerd zijn. Een lift die in de ene fase als transportmiddel wordt gebruikt, kan tijdens een andere fase deel uitmaken van werkzaamheden met andere risico’s. Precies daarom moeten veiligheidsprocedures leven op de werf. Ze moeten worden besproken, geoefend, getest en aangepast. Niet alleen door leidinggevenden, maar samen met de mensen die dagelijks op de werkvloer staan.

De arbeider draagt vaak het risico, maar beslist zelden

Er bestaat een fundamentele machtsongelijkheid op veel werven. De arbeider die een opdracht krijgt, bepaalt meestal niet de planning, de personeelsbezetting, de keuze van machines, de volgorde van werkzaamheden of de beschikbare tijd. Hij kan een gevaar signaleren, maar weet ook dat vertraging geld kost en dat werkweigering gevolgen kan hebben voor zijn positie. Zeker voor tijdelijke arbeidskrachten, onderaannemers, zelfstandigen en buitenlandse werknemers kan die afhankelijkheid zwaar wegen. Formeel heeft iedere werknemer het recht om gevaarlijke omstandigheden te melden. In de praktijk vraagt dat moed, zekerheid en vertrouwen dat de melding ernstig wordt genomen.

Daarom is het te eenvoudig om veiligheid uitsluitend als individuele verantwoordelijkheid voor te stellen. Een helm, veiligheidsschoenen en een opleiding lossen een gebrekkige organisatie niet op. De zwaarste verantwoordelijkheid hoort te liggen bij wie de macht heeft om werkzaamheden te plannen, risico’s te beoordelen, middelen toe te wijzen en een werf stil te leggen. Wie beslist, moet ook rekenschap afleggen. Wie economische druk kan uitoefenen, moet voorkomen dat die druk wordt doorgeschoven naar mensen die nauwelijks onderhandelingsruimte hebben.

De woorden na een ramp zijn voorspelbaar

Na iedere grote ramp verschijnen dezelfde formuleringen. De betrokken ondernemingen bieden hun medewerking aan. Politici betuigen hun medeleven. Onderzoekers worden aangesteld. De site wordt verzegeld. Familieleden krijgen bijstand. Er wordt gevraagd om het onderzoek af te wachten. Al die stappen zijn nodig. Hulpverleners, brandweerlieden, medische teams, politieagenten, civiele bescherming en psychosociale medewerkers verdienen erkenning voor hun werk onder moeilijke omstandigheden. Zij stonden op dinsdag 14 juli voor een taak die niemand ooit zou willen uitvoeren: zoeken naar mensen terwijl steeds duidelijker werd dat redding niet langer mogelijk was.

Toch ontstaat er een gevaar wanneer de officiële rituelen het einde van de maatschappelijke aandacht worden. Mededogen mag niet beperkt blijven tot bloemen, stiltes en verklaringen. De families hebben recht op antwoorden. De gewonden hebben recht op medische, psychologische en financiële ondersteuning. Collega’s die de brand zagen, rook inademden, vluchtten of vrienden verloren, kunnen nog lange tijd met de gevolgen worden geconfronteerd. Buitenlandse familieleden moeten in hun eigen taal worden geïnformeerd en begeleid. Werkgevers en overheden mogen die zorg niet afbouwen zodra de camera’s verdwijnen.

Een opsporingsonderzoek tegen onbekenden is slechts het begin

De juridische formulering dat een onderzoek tegen onbekenden wordt gevoerd, betekent dat op dit moment nog geen bepaalde persoon of onderneming strafrechtelijk verantwoordelijk wordt gesteld. Dat is normaal in een eerste onderzoeksfase. Maar de samenleving mag verwachten dat het onderzoek verder gaat dan het aanwijzen van één technisch defect. Een kabel, lift, brandwerend onderdeel of elektrisch toestel handelt niet zelfstandig. Achter ieder arbeidsmiddel bevinden zich keuzes over ontwerp, aankoop, installatie, keuring, gebruik, onderhoud en toezicht. Wanneer een technisch onderdeel faalt, moet worden onderzocht waarom dat kon gebeuren en of de gevolgen hadden kunnen worden beperkt.

Ook de besluitvorming vooraf verdient onderzoek. Waren de verantwoordelijkheden helder verdeeld? Wisten alle aannemers welke werkzaamheden gelijktijdig bezig waren? Werd de brandveiligheid opnieuw beoordeeld nadat de werfsituatie veranderde? Waren de liften bestemd voor personenvervoer tijdens deze fase? Welke instructies golden bij een brandalarm? Werden de liftkokers beschermd tegen vuur en rook? Hoe snel kon worden vastgesteld wie zich waar bevond? Een ernstig onderzoek moet niet alleen zoeken naar het eerste vonkje, maar ook naar de omstandigheden waardoor dat vonkje zes levens kon kosten.

Transparantie is geen bedreiging voor het onderzoek

De eerste onderzoeksfase moet in alle sereniteit kunnen verlopen. Getuigen moeten zonder druk worden gehoord en technische vaststellingen mogen niet worden verstoord. Dat betekent echter niet dat het dossier na maanden of jaren mag verdwijnen in een juridisch doolhof. Zodra het onderzoek dat toelaat, moet de overheid helder communiceren over de feiten, de vastgestelde tekortkomingen en de maatregelen die daaruit voortkomen. Niet alleen via een technisch rapport dat weinig mensen lezen, maar in begrijpelijke taal.

De families moeten als eersten worden geïnformeerd. Daarna hebben ook de werknemers op andere werven, vakbonden, preventieadviseurs, bouwbedrijven en burgers recht op kennis die nieuwe slachtoffers kan voorkomen. Wanneer een fout in een toestel, procedure of werkwijze wordt vastgesteld, moet die kennis snel worden gedeeld. Veiligheidslessen mogen geen bedrijfsgeheim zijn. Iedere vertraging kan betekenen dat hetzelfde risico elders blijft bestaan.

Wie controleert de controleurs?

De ramp roept ook vragen op over de capaciteit van de inspectiediensten. Hebben zij genoeg personeel om grote en technisch moeilijke werven geregeld te bezoeken? Kunnen zij onaangekondigd controleren? Beschikken zij over voldoende expertise voor nieuwe bouwmethodes en tijdelijke liftinstallaties? Worden eerdere vaststellingen opgevolgd? Zijn sancties zwaar genoeg wanneer bedrijven herhaaldelijk tekortschieten? En wordt bij overheidsopdrachten en vergunningen voldoende rekening gehouden met het veiligheidsverleden van ondernemingen?

Controle mag niet worden gezien als hinder voor economische activiteit. Een inspecteur die werkzaamheden stillegt omdat een risico niet aanvaardbaar is, veroorzaakt geen nutteloze vertraging. Hij kan levens redden. Een opdrachtgever die extra tijd en geld uittrekt voor veilige uitvoering is niet inefficiënt. Hij doet wat menselijk en juridisch vereist is. Een onderaannemer die een onveilige opdracht weigert, is geen lastpost. Hij beschermt zijn werknemers en mogelijk ook anderen op de werf.

Buitenlandse arbeiders verdienen dezelfde bescherming

De eerste informatie wees erop dat onder de vermiste arbeiders mensen met de Belgische of Roemeense nationaliteit waren. Dat detail mag geen voetnoot blijven. De Belgische bouwsector steunt in aanzienlijke mate op werknemers die uit andere Europese landen komen, tijdelijk in België verblijven of via onderaanneming worden ingezet. Zij verrichten zwaar en gespecialiseerd werk, vaak ver van hun familie. Hun rechten mogen niet afhangen van hun nationaliteit, contractvorm of kennis van het Nederlands of Frans.

In veiligheidszaken is taal geen bijkomstigheid. Een werknemer moet onmiddellijk begrijpen wat een alarm betekent, welke route hij moet nemen, welk toestel hij niet mag gebruiken en bij wie hij gevaar moet melden. Een handtekening onder een Nederlandstalig of Franstalig document bewijst niet dat de inhoud begrepen is. Werkgevers moeten aantonen dat instructies daadwerkelijk zijn aangekomen. Dat kan via meertalige opleidingen, visuele signalen, praktijkoefeningen en leidinggevenden die met hun teams kunnen communiceren. Wie buitenlandse arbeidskrachten inzet, aanvaardt ook de plicht om hen op een begrijpelijke manier te beschermen.

Geen mens mag een vervangbaar onderdeel worden

In grote projecten ontstaat soms een taal waarin mensen verdwijnen achter functies. Er wordt gesproken over capaciteit, bezetting, manuren, ploegen en productiviteit. Die woorden zijn nuttig voor planning, maar gevaarlijk wanneer ze ons doen vergeten dat iedere arbeidskracht een afzonderlijk leven heeft. Een arbeider is geen uitwisselbaar onderdeel van een bouwproces. Wanneer hij sterft, kan hij niet worden vervangen. Er kan een andere werknemer worden aangeworven, maar de vader, partner, zoon, broer, vriend of collega keert niet terug.

De zes mensen in de Oxy-toren hadden die ochtend waarschijnlijk gewone verwachtingen. Een werkdag doorkomen. Een pauze nemen. Een bericht naar huis sturen. Na de uren vertrekken. Misschien plannen maken voor het weekend. Hun dood toont hoe dun de grens kan zijn tussen dagelijkse routine en onherstelbaar verlies. Dat besef mag niet alleen aanwezig zijn op de dag na de ramp. Het moet invloed hebben op iedere planning, iedere risicoanalyse en iedere beslissing waarbij tijd of geld tegenover veiligheid wordt geplaatst.

De verleiding van het woord ongeval

Het woord ongeval klinkt neutraal. Het suggereert iets dat gebeurde zonder bedoeling. Dat kan juridisch correct zijn. Toch mag het woord niet beletten dat naar voorkombare oorzaken wordt gezocht. Niet ieder ongeval is het gevolg van schuld, maar veel ongevallen ontstaan door een reeks kleine tekortkomingen: een onduidelijke instructie, een ontbrekende controle, een gewijzigd werkproces, een geblokkeerde route, een defect dat niet tijdig werd opgemerkt of een waarschuwing die onvoldoende ernstig werd genomen.

Daarom moet de vraag niet alleen luiden wie de brand heeft veroorzaakt. De ruimere vraag is welke beschermingslagen ontbraken of faalden. In een degelijk veiligheidssysteem hoeft één fout niet meteen tot zes doden te leiden. Er horen verschillende barrières te bestaan: preventie van ontsteking, beperking van rook en vuur, alarmering, evacuatiemogelijkheden, toegangscontrole, registratie van aanwezigen en snelle interventie. Wanneer meerdere barrières tegelijk wegvallen, kan een beperkt incident uitgroeien tot een ramp.

De prijs van veiligheid moet vooraf worden betaald

Na een dodelijk arbeidsongeval worden kosten gemaakt voor onderzoek, juridische procedures, medische zorg, schadevergoedingen, vertragingen en herstel. Geen van die uitgaven brengt de slachtoffers terug. Investeren in veiligheid vóór een ramp is menselijker en uiteindelijk ook rationeler. Dat vraagt voldoende personeel, realistische deadlines, degelijk materieel, onafhankelijke controles, opleiding tijdens betaalde arbeidstijd en de bereidheid om een planning te wijzigen wanneer risico’s toenemen.

De bouwsector staat vaak onder druk door stijgende kosten, moeilijke aanbestedingen en strakke opleveringstermijnen. Die economische realiteit bestaat. Maar een begroting die alleen haalbaar is wanneer op veiligheidsmarges wordt ingeleverd, is geen aanvaardbare begroting. Een deadline die alleen wordt gehaald door onveilige gelijktijdige werkzaamheden toe te laten, is geen redelijke deadline. Winst die afhankelijk is van het doorschuiven van risico’s naar arbeiders is geen gezonde winst.

Beschaving begint bij de minst machtige persoon op de werf

Een samenleving toont haar karakter niet door de bescherming van wie macht, kennis en invloed bezit. Zij toont haar karakter door de manier waarop zij omgaat met mensen die afhankelijk zijn van beslissingen van anderen. De arbeider in een liftschacht heeft geen perswoordvoerder, juridisch team of raad van bestuur achter zich wanneer hij op een gevaarlijke situatie stuit. Hij heeft regels, collega’s, leidinggevenden en inspecteurs nodig die werkelijk voor hem werken.

Een minister in een beveiligd kantoor en een arbeider op een werf hebben dezelfde menselijke waarde. Een Belgische werknemer en een Roemeense werknemer hebben hetzelfde recht om na hun werkdag levend naar huis te gaan. Dat klinkt vanzelfsprekend. Toch moet die vanzelfsprekendheid dagelijks worden afgedwongen door toezicht, middelen, opleiding en aansprakelijkheid. Rechten die niet kunnen worden gebruikt op het moment dat gevaar ontstaat, zijn papieren rechten.

Wat nu moet gebeuren

Eerst moeten de slachtoffers waardig worden geïdentificeerd en moeten hun families alle nodige steun ontvangen. De twee gewonden verdienen blijvende medische en psychologische begeleiding. Ook de andere werknemers op de werf moeten toegang krijgen tot bijstand, ongeacht hun werkgever of contractvorm. Niemand die deze ramp meemaakte, mag tussen administraties, verzekeraars en onderaannemers verloren raken.

Daarnaast moet het onderzoek de hele keten in kaart brengen. Niet om zo snel mogelijk één naam aan te wijzen, maar om vast te stellen welke technische, organisatorische en menselijke factoren samenwerkten. De resultaten moeten leiden tot concrete aanpassingen op andere werven. Tijdelijke liftinstallaties, werkzaamheden in liftkokers, brandwerende afscheidingen, evacuatieprocedures, meertalige communicatie en registratie van werknemers verdienen daarbij bijzondere aandacht.

Ten slotte moet de politiek nagaan of de inspectie over genoeg mensen, bevoegdheden en technische kennis beschikt. Een tragedie mag niet worden gevolgd door enkele aangekondigde controles die na enkele weken uitdoven. Er is een blijvende aanpak nodig. Onaangekondigde inspecties, bescherming van klokkenluiders, strenge opvolging van eerdere inbreuken en openbare informatie over ernstige veiligheidsproblemen kunnen daarbij een rol spelen.

Geen snelle verontwaardiging die daarna verdwijnt

De nieuwscyclus is genadeloos. Vandaag staat de Oxy-toren centraal. Binnen enkele dagen kunnen andere gebeurtenissen de aandacht opeisen. Dat is precies het moment waarop waakzaamheid nodig is. De families zullen dan nog altijd rouwen. De gewonden zullen nog altijd worden behandeld. Onderzoekers zullen nog altijd technische onderdelen bestuderen en getuigen horen. Collega’s zullen nog altijd proberen te begrijpen waarom zij konden ontsnappen en anderen niet.

De verantwoordelijkheid van journalistiek en politiek begint daarom niet alleen op de dag van de ramp. Zij begint opnieuw wanneer de eerste onderzoeksresultaten verschijnen, wanneer eventuele vervolging wordt aangekondigd, wanneer een zaak voor de rechtbank komt en wanneer aanbevelingen moeten worden uitgevoerd. Ook wanneer er geen eenvoudige schuldige blijkt te bestaan, moeten de lessen worden vastgelegd. Anders wordt herinnering gereduceerd tot een jaarlijkse herdenking zonder verandering.

Is dit nog een beschaafd land?

Het antwoord op die vraag ligt niet vast. België is een land met arbeidswetgeving, sociale bescherming, hulpdiensten, inspecties en een rechtsstaat. Dat zijn wezenlijke verworvenheden. Maar beschaving is geen eretitel die eenmaal wordt toegekend en daarna nooit meer kan worden verloren. Zij moet iedere dag opnieuw worden bewezen. Op iedere werf. In iedere fabriek. In ieder magazijn. Bij iedere beslissing waarbij menselijke veiligheid geld of tijd kost.

De dood van zes arbeiders bewijst niet automatisch dat alle regels werden overtreden of dat één onderneming bewust risico’s nam. Dat moet het onderzoek uitwijzen. De ramp bewijst wel dat zes mensen niet beschermd werden tegen een situatie die hun leven beëindigde. Dat feit alleen verplicht tot zelfonderzoek. Niet uit sensatie, maar uit respect.

De vraag is daarom niet uitsluitend wie juridisch verantwoordelijk zal worden gesteld. De vraag is ook wat wij als samenleving normaal zijn gaan vinden. Aanvaarden we dat de mensen die onze steden bouwen de zwaarste risico’s dragen en de kleinste stem hebben? Aanvaarden we dat veiligheid pas publieke aandacht krijgt wanneer lichamen uit een lift worden gehaald? Aanvaarden we verklaringen en medeleven zonder te eisen dat lessen werkelijk worden toegepast?

Een beschaafd land wacht niet op de volgende ramp. Het onderzoekt, maakt bekend wat fout ging, beschermt getuigen, ondersteunt families en past regels aan waar dat nodig is. Het behandelt veiligheid niet als een kostenpost die moet worden beperkt, maar als een schuld tegenover iedere werkende mens.

Bronnen:
Aangeleverde basistekst en redactionele instructies van Andy Vermaut
The Brussels Times en Belga, berichtgeving over de brand, slachtoffers en het gerechtelijk onderzoek
Reuters, eerste bevestigde gegevens over de brand, vermisten en aanwezige werknemers
The Bulletin, stand van zaken over de zes slachtoffers, gewonden en onderzoeksdaden
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, regelgeving voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen
Cordeel, NAV en projectpartners, achtergrondinformatie over de herontwikkeling van Oxy

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)