Israël centraal in debat over antisemitisme op Helsinki-conferentie

10 december 2025

Onderwijs als oefenplaats tegen antisemitisme

Op woensdag 10 december 2025 kwamen in Helsinki onderwijsdeskundigen en beleidsmakers uit Finland, Zweden, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen en Ierland samen voor een driedaagse conferentie van UNESCO en de OVSE over onderwijs en antisemitisme. In zalen waar normaal vooral vakdidactiek en leerplannen worden besproken, ging het nu om een fundamentelere vraag: hoe kunnen scholen antisemitisme, vooroordelen en discriminatie tegengaan zonder gevoelige thema’s te omzeilen.

De bijeenkomst valt samen met het Finse voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Dat voorzitterschap staat dit jaar in het teken van de vijftigste verjaardag van de Helsinki Final Act uit 1975, het akkoord dat principes vastlegde voor veiligheid, mensenrechten en samenwerking in Europa. Voor veel deelnemers is het geen toeval dat juist in deze context het gesprek over antisemitisme via onderwijs wordt verdiept.

Israël als lastig onderwerp in de klas

In een themasessie van de European Coalition for Israel legde oprichter en directeur Tomas Sandell de vinger bij een punt dat in veel klaslokalen blijft liggen: de rol van de staat Israël in het denken over antisemitisme. Volgens hem is het moeilijk om antisemitisme aan te pakken wanneer leerlingen geen goed beeld hebben van de heropbouw van een Joodse staat na de Shoah. Hij schetste hoe overlevenden na 1945 naar het toenmalige mandaatgebied Palestina trokken en daar, in vaak uiterst moeilijke omstandigheden, een moderne democratie uitbouwden die vandaag ook bekendstaat als een technologische start-up hub.

Gastspreker Alex Maws wees erop dat Israël in gesprekken over antisemitisme tegelijk centraal staat en toch vaak wordt verzwegen. In een korte peiling tijdens de sessie kregen deelnemers twee vragen: wat zien zij als voornaamste oorzaak van antisemitisme in Europa vandaag, en welk onderwerp vinden zij het lastigst om in een les aan te snijden. In beide gevallen kwam Israël bovenaan te staan. Andere bekende factoren, zoals religieuze stereotypen of complottheorieën, werden genoemd, maar bleven duidelijk op de achtergrond.

De uitkomst illustreert hoe sterk discussies over Israël en over Jodenhaat met elkaar samenlopen in klaslokalen en lerarenkamers. Sandell stelde dat veel leraren zich daardoor geremd voelen om het thema breed uit te werken, terwijl leerlingen net behoefte hebben aan heldere historische informatie en context.

Van Auschwitz tot de stichting van Israël

Sandell pleitte ervoor om lessen over de Holocaust niet te laten eindigen bij de bevrijding van het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau op 27 januari 1945. In zijn visie vormt de onafhankelijkheidsverklaring van de moderne staat Israël op 14 mei 1948 het noodzakelijke vervolg in hetzelfde historische verhaal. Pas wanneer beide momenten worden samengebracht, krijgen leerlingen zicht op de weg van vervolging en vernietiging naar politieke zelfbeschikking voor het Joodse volk.

Die bredere benadering betekent volgens hem niet dat discussie over het Israëlisch-Palestijnse conflict buiten de klas moet blijven, integendeel. Kritische vragen over regeringsbeleid of de zoektocht naar een rechtvaardige oplossing voor het conflict blijven voor hem deel van goed burgerschapsonderwijs. Maar zonder basiskennis over Zionisme als beweging voor zelfbeschikking en over de band tussen het Joodse volk en het land Israël, blijven zulke debatten volgens Sandell oppervlakkig en vatbaar voor simplistische beelden.

In zijn toelichting maakte hij ook duidelijk dat de huidige vormen van antisemitisme niet terug te voeren zijn op het ontstaan van een Joodse staat. Israël ontstond volgens hem juist als antwoord op eeuwenlange vervolging in uiteenlopende landen. Daarom vindt hij dat inspanningen tegen antisemitisme in Europese staten niet los kunnen worden gezien van het gesprek over de plaats van Israël in het publieke debat.

Helsinki Final Act als vertrekpunt

De Finse minister van Onderwijs, Anders Adlercreutz, sloot in zijn toespraak aan bij deze historische invalshoek. Hij verwees naar de Helsinki Final Act van 1975 als een keerpunt waarin Europese staten afspraken maakten over veiligheid, samenwerking en respect voor mensenrechten. Belangrijk in dat document is dat niet alleen de rechten van staten, maar ook die van burgers centraal komen te staan.

Volgens Adlercreutz staan antisemitisme en andere vormen van vooroordeel haaks op de geest van dat akkoord. Wie vandaag inzet op onderwijs dat iedereen gelijke kansen geeft en minderheden beschermt, werkt in zijn ogen verder aan de opdracht die in Helsinki werd vastgelegd. De conferentie, die plaatsvindt tijdens het Finse voorzitterschap van de OVSE, past voor hem in dat bredere traject. Eerder dit jaar werd de vijftigste verjaardag van de Helsinki Final Act al officieel herdacht; deze week wordt die erfenis concreet gemaakt in de klaspraktijk.

Verantwoordelijkheid van samenlevingen

Tijdens een receptie in de Zweedse ambassade in Helsinki legde UNESCO-vertegenwoordiger Karel Fracapane nog een ander accent. Hij verwees naar de visie van de in 2020 overleden Britse opperrabbijn Jonathan Sacks, die er meermaals op wees dat de strijd tegen antisemitisme niet in de eerste plaats bij Joden zelf ligt, maar bij de mensen en de samenlevingen waarin Jodenhaat opduikt.

Door die gedachte in herinnering te brengen, verlegde Fracapane de aandacht van individuele slachtoffers naar de bredere verantwoordelijkheid van scholen, overheden en maatschappelijke instellingen. Antisemitisme is, zo stelde hij, een signaal dat er iets misloopt in de manier waarop een samenleving zichzelf organiseert en naar minderheden kijkt. Onderwijs krijgt in dat perspectief een bijzondere rol, omdat het jonge mensen leert hoe ze met verschil omgaan en welke plaats historische kennis inneemt in hun kijk op de actualiteit.

De driedaagse conferentie met deelnemers uit Finland, Zweden, Denemarken, Estland, Letland, Litouwen en Ierland loopt tot donderdag. Deelnemers wisselen concrete lesvoorbeelden, trainingsmateriaal en beleidsinitiatieven uit. Een terugkerende vraag is hoe leraren tegelijk ruimte kunnen geven aan gevoelige discussies over Israël en antisemitisme, en toch duidelijk blijven over de grens tussen legitieme kritiek en discriminerende stereotypen. Wat in Helsinki wordt besproken, zal de komende maanden terugkeren in werkgroepen, leerplannen en verdere samenwerking tussen ministeries en internationale organisaties.

Bronnen:
European Coalition for Israel
UNESCO
OSCE
Fins ministerie van Onderwijs

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)