Levenslange gevangenisstraf in Pakistan voor memoriseren koran door Ahmadi-moslim

28 december 2025
Een rechtbank in de Pakistaanse stad Lalian heeft een lid van de Ahmadiyya-moslims veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De aanleiding voor dit vonnis is de vaststelling dat de man de koran uit zijn hoofd kende en religieuze titels gebruikte. De uitspraak wordt door waarnemers gezien als een aanzienlijke verzwaring van de manier waarop religieuze uitingen juridisch worden beoordeeld in de provincie Punjab.
Veroordeling in Lalian
De beslissing werd op woensdag 24 december 2025 uitgesproken door de Additional Sessions Court in Lalian, Punjab. Rechter Adeela Altaf Alyana legde Mubarak Ahmad Saani een levenslange gevangenisstraf op onder sectie 295-B van het Pakistaanse wetboek van strafrecht. Daarnaast kreeg hij een celstraf van drie jaar opgelegd onder sectie 298-C. Hoewel Saani werd vrijgesproken van beschuldigingen die te maken hadden met de wet op het drukken en registreren van de koran, bleven de veroordelingen voor godslastering en het aannemen van een islamitische identiteit overeind.
Religieuze titels als bewijslast
De rechtbank baseerde het oordeel niet op fysieke beschadiging van een religieus geschrift, maar op de religieuze status en identiteit van de beschuldigde. In het vonnis staat beschreven dat Saani zichzelf presenteerde als een Hafiz, een eretitel voor iemand die de volledige tekst van de koran heeft gememoriseerd. Volgens de rechtbank vormde het gebruik van deze titel door een Ahmadi-moslim het bewijs dat hij zich voordeed als moslim, wat onder de huidige Pakistaanse wetgeving strafbaar is gesteld voor deze specifieke groep. Ook het inzamelen van fondsen voor de organisatie Anjuman Ahmadiyya werd door de rechter meegewogen in de uiteindelijke beslissing.
Bewijsmateriaal en juridische context
Tijdens het onderzoek zijn negentien kwitanties van donaties in beslag genomen die dateren uit de periode van augustus 2022 tot en met december 2022. Op deze documenten stond de naam van de betrokkene vermeld als Mukarram Hafiz Mubarak Ahmad Saani. De rechter oordeelde dat het gebruik van de religieuze aanduiding op routineuze administratieve documenten een strafbare handeling was. De verdediging had gewezen op procedurele zwakheden in de aanklachten, maar de rechtbank concludeerde desondanks dat de vervolging de schuld buiten redelijke twijfel had aangetoond.
Internationale verplichtingen en grondwet
De juridische uitkomst roept vragen op over de naleving van artikel 20 van de Pakistaanse grondwet, waarin de vrijheid van religie is vastgelegd. De internationale gemeenschap wijst erop dat Pakistan gebonden is aan het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Specifieke artikelen in dit verdrag verbieden discriminatie en beschermen de vrijheid van gedachte en religie. Er wordt nu aangedrongen op een onmiddellijke herziening van het vonnis en het opschorten van de levenslange straf, aangezien er geen sprake was van openbare wanorde of geweld.
Bronnen:
International Human Rights Committee (IHRC), Pakistan Criminalises Qur’anic Memorisation: Ahmadi Muslim Sentenced to Life Imprisonment, Gerechtelijk vonnis: Additional Sessions Court Lalian, zaak Mubarak Ahmad Saani
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


