Lisseth Perez legt de pijnlijke kloof bloot tussen rechten en werkelijkheid: “Armoede bestrijden is als soep eten met een vork”

Diksmuide, 17 oktober 2026 – Een stem mogen uitbrengen, maar nauwelijks de middelen hebben om een behoorlijk leven op te bouwen. Rechten hebben, maar vastlopen zodra je ze in de praktijk wilt gebruiken. Uitgenodigd worden om deel te nemen, terwijl financiële, fysieke of maatschappelijke drempels de toegang bemoeilijken. In die spanning tussen belofte en werkelijkheid plaatste Lisseth Perez haar bijdrage aan de EDC Fan Dag in Dienstencentrum Ten Patershove in Diksmuide. Namens Europese Beweging België verbond zij de strijd tegen armoede met een fundamentele vraag over democratie: hoeveel is gelijkwaardigheid waard wanneer mensen haar in hun dagelijkse leven onvoldoende ervaren? Een vergelijking die zij tijdens haar toespraak aanhaalde, vatte de frustratie samen: armoede bestrijden is soms als soep eten met een vork. Er wordt geprobeerd, gewerkt en volgehouden, maar te veel glipt weg voordat het de mensen bereikt voor wie het bedoeld is.

De ongemakkelijke vraag achter een dag over inclusie

De EDC Fan Dag werd georganiseerd door Europese Beweging België en EDC Fan Belgium op de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Armoede. Dat gaf het gesprek over de European Disability Card een betekenis die verder reikte dan de kaart zelf. Hoe maak je deelname aan de samenleving mogelijk voor mensen die tegelijk met verschillende drempels worden geconfronteerd? Een korting kan helpen, maar verliest haar nut wanneer iemand de verplaatsing niet kan betalen. Een activiteit kan betaalbaar zijn, maar onbereikbaar blijven wanneer de nodige ondersteuning ontbreekt. En een recht kan formeel bestaan zonder dat de rechthebbende weet hoe het gebruikt moet worden. Dat zijn de bredere vragen die de bijdrage van Lisseth Perez opriep. Zij bracht armoede en toegankelijkheid samen in een verhaal over de voorwaarden waaronder mensen hun plaats in de samenleving kunnen innemen. Daarmee ging het in Diksmuide ook over de afstand tussen ergens welkom zijn en daadwerkelijk kunnen binnenkomen.

Armoede raakt ook aan de zeggenschap over het eigen leven

Lisseth Perez opende haar toespraak in het Engels en omschreef armoede als een aantasting van waardigheid en vrede. Daarmee legde zij de nadruk op iets wat in een louter financiële benadering gemakkelijk verloren gaat: een gebrek aan middelen beperkt ook de ruimte om zelf beslissingen te nemen. Wie voortdurend moet afwegen welke noodzakelijke uitgave nog kan wachten, beschikt over minder vrijheid dan het woord keuze doet vermoeden. Achter een ontoereikend budget schuilt een leven waarin onzekerheid telkens opnieuw aandacht opeist. Vanuit die invalshoek krijgt armoedebestrijding een diepere betekenis. Het gaat om de mogelijkheid om vooruit te kijken, plannen te maken en minder afhankelijk te zijn van omstandigheden waarover iemand nauwelijks controle heeft. Waardigheid wordt dan heel concreet: kunnen deelnemen zonder voortdurend te moeten uitleggen waarom iets financieel of praktisch onmogelijk is.

Achter ieder cijfer staat een verhaal dat gehoord moet worden

Volgens Lisseth Perez schuilt achter elke statistiek een verhaal en achter elk cijfer een mens die een dagelijkse strijd voert. Die gedachte vormde het menselijke vertrekpunt van haar bijdrage. Cijfers zijn nodig om de omvang van armoede zichtbaar te maken, maar kunnen de afstand tot de werkelijkheid ook vergroten wanneer de mensen achter die cijfers verdwijnen. Een statistiek vertelt hoeveel mensen onder een bepaalde grens leven; ze vertelt niet vanzelf hoe het voelt om voortdurend met tekort rekening te houden. Lisseth Perez vroeg daarom om de stemmen van mensen in armoede te versterken. Dat is meer dan een oproep tot medeleven. Wie wil begrijpen waarom ondersteuning onvoldoende werkt, moet luisteren naar degenen die ermee proberen rond te komen. Hun ervaringen maken zichtbaar waar procedures vastlopen, waar informatie ontbreekt en waar oplossingen op papier onvoldoende aansluiten bij het leven waarvoor ze bedoeld zijn.

De wereldwijde omvang van bestaansonzekerheid

Tijdens haar toespraak verwees Lisseth Perez naar ongeveer 826 miljoen mensen die met minder dan drie dollar per dag in extreme armoede leven, door haar omschreven als ongeveer een tiende van de wereldbevolking. Ook haalde zij aan dat circa 3,8 miljard mensen geen enkele vorm van sociale bescherming genieten. Het waren de ramingen die zij gebruikte om de schaal van het probleem te schetsen; dergelijke aantallen moeten steeds worden gelezen binnen hun meetjaar en definitie. De betekenis die zij eraan gaf, was duidelijk: voor zeer veel mensen ontbreekt een stevige basis waarop zij kunnen terugvallen. Zonder bescherming kan een tegenslag onmiddellijk doorwerken in inkomen, wonen en toekomstmogelijkheden. In de context van de bijeenkomst in Diksmuide plaatsten die cijfers een lokale discussie in een wereldwijd kader. De omstandigheden verschillen, maar de onderliggende vraag keert terug: welke zekerheid biedt een samenleving aan mensen wanneer zij die het hardst nodig hebben?

Een baan is niet automatisch een uitweg

Lisseth Perez wees erop dat ook werkende mensen arm kunnen zijn. Zij benadrukte daarbij dat jonge werknemers volgens de door haar aangehaalde gegevens ruim twee keer zoveel kans lopen als volwassen werknemers om ondanks hun werk in armoede te leven. Daarmee raakte zij aan de grenzen van een redenering waarin werk op zichzelf als voldoende antwoord op bestaansonzekerheid wordt beschouwd. De kwaliteit en zekerheid van het werk zijn eveneens van belang. Een arbeidsplaats krijgt pas haar volle maatschappelijke betekenis wanneer ze iemand daadwerkelijk helpt een bestaan op te bouwen. In haar betoog ging het daarom over toegang tot onderwijs én over kansen op zeker werk. De verbinding tussen die twee is essentieel: mensen moeten de mogelijkheid krijgen hun vaardigheden te ontwikkelen, maar ook een omgeving vinden waarin die vaardigheden tot duurzame kansen leiden. Anders blijft de belofte van vooruitgang kwetsbaar.

Huisvesting bepaalt mee hoeveel ruimte iemand overhoudt

Behoorlijke huisvesting noemde Lisseth Perez cruciaal. Die aandacht voor wonen paste in haar bredere visie op waardigheid. Een woning is de plek van waaruit iemand de rest van het leven probeert te organiseren. Wanneer die basis onzeker is, worden ook andere stappen moeilijker. Rust vinden, een opleiding volgen, werk zoeken of sociale contacten onderhouden vraagt meer inspanning wanneer de woonsituatie voortdurend zorgen veroorzaakt. De samenhang tussen die levensdomeinen maakt armoede zo hardnekkig: problemen blijven zelden netjes van elkaar gescheiden. Een tekort op het ene terrein verkleint de mogelijkheden op een ander. Vanuit dat perspectief kan armoedebestrijding niet uitsluitend op één afzonderlijke verbetering worden beoordeeld. De vraag is ook of die verbetering iemand voldoende stabiliteit geeft om verder te komen.

Wat betekent democratie wanneer een eerlijke kans ontbreekt?

Vanuit die sociale werkelijkheid maakte Lisseth Perez de stap naar democratie. Zij omschreef democratie als meer dan een politiek systeem: het is ook een engagement om gelijke kansen te waarborgen. Stemrecht en vertegenwoordiging zijn wezenlijk, maar daarmee is de opdracht niet voltooid. Voor haar omvat democratie eveneens het recht op een eerlijke kans op een behoorlijk leven. Dat is een veeleisende maatstaf. Ze vraagt om te kijken naar wat publieke instellingen voor mensen mogelijk maken, ook buiten verkiezingsperiodes. Kan iemand onderwijs bereiken? Is er bescherming bij moeilijkheden? Krijgen mensen die ondersteuning nodig hebben ook daadwerkelijk toegang tot die ondersteuning? In die vragen wordt democratie tastbaar. De kracht van een democratische samenleving blijkt dan mede uit de mate waarin burgers hun rechten kunnen gebruiken om hun leven vorm te geven.

De meerderheid vertelt niet het volledige verhaal

Een centrale gedachte in de bijdrage van Lisseth Perez was dat de kwaliteit van een democratie niet uitsluitend wordt afgemeten aan haar werking voor de meerderheid. Ook de erkenning en versterking van iedere afzonderlijke persoon horen bij die beoordeling. Dat legt een blinde vlek bloot in tevredenheid over systemen die voor de meeste mensen behoorlijk functioneren. Een voorziening kan veel burgers bereiken en toch mensen blijven missen die juist extra ondersteuning nodig hebben. Wie buiten de gebruikelijke procedures valt, ervaart de beperkingen van het systeem vaak het scherpst. De vraag hoeveel mensen geholpen worden, moet daarom worden aangevuld met de vraag wie niet wordt bereikt. Voor Lisseth Perez hoorde die aandacht bij de kern van democratische gelijkwaardigheid. De positie van mensen aan de rand van een systeem zegt iets wezenlijks over de kwaliteit van het geheel.

Gelijke rechten vragen om bruikbare toegang

Lisseth Perez sprak over onderwijs en zeker werk als fundamentele rechten. Zij maakte daarmee duidelijk dat toegang tot die mogelijkheden niet als een gunst mag worden behandeld. Tegelijk roept haar betoog een onderscheid op tussen formele gelijkheid en bruikbare toegang. Dezelfde mogelijkheid aanbieden aan iedereen volstaat niet altijd wanneer de omstandigheden waarin mensen daarvan gebruik moeten maken sterk verschillen. Een opleiding die op papier openstaat, kan in de praktijk moeilijk bereikbaar zijn. Een kans op werk kan afhangen van ondersteuning die onvoldoende beschikbaar is. Het gaat er dan om vast te stellen wat iemand nodig heeft om een recht werkelijk te benutten. Voor personen met een beperking is dat bijzonder relevant. Wie wordt uitgesloten van onderwijs of werk, verliest volgens Lisseth Perez ook een deel van zijn waardigheid en plaats in de samenleving.

De European Disability Card maakt erkenning zichtbaar

Binnen dat brede verhaal presenteerde Lisseth Perez de European Disability Card als een concrete stap vooruit. Zij noemde de kaart een baken van hoop, omdat ze aansluit bij de ambitie om personen met een beperking meer mogelijkheden tot deelname te bieden. De huidige Belgische EDC wordt vooral gebruikt bij deelnemende aanbieders van cultuur-, sport- en vrijetijdsactiviteiten. Afhankelijk van de partner kan ze bijvoorbeeld een verminderd tarief, gratis toegang voor een begeleider of aangepaste voorzieningen opleveren. Haar praktische waarde ligt in het herkenbaar maken van een ondersteuningsbehoefte en het vergemakkelijken van toegang. Die waarde moet tegelijk zorgvuldig worden afgebakend: de kaart regelt niet op zichzelf de toegang tot onderwijs, werk of een inkomen. Ze is één instrument binnen een veel ruimere opdracht.

Erkenning moet aan de ingang ook iets betekenen

Lisseth Perez waarschuwde nadrukkelijk dat het bezit van een kaart niet alle problemen oplost. Die kanttekening was essentieel voor haar betoog. Een instrument krijgt pas betekenis wanneer het in de praktijk wordt begrepen en gebruikt. Een kaarthouder moet weten waar hij terechtkan; een organisatie moet weten wat zij aanbiedt; medewerkers moeten de afspraken kunnen toepassen. De stap van beleid naar dagelijks gebruik bestaat uit veel van zulke kleine schakels. Wanneer er één ontbreekt, kan de persoon voor wie de regeling bedoeld is alsnog vastlopen. Juist daarom verdient de uitvoering evenveel aandacht als de aankondiging van een initiatief. Een kaart in de portefeuille is een begin. De werkelijke vooruitgang blijkt wanneer iemand dankzij die kaart minder moeilijkheden ondervindt en gemakkelijker aan een activiteit kan deelnemen.

Waarom vrije tijd geen onbeduidend onderwerp is

De nadruk op cultuur, sport en vrije tijd raakt aan een belangrijk onderdeel van maatschappelijke deelname. Een behoorlijk leven omvat ook ontmoeting, ontspanning en de mogelijkheid om samen met anderen iets te beleven. Wie daar moeilijk toegang toe vindt, mist meer dan een afzonderlijke activiteit. Ook kansen op contact en verbondenheid kunnen verloren gaan. In de bredere redenering van Lisseth Perez past de EDC daarom bij het streven naar een samenleving waarin mensen een volwaardige plaats krijgen. Deelname betekent niet alleen dat de meest noodzakelijke behoeften worden opgevangen. Het betekent ook dat er ruimte is om interesses te volgen, anderen te ontmoeten en aanwezig te zijn in het gewone sociale leven. Precies daar wordt inclusie voor veel mensen zichtbaar en voelbaar.

De vork als beeld van een tekortschietende aanpak

De vergelijking met soep eten met een vork gaf het betoog van Lisseth Perez zijn scherpste beeld. Zij haalde de uitspraak van iemand anders aan en beschreef hoe moeilijk en rommelig dat eten verloopt: soms belandt er meer op het hemd dan in de mond. Het beeld laat zich lezen als een vraag naar de geschiktheid van de middelen waarmee armoede wordt bestreden. Wanneer het gewenste resultaat uitblijft, moet ook worden onderzocht of de gekozen aanpak wel voldoende werkt. De vergelijking richt de aandacht zo op de afstand tussen inspanning en uitkomst. Goede bedoelingen, hard werken en volhouden zijn waardevol, maar moeten uiteindelijk leiden tot verbetering. Het ongemak van het beeld zit precies daar: iedereen kan zien hoe groot de moeite is, terwijl de honger onvoldoende wordt gestild.

Humor die de ernst niet wegneemt

Lisseth Perez liet ruimte om met die vergelijking te lachen, maar onderstreepte tegelijk dat het onderwerp ernst verdient. Dat evenwicht gaf het beeld zijn werking. Humor kan een ingewikkeld probleem toegankelijk maken zonder het kleiner te maken. In dit geval verwoordde de vergelijking een herkenbare frustratie: denken dat er vooruitgang wordt geboekt, om vervolgens opnieuw op een hindernis te botsen. Lisseth Perez beschreef dat gevoel als een spel waarin telkens een nieuwe uitdaging verschijnt. Daarmee erkende zij hoe vermoeiend maatschappelijke verandering kan zijn. Haar antwoord was echter dat het gesprek moet doorgaan. De complexiteit van het probleem vormt geen reden om mensen met hun moeilijkheden alleen te laten. Ze maakt het des te noodzakelijker om te blijven onderzoeken waar verbetering mogelijk is.

Luisteren naar ervaring is ook kennis verzamelen

De oproep van Lisseth Perez om zichzelf en anderen te informeren, sloot aan bij haar nadruk op de verhalen achter de cijfers. Informatie kan mensen helpen bestaande mogelijkheden te vinden. Ervaringen kunnen op hun beurt laten zien waarom die mogelijkheden soms onvoldoende bruikbaar zijn. Die wisselwerking is belangrijk. Een organisatie kan haar regeling duidelijk vinden, terwijl gebruikers niet begrijpen waar zij moeten beginnen. Een procedure kan logisch lijken vanuit een administratie, maar veel inspanning vragen van iemand die al met verschillende moeilijkheden worstelt. Door over armoede en uitsluiting te blijven praten, worden zulke verschillen zichtbaar. Het gesprek dient dan een concreet doel: begrijpen waar ondersteuning haar bedoeling mist en welke aanpassing mensen werkelijk verder kan helpen.

Van betrokkenheid naar politieke verantwoordelijkheid

Lisseth Perez beperkte haar oproep niet tot wat burgers individueel kunnen doen. Zij vroeg ook om beleidsmakers aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Meer investeringen in sociale programma’s, meer aandacht voor onderwijs en meer kansen op werk voor mensen die uit de boot vallen: dat waren de richtingen die zij aangaf. Wie voldoende van zich laat horen, wordt uiteindelijk door de overheid gehoord, was haar boodschap. Daarmee wees zij op de betekenis van gezamenlijke inzet. Problemen die afzonderlijke mensen nauwelijks onder de aandacht krijgen, kunnen door samenwerking meer gewicht krijgen. Een bijeenkomst als de EDC Fan Dag kan daarbij ervaringen samenbrengen die anders verspreid blijven. Het politieke belang ligt vervolgens in de vertaling van die ervaringen naar keuzes over middelen, toegankelijkheid en ondersteuning.

Democratie wordt een werkwoord wanneer mensen blijven aandringen

Lisseth Perez omschreef democratie als een werkwoord. Die gedachte vraagt om voortdurende betrokkenheid, ook wanneer een probleem al vaak is aangekaart. Rechten moeten worden toegepast, regelingen moeten worden geëvalueerd en uitsluiting moet zichtbaar blijven. Voor burgers betekent dat ruimte om vragen te stellen en verbeteringen te eisen. Voor beleidsmakers betekent het de bereidheid om te luisteren en zich te laten aanspreken op wat onvoldoende werkt. Democratie krijgt zo een dagelijks karakter. Zij speelt zich ook af in de manier waarop een overheid omgaat met mensen die moeite hebben om een procedure te doorlopen, of in de aandacht die een organisatie geeft aan een deelnemer voor wie de gewone werkwijze niet volstaat. Grote beginselen worden daar vertaald in concrete beslissingen.

Ook een zachte stem moet kunnen doorwegen

In haar pleidooi voor gelijkwaardigheid verwees Lisseth Perez uitdrukkelijk naar iedere stem: luid of zacht, gesproken of in gebarentaal. Dat was een betekenisvol detail. Wie vlot formuleert en gemakkelijk zijn weg vindt in een debat, heeft vaak meer mogelijkheden om gehoord te worden. Democratische deelname vraagt daarom ook aandacht voor de omstandigheden waaronder mensen zich kunnen uitdrukken. Luisteren vergt soms meer tijd, een andere vorm van communicatie of de bereidheid om een gesprek anders te organiseren. De gedachte van Lisseth Perez reikte daarmee verder dan iedereen formeel het woord geven. De bijdrage van mensen moet ook werkelijk kunnen meetellen. Gelijkwaardigheid wordt pas geloofwaardig wanneer zij standhoudt tegenover verschillen in tempo, taal en ondersteuningsbehoefte.

Met 29 deelnemers van beginselen naar praktische kennis

Na haar toespraak liet Lisseth Perez de aanwezigen deelnemen aan een digitale quiz over de European Disability Card. Via een QR-code konden zij aansluiten. Na enkele technische moeilijkheden met het scherm namen 29 mensen deel. De overgang van toespraak naar quiz bracht het onderwerp terug naar vragen die gebruikers en organisaties in de praktijk tegenkomen. Waarvoor kan de kaart worden gebruikt? Welke verwachtingen zijn terecht? Welke documenten blijven daarnaast nodig? Lisseth Perez lichtte de juiste antwoorden toe en maakte zo van de quiz een moment van kennisdeling. Dat paste bij haar eerdere boodschap: rechten en mogelijkheden moeten bekend zijn voordat mensen er iets aan hebben. Een Europees initiatief krijgt pas betekenis wanneer de uitleg erover ook begrijpelijk en bruikbaar is.

Geen parkeerkaart en geen automatische voorrang

Een boodschap die Lisseth Perez nadrukkelijk herhaalde, was dat de European Disability Card geen parkeerkaart is. Voor het gebruik van voorbehouden parkeerplaatsen blijft een afzonderlijke parkeerkaart nodig. Ook andere verwachtingen moeten nauwkeurig worden omschreven. De EDC geeft niet automatisch voorrang in wachtrijen; dat hangt af van de betrokken organisatie. De officiële Belgische informatie vermeldt bovendien dat de huidige kaart geen voordelen op het openbaar vervoer geeft. Wie een activiteit of uitstap plant, kan daarom het best vooraf nagaan welke voordelen en voorzieningen de aanbieder daadwerkelijk beschikbaar stelt. Duidelijkheid hierover voorkomt dat mensen pas ter plaatse ontdekken dat een veronderstelde regeling niet bestaat.

Gratis uitreiking en correcte informatie over vervanging

Ook de kostprijs kwam tijdens de quiz aan bod. De European Disability Card is in België gratis voor wie ervoor in aanmerking komt. Bij verlies of diefstal vermeldt de officiële Belgische informatie dat één keer gratis een vervangende kaart kan worden aangevraagd. Dat is een belangrijk praktisch gegeven, omdat onduidelijkheid over kosten op zichzelf een drempel kan vormen. De uitleg over een ondersteunend instrument moet daarom even zorgvuldig zijn als het instrument zelf. Mensen moeten weten waar zij recht op hebben, welke stappen nodig zijn en bij welke instantie zij terechtkunnen. Juist in een bijeenkomst over armoede en toegankelijkheid verdienen zulke details aandacht. Ze bepalen mee of iemand daadwerkelijk gebruikmaakt van een mogelijkheid.

Europa breidt de erkenning uit, maar de overgang loopt nog

De Europese dimensie van de kaart verdient eveneens een duidelijke afbakening. De huidige EDC maakt deel uit van een proefproject in acht landen: België, Cyprus, Estland, Finland, Italië, Malta, Roemenië en Slovenië. Uiterlijk op 5 juni 2028 moet de bredere erkenning in alle EU-lidstaten worden toegepast. Het uitgangspunt is dat een bezoekende kaarthouder toegang krijgt tot dezelfde bijzondere voorwaarden bij de betrokken diensten en activiteiten als personen met een beperking in het bezochte land. Dat betekent niet dat ieder land dezelfde voordelen aanbiedt of dat de kaart vandaag al overal in de Europese Unie bruikbaar is. Die overgang maakt goede informatie noodzakelijk. De ambitie van Europese erkenning is belangrijk, maar gebruikers moeten ook precies weten wat op het moment van hun bezoek mogelijk is.

Vredesworkshops als vervolg op de ontmoeting in Diksmuide

Lisseth Perez sloot haar bijdrage af met een vooruitblik. Zij kondigde aan dat Europese Beweging België vanaf januari 2027 vredesworkshops organiseert, waarvoor geïnteresseerden zich kunnen inschrijven. Daarmee keerde zij terug naar een begrip dat ook aan het begin van haar toespraak aanwezig was: vrede. Binnen haar bijdrage stond dat naast waardigheid, sociale bescherming en democratische deelname. De aangekondigde workshops boden een mogelijkheid om na de bijeenkomst verder samen te werken en het gesprek voort te zetten. Daarnaast nodigde zij aanwezigen uit om aan te sluiten bij together.eu, het netwerk dat zij voorstelde als een plaats om samen rond democratie actief te zijn. De uitnodiging sloot aan bij haar overtuiging dat betrokkenheid ook na een afzonderlijke bijeenkomst vorm moet krijgen.

De uiteindelijke maatstaf ligt in het dagelijkse leven

De bijdrage van Lisseth Perez maakte duidelijk hoe nauw armoede, toegankelijkheid en democratische gelijkwaardigheid met elkaar verbonden zijn. Een recht heeft voor mensen pas volle betekenis wanneer zij het kunnen gebruiken. Erkenning krijgt waarde wanneer ze tot meer zelfstandigheid, deelname en mogelijkheden leidt. En beleid moet uiteindelijk worden beoordeeld op wat het verandert voor degenen die ondersteuning nodig hebben. De European Disability Card kan daarin een concrete rol spelen, maar neemt de ruimere opdracht niet over. De vergelijking met soep eten met een vork bleef daarom hangen als een ongemakkelijke vraag over de doeltreffendheid van maatschappelijke inspanningen. Hoeveel moeite wordt gedaan, hoeveel bereikt de mensen en wat moet anders wanneer de uitkomst tekortschiet? Het antwoord waarop Lisseth Perez aandrong, was volhouden, informeren, organiseren en meer vragen van beleidsmakers. De democratische belofte wordt geloofwaardig waar mensen merken dat hun stem telt en dat hun leven er daadwerkelijk op vooruit kan gaan.

Meer over de bijdragen van de andere sprekers op de EDC Fan Dag in Diksmuide leest u op indegazette.be.

Bronnen: toespraak en quiz van Lisseth Perez tijdens de EDC Fan Dag in Dienstencentrum Ten Patershove, Diksmuide, 17 oktober 2026; officiële Belgische informatie over de European Disability Card en de verdere Europese uitrol.

Andy Vermaut — +32 499 35 74 95. Opmerkingen, feitelijke correcties of reacties zijn welkom via info@indegazette.be. Zet bij voorkeur zo weinig mogelijk mensen in cc, zodat uw bericht minder snel in de spamfilter terechtkomt. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel.

Steun de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be

Onafhankelijke journalistiek vraagt tijd: om aanwezig te zijn, te luisteren, informatie te controleren en verhalen uit te werken die anders onvoldoende aandacht krijgen. Iedere dag brengt indegazette.be nieuws en reportages uit de Westhoek, België, Europa en de rest van de wereld. Wilt u helpen om dat werk voort te zetten en toegankelijk te houden? Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, is welkom via Ko-fi of Buy Me a Coffee. Hartelijk dank voor uw vertrouwen, betrokkenheid en steun.

Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be