Mensenrechtenrapport vraagt Europees onderzoek naar dodelijke onrust in Azad Jammu en Kasjmir

23 juli 2026
Een mensenrechtendossier over Azad Jammu en Kasjmir vraagt het Europees Parlement om aan te dringen op een onafhankelijk internationaal onderzoek naar doden, gewonden, arrestaties en het gemelde gebruik van buitensporig geweld tijdens de onrust van juni en juli 2026. Het document werd ingediend door Jamil Maqsood, voorzitter van de Committee on Foreign Affairs van UKPNP, Sajid Hussain, lid van het Centraal Comité van UKPNP en informatiesecretaris van de Europese zone, en Aqeel Ahmad, voorzitter van UKPNP België en lid van het Centraal Comité. Zij handelen namens de Kasjmiri diaspora en de Jammu Kashmir Joint Awami Action Committee. Het dossier noemt 42 omgekomen personen, maar de opgenomen namenlijst bevat 38 namen. De identiteit, doodsoorzaak en precieze omstandigheden van al deze personen moeten nog onafhankelijk en onpartijdig worden vastgesteld.
Protesten na jarenlange sociale en politieke grieven
De Jammu Kashmir Joint Awami Action Committee groeide in 2026 uit tot een breed platform voor eisen rond grondrechten, economische problemen, bestuur, transparantie en politieke verantwoording. In Rawalakot, Kotli, Bagh, Mirpur, Pallandri en Sudhanoti werden betogingen, sit-ins en bewustmakingsacties georganiseerd. De organisatoren stelden dat zij via vreedzame onderhandelingen, democratische inspraak en juridische procedures oplossingen wilden afdwingen. Vooral in Rawalakot en de omliggende districten hielden acties langere tijd aan. De kern van de beweging lag bij de uitvoering van eerder gemaakte afspraken en bij eisen over vertegenwoordiging, burgerrechten en sociaal-economische hervormingen.
Lange mars naar Muzaffarabad liep vast in repressie en geweld
JKJAAC kondigde voor dinsdag 9 juni 2026 een vreedzame mars naar Muzaffarabad aan. De deelnemers wilden de uitvoering eisen van het Akkoord van Muzaffarabad van zaterdag 4 oktober 2025 en aandacht vragen voor grondrechten en sociaal-economische hervormingen. Op vrijdag 5 juni 2026 werd JKJAAC door de regering van Azad Jammu en Kasjmir verboden verklaard. Voorafgaand aan de mars werden extra veiligheidsdiensten ingezet en beperkingen opgelegd. Het dossier stelt dat leden van de Special Services Group van het Pakistaanse leger, gekleed als burgers, een konvooi van Sardar Umar Nazir Kashmiri aanvielen. Umar Nazir Kashmiri zou daarbij ernstig gewond zijn geraakt en zijn collega Shazaib Habib zou zijn gedood. Die beschuldigingen zijn ernstig en vereisen onderzoek waarbij ook de betrokken overheidsdiensten en veiligheidsdiensten worden gehoord.
Na deze gebeurtenissen ontstonden protesten in verschillende districten. Vanaf vrijdag 5 juni 2026 bleven zes sit-ins in Rawalakot actief, aangevuld met stakingen en andere acties. Daarna kwamen meldingen over doden, gewonden, arrestaties, onderbrekingen van internet en mobiele communicatie en mogelijk buitensporig geweld. Families van overledenen vragen een onafhankelijk onderzoek en vervolging wanneer bewijsmateriaal aantoont dat functionarissen of andere betrokkenen onrechtmatig hebben gehandeld.
Grondrechten onder druk
De gebeurtenissen roepen vragen op over de bescherming van vreedzame vergadering, vrije meningsuiting en politieke deelname. Burgers moeten sociale, economische en politieke grieven kunnen uiten zonder te vrezen voor onrechtmatig geweld, intimidatie of willekeurige arrestatie. Tegelijk moet ieder onderzoek ook nagaan wat tijdens confrontaties door demonstranten, politiediensten en andere veiligheidsactoren is gebeurd. Alleen een procedure met toegang tot getuigen, medische gegevens, beeldmateriaal, dienstbevelen en forensische informatie kan vaststellen wie waarvoor verantwoordelijk is.
Ook tegen inspecteur-generaal van politie Liaquat Ali Malik werden beschuldigingen geuit over mogelijk misbruik van bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor het ingezette geweld. Het dossier spreekt geen rechterlijk oordeel uit, maar vraagt dat deze beschuldigingen door een geloofwaardig en onafhankelijk orgaan worden onderzocht. Dezelfde rechtswaarborgen moeten gelden voor alle beschuldigden. Verantwoording kan pas volgen nadat feiten en individuele verantwoordelijkheden juridisch zijn vastgesteld.
Verkiezingen in drie fasen vergroten de politieke spanning
De verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering van Azad Jammu en Kasjmir worden in drie fasen en in drie divisies georganiseerd. Delen van het maatschappelijk middenveld en JKJAAC betwisten de geloofwaardigheid van dat proces zolang er uitgaansverboden, een sterke aanwezigheid van veiligheidsdiensten, communicatiebeperkingen, politieke arrestaties en beperkingen op vreedzame vergadering zijn. Zij vrezen dat verkiezingen onder zulke omstandigheden het vertrouwen verder aantasten.
Een geloofwaardig verkiezingsproces vraagt gelijke deelname, transparantie, toegang voor waarnemers en media, en de mogelijkheid voor kiezers om zonder druk hun keuze te maken. Het dossier vraagt daarom dat bestaande grieven eerst ernstig worden onderzocht en dat de politieke ruimte wordt hersteld. De verkiezingen zelf mogen geen reden zijn om vreedzame kritiek te beperken. Ook tijdens acties moet de toegang tot voedsel, brandstof, ziekenhuizen en geneesmiddelen verzekerd blijven.
Zware beschuldigingen over Jandala Hillah Cross
In Jandala Hillah Cross zouden Pakistaanse veiligheidsdiensten operaties hebben uitgevoerd waarbij dorpen werden bezet en woningen beschadigd. Lokale inwoners en JKJAAC beschuldigen militairen of andere veiligheidsactoren ervan geld, juwelen en waardevolle goederen te hebben meegenomen. Ook wordt gesproken over intimidatie en collectieve bestraffing. Het beschikbare dossier bevat geen onafhankelijk onderzoeksverslag waarmee deze aantijgingen definitief kunnen worden bevestigd. Onderzoek ter plaatse moet daarom nagaan welke eenheden aanwezig waren, welke bevelen werden gegeven, welke eigendommen beschadigd raakten en of er bewijs bestaat van diefstal of andere strafbare handelingen.
Twaalf gemelde doden uit Rawalakot
Voor Rawalakot worden twaalf personen genoemd. Shazaib Habib zou op vrijdag 5 juni 2026 zijn overleden. Rashid Khan, Fahad Barkat, Usman Sabir, Jamshed, Tariq Resham, Naqash, Waseed Siddiq en Inayat Khan worden allemaal gekoppeld aan maandag 8 juni 2026 in Rawalakot. Wajid Hayat, inwoner van Rawalakot, zou op dinsdag 14 juli 2026 bij het busstation van Mutial Mehra zijn omgekomen. Nazakat Khadim uit Bangoin, Gala Mali Khan, zou op vrijdag 10 juli 2026 bij Jandala Cross zijn overleden. Abdullah Farooq uit Bangoin zou daar op dezelfde dag gewond zijn geraakt en op donderdag 16 juli 2026 aan zijn verwondingen zijn overleden.
Drie namen uit Bagh en tien uit Kotli
Voor Bagh worden Sardar Nasir, zoon van Sardar Nazir en afkomstig uit Makhiala, Wajid Siddiq uit Bari Bari in Chitra Topi en Mustafa Rahim uit het dorp Bhata Sagarh in Zuid-Bagh genoemd. Mustafa Rahim zou in Pothi Makwalan in Rawalakot zijn overleden. Bij deze drie namen bevat het dossier geen precieze overlijdensdatum.
Voor Kotli worden tien personen opgevoerd. Dr. Ahsan Inayat, Mujtaba Kazmi, advocaat Uroosa, Maulvi Akhtar, Ahtesham en Atif Khan zouden op dinsdag 9 juni 2026 in Kotli zijn overleden. Muhammad Haseeb Naqash uit Syedpur in de tehsil Khoiratta zou in Roli Gali in Kotli zijn omgekomen. Abdul Rehman, ook bekend als Chand, zou op dinsdag 9 juni 2026 gewond zijn geraakt en later aan zijn verwondingen zijn overleden. Ook Muhammad Akhtar en Malik Rahim Subhani worden gekoppeld aan dinsdag 9 juni 2026 in Kotli.
Vier namen uit Mirpur en vier uit Pallandri
Voor Mirpur worden vier personen genoemd. Wajid zou op dinsdag 9 juni 2026 in Mirpur zijn overleden. Muhammad Hasnain Raja uit Pagal Chak zou op zondag 5 juli 2026 in Anab in de tehsil Dadyal zijn omgekomen. Israr Shakeel, zoon van Muhammad Shakeel en afkomstig uit Chatter Pari in Mirpur, staat eveneens in de lijst, maar zonder datum of plaats van overlijden. Yaqoob Hussain, zoon van Rashid Hussain en afkomstig uit Sandal in Dadyal, zou op zondag 5 juli 2026 zijn overleden.
Voor Pallandri worden Faizan Inayat, overleden op donderdag 4 juni 2026, Shaban Arif, overleden op vrijdag 12 juni 2026, Naeem Amin, overleden op zondag 14 juni 2026, en Hammad Mustafa uit Pallandri, overleden op zaterdag 4 juli 2026, genoemd. Het dossier geeft bij deze namen geen nadere beschrijving van de omstandigheden.
Vijf namen uit het kiesgebied Baloch in Sudhanoti
In het kiesgebied Baloch in Sudhanoti worden vijf personen genoemd. Shabeer Sahib uit het dorp Thal Kanjiri in Baloch zou op dinsdag 9 juni 2026 in Kotli zijn overleden. Zahid Mughal, zoon van Muhammad Yaseen en afkomstig uit het dorp Noorsa in Baloch, en Zafar Mughal uit hetzelfde dorp zouden op dinsdag 14 juli 2026 zijn overleden. Malik Sohail, zoon van Ali Dad en afkomstig uit het dorp Palot Bhanaka in Baloch, zou op die dag in Baithak Awanabad zijn omgekomen. Mansoor Khan uit het dorp Qillaan in Baloch zou eveneens op dinsdag 14 juli 2026 in Baithak Awanabad zijn overleden.
Aantal van 42 wordt niet gedragen door de namenlijst
De regionale onderverdeling in het dossier omvat twaalf namen voor Rawalakot, drie voor Bagh, tien voor Kotli, vier voor Mirpur, vier voor Pallandri en vijf voor Baloch in Sudhanoti. Samen zijn dat 38 personen. Toch staat boven de lijst een totaal van 42. Vier namen of dossiers ontbreken dus in de aangeleverde gegevens, of het genoemde totaal is fout. Daardoor kan het cijfer van 42 niet zonder bijkomende documentatie als vastgesteld dodental worden gebracht. Ook voor de 38 genoemde personen ontbreken bij verscheidene namen data, medische gegevens, overlijdensakten of een omschrijving van het incident. De oproep tot onafhankelijk onderzoek is juist daarom van groot belang.
Oproep aan het Europees Parlement
De indieners vragen Europarlementsleden om een onafhankelijk internationaal onderzoek te steunen naar alle gemelde doden, gewonden, personen wier verblijfplaats onbekend is en beschuldigingen van buitensporig geweld. Pakistan moet volgens hen zorgen voor onpartijdige gerechtelijke procedures wanneer bewijs individuele verantwoordelijkheid aantoont. Zij vragen ook de onmiddellijke herstelling van internet en mobiele communicatie, onbelemmerde toegang tot voedsel, brandstof, ziekenhuizen en levensreddende geneesmiddelen, en de vrijlating van personen die uitsluitend wegens vreedzame uitoefening van hun rechten werden vastgehouden.
Daarnaast vragen zij duidelijkheid over alle personen van wie de verblijfplaats niet bekend is, een snelle teruggave van lichamen aan families en passende schadevergoeding en herstelsteun voor getroffen gezinnen. De Pakistaanse regering en de regering van Azad Jammu en Kasjmir moeten volgens de indieners opnieuw in overleg gaan met JKJAAC en het Akkoord van Muzaffarabad van zaterdag 4 oktober 2025 uitvoeren als vreedzaam kader voor de oplossing van de crisis.
Verbod op JKJAAC en inzet van veiligheidsdiensten ter discussie
Het Europees Parlement wordt gevraagd Pakistan ertoe aan te zetten het verbod op JKJAAC te laten intrekken. De indieners vragen ook dat extra veiligheidsdiensten uit Azad Jammu en Kasjmir worden teruggetrokken om ruimte te maken voor dialoog. Zij willen dat hoge functionarissen, onder wie de inspecteur-generaal van politie, de Chief Secretary en de Sector Commander, naar Islamabad worden teruggeroepen en aan een onafhankelijk onderzoek worden onderworpen. Dat onderzoek moet beschuldigingen over doden, ontvoeringen en schendingen van grondrechten toetsen. Wie na een behoorlijke rechtsgang verantwoordelijk wordt bevonden, moet zich voor een bevoegde rechtbank verantwoorden.
Europese handelspreferenties als drukmiddel
Pakistan geniet handelspreferenties van de Europese Unie via GSP+. Dat stelsel koppelt gunstige markttoegang aan de uitvoering van internationale verdragen over mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en goed bestuur. De indieners willen dat de situatie in Pakistan-bestuurd Jammu en Kasjmir wordt meegenomen wanneer de Europese Unie de naleving van die verplichtingen beoordeelt. Zij vragen daarnaast een Europese feitenmissie die getroffen families, lokale vertegenwoordigers, overheidsdiensten en andere betrokkenen hoort en ter plaatse informatie verzamelt.
Ook humanitaire steun moet worden overwogen voor families die te maken kregen met overlijden, verwondingen, inkomensverlies of langdurige onderbreking van essentiële diensten. Die steun moet via controleerbare kanalen worden verdeeld. De internationale inzet moet tegelijk gericht blijven op burgerbescherming, vrije meningsuiting, vreedzame vergadering, juridische verantwoording en overleg tussen de betrokken partijen.
Dialoog zonder afstand te doen van onderzoek
Een duurzame uitweg vraagt dat de autoriteiten en JKJAAC opnieuw onderhandelen over de eisen en gemaakte afspraken. Dat overleg kan onderzoek naar mogelijke misdrijven niet vervangen. Nabestaanden hebben recht op feiten, juridische duidelijkheid en een behandeling zonder politieke druk. Omgekeerd moeten beschuldigingen tegen politiemensen, militairen of bestuurders worden getoetst aan bewijs en niet als vaststaande schuld worden voorgesteld voordat een bevoegde instantie uitspraak doet.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


