Na Slidstvo.Info gingen de gesprekken verder aan tafel met journalisten die oorlog onderzoeken

8 september 2026

De deur van Slidstvo.Info viel achter ons dicht, maar in mijn hoofd bleef de redactie gewoon doorgaan. De schermen. De dossiers. De vragen. De constante spanning tussen wat iemand beweert en wat werkelijk bewezen kan worden. Buiten was het intussen avond geworden in Kiev. Ik voelde de vermoeidheid van de nachttrein, de veiligheidsbriefing, de wandeling langs vernietigd Russisch militair materieel, de Wall of Remembrance, de sporen van raketaanvallen en daarna uren tussen onderzoeksjournalisten die werken terwijl de oorlog rondom hen nog altijd niet voorbij is. En toch stopte de dag niet. Op dinsdag 8 september 2026 schoof ik namens Indegazette.be opnieuw aan tafel met Oekraïense journalisten van Slidstvo.Info en het internationale journalistengezelschap waarmee ik deelnam aan de studiereis binnen het CORRECTIV.Europe Network. Er stonden borden op tafel. Glazen. Bestek. Mensen namen plaats. Een tafereel dat er van buitenaf bijna banaal uitzag. Maar ik kreeg het niet meer gewoon. Niet na wat ik die dag had gezien. Niet na de namen op de muur. Niet na de beschadigde burgerwijken. Niet na de vraag die in de redactie voortdurend boven alles hing: wat kun je werkelijk bewijzen? Aan tafel zat ik nu niet alleen tegenover collega’s. Ik zat tegenover journalisten die onderzoeken in een land waar oorlog geen buitenlandse rubriek is. En precies daardoor kreeg zelfs een diner een gewicht dat moeilijk uit te leggen is aan iemand die deze dag niet zelf heeft doorgemaakt.

Ik zat aan tafel, maar mijn hoofd liep nog door Kiev

Mijn lichaam was aanwezig bij het diner. Mijn gedachten zaten overal. Op Mykhailivska Square, waar het vernietigde Russische oorlogsmaterieel voor mij had gestaan. Bij de Wall of Remembrance, waar namen en gezichten harder waren binnengekomen dan welke slachtoffercijfers ook. In Lukianivska, waar beschadigde burgerlijke ruimte mij opnieuw had laten voelen dat achter een gevel altijd een menselijk leven schuilgaat. En vooral bij Slidstvo.Info zelf, waar ik had gezien hoe journalisten die zichtbare werkelijkheid proberen terug te brengen tot iets wat juridisch, journalistiek en feitelijk standhoudt. Ik voelde hoe de dag zich in lagen in mijn hoofd had vastgezet. Metaal. Namen. Beton. Documenten. Bronnen. Bewijs. En nu kwamen daar mensen bij. Geen abstracte “Oekraïense journalisten”, maar collega’s met gezichten, stemmen, werkritmes en professionele verantwoordelijkheden. Dat maakte alles nog persoonlijker.

Aan tafel verdween de afstand tussen ‘wij’ en ‘zij’

Tijdens een redactiebezoek zijn rollen duidelijk. Er is een programma. Er zijn onderwerpen. Er is een groep die luistert en een redactie die uitlegt. Aan tafel vervaagt dat onderscheid. Daar zit geen podium tussen. Geen scherm dat de aandacht stuurt. Geen formele presentatie die bepaalt wanneer iemand spreekt. Je zit gewoon naast of tegenover elkaar. En precies dat voelde voor mij belangrijk. Een onderzoeksjournalist in Oekraïne werd plots niet langer “een buitenlandse bron” of “een mogelijke contactpersoon”. Het werd een collega. Iemand die hetzelfde vak uitoefent, maar in omstandigheden die veel zwaarder zijn dan wat ik thuis gewend ben.

Ik merkte hoe anders ik naar deze mensen keek na wat ik die dag had gezien

Als je vooraf hoort dat Slidstvo.Info corruptie, machtsmisbruik, internationale criminaliteit en Russische oorlogsmisdaden onderzoekt, klinkt dat indrukwekkend. Wanneer je eerst door een stad loopt waar de fysieke sporen van de oorlog zichtbaar zijn en daarna tegenover de mensen zit die zulke dossiers onderzoeken, verandert dat woord “indrukwekkend”. Het wordt zwaarder. Want ineens begrijp je dat hun dossiers niet alleen over macht gaan. Ze kunnen raken aan slachtoffers. Aan veiligheid. Aan personen die liever niet hebben dat hun naam in een onderzoek opduikt. Aan financiële belangen die ver buiten Oekraïne reiken. Aan gebeurtenissen die nog steeds politieke, juridische en menselijke gevolgen hebben.

Er hoefde niemand een oorlogservaring te vertellen om de oorlog mee aan tafel te voelen

Dat vond ik misschien het meest opvallende. Ik wil geen gesprekken verzinnen die niet gedocumenteerd zijn. Ik zal niemand woorden in de mond leggen. Ik ga geen persoonlijke bekentenissen construeren omdat ze een artikel dramatischer zouden maken. Dat hoeft ook niet. De spanning zat al in de context. We zaten in Kiev. De redactie die we net hadden bezocht onderzocht oorlogsmisdaden terwijl de oorlog voortduurde. Buiten leefde een hoofdstad verder onder omstandigheden waarin veiligheidsplanning deel is geworden van het dagelijkse leven. Dat gegeven verdween niet omdat er eten op tafel stond.

Mijn journalistieke dag was begonnen met de vraag waar ik moest schuilen en eindigde met de vraag wie ik later misschien zou moeten bellen

Dat verschil voelde bijna symbolisch. Enkele uren eerder was mijn belangrijkste praktische vraag geweest: waarheen als het luchtalarm klinkt? Nu dacht ik aan iets totaal anders. Wat als ik binnen enkele maanden in België op een bedrijfsnaam stoot met een Oekraïense connectie? Wat als een document een persoon noemt die ik niet kan plaatsen? Wat als een financieel spoor vanuit België naar Kiev loopt? Wat als een internationaal dossier plots een link heeft met corruptie, sancties, eigendomsstructuren of misbruik? Dan is het verschil tussen “ik ken niemand in Oekraïne” en “ik heb daar met onderzoeksjournalisten aan tafel gezeten” gigantisch.

Onderzoeksjournalistiek begint soms niet met een document, maar met een naam in je telefoon

Die gedachte werd voor mij steeds concreter. Grote grensoverschrijdende onderzoeken worden vaak voorgesteld als indrukwekkende databanken, miljoenen documenten en ingewikkelde structuren. Maar ergens moet de samenwerking beginnen. Vaak bij een mens. Een collega die weet waar je moet zoeken. Iemand die een naam herkent. Een journalist die een register kent dat jij nog nooit hebt gebruikt. Een persoon die kan zeggen dat een onderneming onder een andere spelling voorkomt, dat een bestuurder in een ander dossier opdook of dat een ogenschijnlijk onbelangrijk detail in de lokale context wel degelijk betekenis heeft.

Dat netwerk bouw je niet wanneer het dossier al ontploft

Je bouwt het daarvoor. Aan tafel. Tijdens ontmoetingen. In momenten waarop er nog geen gezamenlijke scoop is. Geen deadline. Geen crisis. Geen miljoenen documenten die onmiddellijk moeten worden geanalyseerd. Je leert wie iemand is. Waar iemand expertise heeft. Hoe iemand werkt. Wat voor soort journalistieke standaarden die collega hanteert. Dat vertrouwen is geen garantie. Ook collega’s moeten elkaar controleren. Maar zonder rechtstreeks contact blijft internationale samenwerking veel abstracter.

Ik voelde dat Indegazette.be die avond groter werd zonder van omvang te veranderen

Dat klinkt misschien vreemd, maar zo voelde het. Indegazette.be bleef dezelfde onafhankelijke Belgische nieuwswebsite. De redactie werd niet plots een multinational. Maar het journalistieke bereik veranderde. Een klein medium kan onmogelijk in elk Europees land zelf dossiers opbouwen, registers kennen en lokale contacten onderhouden. Een internationaal netwerk maakt die grenzen poreuzer. Niet omdat iemand anders jouw journalistiek overneemt, maar omdat je weet wie je kunt vragen wanneer je eigen kennis stopt.

Het was bijna beangstigend om te beseffen hoeveel verhalen door landsgrenzen heen lopen

Corruptie stopt niet bij een douanepost. Een offshoreconstructie respecteert geen landsgrens. Een bedrijfsnetwerk kan zich uitstrekken over meerdere staten. Politieke invloed kan via organisaties, tussenpersonen en geldstromen verschillende landen raken. Oorlogsmisdrijven kunnen internationaal worden onderzocht. Personen kunnen bezittingen in andere jurisdicties hebben. Documenten kunnen verspreid liggen over registers waarvan één journalist onmogelijk alle toegang en context bezit. Wat in België begint, kan in Oekraïne eindigen. Of omgekeerd.

En ineens begreep ik hoe cruciaal één betrouwbare collega duizenden kilometers verder kan worden

Je hoeft niet alles zelf te weten. Je moet wel weten wie je kunt vertrouwen om mee te zoeken. Dat is iets totaal anders. Onderzoeksjournalistiek is geen solistisch heldenverhaal. Misschien is dat wel een van de hardnekkigste mythes over het vak: het beeld van één journalist die in zijn eentje de waarheid ontdekt. De werkelijkheid is vaker een netwerk van mensen. Bronnen. Experts. Collega’s. Data-analisten. Lokale verslaggevers. Redacteurs. Juristen. Soms tientallen mensen die ieder één klein stukje van een veel groter verhaal begrijpen.

OCCRP hing als een onzichtbaar netwerk boven de tafel

Slidstvo.Info is de officiële Oekraïense partner van OCCRP, het Organized Crime and Corruption Reporting Project. Dat betekent dat de redactie ingebed is in een internationale journalistieke structuur waarin grensoverschrijdende corruptie en georganiseerde misdaad gezamenlijk kunnen worden onderzocht. Aan tafel voelde dat concept plots veel minder theoretisch. Netwerken bestaan uiteindelijk uit mensen die elkaar kennen. Mensen die een bericht beantwoorden. Mensen die zeggen: stuur mij het document eens. Mensen die herkennen dat een naam al eerder voorkwam. Mensen die weten waar een spoor verder loopt.

Mijn hoofd begon vanzelf hypothetische dossiers te bouwen

Niet omdat er die avond een specifiek gezamenlijk onderzoek werd afgesproken. Dat beweer ik niet. Maar mijn journalistieke reflex begon onmiddellijk verbindingen te zien. België. Oekraïne. Europese bedrijven. Internationale organisaties. Eigendom. Geldstromen. Sancties. Politieke relaties. Wat zou ik doen als zo’n verhaal morgen voor mij lag? Wie zou ik bellen? Welke expertise heb ik zelf? Waar stopt mijn kennis? Het diner was daardoor veel meer dan gezellig napraten. Het liet mij zien hoeveel sterker journalistiek kan worden wanneer nationale grenzen niet automatisch journalistieke grenzen zijn.

Maar onder die professionele nieuwsgierigheid bleef de dag wegen

Ik kon de gezichten op de herdenkingsmuur niet zomaar uit mijn hoofd zetten omdat er nu een diner was. Ik kon de beschadigingen in de burgerwijken niet vergeten omdat iemand een bord voor mij neerzette. Ik kon het vernietigde militair materieel niet terug veranderen in een abstract beeld. Alles zat nog te vers. Soms keek ik naar de mensen rond de tafel en dacht ik: zij leven in dezelfde stad waar ik die dingen vandaag heb gezien. Zij gaan straks niet terug naar een hotel in een ander land. Dit is hun werkelijkheid.

Voor mij was het een uitzonderlijke journalistieke dag. Voor hen was het werkdag.

Die gedachte bleef prikken. Ik was moe van één dag. Een intensieve dag, zeker. Maar één dag. Ik voelde de adrenaline nog. De spanning. Het gewicht van alles wat ik gezien had. En tegelijkertijd wist ik dat de journalisten tegenover mij de volgende dag opnieuw journalist zouden zijn. En de dag daarna. Met nieuwe dossiers. Nieuwe bronnen. Nieuwe claims. Mogelijk nieuwe aanvallen waarover informatie geverifieerd moet worden. Nieuwe corruptieverhalen. Nieuwe verantwoordelijkheden.

Ik voelde bijna schaamte over mijn eigen vermoeidheid

Niet omdat ik geen recht had moe te zijn. De nachtreis, de spanning en de enorme hoeveelheid indrukken deden hun werk. Maar ik voelde het contrast. Ik kon deze ervaring bijzonder noemen omdat ze voor mij uitzonderlijk was. Voor collega’s in Oekraïne is juist de continuïteit het indrukwekkende. Zij moeten blijven functioneren wanneer de omstandigheden moeilijk zijn. Een journalistieke standaard mag niet verdwijnen omdat je moe bent. Verificatie mag niet minder strikt worden omdat je emotioneel geraakt bent. Een bron moet ook op een moeilijke dag beschermd worden.

Aan tafel zag je niets van dat alles aan de buitenkant

Misschien maakt dat informele momenten zo bijzonder. Mensen eten. Praten. Luisteren. Soms lachen ze. Het normale leven neemt tijdelijk weer ruimte in. Maar ieder mens draagt zijn eigen dossiers mee. Zijn eigen ervaringen. Zijn eigen professionele zorgen. Je kunt niet zien welk verhaal iemand eerder die week onderzocht. Welke bron iemand probeert te beschermen. Welk document nog geverifieerd moet worden. Welke deadline wacht.

De stilte tussen gesprekken kreeg daardoor voor mij soms bijna meer betekenis dan de gesprekken zelf

Niet omdat er geheimzinnige zaken gebeurden. Er hoeft helemaal niets verborgen te zijn om stilte betekenis te geven. Het was mijn eigen hoofd dat de dag bleef verwerken. Als je urenlang van sterke indruk naar sterke indruk gaat, begint stilte ineens luid te worden. Je voelt pas hoe moe je bent wanneer niemand iets van je vraagt. Je merkt pas hoeveel beelden je hebt opgeslagen wanneer je even niet naar een nieuw scherm kijkt.

De namen op de Wall of Remembrance zaten nog aan tafel met mij

Niet letterlijk. Maar ik kreeg ze niet uit mijn gedachten. Die muur had mij geleerd hoe gemakkelijk oorlog in journalistiek verandert in aantallen. Aan tafel zat ik nu tegenover mensen die ervoor moeten zorgen dat die werkelijkheid niet vervormd wordt. Dat beschuldigingen worden gecontroleerd. Dat macht wordt onderzocht. Dat documenten worden geverifieerd. Dat slachtoffers niet alleen onderdeel worden van een retorisch verhaal.

En opnieuw voelde ik hoe belangrijk het is om niets te verzinnen

Geen quote die iemand nooit heeft uitgesproken. Geen vertrouwelijke bekentenis omdat ze mooi zou klinken. Geen dramatische anekdote die het verhaal “menselijker” maakt. Deze avond had dat niet nodig. Het feit dat wij daar samen zaten was op zichzelf journalistiek relevant. Een Belgische onafhankelijke nieuwswebsite zat rechtstreeks aan tafel met Oekraïense onderzoeksjournalisten die werken aan dossiers rond corruptie, internationale misdrijven en oorlogsmisdaden. Het professionele contact was echt. Dat is voldoende.

De werkelijkheid is sterker wanneer je haar niet met fictie vervuilt

Die les had de hele dag mij ingeprent. Een vernietigd pantservoertuig hoeft geen extra verhaal als je niet weet wat er precies mee gebeurde. Een beschadigd gebouw hoeft geen verzonnen gezin achter het raam. Een onderzoeksredactie hoeft geen fictieve bedreigingen. En een diner met onderzoeksjournalisten hoeft geen geheime onthulling. Wat waar is, is al krachtig genoeg.

CORRECTIV.Europe maakte van die tafel meer dan een toevallige ontmoeting

De studiereis vond plaats binnen het CORRECTIV.Europe Network. CORRECTIV is een onafhankelijke Duitse non-profitonderzoeksredactie die zich richt op onder meer corruptie, machtsmisbruik en desinformatie en samenwerking tussen journalisten stimuleert. Het fundamentele idee is dat lokale en regionale journalisten niet geïsoleerd hoeven te blijven wanneer hun dossiers internationale dimensies krijgen. Expertise kan gedeeld worden. Contacten kunnen gelegd worden. Onderzoek kan grensoverschrijdend worden.

Daar werd deze avond plots tastbaar wat ‘internationale journalistieke samenwerking’ werkelijk betekent

Geen slogan. Geen abstract beleidswoord. Geen netwerkdiagram in een presentatie. Mensen rond een tafel. Namen onthouden. Contactgegevens uitwisselen. Weten welk soort werk iemand doet. Begrijpen welke expertise waar zit. Dat klinkt klein. Tot een dossier opduikt waarvoor precies dat ene contact nodig blijkt.

Misschien begint een grote internationale onthulling soms gewoon met: ik ken iemand in Kiev

Die gedachte bleef hangen. Niet als belofte dat zo’n onderzoek er zeker komt. Journalistiek laat zich niet voorspellen. Maar als mogelijkheid. Vandaag eet je samen. Over maanden verschijnt misschien een bedrijfsnaam. Een bestuurder. Een document. Een geldstroom. En plots herinner je je dat iemand aan die tafel precies dat soort dossiers onderzoekt.

Ik voelde opnieuw trots dat Indegazette.be hier tussen zat

Niet als zelfverheerlijking. Eerder als verantwoordelijkheid. Een onafhankelijke Belgische nieuwswebsite was toegelaten tot een internationale journalistieke omgeving waarin kennis en contacten rechtstreeks konden worden opgebouwd. Dat opent deuren. Maar een geopende deur heeft alleen betekenis wanneer je daarna ook journalistiek levert die betrouwbaar genoeg is om binnen zo’n netwerk serieus genomen te worden.

Vertrouwen wordt aan tafel opgebouwd en in publicaties bewezen

Dat voelde als een belangrijke les. Je kunt iemand een keer ontmoeten. Je kunt visitekaartjes uitwisselen. Maar echte professionele geloofwaardigheid ontstaat pas wanneer collega’s zien dat je zorgvuldig werkt. Dat je hun informatie niet misbruikt. Dat je afspraken respecteert. Dat je een bron beschermt wanneer dat nodig is. Dat je geen half gecontroleerde informatie online gooit omdat je de eerste wilt zijn.

Na deze dag voelde snelheid ineens veel minder indrukwekkend dan betrouwbaarheid

Misschien kwam dat door Slidstvo.Info. Misschien door alles wat ik buiten had gezien. Maar de journalistieke reflex om “snel te publiceren” voelde plots secundair. Wat heb je aan snelheid wanneer je fout zit? Wat heb je aan een scoop als je een bron beschadigt? Wat heb je aan miljoenen lezers wanneer je verhaal niet standhoudt?

Aan tafel voelde ik dat de echte valuta van onderzoeksjournalistiek vertrouwen is

Vertrouwen van bronnen. Vertrouwen van collega’s. Vertrouwen van lezers. Maar geen blind vertrouwen. Professioneel vertrouwen. Gebouwd op controleerbaarheid, afspraken en de bereidheid om elkaar kritisch te bevragen. Dat soort vertrouwen kost jaren om op te bouwen en kan met één slordige publicatie verdwijnen.

Buiten Kiev was het donkerder geworden. In mijn hoofd was het nog altijd klaarlichte dag

Ik zag het plein opnieuw. De muur. De beschadigde gebouwen. De redactie. Mijn lichaam begon de vermoeidheid steeds nadrukkelijker te voelen, maar mijn hoofd weigerde af te sluiten. Iedere fase van de dag leek zich aan de volgende vast te haken. De nachttrein had mij naar Kiev gebracht. De veiligheidsbriefing had mij geleerd naar shelters te kijken. De stadswandeling had oorlog fysiek gemaakt. Slidstvo.Info had mij laten zien hoe zichtbare schade in een bewijsbaar dossier moet worden omgezet. En dit diner maakte duidelijk dat onderzoeksjournalistiek uiteindelijk ook draait om mensen die elkaar moeten kunnen vinden.

Ik besefte dat dit netwerk later veel belangrijker kon blijken dan deze avond deed vermoeden

Een contactpersoon lijkt klein. Tot je hem nodig hebt. Een naam in je telefoon lijkt onbelangrijk. Tot een document precies naar die persoon zijn expertise leidt. Dat is het stille kapitaal van journalistiek. Je ziet het niet in een artikel. Maar zonder dat netwerk zouden veel internationale onderzoeken nooit ontstaan.

De spanning van de dag was niet weg. Ze was alleen stiller geworden

Geen vernietigd staal meer voor mijn ogen. Geen beschadigde gevels. Geen zware onderzoeksdossiers op een scherm. Alleen een tafel en mensen. Maar ik voelde nog steeds een soort elektrische spanning in mijn lichaam. Misschien door vermoeidheid. Misschien door adrenaline. Misschien omdat mijn hoofd nog altijd probeerde te verwerken hoe extreem snel de afstand tussen België en deze oorlog die dag was verdwenen.

Ik keek naar de Oekraïense journalisten en dacht aan morgen

Niet aan een concreet programma. Dat hoefde op dat moment niet. Gewoon aan het feit dat zij weer zouden werken. Nieuwe telefoontjes. Nieuwe documenten. Nieuwe informatie. Nieuwe afwegingen. En ik dacht: hoe houd je dat vol? Hoe blijf je nieuwsgierig zonder emotioneel op te branden? Hoe blijf je kritisch wanneer je eigen samenleving onder aanval ligt?

Daarop had ik die avond geen sluitend antwoord

Misschien bestaat dat antwoord ook niet. Misschien is onderzoeksjournalistiek in zulke omstandigheden gewoon iedere dag opnieuw besluiten dat de waarheid de inspanning waard blijft. Dat corruptie niet genegeerd kan worden omdat er oorlog is. Dat mogelijke oorlogsmisdaden niet vanzelf gedocumenteerd raken. Dat bronnen bescherming nodig hebben. Dat documenten gecontroleerd moeten worden. Dat macht nooit automatisch vrijstelling van vragen krijgt.

Voor mij werd dit diner daardoor geen ontspannend einde van een lange dag

Het werd de laatste laag ervan. De menselijke laag. Eerst had ik oorlog als beschadiging gezien. Daarna als onderzoeksdossier. Nu zat ik tegenover de mensen die tussen die twee werelden bewegen. Journalisten die met dezelfde instrumenten werken als ik — vragen, bronnen, documenten, gesprekken, twijfel — maar in een context waarin de inzet op sommige momenten nauwelijks te bevatten is.

De dag begon met staal en eindigde met vertrouwen

Dat voelde achteraf als de perfecte samenvatting. Verwrongen staal liet zien wat oorlog fysiek kan achterlaten. Een tafel met journalisten liet zien wat nodig is om die werkelijkheid journalistiek te onderzoeken: vertrouwen, contact, expertise en de bereidheid om samen te werken.

Voor ik naar Kiev kwam, was Slidstvo.Info een naam op een scherm

Nu had die naam gezichten gekregen. En dat verandert iets. Een website kun je bezoeken. Een collega kun je bellen. Een organisatie kan een bron zijn. Een mens kan een partner worden in onderzoek. Juist dat persoonlijke verschil kan later beslissend zijn.

Deze volle dag had mij ondertussen volledig leeggetrokken

De nachttrein. De spanning van de veiligheidsbriefing. De vraag waarheen wanneer een luchtalarm klinkt en de vele luchtalarmen tijdens de dag in Kiev en in de avond. Het vernietigde Russische materieel. De Wall of Remembrance. Raketschade in burgerwijken. De onderzoeksredactie. Bewijs. Corruptie. Oorlogsmisdaden. En nu gesprekken aan tafel. Ik voelde hoe mijn hoofd vol zat en mijn lichaam steeds duidelijker om rust vroeg.

Maar één gedachte hield mij nog wakker

Wat als één van de contacten die vandaag gewoon tegenover mij zat, ooit nodig blijkt voor een onderzoek dat in België begint? Wat als een naam in een Belgisch dossier maanden later naar Oekraïne leidt? Wat als een spoor dat hier begint ooit bij Indegazette.be terechtkomt? Niemand kon dat voorspellen. Maar vanaf deze avond bestond die mogelijkheid op een manier die de dag voordien niet bestond.

Daarom was dit diner journalistiek belangrijk, ook zonder één spectaculaire onthulling

Misschien juist daarom. Onderzoeksjournalistiek bestaat niet alleen uit publicatiemomenten waarop alles samenkomt. Het bestaat voor een groot deel uit het werk dat niemand ziet. Relaties opbouwen. Expertise vinden. Namen onthouden. Een netwerk creëren. Luisteren. Vertrouwen winnen. En dan soms maanden of jaren wachten tot een verhaal die verbinding nodig heeft.

Mijn eerste dag in Kiev eindigde daardoor bijna stiller dan hij begonnen was

Geen grote finale. Geen verzonnen cliffhanger. Geen alarm dat niet heeft geklonken. Geen dramatische onthulling die niet heeft plaatsgevonden. Alleen een tafel met journalisten. Maar na alles wat ik die dag had gezien, voelde die tafel allesbehalve gewoon.

Ik keek rond en wist dat de afstand tussen Kiev en België vanaf dat moment kleiner was geworden

Niet geografisch. Journalistiek. Er waren nu gezichten waar eerder alleen namen stonden. Contacten waar eerder alleen websites waren. Mogelijkheden waar eerder grenzen waren. En misschien begint onderzoeksjournalistiek precies daar. Niet met het moment waarop een verhaal ontploft. Maar veel eerder. Met een ontmoeting.Een stoel.Een tafel.Een collega aan de andere kant.En het besef dat je elkaar ooit nodig zou kunnen hebben wanneer de waarheid over grenzen heen begint te lopen.

Bronnen:
Study Visit to Kyiv Programme – European Investigative Journalists — CORRECTIV.Europe Network
Slidstvo.Info – https://www.slidstvo.info/en/about/
CORRECTIV.Europe – https://correctiv.org/en/europe/

Andy Vermaut +32499357495
Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.