Oefening in Craeybeckxtunnel toont hoe hulpdiensten samenwerken bij tunnelbrand

28 november 2025

In de nacht van donderdag 27 op vrijdag 28 november 2025 was de Craeybeckxtunnel in Antwerpen het decor van een grootschalige oefening voor de hulpdiensten. In de tunnel, die op de E19 langs de Antwerpse Ring ligt en vlak bij het Sint-Augustinusziekenhuis en het Middelheimziekenhuis loopt, werd een zware brand met meerdere ongevallen nagebootst. Brandweer, medische teams, politie, civiele bescherming, het Agentschap Wegen en Verkeer en een veertigtal figuranten speelden samen een uitgewerkt noodscenario na, precies om te testen hoe snel en doeltreffend zij in zo’n afgesloten verkeersruimte kunnen werken. In een tunnel is er weinig ruimte, weinig uitwijkmogelijkheden en een intense rookontwikkeling, waardoor elke minuut en elke handeling telt.

Nachtelijke oefening met brand en kettingbotsing

De oefening ging op donderdag 27 november 2025, om 23.30 uur (uur van vaststelling), van start met een ogenschijnlijk beperkt incident: een defect voertuig in de Craeybeckxtunnel in de rijrichting Antwerpen. Dat stilgevallen voertuig leidde tot een eerste opstopping. In dat kunstmatig gecreëerde verkeersongevalscenario reden twee vrachtwagens vervolgens op elkaar in, waardoor in de tunnel een zware brand ontstond.

Terwijl de rook zich in de tunnel verspreidde, kwam het verkeer verderop volledig vast te staan. In die file speelde zich nog een tweede ongeval af, waarbij een persoon gekneld raakte in een voertuig. Zo werd een ketting van noodsituaties gecreëerd die de hulpdiensten dwong om verschillende technieken tegelijk in te zetten: brandbestrijding, bevrijding van een geknelde bestuurder, medische opvang, evacuatie en verkeersbeheersing. Het scenario was zo opgezet dat de hulpverleners voortdurend keuzes moesten maken over wie eerst geholpen werd en langs welke kant de tunnel benaderd kon worden.

Evacuatie via vluchtkokers en Middelheimpark

De Craeybeckxtunnel werd in 1981 gebouwd om de geluidshinder van het drukke verkeer voor het Sint-Augustinusziekenhuis en het Middelheimziekenhuis te beperken. De tunnel is 1600 meter lang en telt vier rijstroken en een pechstrook in elke rijrichting, wat hem tot de breedste tunnel van België maakt. In de tunnel zijn 31 vluchtkokers aangebracht voor personen, waarvan een aantal uitkomt in het Middelheimpark.

Juist omdat hulpdiensten in een tunnel maar beperkt toegang hebben, is een goede voorbereiding essentieel. Tijdens de oefennacht in Antwerpen werd dan ook uitgebreid getest hoe de evacuatie via die vluchtkokers in de praktijk verloopt. Sommige figuranten kregen de opdracht om in de tunnel te blijven wachten tot hulpverleners hen kwamen halen. Andere figuranten moesten uit eigen beweging naar een vluchtkoker stappen en de tunnel verlaten. Een derde groep werd naar buiten geleid en raakte volgens het scenario ‘verdwaald’ in het Middelheimpark, waar zij door zoekploegen van de hulpdiensten opnieuw moesten worden teruggevonden. Zo werd nagegaan of de afspraken over taakverdeling, communicatie en opvolging ook in een drukke en onoverzichtelijke tunnelsituatie standhouden.

Fijne afstemming tussen brandweer, medische diensten en politie

Het zwaartepunt van de oefening lag bij de manier waarop de verschillende diensten elkaar aanvullen. Er werd nauw gekeken naar de alarmeringsprocedures voor brandweer, medische diensten, politie en civiele bescherming zodra er een incident in de tunnel wordt gemeld. Ook de onderlinge afstemming op basis van de bestaande nood- en interventieplannen stond centraal.

In de praktijk ging het onder meer over wie het eerste overzicht op zich neemt, wie de communicatie naar de tunnelbeheerder en het verkeerscentrum verzorgt en hoe informatie over de situatie in de tunnel wordt gedeeld tussen de ploegen op het terrein en de coördinatiecentra. De organisatie van de inzet zelf – wie gaat blussen, wie begeleidt de evacuatie, wie vangt slachtoffers op, wie zorgt voor de verkeersafwikkeling – werd gedurende de hele nacht stap voor stap doorgelopen. Een volledige en veilige evacuatie van alle figuranten uit de tunnel en uit het Middelheimpark gold daarbij als een duidelijke toets.

Rond 2.00 uur (uur van vaststelling) was het scenario volledig uitgespeeld: de brand was volgens plan geblust, alle betrokken voertuigen waren beveiligd en alle figuranten waren in veiligheid gebracht. Voor de betrokken hulpdiensten levert zo’n nachtelijke oefening waardevolle ervaring op. Tegelijk roept dit soort oefening de vraag op hoeveel bestuurders eigenlijk weten wat ze moeten doen wanneer de sirenes en omroepboodschappen in een tunnel afgaan.

Wat bestuurders moeten doen bij brand in een tunnel

Tijdens en na de oefening in de Craeybeckxtunnel werd nog eens helder herhaald welke stappen weggebruikers moeten zetten bij een brand in een tunnel. Wie met een incident in een tunnel wordt geconfronteerd, zet best zo snel mogelijk de radio aan en luistert naar de boodschappen van de tunnelbeheerder. Die informatie geeft een duidelijk beeld van wat er gaande is en welke instructies gevolgd moeten worden.

Wanneer gevraagd wordt om het voertuig te verlaten, stappen bestuurders en passagiers uit en blijven zij de aanwijzingen volgen via de luidsprekers in de tunnel. De sleutels blijven idealiter in het contact zitten, zodat hulpdiensten de voertuigen kunnen verplaatsen als dat nodig blijkt. Dat lijkt een detail, maar voor ploegen die zich een weg proberen te banen door een file met stilstaande wagens, kan dit net het verschil maken tussen vlot doorkomen of vastlopen.

Een andere belangrijke les is dat bestuurders in geen geval mogen omkeren of tegen de rijrichting in gaan rijden. Spookrijden in een benarde tunnelsituatie vergroot de kans op bijkomende ongevallen en maakt het voor hulpdiensten veel moeilijker om hun voertuigen veilig op de plaats van het incident te krijgen. Het advies is eenvoudig: volg rustig de instructies, laat het voertuig staan en ga te voet naar een veilige zone, bij voorkeur langs de aangeduide vluchtwegen.

Brede deelname van diensten op het terrein

Opvallend aan de oefening in de Craeybeckxtunnel is het brede veld aan spelers dat betrokken was. Het Agentschap Wegen en Verkeer was aanwezig met de tunnelorganisatie en het Vlaams Verkeerscentrum, om de technische werking van de tunnel en de verkeerssturing te testen. Stad Antwerpen werkte mee via de dienst Noodplanning en Crisisbeheer en het Middelheimmuseum, dat een rol speelt omdat een deel van de vluchtkokers uitkomt in het Middelheimpark.

Brandweer Zone Antwerpen stond in voor de brandbestrijding en de bevrijding van de geknelde persoon, terwijl het Rode Kruis en de FOD Volksgezondheid instonden voor de medische opvang van de figuranten-slachtoffers. De Federale Politie, met de coördinatie- en steundirectie Antwerpen en de Wegpolitie Antwerpen, zorgde samen met de politiezone Antwerpen voor de beveiliging van de omgeving en de verkeersafhandeling. De Civiele Bescherming bracht bijkomend gespecialiseerd materiaal en ondersteuning in. De noodcentrales 112 en 101 in Antwerpen werden nadrukkelijk in het scenario betrokken om te testen hoe meldingen verwerkt en doorgegeven worden.

De oefennacht toont hoe veel schakels nodig zijn om een tunnelsituatie veilig aan te pakken. Het is precies die gezamenlijke oefening die ervoor zorgt dat beslissingen in een echte noodsituatie sneller vallen en dat elke dienst weet wat er van hem verwacht wordt. Voor weggebruikers is het tegelijk een uitnodiging om even stil te staan bij de eigen rol: een eenvoudige handeling zoals de radio inschakelen of de wagen achterlaten met de sleutel in het contact, kan een groot verschil maken.

Bronnen:
Federale Politie
Agentschap Wegen en Verkeer
Brandweer Zone Antwerpen
Rode Kruis
FOD Volksgezondheid
Stad Antwerpen
Politiezone Antwerpen
Civiele bescherming
Noodcentrale 112 en 101 Antwerpen

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)