Oekraïne mist vandaag grondgebied ter grootte van Bulgarije terwijl Rusland bijna één vijfde van het land controleert

25 mei 2026
Oekraïne zet Rusland op meerdere fronten onder druk. De Russische terreinwinst valt sterk terug, Oekraïense drones raken logistieke routes diep achter de frontlijn en gepantserde voertuigen duiken opnieuw op in tactische tegenaanvallen. Dat wijst op een mogelijke verschuiving in de oorlog, die sinds eind 2023 vooral werd bepaald door loopgraven, drones, verspreide troepen en zeer trage terreinwinst.
Oorlog komt in nieuwe fase terecht
De oorlog in Oekraïne werd sinds eind 2023 vooral gekenmerkt door een vastgelopen front. Geen van beide strijdende partijen kon grote, snelle doorbraken forceren. De massale inzet van verkenningsdrones en aanvalsdrones maakte het voor infanterie, tanks en pantservoertuigen bijzonder gevaarlijk om dicht bij de frontlijn samen te trekken. In een zone van ongeveer 15 tot 25 kilometer van het front worden manschappen en voertuigen voortdurend bedreigd door drones, artillerie en andere wapens. Daardoor moesten beide legers hun troepen sterk spreiden. Grote aanvallen met zware formaties werden moeilijk uitvoerbaar. Rusland bleef wel aanvallen, maar deed dat vooral met kleine infiltratiegroepen van één tot drie militairen. Die probeerden door te dringen in de Oekraïense linies, zich te verschuilen en daarna kleine steunpunten op te bouwen. Zo ontstond een grillig front, waar Russische en Oekraïense posities soms dicht bij elkaar lagen en waar drones aan beide kanten vrijwel elke beweging probeerden op te sporen.
Russische opmars vertraagt fors
De Russische terreinwinst is in 2026 sterk afgenomen. In 2025 wonnen Russische troepen gemiddeld 13,2 vierkante kilometer per dag. In de eerste vier maanden van 2026 zakte dat cijfer naar gemiddeld 2,9 vierkante kilometer per dag, zonder de zones mee te tellen waar Russische infiltratiegroepen actief waren. Met die infiltratiezones inbegrepen lag het gemiddelde tussen 1 januari 2026 en 21 mei 2026 op ongeveer 4,6 vierkante kilometer per dag. Dat cijfer blijft ver onder het tempo van dezelfde periode in 2025, toen Rusland gemiddeld 9,76 vierkante kilometer per dag terrein won. De vertraging is belangrijk, omdat Rusland zijn strategie in grote mate baseert op voortdurende kleine terreinwinsten. Als die winst wegvalt, komt ook de Russische aanname onder druk dat Oekraïne door uitputting uiteindelijk moet wijken.
Hoge Russische verliezen wegen steeds zwaarder
Rusland betaalt voor die beperkte terreinwinst een hoge prijs. Sinds december 2025 zouden de maandelijkse Russische verliezen hoger liggen dan de instroom van nieuwe rekruten. In januari 2026 zou Rusland volgens westerse functionarissen ongeveer 9.000 militairen te weinig hebben gehad om de verliezen van die maand aan te vullen. Oekraïense gegevens wijzen erop dat de Russische rekrutering in maart 2026 al voor de vierde maand op rij onder het verliesniveau lag. Rusland zou in 2026 409.000 contractmilitairen willen rekruteren. Daarvoor zijn dagelijks ongeveer 1.100 tot 1.150 nieuwe contractmilitairen nodig. In de eerste drie maanden van 2026 zou het gemiddelde echter rond 940 per dag hebben gelegen. Oekraïne stelt bovendien dat het in april 2026 zijn doel bereikte om Rusland hogere verliezen toe te brengen dan het aantal nieuwe rekruten dat Moskou kon aantrekken.
Oekraïne herwint terrein op cruciale momenten
Oekraïne slaagde er begin 2026 opnieuw in om terrein terug te nemen. In de laatste twee weken van februari 2026 bevrijdden Oekraïense troepen voor het eerst sinds het tegenoffensief van 2023 een groter gebied dan ze verloren. In april 2026 leed Rusland zelfs een nettoverlies van 116 vierkante kilometer. Dat betekent niet dat Oekraïne over de hele eerste vijf maanden van 2026 overal terreinwinst boekte. Rusland heeft in die periode nog altijd delen van het front onder druk gezet en plaatselijk terrein gewonnen. Toch is het patroon veranderd. Oekraïne kan op bepaalde momenten het initiatief op tactisch niveau naar zich toe trekken. De Oekraïense legerleiding stelt dat nauwkeurige aanvallen, druk op Russische aanvalseenheden en het raken van reserves ervoor zorgen dat Russische troepen steeds vaker moeten reageren op Oekraïense acties.
Mechanische kracht keert beperkt terug aan het front
Een opvallend element is de terugkeer van gepantserde voertuigen in Oekraïense tegenaanvallen. In maart 2026 gebruikten Oekraïense troepen in de richting van Oleksandrivka gepantserde voertuigen op een manier die tot 19 kilometer achter eerder waargenomen Russische posities reikte. Op 24 mei 2026 voerden Oekraïense eenheden ook tactische tegenaanvallen uit in de richting van Borova. Daarbij kwamen gemechaniseerde middelen twee tot vijf kilometer achter eerder vastgestelde Russische posities terecht. Dat is opvallend, omdat het inzetten van zulke voertuigen dicht bij de Russische dronezone in 2025 vrijwel onmogelijk was. De Oekraïense acties wijzen erop dat Oekraïne tijdelijk en plaatselijk Russische dronecapaciteiten kan onderdrukken. Daardoor ontstaat korte ruimte voor beweging met gepantserde voertuigen, zonder dat meteen sprake is van grote doorbraken over grote afstanden.
Droneoorlog krijgt andere verhouding
De droneoorlog blijft beslissend voor het front. Oekraïne lijkt in 2026 opnieuw een voordeel te hebben in aanvalsdrones. Volgens Oekraïense informatie beschikt het aan het front over ongeveer 1,3 aanvalsdrones tegenover 1 Russische aanvaldrone. Rusland behoudt in sommige sectoren nog altijd een voordeel, vooral waar het zijn aanvallen concentreert. Toch kan Oekraïne op bepaalde plaatsen tijdelijk een groot droneoverwicht opbouwen. In februari 2026 zouden Oekraïense troepen in Dnipropetrovsk Oblast 300 tot 400 drones tegelijk hebben ingezet in een beperkt gebied met een diepte van ongeveer 20 kilometer. Dat soort massale inzet maakt het voor Russische eenheden moeilijker om zich te verplaatsen, voorraden aan te voeren of droneploegen veilig te houden. Oekraïense gegevens tonen ook dat het aantal treffers op Russische doelen in 2026 sterk toenam, met sommige dagen waarop boven 2.000 afzonderlijke treffers werden geregistreerd.
Russische droneploegen worden zelf doelwit
Oekraïne richt zich niet alleen op tanks, artillerie of logistiek, maar ook op de mensen en installaties achter de Russische dronecampagne. Sinds eind 2025 worden Russische drone-operatoren, lanceerplaatsen, opslagplaatsen en controlepunten vaker aangevallen. In mei 2026 werden onder meer Russische Molniya-lanceerpunten in Pokrovsk geraakt. Ook ploegen die Gerbera- en Shahed-achtige drones bedienen nabij de luchthaven van Donetsk werden sinds eind 2025 en vooral in maart en april 2026 getroffen. De Oekraïense strijdkrachten willen het aantal dronevluchten verhogen dat specifiek gericht is op Russische artillerie en droneposities. Dat is belangrijk, omdat droneploegen aan het front een sleutelrol spelen bij verkenning, aanval, bescherming van eigen troepen en het tegenhouden van Oekraïense bewegingen. Wie de droneploegen uitschakelt, tast het Russische vermogen aan om een frontsector onder controle te houden.
Luchtverdediging van Rusland onder aanhoudende druk
Oekraïne voert sinds eind 2025 een gerichte campagne tegen Russische luchtverdediging en radars. In 2025 zouden Oekraïense troepen 77 Russische luchtafweersystemen en 23 radarstations hebben vernietigd. Tijdens de periode eind 2025 tot begin 2026 zouden nog eens 55 Russische luchtverdedigingssystemen zijn geraakt. Sinds november 2025 zijn minstens 107 Oekraïense aanvallen op Russische grondgebonden luchtverdediging en radars visueel vastgesteld, waarvan 89 geolokaliseerd. Door radars en luchtafweer uit te schakelen, kan Oekraïne drones dieper in bezet gebied inzetten. Dat maakt latere aanvallen op logistiek, spoorlijnen, brandstoftransporten en commandoposten makkelijker. Ook kan het op termijn ruimte bieden voor andere luchtmiddelen, waaronder bemande toestellen of zwaardere wapens die vanuit de lucht worden ingezet.
Logistiek richting Donetsk en Krim komt in gevaar
Oekraïne heeft in 2026 zijn aanvallen op Russische logistiek op operationele diepte sterk opgevoerd. In mei 2026 werden belangrijke Russische routes in bezet Donetsk, Zaporizja en Cherson geraakt. Bijzondere aandacht gaat naar de T-0509 tussen Marioepol en Donetsk, de M-14 langs de Zee van Azov en de M-18 richting de bezette Krim. Die wegen zijn essentieel voor de Russische bevoorrading van troepen in het zuiden en oosten van Oekraïne. Beelden uit mei 2026 tonen aanvallen op tankwagens en militaire transportvoertuigen op afstanden boven 100 kilometer van de frontlijn. Russische bronnen meldden ook Oekraïense droneaanvallen op voertuigen langs de M-14 op afstanden boven 160 kilometer van het front. Als Rusland zulke routes niet veilig kan gebruiken, wordt het moeilijker om brandstof, munitie, voedsel en versterkingen naar de frontsectoren te brengen.
Spoorlijnen worden ook geviseerd
Ook Russische spoorlogistiek wordt geraakt. In maart en april 2026 beschadigden of troffen Oekraïense drones minstens tien goederentreinen en brandstoftankers, vooral in bezet Loehansk. Daarnaast werden treinen in bezet Donetsk en Zaporizja doelwit. Russische functionarissen beschuldigden Oekraïne ook van een aanval op een goederentrein in de regio Koersk, nabij de internationale grens met Oekraïne. Spoorwegen zijn voor Rusland van groot belang, omdat het Russische leger sterk afhankelijk is van treintransport voor brandstof, munitie, zwaar materieel en bevoorrading over langere afstanden. De Russische spoorwegen kampen bovendien sinds 2025 met problemen door tekorten aan personeel en locomotieven. Elke succesvolle aanval op spoorverkeer kan daardoor de druk op de Russische bevoorrading vergroten.
Hornet-drone krijgt opvallende plaats in de strijd
Een van de opvallendste nieuwe systemen is de Hornet, een relatief goedkope Amerikaanse aanvaldrone met vaste vleugels en een bereik van ongeveer 150 kilometer. De drone maakt deel uit van de samenwerking tussen Oekraïne en het Amerikaanse bedrijf Swift Beat LLC. Oekraïense bronnen meldden dat Hornet-drones in mei 2026 werden ingezet om wegen te controleren en Russische logistiek te treffen nabij de route Marioepol-Berdjansk-Melitopol. Russische bronnen zouden de eerste inzet van Hornet-drones al in maart 2026 hebben opgemerkt. In het voorjaar van 2026 werden Hornet-drones ook genoemd in de richtingen Belgorod, Kostjantynivka, Dobropillja en Pokrovsk. Russische militaire waarnemers schrijven een belangrijk deel van de Oekraïense successen tegen logistiek aan dit systeem toe. Zij wijzen op het bereik, de werking in verstoorde communicatieomgevingen, mogelijke AI-functies en het gebruik van satellietcommunicatie. Russische elektronische oorlogvoering zou volgens die waarnemers minder doeltreffend zijn tegen deze drones.
Rusland zoekt antwoord op nieuw droneprobleem
De Russische reactie op de Hornet-dreiging lijkt voorlopig onvoldoende. Russische waarnemers stellen dat Moskou meer radars, drone-onderscheppers, mobiele teams en een beter slagveldbeeld nodig heeft om de aanvallen op logistiek tegen te gaan. Een Russische bron schatte dat Rusland mogelijk zes tot twaalf maanden nodig heeft om zich goed aan te passen aan de Hornet-dreiging. Dat zou Oekraïne tijdelijk een belangrijk voordeel geven. Tegelijk is dat voordeel niet gegarandeerd blijvend. Rusland past zich in deze oorlog vaak aan nieuwe dreigingen aan, al vraagt dat tijd, productiecapaciteit en goede organisatie. Voor Oekraïne is de kernvraag of het zijn huidige voordeel snel genoeg kan gebruiken, voordat Russische tegenmaatregelen effect krijgen.
Starlink-verlies verzwakt Russische commandovoering
Een ander element is het wegvallen van Starlink voor Russische troepen in Oekraïne op 1 februari 2026. Dat maakte Russische communicatie en commandovoering moeilijker. Toch wordt dat niet gezien als de hoofdreden voor de Oekraïense successen. Oekraïne had zijn tegenaanvallen al voorbereid en begon de operatie uiterlijk op 29 januari 2026, dus vóór de Russische toegang tot Starlink werd afgesneden. Het wegvallen van Starlink werkte wel als versterkende factor. Russische drone-operatoren moesten alternatieve en vaak zichtbaardere antennes gebruiken. Daardoor konden Oekraïense eenheden hen makkelijker opsporen en raken. Daarnaast was Russische communicatie al verzwakt door beperkingen op Telegram, een kanaal dat door Russische troepen breed werd gebruikt.
Oekraïense planning lijkt sterker te worden
De Oekraïense militaire planning lijkt in 2026 beter afgestemd op het huidige slagveld. Oekraïne schakelde in 2025 over naar een korpsstructuur, waardoor commandovoering en operationele planning moesten verbeteren. Ook werd het Delta-systeem, een digitale slagveldtool die dronebeelden, sensoren en wapensystemen in één operationeel beeld samenbrengt, in augustus 2025 verplicht voor alle eenheden. Dat helpt Oekraïense commandanten om Russische zwaktes sneller te zien en aanvallen beter te richten. De tegenaanvallen in het zuiden in 2026 lijken niet los te staan van losse acties, maar passen in een bredere aanpak waarbij eerst luchtverdediging, logistiek, droneploegen en reserves worden geraakt. Pas daarna ontstaat ruimte voor beperkte tactische beweging.
Russische methode raakt onder druk
Rusland bouwde zijn huidige aanpak rond kleine infanteriegroepen, voortdurende infiltratie, droneverkenning en langzame druk op Oekraïense posities. Die methode werkt alleen als Russische eenheden voldoende aanvoer krijgen, droneploegen veilig genoeg kunnen werken en logistieke routes open blijven. Oekraïne valt nu net die voorwaarden aan. Door brandstoftransporten, wegen, spoorlijnen, radars, droneploegen en lanceerpunten te raken, probeert Oekraïne de Russische infiltratiemethode te verzwakken. Als Russische infanteriegroepen onvoldoende bevoorrading krijgen of minder droneondersteuning hebben, wordt het moeilijker om vooruitgeschoven posities vast te houden. Dat kan verklaren waarom Oekraïne op sommige plaatsen weer terrein kon innemen.
Russische elite-eenheden moeten verschuiven
De Oekraïense tegenaanvallen in de richting van Oleksandrivka hadden ook bredere gevolgen. Russische plannen voor het offensief van 2026 tegen de zogenoemde Fortress Belt raakten onder druk. Rusland moest kiezen tussen het verdedigen tegen Oekraïense tegenaanvallen en het blijven inzetten van manschappen en middelen in prioritaire sectoren. Russische luchtlandingstroepen en mariniers zouden lateraal zijn verplaatst van de richting Pokrovsk en het tactische gebied rond Dobropillja naar het zuidelijke front. Dat wijst erop dat Oekraïense aanvallen Rusland dwingen om elite-eenheden te herschikken. Zulke verplaatsingen kunnen elders gaten of zwakkere zones veroorzaken, zeker als de Russische reserves al onder druk staan.
Pokrovsk toont beperking van Russische aanpak
De Russische verovering van Pokrovsk kwam er na een campagne van 22 maanden. Rusland gebruikte daarbij langdurige druk op Oekraïense logistieke routes, kleine infanterieaanvallen en systematische verstoring van bevoorrading. Die aanpak leverde uiteindelijk resultaat op, maar tegen een zeer hoge prijs in mensen en materieel. De val van Pokrovsk leidde niet tot een snelle verdere Russische doorbraak. Sindsdien bleef de frontwijziging in die richting vooral tactisch. Dat onderstreept de beperking van de Russische methode. Rusland kan op lange termijn terrein winnen, maar het tempo daalt, de verliezen stijgen en de opvolgende manoeuvre blijft uit. Oekraïne probeert nu die beperking uit te buiten door Russische aanvoer en dronecapaciteit sterker aan te vallen.
Front blijft gevaarlijk en onzeker
De huidige Oekraïense successen betekenen niet dat de oorlog beslist is. Rusland behoudt grote aantallen manschappen, artillerie, drones en raketten. Ook blijft het Russische leger in staat om druk te zetten op meerdere frontsectoren. De Oekraïense tegenaanvallen blijven voorlopig tactisch en leveren nog geen grootschalige operationele doorbraak op. Geen van beide partijen heeft al bewezen dat ze opnieuw grote manoeuvres over lange afstanden kunnen uitvoeren. Toch is de verandering belangrijk. Oekraïne slaagt erin om omstandigheden te creëren waarin Russische posities kwetsbaarder worden. De oorlog is daardoor niet bevroren. Het slagveld blijft veranderen, vooral door technologische aanpassing, betere planning en de strijd om drones.
Nieuwe wapens kunnen campagne verder versterken
Oekraïne werkt aan extra systemen voor aanvallen op operationele diepte. In mei 2026 begonnen Oekraïense drone-operatoren een variant van de FP-2-drone te gebruiken die ongeleide S-8-luchtvaartraketten kan afvuren terwijl het toestel op afstand wordt bestuurd. Ook meldde de Oekraïense minister van Defensie Mychajlo Fedorov op 18 mei 2026 dat een Oekraïens defensiebedrijf de eerste binnenlands geproduceerde geleide glijbom met een lading van 250 kilogram had ontwikkeld en getest. Die zou klaar zijn voor gevechtsgebruik. Als Oekraïne Russische luchtverdediging verder kan verzwakken, kunnen zulke wapens belangrijk worden tegen versterkte doelen in de Russische operationele achterhoede. Daarnaast wordt getest hoe de Hornet-drone vanaf een weerballon op grote hoogte kan worden gelanceerd, waardoor het bereik mogelijk tot ongeveer 300 kilometer stijgt.
Internationale steun kan verschil maken
De analyse maakt duidelijk dat Oekraïne een tijdelijk voordeel heeft, maar dat dit voordeel kan verdwijnen als Rusland zich aanpast. Daarom is het moment belangrijk voor westerse steun. Oekraïne kan zijn dronecampagne, aanvallen op logistiek, luchtverdedigingsoperaties en tactische tegenaanvallen alleen blijven opschalen als het voldoende middelen krijgt. Dat gaat niet alleen om klassieke wapens, maar ook om drones, sensoren, dataverwerking, elektronische oorlogvoering, luchtafweer, munitie en systemen voor aanvallen op middelgrote afstand. Hoe sterker Oekraïne Russische logistiek en commandovoering kan raken, hoe moeilijker het voor Rusland wordt om zijn trage maar aanhoudende opmars voort te zetten.
Poetins strategie komt onder druk
De kern van de Russische strategie is dat Rusland door aanhoudende druk, kleine terreinwinsten en Oekraïense uitputting uiteindelijk zijn doelen kan bereiken. Die aanname wordt zwakker als de Russische dagelijkse terreinwinst verder daalt en in sommige periodes zelfs omslaat in nettoverlies. Rusland won begin 2026 nog altijd terrein, maar veel trager en tegen hoge kosten. Oekraïne toont dat het niet alleen verdedigt, maar ook Russische logistiek, luchtverdediging, dronecapaciteit en achtergebieden kan raken. Als Oekraïne erin slaagt om de Russische terreinwinst richting nul te duwen, moet Moskou zijn berekening herzien. Dat zou een belangrijk politiek en militair effect hebben.
Oekraïne mist vandaag grondgebied ter grootte van Bulgarije
Oekraïne heeft vandaag ongeveer 115.000 tot 120.000 vierkante kilometer grondgebied niet onder eigen controle. Dat komt neer op bijna één vijfde van het land. In die berekening zitten ook de Krim en delen van Donetsk en Loehansk, die al sinds 2014 door Rusland worden bezet. De totale oppervlakte van Oekraïne bedraagt ongeveer 603.550 vierkante kilometer. De schaal van het verlies wordt pas echt tastbaar wanneer men die oppervlakte vergelijkt met een Europees land: het gaat om een gebied dat ongeveer even groot is als Bulgarije. Rusland controleert dus niet alleen losse frontzones, maar een stuk Oekraïens grondgebied met de omvang van een volledige Europese staat. Dat cijfer geeft de oorlog een harde geografische betekenis. Achter elke vierkante kilometer zitten steden, dorpen, landbouwgrond, wegen, industrie, gezinnen en mensen die al jaren onder bezetting leven of uit hun woonplaats zijn verdreven.
Bronnen:
Institute for the Study of War, Ukraine’s Intermediate-Range Strike Campaign and New Mechanized Attacks Herald the Start of a New Phase of the War
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


