Opiniestuk: Een rechtsstaat onder vuur: de strijd van een burger tegen justitiële stilte

1 mei 2025

Een burger uit Deinze voert een strijd die de kern van de Belgische rechtsstaat raakt. Zijn klacht, oorspronkelijk gericht op een beslissing van een vrederechter in Zaventem, groeit uit tot een aanklacht tegen de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) en de benoemingsprocedures binnen de rechterlijke macht. Deze zaak legt niet alleen structurele gebreken bloot, maar raakt ook aan fundamentele grondrechten, zoals het recht op een eerlijke rechtsgang en toegang tot informatie. Het verhaal van deze burger vraagt om een herbezinning op hoe de rechtsstaat haar burgers beschermt.

Een strijd tegen zwijgen

In mei 2024 dient de burger een klacht in bij de Advies- en Onderzoekscommissie (AOC) van de HRJ. De kern van zijn betoog is een beslissing van een vrederechter in Zaventem, die hem de toegang tot bepaalde afschriften ontzegt. Dit weigeren van documenten vormt een inbreuk op zijn recht op toegang tot informatie, een grondrecht dat essentieel is voor een transparante rechtsstaat. Op 20 januari 2025 ontvangt hij een antwoord van de AOC, dat hij als misleidend ervaart. De commissie lijkt feiten te omzeilen en een cultuur van stilzwijgen te handhaven, wat het vertrouwen in een eerlijke behandeling ondermijnt.

De burger laat het hier niet bij. Medio maart 2025 stuurt hij aangetekende brieven met een ultimatum naar de stafhouder van Brussel en de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie. Eind maart volgt een brief aan de nieuwe AOC-voorzitter, die sinds februari 2025 in functie is. Alleen de stafhouder van Leuven reageert, op 30 april 2025. De afwezigheid van antwoorden van de anderen versterkt het beeld van een justitie die haar plicht tot verantwoording schuwt. Dit gebrek aan respons schaadt het grondrecht op een effectieve rechtsbescherming, dat burgers de mogelijkheid moet bieden om hun zaak gehoord te zien.

Benoemingen en de rechtsstaat

Een sleutelthema in deze zaak is de benoeming van een Franstalige magistraat als Eerste Voorzitter van het Hof van Beroep van Brussel in 2019. Een juridisch document uit 1975 stelt dat benoemingen die niet voldoen aan wettelijke voorwaarden ongeldig verklaard moeten worden. De burger betoogt dat deze benoeming niet aan de regels voldeed, wat de legitimiteit van de rechterlijke macht in vraag stelt. De stafhouder van Brussel, die bij deze benoeming betrokken was, zou volgens de klager bijdragen aan het verhullen van deze onregelmatigheid. Dit roept fundamentele vragen op over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, een hoeksteen van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Bovendien hebben de procureur-generaal, de stafhouder van Brussel en de AOC-voorzitter eerder posities bekleed in de Benoemings- en Aanwijzingscommissie (BAC) van de HRJ. Deze overlap voedt vermoedens van belangenverstrengeling. De AOC-voorzitter, die in 2022 een beslissing nam in een zaak van de klager, zou volgens hem niet onpartijdig kunnen optreden. Dit tast het grondrecht op een onpartijdige rechter aan, dat essentieel is voor een eerlijke rechtsgang. Een systeem waarin connecties zwaarder wegen dan regels, ondermijnt het vertrouwen dat burgers in de rechtsstaat moeten kunnen stellen.

Structurele gebreken en grondrechten

De zaak van deze burger beperkt zich niet tot zijn persoonlijke strijd. In Oostende bracht een integere stafhouder wanpraktijken van een vrederechter aan het licht, wat aantoont dat meldingsplicht kan bijdragen aan een rechtvaardiger systeem. Dit voorbeeld onderstreept het belang van het recht op vrije meningsuiting en de plicht van ambtenaren om misstanden te signaleren, zoals vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Toch wijst de burger ook op structurele tekortkomingen die deze rechten ondermijnen. Een voorbeeld uit Tervuren, waar een notaris te laat werd geïnformeerd over een zitting, toont hoe administratieve nalatigheid burgers hun recht op een tijdige rechtsgang ontneemt.

Bredere patronen van onverantwoordelijkheid versterken deze zorgen. In sommige steden zouden magistrates en voormalige bestuurders betrokken zijn geweest bij gerechtelijk bedrog, zoals in zaken rond vastgoed. Hoewel deze gevallen niet direct verband houden met de klacht, illustreren ze een rechtsstaat die worstelt met haar verplichting om burgers gelijk te behandelen, zoals artikel 14 van het Europees Verdrag voorschrijft. De trage administratie van justitie, die soms pas na weken of maanden communiceert, vormt een extra barrière voor burgers die hun rechten willen uitoefenen.

Een oproep tot hervorming

De burger blijft vastberaden, ondanks de stilte van de AOC. Zijn ultimatum, dat eind april 2025 afliep, kreeg geen bevredigend antwoord. Hij overweegt nu zijn klacht in het Frans voor te leggen aan de Franstalige Commissie d’Avis et d’Enquête (CAE) van de HRJ. Deze stap getuigt van zijn toewijding om de justitie ter verantwoording te roepen, een recht dat voortvloeit uit het beginsel van toegang tot de rechter. Zijn volharding benadrukt dat burgers niet alleen rechten hebben, maar ook de plicht voelen om die rechten te verdedigen.

Dit verhaal stelt dat de Belgische rechtsstaat wankelt onder een gebrek aan transparantie en verantwoordelijkheid. De strijd van één burger legt bloot hoe twijfelachtige benoemingen, stilzwijgen en administratieve traagheid de fundamentele grondrechten van burgers bedreigen. Het recht op een eerlijke rechtsgang, op onpartijdige rechters en op toegang tot informatie vormt de ruggengraat van een democratie. Wanneer deze rechten worden geschonden, erodeert het vertrouwen in de rechtsstaat. Dit is een oproep tot hervorming, zodat justitie weer dient wie ze moet beschermen: de burger.

Bronnen

  • Brief stafhouder Leuven 250430
  • Juridisch document machtsafwending 1893 1975 250424
  • AOC 2025 dossier correspondentie 250428
  • Website promediation.eu
  • Wikipedia pagina Belgische jurist

Andy Vermaut