Recht op zorg in nieuw samengestelde gezinnen onder druk?

6 februari 2026

De groeiende diversiteit aan gezinsvormen stelt het Belgische familierecht voor fundamentele vragen. Tijdens ‘De Middag van het Recht’ op vrijdag 6 februari 2026 in Brussel verdiepten experts zich in de juridische positie van personen die een actieve zorgrol opnemen voor een kind, zonder diens wettelijke ouder te zijn. De studiedag werd georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Justitie. De nood aan een duidelijk statuut voor deze zogenaamde zorgouders, zoals plusouders, grootouders of pleegouders, werd besproken tegen de achtergrond van bestaande wetgeving en de belangen van het kind.

De bijeenkomst bracht academici en praktijkmensen samen. Centraal stond de vraag of het huidige juridische kader volstaat of dat een wetswijziging nodig is om de relatie tussen kinderen en hun zorgouders beter te beschermen en te formaliseren. Kris Lebon, jurist bij DGWL, trad op als moderator.

Het gesloten systeem van twee ouders

Frederik Swennen, advocaat en hoogleraar personen- en familierecht aan de Universiteit Antwerpen, schetste de historische evolutie. Hij legde uit dat het huidige systeem uitgaat van een gesloten model met twee juridische ouders, gebaseerd op afstamming. Dit model koppelt ouderschap traditioneel aan een partnerrelatie, seksualiteit en samenwoning. De maatschappelijke realiteit is volgens hem echter versplinterd, waarbij deze elementen niet langer automatisch samenvallen. Mensen kunnen platonisch ouderschap wensen, kinderen krijgen zonder partnerrelatie of zorgtaken opnemen buiten het biologische ouderschap om. Dit stelt het uitgangspunt van twee exclusieve ouders ter discussie.

Swennen wees op voorstellen in het buitenland, zoals in Nederland, waar gedacht wordt aan een model met maximaal vier juridische ouders. De kernvraag is of betrokkenheid een ‘zero-sum game’ is, waarbij de toevoeging van een ouder automatisch een ander uitsluit, of dat er ruimte is voor gelaagde betrokkenheden. Hij stelde voor om verschillende aspecten van ouderschap – zoals dagelijkse opvoeding, financiële verantwoordelijkheid en het formele gezag – mogelijk los van elkaar te regelen via contracten of rechterlijke beslissingen.

De praktijk vanuit kinderrechtenperspectief

Caroline Vrijens, de Kinderrechtencommissaris voor Vlaanderen, benaderde het thema vanuit de dagelijkse praktijk en het belang van het kind. Haar instelling, die onafhankelijk toeziet op de naleving van kinderrechten, krijgt volgens haar opvallend weinig klachten over de juridische positie van plusouders. Kinderen zelf lijken het vaak niet als een probleem te ervaren dat hun zorgouder geen juridische erkenning heeft, zolang de situatie stabiel en conflictvrij is.

De grootste problemen doen zich voor in kwetsbare situaties waar géén ouder de verantwoordelijkheid opneemt, bijvoorbeeld door overlijden, detentie of verwaarlozing. In zulke gevallen is er soms letterlijk niemand met het juridisch gezag om beslissingen te nemen over school, gezondheid of financiën, wat kinderen in een juridisch vacuüm plaatst. Een mechanisme om in zulke noodsituaties iemand gezag te verlenen, zou volgens Vrijens een oplossing kunnen bieden. Zij waarschuwde ook dat het toevoegen van juridische ouders in conflictueuze scheidingssituaties het risico op langdurige procedures en nog meer conflicten kan vergroten, wat schadelijk is voor kinderen.

De roep om duidelijkheid en flexibiliteit

Beide sprekers erkenden dat er een groeiende realiteit is van kinderen die opgroeien in gezinsverbanden die anders zijn dan het klassieke model. Contractuele afspraken tussen zorgouders en biologische ouders bieden nu vaak een pragmatische, maar onvolmaakte oplossing. Deze overeenkomsten zijn niet altijd afdwingbaar en kunnen botsen met het latere belang van het kind zoals een rechter dat vaststelt.

De vraag blijft of de wetgever deze realiteit moet volgen met een nieuw, flexibeler statuut dat verschillende gradaties van zorg en verantwoordelijkheid kan erkennen. Zo’n statuut zou duidelijkheid kunnen scheppen voor alle partijen, inclusief scholen en artsen, die nu soms weigeren informatie te delen met een plusouder zonder juridische basis. Anderzijds bestaat de zorg dat elke juridische formalisering ook nieuwe conflicten kan aanwakkeren in situaties die nu goed functioneren op basis van onderling vertrouwen.

Bronnen:
‘De Middag van het Recht’, georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Justitie, 6 februari 2026, Brussel.
Presentatie Frederik Swennen, advocaat en hoogleraar personen- en familierecht aan UAntwerpen.
Bijdrage Caroline Vrijens, Kinderrechtencommissaris Vlaanderen.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)