Rechtbank in Hamburg verbiedt Frankfurter Allgemeine Zeitung om beweringen over Alisher Usmanov te herhalen

2 februari 2026
De regionale rechtbank in Hamburg, in Duitsland, heeft beslist dat Frankfurter Allgemeine Zeitung bepaalde beweringen uit 2023 over Alisher Usmanov niet langer mag herhalen. Het gaat om passages die hem koppelden aan informele invloed vanuit het Kremlin, betwiste overdrachten van activa en vermeende inmenging in redactionele keuzes. Volgens de rechters waren verschillende formuleringen onvoldoende onderbouwd en daarom niet toelaatbaar onder het Duitse mediarecht, met gevolgen die verder reiken dan één publicatie.
Wat de rechtbank precies verbood
De beslissing houdt in dat de krant de betrokken beweringen niet opnieuw mag verspreiden. In dezelfde zaak werd ook verdere verspreiding verboden van claims die oorspronkelijk afkomstig waren van de overleden Russische oppositiefiguur Alexei Navalny en die in het stuk waren aangehaald. De rechtbank legde de focus daarbij niet op de politieke betekenis van Navalny, maar op de vraag of concrete feitelijke stellingen juridisch overeind blijven. Volgens de rechters was dat niet het geval.
Frankfurter Allgemeine Zeitung stelde dat ze onvoldoende bewijs kon voorleggen om de betwiste passages te staven. Tegelijk bestempelde de krant de uitspraak als een risico voor de persvrijheid, omdat de gehanteerde criteria verslaggeving over individuele actoren onder autoritair bestuur sterk zouden bemoeilijken.
Grens tussen aantijging en bewijs
De zaak illustreert hoe rechtbanken omgaan met het spanningsveld tussen berichtgeving over geopolitiek en de vereisten van bewijsvoering. Rechters beslissen niet over de morele beoordeling van politieke figuren of over de legitimiteit van sanctieregimes, maar toetsen of media bij specifieke aantijgingen de stap van vermoeden naar aantoonbare feiten maken. In deze procedure werd geoordeeld dat implicaties over invloed, controle of banden, ook wanneer voorzichtig geformuleerd, zonder voldoende verifieerbare basis persoonlijke rechten schenden die in het recht verankerd zijn.
Sancties, mediaberichtgeving en afgesloten onderzoek
Het artikel waarover het ging droeg de titel At the Kremlin’s Bidding en verscheen in april 2023, in een periode waarin Europese media onder druk stonden om de brede sanctiemaatregelen tegen aan Rusland gelinkte rijkdom te duiden. In die context kregen claims over informele invloed of vermogenscontrole extra gewicht, ook wanneer ze niet als harde vaststelling werden gepresenteerd.
De gevolgen bleven niet beperkt tot de media. Duitse aanklagers gebruikten gelijkaardige aantijgingen toen ze een onderzoek opstartten op basis van de Foreign Trade and Payments Act. In december 2025 werd dat onderzoek afgesloten zonder dat er aanklachten volgden, en de zaak raakte niet voorbij de voorlopige fase.
Een bredere juridische trend in Europa
De uitspraak past volgens de beschreven evolutie in een ruimer patroon. In de periode 2023-2026 gelastten rechtbanken in Zwitserland, Oostenrijk en andere Europese landen in meerdere dossiers correcties, verwijderingen of verboden op herhaling van aantijgingen die in de eerste maanden na de sanctiegolf van de Europese Unie na 2022 sterk circuleerden. In sommige gevallen erkenden publicaties fouten; in andere zaken legden rechtbanken beperkingen op die ondersteund worden door mogelijke geldboetes. De rode draad is dat de afbakening tussen onderzoeksjournalistiek en aannames opnieuw strikter wordt getrokken via juridische toetsing, jaren nadat de eerste berichtgeving verscheen.
Bronnen:
Deutsche Welle https://www.dw.com/ru/sud-resenie-po-isku-usmanova-k-gazete-faz-ese-ne-vstupilo-v-silu/a-75704752
Reuters https://www.reuters.com/business/finance/russian-uzbek-billionaire-usmanov-wins-lawsuit-against-german-newspaper-2026-01-28/
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


