Schepen Greet Dever licht in Diksmuidse gemeenteraad verkeersveiligheid en waterkwaliteit toe

18 november 2025

Tijdens de gemeenteraad van maandag 17 november 2025 in Diksmuide bracht schepen Greet Dever, bevoegd voor onder meer plattelandsbeleid, landbouw, waterbeleid, milieu en duurzaamheid, twee uitgebreide tussenkomsten. Ze ging in op het reglement rond de actie “Modder op de weg” en op de vragen over de waterkwaliteit van De Blankaart. Het gaat om haar officiële tussenkomsten zoals ze in de raadszaal zijn uitgesproken.

Modder op de weg en verkeersveiligheid

In haar eerste tussenkomst herinnerde schepen Greet Dever eraan dat het reglement over de signalisatieborden in het kader van “Modder op de weg” al enige tijd bestaat. In de kleipolders rond Diksmuide ontstaat bij nat weer onvermijdelijk modder op de openbare weg wanneer landbouwvoertuigen van en naar de velden rijden. Dat is een gekend gegeven, maar tegelijk moet de verkeersveiligheid volgens haar altijd centraal blijven staan.

Om landbouwers ertoe aan te zetten duidelijke signalisatie te plaatsen, wordt de retributie voor de signalisatieborden beperkt tot de werkelijke aankoopprijs. De borden blijven daardoor betaalbaar en landbouwers kunnen ze zelf voorzien wanneer ze op het land aan het werk zijn. Schepen Dever maakt daarbij duidelijk dat signalisatie geen vrijgeleide is: ook wie waarschuwingsborden plaatst, blijft volledig verantwoordelijk om de weg zo snel mogelijk weer proper en veilig te maken.

Daarnaast wijst ze erop dat de borden niet langdurig langs de kant van de weg mogen blijven staan. Als ze te lang blijven staan, neemt de aandacht van weggebruikers af en vermindert het waarschuwende effect.

Begin oktober nam de provincie, naar aanleiding van vijfentwintig jaar “Modder op de weg”, het volledige campagneverloop onder de loep. In verschillende werkgroepen dachten landbouwers, loonwerkers, fyto-adviseurs, politie en brandweer samen na over bijkomende acties om de verkeersveiligheid nog te versterken. Op woensdag 26 november zal de gouverneur de resultaten van die werksessies toelichten, waarna ook de stad kan bekijken of bijkomende maatregelen aangewezen zijn.

Discussie over waterkwaliteit De Blankaart

De tweede tussenkomst van schepen Greet Dever kwam er naar aanleiding van een vraag van raadslid G. Mabesoone over de waterkwaliteit van De Blankaart. Aanleiding was onder meer een artikel dat verscheen na een reportage van het programma Pano, waarin werd gesteld dat de oorzaak van de verontreiniging volledig te wijten zou zijn aan pesticiden, meststoffen en sproeimiddelen uit intensieve landbouw in de regio.

Volgens Greet Dever gaat die conclusie veel te snel, zeker in het licht van eerdere vaststellingen. In het voorjaar werd bijvoorbeeld een verontreiniging met 1,2,4-triazolen vastgesteld, waarbij in eerste instantie naar de landbouw werd gewezen. Na onderzoek bleek de vervuiling echter afkomstig te zijn van IFF Ieper, een bedrijf dat onder de naam Solae Belgium plantaardige eiwitten uit soja verwerkt voor onder andere sportdranken en vegetarische voeding. Voor haar toont dat voorbeeld dat de werkelijkheid vaak breder is dan één sector.

In hetzelfde artikel werd ook geopperd dat de schepen zou stellen dat de waterkwaliteit vandaag beter is dan vijftien jaar geleden omdat de normen verlaagd zouden zijn, waardoor de resultaten gunstiger lijken en burgers zouden worden misleid. Volgens Dever klopt dat niet.

Normen, labo’s en wat de cijfers precies zeggen

Schepen Greet Dever wijst erop dat moderne laboratoria vandaag veel kleinere hoeveelheden stoffen kunnen meten dan vijftien jaar geleden. Technieken zoals chromatografie met geavanceerde toestellen maken het mogelijk om heel lage concentraties op te sporen.

De Europese norm voor 1,2,4-triazool is vastgelegd op 0,1 microgram per liter. Die norm is gekoppeld aan de detectielimiet van pesticiden: het gaat om de laagste hoeveelheid die een meettoestel nog net kan aantonen. Het is dus geen grens die voortkomt uit een uitgebreide humane risico-evaluatie, maar uit wat technisch meetbaar is.

Om dat te kaderen, legt Dever uit dat 0,1 microgram per liter overeenkomt met een miljoenste van een milligram. Enkele druppels van een pesticide zijn daardoor al voldoende om een wateroppervlak van één hectare met een diepte van één meter aan die norm te laten raken. Ze zegt daar nadrukkelijk bij dat ze de problematiek niet wil minimaliseren, maar net duidelijk wil maken hoe gevoelig de meetmethoden inmiddels zijn. Voor haar blijft waterkwaliteit een prioriteit.

Adviezen over veiligheid van het drinkwater

Op de vraag waarop de veiligheid van de tijdelijke afwijking is gebaseerd, verwijst schepen Greet Dever naar het positieve advies van de Vlaamse Milieumaatschappij en het Departement Zorg. De tijdelijke norm ligt op 1 microgram 1,2,4-triazool per liter. Die waarde ligt onder de voorzorgswaarde van 4,5 microgram per liter die de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek in januari 2024 naar voren schoof. Daarnaast blijft de tijdelijke norm ruim beneden de gezondheidskundige toetsingswaarde van 138 microgram per liter die door het Departement Zorg in januari 2024 werd vastgelegd.

Beide instanties stellen volgens Dever dat de gemeten concentraties geen risico vormen voor de gezondheid en dat de normen niet worden overschreden. Er worden dan ook geen negatieve effecten verwacht bij langdurige consumptie van het drinkwater.

Daarom stelt ze dat leidingwater in Diksmuide nog steeds veilig is en dat er geen reden is om inwoners af te raden kraantjeswater te drinken. Ze wijst erop dat leidingwater de meest ecologische drinkwaterbron is, zonder transport met vrachtwagens, zonder verpakking, met nauwe opvolging van de kwaliteit en bovendien de goedkoopste optie voor gezinnen.

Onderzoek naar bronnen en maatregelen in landbouw en industrie

Wat de volgende stappen betreft, schetst schepen Greet Dever een dubbel spoor. Enerzijds loopt een bronnenonderzoek naar de oorsprong van de verontreiniging. Daarbij wordt niet alleen naar landbouw gekeken, maar ook naar mogelijke bijdragen van industrie, waterzuiveringsinstallaties en huishoudelijk afvalwater. In dat laatste geval speelt bijvoorbeeld het gebruik van geneesmiddelen zoals schimmelwerende producten een rol. De resultaten van dat onderzoek worden tegen het einde van dit jaar verwacht.

Anderzijds wordt stevig ingezet op begeleiding van landbouwers. Er is een systeem van monitoring van mogelijke plantenziekten, waarna gerichte waarschuwingen naar landbouwers vertrekken. Zo kunnen zij hun bespuitingen afstemmen op een reële nood, in plaats van op vaste intervallen. Tegelijk loopt onderzoek naar spuitschema’s met minder triazoolhoudende fungiciden en naar alternatieven.

Dever beschrijft hoe pesticiden op drie manieren in het oppervlaktewater terechtkomen: via puntlozingen bij het vullen of spoelen van spuittoestellen, via verneveling in de lucht die ook in waterlopen kan belanden, en via afspoeling van percelen bij hevige neerslag. Om dat aan te pakken, zijn al verschillende maatregelen ingevoerd. Een terugslagklep op de aanzuigleiding van spuittoestellen is intussen verplicht. Vanaf 1 januari 2026 wordt ook een schoonwatertank op spuittoestellen verplicht, zodat het reinigen op het veld kan gebeuren met proper water.

Daarnaast moeten landbouwers vanaf 1 januari 2026 technieken toepassen die de verneveling sterk beperken. Dat gaat onder andere over aangepaste spuitdoppen en spuitmethodes, waardoor minder product buiten het perceel en in oppervlaktewater terechtkomt. Om afspoeling tegen te gaan, worden landbouwers aangemoedigd drempels aan te leggen op bijvoorbeeld aardappelvelden, zodat water en producten langer op het veld blijven. Vanaf 2026 gelden bovendien strengere regels in bufferzones en beschermingsstroken langs waterlopen.

Ook op industrieel vlak volgen stad en hogere overheden de dossiers nauwgezet op. Bij een recente omgevingsaanvraag van TWZ gaf de stad een ongunstig advies. Voor huishoudelijk afvalwater wordt in deze legislatuur stevig geïnvesteerd in rioleringsprojecten, zodat minder ongezuiverd water in het milieu terechtkomt.

Hoe de watervoorraad nu verzekerd wordt

Op de vraag hoe de drinkwatervoorraad voor gezinnen momenteel wordt aangevuld, verwijst schepen Greet Dever naar de beslissing om tijdelijk geen water meer in te laten vanuit de IJzer. De voornaamste reden is het hoge zoutgehalte, dat samenhangt met het extreem droge jaar.

De Watergroep beschikt over grote bassins in Hooglede en Geluveld. Via leidingen kan van daaruit extra water worden aangevoerd naar het waterproductiecentrum De Blankaart. Daarnaast was er al een aanzienlijke voorraad aanwezig. Volgens Dever kan deze situatie echter niet onbeperkt blijven duren, al is er vandaag geen reden tot paniek.

Controle op kraantjeswater en informatie voor inwoners

Tot slot gaat schepen Greet Dever in op de vraag of de stad zelf nog bijkomende stappen zal zetten om de drinkbaarheid van het kraantjeswater te controleren. Ze verwijst naar de wekelijkse controles die al plaatsvinden en geeft aan dat de stad de expertise van De Watergroep en de kwaliteitsbewaking niet in vraag stelt.

Wie de recente analyses wil raadplegen, kan die volgens haar terugvinden op de website van De Watergroep: https://www.dewatergroep.be/nl-be/drinkwater/jouw-drinkwater. Op die manier kunnen inwoners zelf nagaan welke parameters worden gemeten en welke resultaten in hun regio gelden.

In beide tussenkomsten maakt Greet Dever duidelijk dat ze als schepen van landbouw, waterbeleid en milieu het debat in de gemeenteraad niet uit de weg gaat, maar haar standpunt stap voor stap onderbouwt.

Bronnen:
Tussenkomst schepen Greet Dever – agendapunt 6 “Modder op de weg”, gemeenteraad Diksmuide november 2025
Tussenkomst schepen Greet Dever – agendapunt 46 “Waterkwaliteit De Blankaart”, gemeenteraad Diksmuide november 2025
Website De Watergroep – kwaliteitsinformatie drinkwater

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)