Sicilië op de knieën: miljoenen inwoners bijna twee jaar getroffen door de zwaarste watercrisis in decennia

Foto Ekaterina Belinskaya
14 juli 2026
Een eiland zag zijn waterreserves verdwijnen
Sicilië ging 2024 in met een watertekort dat zich niet langer liet afdoen als een tijdelijk gevolg van enkele droge maanden. Terwijl januari normaal een belangrijke maand is voor de aanvulling van stuwmeren, rivieren, bodems en grondwaterlagen, bevatten de Siciliaanse reservoirs op 1 januari 2024 samen 296,99 miljoen kubieke meter water. Een jaar eerder was dat 360,69 miljoen kubieke meter. Het verschil bedroeg 18 procent. Achter dat algemene cijfer gingen situaties schuil die enkele maanden eerder nauwelijks voorstelbaar leken. Het Pozzillo-stuwmeer op de Salso, met een totale opslagcapaciteit van 150,5 miljoen kubieke meter, bevatte nog slechts 3,78 miljoen kubieke meter. In het Disueri-reservoir zat 0,52 miljoen kubieke meter tegenover een capaciteit van 23,6 miljoen. Fanaco, dat een belangrijke rol speelt in de drinkwatervoorziening van plaatsen in het zuidwesten en het midden van Sicilië, hield nog 3,02 miljoen kubieke meter vast op een mogelijke 20,7 miljoen. Cimia bevatte 0,71 miljoen kubieke meter en Comunelli stond geheel droog. Sicilië bevond zich midden in januari al in een toestand die doorgaans pas na een lange droge periode wordt gevreesd. Het probleem was niet alleen dat er weinig water overbleef. De regen die de reserves opnieuw moest aanvullen, bleef uit.
De eerste rantsoenering begon al in januari
De eerste zware maatregel volgde op maandag 8 januari 2024. Siciliacque verlaagde de aangevoerde hoeveelheid water met 10 procent en in sommige gevallen met 15 procent voor 39 gemeenten in de provincies Agrigento, Caltanissetta en Palermo. Ook de irrigatieconsortia Agrigento 3 en Caltanissetta 4 werden getroffen. De betrokken gebieden waren rechtstreeks aangesloten op Fanaco of ontvingen water via aquaducten die door dat reservoir werden gevoed. Vanaf vrijdag 12 januari kwamen daar vijftien gemeenten in de provincie Trapani bij, nadat werkzaamheden aan het Garcia-aquaduct waren afgerond. Siciliacque beheert een groot deel van de bovenlokale watervoorziening op het eiland. De Siciliaanse regio bezit 25 procent van de onderneming, terwijl de overige 75 procent in handen is van Idrosicilia. De rantsoenering was daarom geen beperkt lokaal besluit, maar een ingreep in een netwerk waarvan talrijke steden en gemeenten afhankelijk zijn. In verschillende plaatsen betekende een verlaging van de toevoer niet dat inwoners tijdelijk iets minder water uit de kraan kregen. Veel Siciliaanse distributienetten leverden ook vóór de crisis niet onafgebroken water. Extra beperkingen verlengden de periodes tussen twee leveringen en maakten huishoudens nog afhankelijker van particuliere opslagtanks, waterreservoirs op daken en leveringen met tankwagens.
De regionale noodtoestand volgde in maart
Op maandag 11 maart 2024 erkende de Siciliaanse regering van president Renato Schifani de ernst van de situatie formeel. De regionale regering riep een crisis- en noodtoestand uit voor de drinkwatervoorziening in Agrigento, Caltanissetta, Enna, Messina, Palermo en Trapani. De maatregel gold aanvankelijk tot 31 december 2024. In februari was al een natuurramp wegens droogteschade aan de landbouw vastgesteld voor de periode van september 2023 tot januari 2024. Ook veehouders kregen te maken met noodmaatregelen, omdat bedrijven onvoldoende water en veevoer konden vinden. Op 3 april vroeg de regio de Italiaanse regering om de toestand tot nationale noodsituatie te verheffen. Die erkenning kwam op 6 mei 2024. Rome stelde aanvankelijk 20 miljoen euro beschikbaar voor onder andere tankwagens, nieuwe putten en dringende ingrepen. De verklaringen op papier maakten duidelijk dat het niet langer om een reeks afzonderlijke tekorten ging. Drinkwater, landbouw, veeteelt, industrie en energieproductie werden tegelijk geraakt. Het watertekort was een eilandbrede crisis geworden.
De regen bracht nauwelijks verlichting
De eerste helft van 2024 leverde geen herstel op. Regenbuien maakten de bovenste bodemlaag soms nat, maar het water drong vaak niet diep genoeg door om grondwaterlagen of reservoirs betekenisvol aan te vullen. In juni viel gemiddeld ongeveer 8 millimeter regen op Sicilië. Het gemiddelde voor de periode 2003–2022 lag rond 11 millimeter. Over de twaalf maanden tot eind juni 2024 werd regionaal gemiddeld ongeveer 414 millimeter geregistreerd. Dat niveau lag bijna gelijk aan de 413 millimeter tijdens de grote droogte van 2002. In delen van het eiland liep het jaarlijkse tekort aan neerslag op tot ruim 60 procent. Daarnaast lagen de temperaturen in juni boven de langjarige gemiddelden. Vrijwel de hele maand werden waarden boven 35 graden gemeten en op verschillende plaatsen steeg de temperatuur boven 40 graden. Daardoor verdampte een deel van het schaarse water sneller. De bodem verloor vocht, landbouwgewassen kwamen onder druk en de vraag naar water nam juist toe op een ogenblik dat de toevoer verder terugliep.
Stuwmeren bereikten uiterst lage niveaus
Rond eind mei en begin juni hielden de 29 gemonitorde Siciliaanse reservoirs samen ongeveer 288,95 miljoen kubieke meter water vast. Daarvan was naar schatting slechts 154,23 miljoen kubieke meter daadwerkelijk beschikbaar. De rest kon door technische beperkingen, sedimentatie, veiligheidsmarges of andere oorzaken niet worden gebruikt. De oorspronkelijke gezamenlijke capaciteit van de reservoirs bedroeg ongeveer 1.010,7 miljoen kubieke meter. Er ontbrak dus ruim zeven tiende van wat de infrastructuur in theorie kon opslaan. Een jaar eerder bevatten de reservoirs rond dezelfde periode nog ongeveer 520 miljoen kubieke meter. Ook de afzonderlijke cijfers waren verontrustend. Disueri bevatte op 1 juni 2024 nog 0,21 miljoen kubieke meter. Fanaco hield nog 0,85 miljoen kubieke meter vast. Pozzillo kwam uit op ongeveer 5 miljoen kubieke meter. Comunelli was droog en ook Zaffarana bevond zich nagenoeg op nul. De meetgegevens maakten zichtbaar dat enkele van de grootste en belangrijkste waterbuffers van Sicilië hun functie nauwelijks nog konden uitvoeren.
Bijna de helft van alle inwoners getroffen
Van de 4.779.371 inwoners van Sicilië kregen naar schatting 2.347.142 mensen te maken met een verlaagde watertoevoer. Dat was bijna de helft van alle eilandbewoners. De gevolgen verschilden sterk per plaats. Sommige huishoudens kregen op bepaalde dagen of uren water. Elders zat er een week of nog langer tussen twee leveringen. Wie over een eigen reservoir beschikte, kon de onderbrekingen tijdelijk opvangen. Bewoners zonder voldoende opslag waren afhankelijk van flessenwater, openbare fonteinen of tankwagens. In Agrigento meldden inwoners dat zij soms slechts om de vijftien dagen water ontvingen. De druk in het netwerk was daarbij geregeld te laag om reservoirs op hogere verdiepingen te vullen. Ziekenhuizen, ouderen, mensen met medische noden en toeristische ondernemingen kregen voorrang bij leveringen per tankwagen. De wachttijd voor andere afnemers kon oplopen tot tien of vijftien dagen. De crisis trof zo niet alleen de beschikbaarheid van drinkwater, maar ook hygiëne, gezondheidszorg, horeca, toerisme en het dagelijkse huishouden.
Een verouderd netwerk vergrootte de schade
De droogte was de directe aanjager van de crisis, maar zij verklaarde niet waarom Sicilië zo kwetsbaar bleek. Een aanzienlijk deel van het water ging verloren door lekkende en verouderde leidingen. In de provincie Agrigento werd het verlies in het netwerk geraamd op 50 tot 60 procent. Sommige stuwmeren konden door achterstallig onderhoud, technische beperkingen of opgehoopt slib minder water opslaan dan hun oorspronkelijke capaciteit doet vermoeden. Ook ontbraken op plaatsen geschikte leidingen om beschikbaar water naar de gebieden met de hoogste nood te brengen. Daardoor bestond een wrange situatie: zelfs wanneer ergens nog water aanwezig was, kon het niet altijd tijdig worden gebruikt. De crisis legde zo een probleem bloot dat veel verder reikte dan neerslag. Jaren van uitgestelde investeringen, gebrekkig onderhoud en versnipperd beheer hadden de weerstand van het watersysteem verkleind. De droogte maakte die zwakke plekken zichtbaar en versnelde de gevolgen.
Landbouwers moesten kiezen wat nog gered kon worden
Op het platteland werd water een keuze tussen gewassen. In sommige gebieden besloten landbouwers hun beperkte voorraad niet langer te gebruiken voor laag groeiende, jaarlijks ingezaaide teelten zoals tarwe. Het beschikbare water ging naar olijfbomen, citrusbomen en andere meerjarige aanplantingen, omdat het jaren of decennia kan duren voordat een boomgaard opnieuw productief is. Graanoogsten gingen verloren, weilanden verdroogden en de productie van hooi daalde op sommige bedrijven met 60 tot 70 procent. Veetelers moesten water aankopen tegen sterk gestegen prijzen. Tegelijk werd veevoer duurder en nam de melkproductie af. Sommige landbouworganisaties waarschuwden dat dieren vroegtijdig naar de slacht konden worden gebracht omdat bedrijven niet langer genoeg water en voedsel konden garanderen. Voor olijf- en fruittelers kwam daar hittestress bij. Hoge temperaturen konden vruchten uitdrogen of van bomen doen vallen. De crisis raakte daardoor niet alleen de oogst van 2024. Beschadigde bomen, gesloten bedrijven en opgebouwde schulden konden nog jaren doorwerken.
Natuurgebieden droogden uit
Ook de natuurlijke ecosystemen leden zwaar. Het Pergusameer bij Enna, het enige natuurlijke meer van Sicilië, kromp tot een kleine waterplas. Het meer is een belangrijke rustplaats voor trekvogels tussen Afrika en Europa en biedt leefruimte aan vissen, weekdieren en kleine waterorganismen. Door de lage waterstand steeg het risico op blijvende schade aan die leefomgeving. Ook elders trokken oevers zich terug en kwamen grote stukken droge meerbodem bloot te liggen. Minder water betekende hogere concentraties van zouten en andere stoffen, hogere watertemperaturen en een lager zuurstofgehalte. Daardoor verslechterden de omstandigheden voor dieren en planten die afhankelijk zijn van zoet water. De crisis werd zo niet alleen een menselijk en economisch vraagstuk, maar ook een bedreiging voor de biodiversiteit van het eiland.
Ancipa werd het symbool van de strijd om de laatste reserves
De Ancipa-dam in het oosten van Sicilië gold lange tijd als een strategische buffer voor drinkwater, irrigatie en elektriciteitsproductie. Door aanhoudende droogte en het uitblijven van vroege besparingen raakte ook dit reservoir bijna uitgeput. Gemeenten zoals Troina, Gagliano Castelferrato, Cerami, Nicosia en Sperlinga vreesden voor hun toevoer. Toen eind 2024 werd beslist dat een deel van het resterende water opnieuw naar Caltanissetta en San Cataldo zou gaan, bezetten inwoners en bestuurders uit Troina een distributie-installatie. Zij vreesden dat hun eigen gemeente zonder water zou vallen. De protestactie toonde hoe een natuur- en infrastructuurcrisis kan uitgroeien tot een conflict tussen gebieden die allemaal met tekorten kampen. Het ging niet om een strijd tussen plaatsen waarvan de ene ruim bedeeld was en de andere niet. Het ging om gemeenten die dezelfde slinkende voorraad moesten delen.
Waarom zware buien het tekort niet meteen oplossen
Eind augustus 2024 viel opnieuw regen, maar dat betekende niet dat de crisis voorbij was. Korte en intense stortbuien kunnen in enkele uren grote hoeveelheden water afleveren, maar een uitgedroogde en verharde bodem neemt dat water niet altijd goed op. Een groot deel stroomt weg naar rivieren en zee. Daarbij kunnen overstromingen en erosie ontstaan, zonder dat diepere bodemlagen of grondwaterreserves voldoende worden aangevuld. Voor herstel is gelijkmatige regen nodig, verspreid over langere periodes. Ook dan verloopt de aanvulling traag. Na een zware droogte kan de bodem meerdere jaren nodig hebben om op grotere diepte opnieuw voldoende vocht vast te houden. Grondwaterlagen en stuwmeren reageren nog trager. Een enkele natte maand kan daardoor een gunstig cijfer opleveren, terwijl het hydrologische tekort blijft bestaan.
De acute fase nam af, maar de crisis verdween niet
De neerslag in 2025 en de eerste maanden van 2026 zorgde voor een duidelijke verbetering. Reservoirs kregen opnieuw water en sommige droogte-indicatoren bewogen terug richting normale waarden. Toch is het te stellig om te zeggen dat Sicilië begin 2026 geheel uit de watercrisis was. Op 1 maart 2026 bevatten de stuwmeren samen bruto 536,11 miljoen kubieke meter. Dat was een forse stijging tegenover 2024 en 2025. Van dat bedrag moest echter ongeveer 160 miljoen kubieke meter worden afgetrokken wegens zand, slib en aarde die zich door de jaren heen in de reservoirs hadden opgehoopt. Er bleef naar schatting ongeveer 370 miljoen kubieke meter bruikbaar water over, iets boven een derde van de oorspronkelijke gezamenlijke opslagcapaciteit. In april 2026 werd de toestand van de Siciliaanse reservoirs daarom nog altijd als kritiek omschreven. De meest acute droogte was afgezwakt, maar structurele problemen met sedimentatie, lekkende leidingen, onderhoud en bruikbare opslag bleven bestaan.
Een crisis die doorloopt nadat het opnieuw regent
De Siciliaanse watercrisis van 2024 was geen incident met een duidelijke begin- en einddatum. De officiële noodtoestand begon op 11 maart, maar de eerste rantsoenering was al op 8 januari ingegaan en de neerslagtekorten waren in 2023 opgebouwd. De zwaarste gevolgen werden in 2024 zichtbaar, terwijl landbouw, grondwaterlagen en infrastructuur ook in 2025 onder druk bleven. Begin 2026 bracht regen verlichting, maar geen structurele oplossing. Sicilië beschikte opnieuw over grotere voorraden, terwijl tegelijk een aanzienlijk deel van de capaciteit door slib en technische beperkingen niet bruikbaar was. De crisis duurde daarom niet alleen voort door het weer. Zij werd verlengd door de toestand van het waternet, de stuwmeren en het beheer.
Bronnen: https://www.letteraemme.it/an-island-without-water-the-2024-water-crisis
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


