Slachtofferhulp afgewezen: Raad van State steunt Commissie


23 april 2025

Op 5 maart 2025 verwierp de Raad van State in Brussel het cassatieberoep van A.A., die een hogere financiële hulp eiste van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en occasionele redders. A.A., vertegenwoordigd door advocaat Walter Damen, betwistte de beslissing van de Commissie van 12 december 2023, die slechts 24.981 euro toekende in plaats van de gevraagde 40.931,38 euro. De Belgische Staat, verdedigd door advocaat Michel van Dievoet, kreeg gelijk in een zaak die draait om de motivering van slachtofferhulp.

Achtergrond van de zaak

A.A. diende op 20 juni 2022 een verzoek in bij de Commissie voor financiële hulp, na een gewelddaad die ernstige lichamelijke en psychische schade veroorzaakte. Het gevraagde bedrag van 40.931,38 euro omvatte onder meer kosten voor tandschade, materiële schade zoals een kapotte gsm, en morele schade. De Commissie verklaarde het verzoek op 12 december 2023 ontvankelijk, maar kende slechts 24.981 euro toe. A.A. vond deze toekenning te laag, vooral omdat het hof van beroep in Antwerpen op 24 juni 2021 een hogere schadevergoeding had vastgesteld. Op 9 januari 2024 stapte A.A. naar de Raad van State om de beslissing nietig te laten verklaren, met de steun van advocaat Maya Taser, die Walter Damen verving tijdens de zitting.

Beslissing van de Commissie

De Commissie oordeelde dat slachtoffers geen recht hebben op volledige schadeloosstelling, maar enkel op financiële hulp gebaseerd op collectieve solidariteit. Alleen specifieke schadeposten, zoals opgesomd in de wet van 1 augustus 1985, komen in aanmerking. Voor materiële kosten, zoals de herstelkosten van een gsm, geldt een maximum van 1250 euro, maar kosten voor beschadigde goederen werden uitgesloten. De gevraagde 18.246,26 euro voor tandschade werd teruggebracht tot 10.000 euro, omdat A.A. slechts 4661,74 euro aan eigen kosten aantoonde via brieven van verzekeraar DKV. Toekomstige kosten voor tandprotheses werden meegewogen, maar zonder gedetailleerde bewijzen bleef de toekenning beperkt.

Voor morele schade kende de Commissie geen aparte vergoeding toe, omdat A.A. al hulp kreeg voor tijdelijke en blijvende persoonlijke ongeschiktheid. Administratie- en verplaatsingskosten werden forfaitair vastgesteld op 125 euro. De Commissie benadrukte dat zij de hulp naar billijkheid bepaalt, los van de tarieven die rechtbanken hanteren, en baseerde zich op haar eigen rechtspraak en indicatieve tabellen voor moeilijk meetbare schadeposten.

Cassatieberoep bij de Raad van State

A.A. stelde dat de Commissie haar beslissing onvoldoende motiveerde, met name over de afwijzing van morele schade en de verlaging van de tandschadevergoeding. Volgens artikel 149 van de Grondwet moet elke uitspraak duidelijk gemotiveerd zijn. A.A. vond dat de Commissie te vaag bleef over de ernst van de feiten en de impact op zijn leven, en dat de verlaging van de tandschade niet goed werd onderbouwd, ondanks ingediende deskundigenverslagen uit 2017, 2018 en 2020.

De Raad van State, onder leiding van kamervoorzitter Geert Van Haegendoren en met staatsraden Jurgen Neuts en Jim Deridder, boog zich op 24 februari 2025 over de zaak. Eerste auditeur Anja Somers leverde een advies dat overeenstemde met het arrest. Advocaat Maya Taser pleitte namens A.A., maar de Raad oordeelde dat de Commissie wel degelijk voldoende motiveerde. Voor tandschade wees de Commissie op het gebrek aan betalingsbewijzen en de toekomstige kosten van protheses, wat de toekenning van 10.000 euro rechtvaardigde. Voor morele schade legde de Commissie uit dat een aparte vergoeding niet gebruikelijk is als andere schadeposten al zijn toegekend.

De Raad stelde dat een motivering niet omstandig of juridisch correct hoeft te zijn, zolang de redenen duidelijk zijn. A.A.’s kritiek dat de Commissie de ernst van de feiten negeerde, werd als niet relevant afgewezen, omdat de afwijzing van morele schade op een andere grond steunde. Het cassatieberoep werd verworpen, en A.A. moest de kosten dragen: een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro aan de Belgische Staat.

Betekenis van de uitspraak

De uitspraak, vastgelegd door griffier Frank Bontinck, bevestigt de autonomie van de Commissie om financiële hulp naar eigen inzicht toe te kennen. Slachtoffers kunnen geen volledige vergoeding eisen, en de Commissie hoeft niet de bedragen van gerechtelijke uitspraken te volgen. Dit versterkt het principe van collectieve solidariteit, maar legt ook de beperkingen bloot voor slachtoffers die op meer steun hopen. A.A. heeft nog tien jaar de tijd om aanvullende hulp aan te vragen, mits hij aan de wettelijke voorwaarden voldoet.

Een balans tussen recht en billijkheid

De zaak toont de spanning tussen de verwachtingen van slachtoffers en de strikte regels van slachtofferhulp. Voor A.A. blijft de toegekende 24.981 euro ver onder zijn verwachtingen, ondanks de ernst van de geleden schade. De Raad van State onderstreept met dit arrest dat de Commissie vrij is om haar eigen afwegingen te maken, zolang die duidelijk worden uitgelegd. Voor slachtoffers van geweld blijft het een uitdaging om hun leed financieel erkend te krijgen binnen de grenzen van de wet.

Foto via Freepik