Topwetenschapper uit zeldzame kritiek op klimaatbeleid: “Focus op CO₂ is misleidend”

Foto via schermkopie Youtube
30 augustus 2025
Richard Lindzen, emeritus hoogleraar aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT), trekt in een nieuwe publicatie de gangbare aanpak van klimaatverandering radicaal in twijfel. Zijn analyse wijst op fundamentele tekortkomingen in de modellen en de eenzijdige focus op CO₂. Die zouden tot een misleidend beeld en schadelijk beleid leiden.
Klimaat is veel complexer dan één temperatuurcijfer
Lindzen begint met een simpele, maar cruciale vraag: wat is de temperatuur van de aarde? Het antwoord is complexer dan vaak wordt voorgesteld. De veelgebruikte ‘gemiddelde temperatuuranomalie’ is volgens hem een statistisch verzinsel dat enorme regionale verschillen verhult. Meetgegevens tonen dat sommige regio’s opwarmen terwijl andere gelijktijdig afkoelen. Door enkel het mondiale gemiddelde te tonen op een sterk uitvergrote schaal, wordt een dramatisch beeld geschetst van een verandering die in werkelijkheid minuscuul is vergeleken met de temperatuurverschillen die mensen dagelijks ervaren tussen dag en nacht, zomer en winter.
Stabiele tropen, beweeglijke polen
Het hart van zijn betoog gaat over hoe het klimaat écht werkt. Uit paleoklimatologisch onderzoek blijkt dat bij grote klimaatveranderingen, zoals ijstijden, de temperatuur in de tropen verbazingwekkend stabiel bleef. De werkelijke verandering vond plaats in de temperatuurverschillen tussen de evenaar en de polen. Die verschillen worden niet primair door CO₂ bepaald, maar door dynamische processen in de atmosfeer en oceanen. De populaire theorie van ‘polaire amplificatie’ – waarbij opwarming in de tropen wordt versterkt aan de polen – vindt volgens Lindzen geen steun in de fysica. Het omgekeerde is het geval: veranderingen beginnen bij de polen, niet in de tropen.
Kleine forcing, grote onzekerheid
Lindzen ontkent niet dat CO₂ een broeikasgas is. Een verdubbeling van de CO₂-concentratie leidt tot een stralingsforcering van ongeveer 3,5 Watt per vierkante meter. Dat is een kleine verstoring van de energiebalans, vergelijkbaar met natuurlijke fluctuaties veroorzaakt door wolken of oceaanstromingen. De catastrofale opwarming die wordt voorspeld, berust volledig op de aanname dat feedbackmechanismen in het klimaatsysteem (zoals waterdamp en wolken) deze opwarming sterk versterken. Lindzen betwist dit. Hij presenteert bewijs voor netto negatieve feedback, zoals het ‘iris-effect’, waarbij de dekking van warmtevasthoudende hoge bewolking afneemt bij opwarming, wat de temperatuur stabiliseert.
Beleid veroorzaakt meer schade dan welvaart
Zijn conclusie is hard: het gevoerde beleid is “een quasi-religieuze beweging” gebaseerd op een absurd narratief. De push voor decarbonisatie leidt volgens hem tot hoge energieprijzen, energie-armoede en geopolitieke kwetsbaarheid, zonder dat het een meetbaar effect op het klimaat zal hebben. Hij haalt een voorbeeld aan: de versoepeling van de sancties voor de Russische Nord Stream 2-pijplijn, terwijl het Westen zijn eigen energie-infrastructuur verzwakt.

Een wetenschapper tegen de stroom in
Lindzen vertegenwoordigt een klein maar krachtig geluid in het wetenschappelijke debat. Zijn analyse is technisch onderbouwd en wijst op reële complexiteiten die in het publieke debat vaak verloren gaan. Of zijn radicale conclusie standhoudt, is de vraag. De meeste klimaatwetenschappers zijn van mening dat de observaties van de snelle opwarming van de afgelopen decennia wél consistent zijn met een dominante rol van CO₂. Eén ding is zeker: zijn paper is een uitnodiging tot een dieper, nuance-rijker gesprek over hoe we naar ons klimaat kijken.
Bron: The Global Warming Policy Foundation, Technical paper 5: “An Assessment of the Conventional Global Warming Narrative” door Richard Lindzen.
Andy Vermaut +32499357495


