Washington legt de regio rond de Indische en de Stille Oceaan lager, maar houdt Taiwan nadrukkelijk in beeld

13 december 2025

Op donderdag 4 december 2025 publiceerde de Verenigde Staten in Washington een nieuwe nationale veiligheidsstrategie, op een niet meegedeeld tijdstip. Wie het document naast eerdere versies legt, ziet meteen een verschuiving in prioriteiten: het westelijk halfrond wordt als eerste genoemd, Azië volgt pas daarna. In de passages over China valt vooral de nadruk op economie op. De tekst verwijst minder vaak naar strategische wedijver dan in eerdere edities uit de periode van de eerste Trump-regering en de regering-Biden, en kiest voor een toon die ruimte laat voor economische samenwerking, terwijl Washington tegelijk aandringt op een herijking van de handelsrelatie.

De strategie waarschuwt wel voor inmenging van “niet-hemisferische concurrenten” in het westelijk halfrond, een formulering die in de praktijk vooral naar China en andere grote tegenstanders wijst. In het deel over Azië draait het vrijwel volledig om de Volksrepubliek China. Het document zet economie neer als inzet van de relatie en pleit voor een herschikking van de handel, met de boodschap dat een wederzijds voordelige relatie mogelijk blijft. Opvallend is dat China niet als een systemische uitdager wordt omschreven, wat in Peking kan worden gelezen als een andere klemtoon.

Taiwan blijft een spil in de veiligheidslijn

Ondanks de verschuiving in prioriteiten blijft het beleid rond Taiwan en regionale veiligheid in grote lijnen herkenbaar. De strategie stelt dat blijvende geopolitieke en economische betrokkenheid in de regio rond de Indische en de Stille Oceaan noodzakelijk is, en dat een conflict in de Straat van Taiwan moet worden ontmoedigd. Daarbij zet Washington in op afschrikking, bij voorkeur door militair overwicht, en op het vergroten van Amerikaanse en geallieerde capaciteit om een mogelijke aanval op Taiwan te kunnen tegenhouden.

De tekst herhaalt het Amerikaanse standpunt dat de Verenigde Staten geen eenzijdige wijziging van de status quo in de Straat van Taiwan steunen. Die formulering wijkt licht af van eerdere taal onder de regering-Biden: de woordkeuze verschuift van “zich verzetten tegen” naar “niet steunen” en laat een expliciete verwijzing naar Taiwanese onafhankelijkheid weg. Taiwan wordt tegelijk ingekaderd als strategisch relevant door de ligging in de eerste eilandenboog en door het belang van de halfgeleiderindustrie.

Op maandag 8 december 2025 reageerde het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, in Peking en op een niet meegedeeld tijdstip, afwijzend op de Taiwan-passages, terwijl het economische samenwerking verwelkomde. China herhaalde dat Taiwan deel uitmaakt van de Volksrepubliek China en dat het onderwerp een rode lijn is in de relatie met de Verenigde Staten. Peking verwierp ook de gedachte dat één van beide partijen economisch misbruik zou maken van de ander en stelde dat handel en economie de stabiliserende motor van de relatie moeten zijn.

Bondgenoten krijgen een zwaardere opdracht

De nationale veiligheidsstrategie legt de lat hoger voor bondgenoten en partners in de regio rond de Indische en de Stille Oceaan. Het document noemt lastenverdeling en het verschuiven van verantwoordelijkheden als uitgangspunt, en verwacht dat landen als Japan, Zuid-Korea, Australië en Taiwan meer aan defensie uitgeven en sterker bijdragen aan gezamenlijke veiligheid. Ook India wordt genoemd als partner die meer gewicht kan leggen in regionale veiligheid.

Een opvallend detail is wat níet wordt genoemd. De Filipijnen komen niet voor in het document, terwijl de strategie wel wijst op het belang van afschrikking om te voorkomen dat een vijandige macht de doorvaart in de Zuid-Chinese Zee kan beperken. Net de Filipijnen zijn in dat gebied de verdragsbondgenoot van de Verenigde Staten en staan al geruime tijd onder druk door Chinese dwang in territoriale geschillen. De strategie roept welvarender bondgenoten en partners bovendien op om via handelsbeleid bij te dragen aan een verschuiving van de Chinese economie richting meer binnenlandse consumptie.

Halfgeleiders worden een beleidshefboom

Op maandag 8 december 2025 kondigde president Donald Trump in Washington, op een niet meegedeeld tijdstip, aan dat Nvidia haar geavanceerde H200-halfgeleiders naar China mag uitvoeren. Die beslissing kan China helpen om de achterstand in kunstmatige intelligentie ten opzichte van de Verenigde Staten te verkleinen en kan ook militaire toepassingen ondersteunen. Trump verklaarde dat Xi Jinping positief reageerde.

In de analyses rond dit besluit wordt gesteld dat de H200 beduidend krachtiger is dan de H20, tot dan toe de meest geavanceerde chip die de Verenigde Staten aan China uitvoerden. Washington had de export van de H20 in juli 2025 opnieuw toegestaan nadat die eerder was beperkt. De H200 wordt in dezelfde context alleen nog overtroffen door Nvidia’s nieuwste “Blackwell”-chip, die nog krachtiger zou zijn. Tegelijk wordt gesteld dat de meest geavanceerde in China vervaardigde chips de H20 al kunnen overtreffen, maar niet de H200.

De exportbeperkingen van de Verenigde Staten waren ingegeven door het belang van geavanceerde halfgeleiders voor het trainen van modellen voor kunstmatige intelligentie, technologie die China kan gebruiken om Amerikaanse voorsprong te verkleinen. Voorstanders van ruimere export, onder wie Nvidia-topman Jensen Huang, stellen dat uitvoer de Amerikaanse chipsector kan versterken en China afhankelijk kan maken van Amerikaanse halfgeleiders.

Voor het Chinese leger kan de invoer van H200-chips bijzonder relevant zijn. De People’s Liberation Army legt al langer nadruk op het gebruik van kunstmatige intelligentie bij operaties en training. Op dinsdag 9 december 2025 meldde The Wall Street Journal dat de H200-chips eerst een nationale veiligheidscontrole zouden krijgen voor uitvoer, maar het blijft onduidelijk hoe zo’n controle het gebruik in Chinese ontwikkeling kan verhinderen.

Los van het Amerikaanse besluit zet China sinds 2014 in op een eigen chipindustrie om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse toeleveringsketens, een koers die naar verwachting wordt voortgezet. Eerder werden importen van de H20 en RTX Pro 6000D-processors in China stopgezet na uitlatingen van de Amerikaanse minister van Handel Howard Lutnick in juli 2025 over het streven om China afhankelijk te maken van Amerikaanse halfgeleidertechnologie. Huawei verklaarde in september 2025 dat het de binnenlandse chipproductie in 2026 wil verdrievoudigen. Tegelijk blijft volgens de beschikbare inschattingen een kwaliteitsachterstand bestaan tegenover de meest geavanceerde Amerikaanse producten, terwijl Peking overmatige afhankelijkheid van Amerikaanse chips als veiligheidsrisico ziet.

Meer militaire druk rond Japan

De spanningen rond Japan namen in dezelfde periode toe. Sinds vrijdag 5 december 2025 opereerde het Chinese vliegdekschip Liaoning in wateren nabij de Okinawa-eilanden, volgens Japanse defensiebronnen en op een niet meegedeeld tijdstip. Het was de vijfde keer in 2025 dat een Chinese vliegdekschipgroep buiten de eerste eilandenboog opereerde. Op zaterdag 6 december 2025 en zondag 7 december 2025 voerde de Liaoning ongeveer vijftig start- en landingscycli uit, waarna Japanse F-15’s werden ingezet.

Het Japanse ministerie van Defensie meldde dat een J-15, opgestegen van de Liaoning, op zaterdag 6 december 2025 tweemaal zijn radar op Japanse toestellen richtte boven internationale wateren nabij Okinawa. Volgens Japan duurden die radarvergrendelingen ongeveer drie minuten en ongeveer dertig minuten. Op maandag 8 december 2025 voeren bovendien twee Chinese schepen van het type 052D tussen Japanse eilanden richting de westelijke Stille Oceaan. Op dinsdag 9 december 2025 vlogen twee Chinese H-6-bommenwerpers en acht J-16-jachtvliegtuigen in hetzelfde gebied, samen met twee Russische Tu-95-bommenwerpers.

Tokio beschouwt het richten van radar op reagerende Japanse toestellen als uitzonderlijk en protesteerde formeel. Japan riep de Chinese ambassadeur Wu Jianghao op het ministerie, en diende bezwaar in. De Liaoning-groep voer ook door drie oefenzones van de Verenigde Staten en de Japanse zelfverdedigingstroepen waarvoor de Japanse kustwacht eerder navigatiewaarschuwingen had uitgevaardigd. China stelde dat de activiteiten strookten met internationaal recht en beschuldigde Japanse toestellen op zijn beurt van hinderlijk gedrag.

Japan houdt intussen vast aan versterkingen op Yonaguni, een eiland op ongeveer 110 kilometer ten oosten van Taiwan. Op zondag 24 november 2025 bevestigde het Japanse ministerie van Defensie dat het doorgaat met plannen om er grond-luchtraketten te plaatsen, ondanks Chinese protesten. Op donderdag 4 december 2025 kondigde het ministerie aan dat het in 2026 ook een eenheid voor elektronische oorlogvoering en luchtverdediging op Yonaguni wil inzetten.

Chinese staatsmedia publiceerden daarnaast beelden van bouwwerken op Mageshima, het op één na grootste onbewoonde eiland van Japan. In die berichtgeving werd gesuggereerd dat de bouw kan wijzen op Japanse intenties om militair te handelen bij een Taiwan-crisis, en werd verwezen naar Japanse militaire strategie tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de beschikbare analyse past dit in een bredere Chinese poging om druk te zetten op Japan en om steun aan Taiwan te ontmoedigen.

Doorvaarten, rechtsmacht en druk op Taiwan

Aan Taiwanese zijde bracht directeur-generaal Tsai Ming-yen van het Taiwanese National Security Bureau op woensdag 3 december 2025 in Taipei, op een niet meegedeeld tijdstip, naar buiten dat acht landen samen twaalf doorvaarten door de Straat van Taiwan hadden uitgevoerd tegen die datum. Hij noemde de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Japan, Australië, Nieuw-Zeeland en Vietnam. Zulke passages worden vaak gezien als bevestiging van navigatierechten in internationale wateren tegenover Chinese aanspraken op controle. De transit die aan Vietnam wordt toegeschreven valt op omdat Vietnam geen bondgenoot is van de Verenigde Staten zoals de andere genoemde landen, en omdat er geen officiële Vietnamese verklaring en geen publieke Chinese regeringsreactie werd gemeld. Er werd geopperd dat die passage verband kan houden met Chinees-Vietnamese maritieme contacten in Qingdao op maandag 1 december 2025.

De beschikbare gegevens tonen ook dat het aantal Amerikaanse doorvaarten in 2025 laag ligt. In 2020 waren er vijftien Amerikaanse transits, in 2025 stonden er tot dan toe drie genoteerd. In 2025 werden onder meer doorvaarten gemeld met Japanse, Amerikaanse, Canadese, Britse, Australische en Nieuw-Zeelandse schepen, met data van woensdag 5 februari 2025 tot woensdag 5 november 2025. Voor Vietnam werd een transit “laat in 2025” genoemd zonder verdere openbare details.

Op woensdag 3 december 2025 kwam bovendien een incident naar buiten dat Taiwan ziet als een poging om zijn gezag te ondergraven. China deporteerde tien Taiwanese verdachten van fraude naar Kinmen zonder de Taiwanese autoriteiten vooraf in te lichten. Volgens de berichtgeving werden zij op een veerboot gezet, waarna de Taiwanese politie hen bij aankomst kon aanhouden omdat de ferrymaatschappij de Taiwanese kant waarschuwde. De verdachten waren eerder aangehouden in Myanmar en Cambodja en vervolgens aan China overgedragen, ondanks hun Taiwanese nationaliteit. In dezelfde context werd gesteld dat minstens een deel van hen vermoedelijk door criminele netwerken onder dwang tewerkgesteld was in fraude-centra in Zuidoost-Azië.

Twee van de tien hadden al een gevangenisstraf in China uitgezeten en werden na aankomst op Kinmen vrijgelaten. De andere acht werden in Taiwan gezocht voor fraude en witwassen. Vier van hen waren al veroordeeld en werden meteen naar een gevangenis op Kinmen overgebracht, terwijl de dossiers van vier anderen nog in onderzoek waren.

Taiwanese duiding plaatst dit in een patroon waarin China via juridische middelen en rechtshandhaving jurisdictie over Taiwanese burgers claimt en tegelijk de Taiwanese overheid probeert te verzwakken. In de achtergrond wordt verwezen naar eerdere gevallen waarin China andere landen overtuigde Taiwanese verdachten aan China over te dragen. Officiële contacten tussen China en Taiwan werden volgens de beschikbare achtergrond in 2016 door China stopgezet na de verkiezing van Tsai Ing-wen van de Democratic Progressive Party, al bleven er beperkte vormen van praktische afstemming bestaan. Sinds de inauguratie van president William Lai Ching-te in mei 2024 zou China strikter vasthouden aan een beleid van geen officieel contact, terwijl het tegelijk pleit voor een terugkeer naar het kader van de Kuomintang-periode onder Ma Ying-jeou. China blijft daarbij vasthouden aan het “1992-consensus”-kader, terwijl de interpretatie daarvan precies het twistpunt is tussen Kuomintang en Democratic Progressive Party.

Energiezekerheid en digitale risico’s op Taiwan

In Taiwan loopt parallel een discussie over energiezekerheid. Premier Cho Jung-tai zei op vrijdag 5 december 2025 in Taipei, op een niet meegedeeld tijdstip, dat de Democratic Progressive Party vasthoudt aan het beleid van een kernenergievrij thuisland, maar dat wordt overwogen om de deadline voor dat doel voorbij 2025 te schuiven. De partij verzette zich traditioneel tegen kernenergie vanwege risico’s bij natuurrampen of geopolitieke incidenten en door problemen rond opslag van kernafval. Sinds 2016 werd gewerkt aan de sluiting van drie kerncentrales; de laatste werd in mei 2025 buiten dienst gesteld.

In mei 2025 nam de Taiwanese wetgevende vergadering wetgeving aan die het mogelijk maakt om vergunningen van kerncentrales te verlengen, waardoor heropening in procedurele zin mogelijk wordt. Het ministerie van Economische Zaken keurde daarna een rapport goed van Taipower waarin twee centrales, Ma’anshan en Kuosheng, geschikt werden geacht om het herstartproces te beginnen. Minister Kung Hsing-min verklaarde dat Ma’anshan, bij gunstige voorwaarden, vanaf 2028 weer kan draaien, maar hij waarschuwde dat internationale toetsing door vakgenoten tot zes jaar kan duren. Het ministerie vroeg Taipower om tegen maart 2026 een plan op te leveren voor het herstarttraject van Ma’anshan en Kuosheng.

De aanleiding is een grotere kwetsbaarheid door importafhankelijkheid. Volgens de beschikbare analyse kon Taiwan de afbouw van kernenergie niet voldoende opvangen met hernieuwbare energie, waardoor de rol van ingevoerde vloeibare aardgas en steenkool groeide. Ongeveer 97 procent van de Taiwanese energie komt uit het buitenland, wat het systeem gevoelig maakt bij verstoring van aanvoer. In aangehaalde oorlogssimulaties werd erop gewezen dat voorraden vloeibare aardgas in een scenario snel kunnen slinken, met zware gevolgen voor elektriciteitsproductie. In dezelfde lijn wordt gemeld dat het Chinese leger bewegingen oefent die een blokkade kunnen nabootsen, wat de discussie over weerbaarheid in Taiwan aanwakkert.

Ook digitaal beleid staat onder druk. De Taiwanese minister van Binnenlandse Zaken vaardigde een verbod van één jaar uit op het Chinese sociale mediaplatform RedNote, ook bekend als Xiaohongshu. Dat verbod ging in op vrijdag 5 december 2025 en werd formeel gekoppeld aan onvoldoende medewerking bij fraudeonderzoeken. Op woensdag 3 december 2025 waarschuwde het Taiwanese ministerie van Digitale Zaken tijdens een persmoment in Taipei voor cyberrisico’s van verschillende in China gevestigde apps, waaronder TikTok, RedNote, Weibo, WeChat en Baidu, met aandacht voor het verzamelen van biometrische en andere gevoelige gegevens.

In het verbodsbesluit werd nationale veiligheid niet expliciet genoemd. De Taiwanese autoriteiten stelden dat RedNote betrokken was bij 1.706 fraudezaken sinds 2024, met verliezen van meer dan 247,68 miljoen nieuwe Taiwanese dollar, en dat het platform niet meewerkte met de politie. Critici, onder wie Kuomintang-parlementslid Huang Chien-hao, betwijfelden publiek of fraude de echte reden was, mede omdat bij andere platforms eerder afzonderlijke kanalen werden geblokkeerd en omdat Facebook, ondanks het hoogste aantal fraudemeldingen in Taiwanese statistieken, geen algemeen verbod kreeg.

De bredere context blijft dat RedNote als platform uit de Volksrepubliek China wettelijk verplicht is data in China op te slaan en toegang voor de overheid mogelijk te maken, en dat inhoud onder censuur kan vallen. In de beschikbare informatie staat dat RedNote niet voldeed aan vijftien cyberinspectie-indicatoren van het Taiwanese ministerie van Digitale Zaken. Er zouden ongeveer drie miljoen gebruikers in Taiwan zijn, met één miljoen nieuwe gebruikers in het voorbije jaar, wat neerkomt op ongeveer één op acht inwoners. Een woordvoerder van het Chinese Taiwan Affairs Office, Chen Binhua, veroordeelde het Taiwanese verbod en stelde dat het de vrijheid en democratie in Taiwan schaadt.

Schepen, wapenindustrie en Noordoost-Azië

China zette volgens de beschikbare berichtgeving in de week die begon op donderdag 4 december 2025 90 tot 100 schepen in rond de Oost-Chinese Zee, de Zuid-Chinese Zee, de Gele Zee en delen van de Stille Oceaan. Australië volgde een Chinese vloot in de Filipijnse Zee, in een periode die als uitzonderlijk druk werd omschreven en die volgens dezelfde berichtgeving hoger lag dan in december 2024. De Australische minister van Defensie Richard Marles zei op maandag 1 december 2025 dat Australië de vloot volgde, en Australië zette een P-8-maritiem patrouillevliegtuig in voor observatie. China verklaarde via een defensiewoordvoerder dat het om training ging die niet op specifieke landen was gericht. In de regionale duiding wordt gesteld dat zulke bewegingen ook kunnen dienen als signaal richting Canberra, in een periode waarin Japan en Australië op zondag 7 december 2025 geplande defensiegesprekken voerden in Tokio.

Op het vlak van wapenindustrie werd op maandag 1 december 2025 melding gemaakt van een daling van Chinese militaire verkoop in 2024 met 10 procent, de grootste jaar-op-jaar terugval van het voorbije decennium, ondanks een wereldwijde groei in inkomsten van wapenfabrikanten. Het aandeel van China in de mondiale wapenverkoop zou zijn gezakt van 6,2 procent in de periode 2015–2019 naar 5,9 procent in de periode 2020–2024. Zes van de acht Chinese bedrijven in de top 100 van defensiebedrijven zouden minder omzet hebben gedraaid. De grootste dalingen werden gekoppeld aan Norinco en CASC, met respectievelijk 30 procent en 16 procent minder inkomsten dan in 2023. De terugval wordt in de duiding verbonden aan vertragingen en annuleringen na anticorruptieonderzoeken en zuiveringen in 2023 die onder meer de Rocket Force en militaire inkoop raakten, met mogelijke gevolgen voor modernisering en paraatheid op korte termijn.

In Noordoost-Azië viel een verschuiving in Chinese taal op. China publiceerde op donderdag 27 november 2025 een nucleair witboek waarin steun voor denuclearisatie van het Koreaanse schiereiland ontbreekt, terwijl die taal in 2005 nog expliciet aanwezig was. De versie van 2025 legt de nadruk op vrede, stabiliteit, welvaart en een politieke oplossing. In dezelfde analyse wordt gesteld dat dit aansluit bij recente diplomatieke signalen waarin denuclearisatie minder zichtbaar werd. Opvallend is ook dat de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie van donderdag 4 december 2025 Noord-Korea niet noemt.

Zuid-Korea zoekt intussen naar ruimte voor dialoog. President Lee Jae Myung verklaarde op dinsdag 2 december 2025 tijdens de eerste bijeenkomst van de Peaceful Unification Advisory Council in Seoel, op een niet meegedeeld tijdstip, dat Zuid-Korea dialoog wil en gesprekken tussen Washington en Pyongyang wil ondersteunen. Hij sprak ook over de mogelijkheid om gezamenlijke oefeningen met de Verenigde Staten kleiner te maken als Washington daar onder voorwaarden voordeel in ziet. Nationaal veiligheidsadviseur Wi Sung-lac zei op zondag 7 december 2025 dat Seoel officieel de inspanningen hervat om inter-Koreaanse dialoog te openen, terwijl hij ontkende dat oefeningen meteen zouden worden stopgezet. Op maandag 8 december 2025 stelde een woordvoerder van het Zuid-Koreaanse unificatieministerie dat oefeningen in de toekomst kunnen worden bijgestuurd als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In deze context werd ook melding gemaakt van Amerikaanse zorgen die op dinsdag 25 november 2025 werden overgebracht door de hoogste waarnemend diplomatieke vertegenwoordiger van de Verenigde Staten in Seoel.

Zuid-Chinese Zee en Europese diplomatie

In Zuidoost-Azië kwam er nieuwe aandacht voor infrastructuur op betwiste locaties. Op dinsdag 2 december 2025 werden satellietbeelden gepubliceerd waaruit zou blijken dat China sinds 2023 observatiecapaciteit en voorzieningen voor elektronische oorlogvoering heeft uitgebreid op drie sterk gemilitariseerde posten in de Spratly-eilanden: Subi Reef, Mischief Reef en Fiery Cross Reef. Daarbij werd gewezen op antenne-arrays, voertuigen die op elektronische apparatuur kunnen wijzen en radomes. China claimt soevereiniteit over de Zuid-Chinese Zee en over de landformaties daarin, ondanks concurrerende aanspraken van onder meer de Filipijnen, Vietnam, Maleisië en Taiwan. In de geschetste praktijk zet China regelmatig marine, kustwacht en maritieme milities in om toegang te beperken en om exploitatie door andere landen te bemoeilijken.

Ook Europa zocht in dezelfde periode ruimte richting Peking. De Franse president Emmanuel Macron bezocht de Volksrepubliek China van woensdag 3 december 2025 tot vrijdag 5 december 2025 en sprak met Xi Jinping. In die dagen werden meerdere akkoorden gemeld rond landbouw, klimaat en de conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten, en in een gezamenlijke verklaring werd opgeroepen tot staakt-het-vuren en oplossingen in lijn met internationaal recht. Macron zou daarnaast hebben aangedrongen op stappen om het Europese handelstekort met China te verkleinen en zou hebben gewezen op mogelijke tarieven als er geen verbetering komt. In de beschikbare analyse wordt gesteld dat Europese leiders hopen dat China zijn invloed gebruikt richting Rusland, maar dat het weinig waarschijnlijk is dat Peking de koers tegenover Moskou ingrijpend wijzigt. Daarbij wordt ook verwezen naar signalen dat China het conflict in Oekraïne volgt met het oog op lessen die relevant kunnen zijn voor de Straat van Taiwan, terwijl het tegelijk voordeel kan zien in westerse aandacht die verdeeld blijft.

Bronnen:
Institute for the Study of War, China & Taiwan Update, 12 december 2025
Amerikaanse regering, National Security Strategy, 4 december 2025
Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Volksrepubliek China, verklaring van 8 december 2025
The Wall Street Journal, berichtgeving van 9 december 2025
Stockholm International Peace Research Institute, rapportering van 1 december 2025
Center for Strategic and International Studies, Asia Maritime Transparency Initiative, satellietbeelden van 2 december 2025
Foundation for the Defense of Democracies, oorlogssimulatie oktober 2025
Center for Strategic and International Studies, oorlogssimulatie 2023
Taiwanese National Security Bureau, verklaring van 3 december 2025
Taiwanese overheid en politiediensten, informatie over Kinmen-zaak, december 2025
Taiwanese ministerie van Economische Zaken en Taipower, rapportering en planning tot maart 2026
Taiwanese ministeries van Binnenlandse Zaken en Digitale Zaken, besluit en toelichting rond RedNote, 3 en 5 december 2025
Japanse ministerie van Defensie, meldingen over Okinawa en Yonaguni, november en december 2025
Franse regering, communicatie over bezoek Macron aan China, 3 tot 5 december 2025

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)