Welkom terug in Europa? EU-burgers komen aan in Zaventem en belanden in een mensenmassa onder het bord “EU”

9 augustus 2026

Auteur: Andy Vermaut

Vandaag kwam ik opnieuw de Europese Unie binnen via Brussels Airport in Zaventem. Wie ooit na een lange vlucht is thuisgekomen, kent dat gevoel. Je bent moe. Je wilt je bagage ophalen, naar huis, naar je gezin, naar je trein of gewoon zo snel mogelijk verder. Je verwacht geen rode loper. Je verwacht geen voorkeursbehandeling. Je verwacht zeker niet dat veiligheidscontroles verdwijnen omdat je burger van de Europese Unie bent. Maar je verwacht wel dat de nationale luchthaven van België, in het land dat zichzelf graag in het hart van Europa plaatst, zo’n voorspelbare reizigersstroom behoorlijk kan organiseren. Wat ik vandaag aantrof, was iets anders. Onder het grote bord “Citizens EU, EEA, CH – Burgers EU, EER, CH – Citoyens UE, EEE, CH” stond een massa mensen opeengepakt te wachten. Europese burgers die terugkeerden naar de Europese Unie en die, eenmaal aangekomen in België, terechtkwamen in een situatie die op dat moment allesbehalve op een vlotte Europese doorgang leek. Ik keek naar dat bord, vervolgens naar de mensen eronder, en dacht: hoe jammer is het eigenlijk dat wij dit in België blijkbaar niet beter kunnen organiseren? Juist wij zouden hier een voorbeeld voor de rest van de Europese Unie kunnen zijn.

Ik kwam vandaag terug de Europese Unie binnen

Dit onderscheid is belangrijk. Ik kwam vandaag daadwerkelijk opnieuw de Europese Unie binnen. Wanneer iemand vanuit een land buiten het Schengengebied aankomt, kan uiteraard ook voor een EU-burger een grenscontrole noodzakelijk zijn. Dat betwist ik helemaal niet. Een Europees paspoort betekent niet dat veiligheid ophoudt te bestaan. Identiteitscontrole, grensformaliteiten en veiligheidsmaatregelen kunnen noodzakelijk zijn. Mijn kritiek gaat daarom niet over het bestaan van de controle. Mijn kritiek gaat over de manier waarop wij die controle organiseren. Want waarom zouden veiligheid en efficiëntie elkaar moeten uitsluiten? Waarom zou een degelijke controle automatisch moeten betekenen dat grote groepen mensen opeengepakt moeten aanschuiven? Van een moderne overheid en van de nationale luchthaven van een land als België mag men toch verwachten dat beide tegelijk mogelijk zijn: grondige controle én behoorlijke doorstroming.

Iedereen die ooit moe van een vliegtuig kwam, begrijpt dit

Je hoeft geen jurist, politicus of Europees specialist te zijn om te begrijpen waarom mensen zich hieraan ergeren. Stel je voor dat je met twee kleine kinderen reist. Ze hebben uren op een vliegtuig gezeten. Ze zijn moe en prikkelbaar. Je draagt handbagage en probeert iedereen bij elkaar te houden. Of je bent zeventig en kunt moeilijk lang rechtstaan. Of je hebt een handicap. Of je moet nog een trein halen. Of je partner staat buiten te wachten. Misschien ben je gewoon uitgeput en wil je naar huis. Dan sta je daar. Boven je hoofd staat duidelijk aangegeven dat dit de doorgang is voor EU-, EER- en Zwitserse burgers. Voor je zie je vooral hoofden, koffers en een rij waarvan je nauwelijks kunt inschatten hoe snel ze vooruitgaat. Volgens mij herkennen heel wat reizigers dat gevoel: niet de controle zelf zorgt voor frustratie, maar het idee dat dit allemaal veel beter georganiseerd zou kunnen worden.

Boven onze hoofden stond Europa, daaronder stond de praktijk

Het beeld is bijna te symbolisch om te verzinnen. Boven onze hoofden stond Europa keurig georganiseerd in drie regels en drie talen. “Citizens EU, EEA, CH.” “Burgers EU, EER, CH.” “Citoyens UE, EEE, CH.” Duidelijker kan bijna niet. Daaronder stonden de mensen voor wie dat systeem bedoeld is. Niet als abstracte “EU-burgers” uit een richtlijn of verdrag, maar als echte mensen. Met koffers. Met kinderen. Met rugzakken. Met vermoeidheid. Met aansluitingen. Met afspraken. Met de eenvoudige wens om na een reis verder te kunnen. En dan stel ik mij een eenvoudige vraag: wat hebben we aan een keurig Europees bord als we de praktische organisatie eronder onvoldoende aankunnen? Een bord is geen dienstverlening. Een bord creëert geen capaciteit. Een bord zorgt niet voor voldoende geopende controleposten. Een bord maakt van een massa wachtende reizigers nog geen goed werkend systeem.

Ik dien verzoekschriften in omdat problemen ook ergens op tafel moeten  komen 

Over verzoekschrift 2609/2025 wil ik daarom één zaak duidelijk stellen. Wanneer ik mij tot het Europees Parlement richt, doe ik dat niet om aandacht op mijzelf te vestigen, maar omdat ik vind dat burgers de beschikbare democratische instrumenten ook werkelijk moeten gebruiken wanneer Europese rechten in de praktijk onder druk komen te staan. Een verzoekschrift is voor mij geen doel op zich en zeker geen manier om mij belangrijker voor te doen dan ik ben. Het is een middel om problemen onder de aandacht te brengen van de instellingen die bevoegd zijn om ze te onderzoeken, te bespreken of er politieke gevolgen aan te verbinden. Soms gaat het over regelgeving, soms over grondrechten en soms over het verschil tussen wat Europa zijn burgers juridisch belooft en wat zij daarvan in hun dagelijkse leven daadwerkelijk merken. Wat ik vandaag in Zaventem zag, maakt voor mij duidelijk waarom zulke vragen niet theoretisch zijn. Verzoekschrift 2609/2025 ging precies over die praktische kant van het Europese vrije verkeer. De Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement verklaarde het ontvankelijk omdat het onderwerp tot de werkterreinen van de Europese Unie behoort en stuurde het bovendien door naar de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, LIBE.

Vrij verkeer wordt pas echt wanneer een gewone burger het gebruikt

Wij spreken vaak in grote woorden over het Europese vrije verkeer. Het is een van de mooiste verwezenlijkingen van de Europese samenwerking. Een Belg kan in een andere lidstaat gaan wonen. Een Nederlander kan hier werken. Een Spanjaard kan in Duitsland studeren. Gezinnen kunnen zich over grenzen heen vestigen. Werknemers, studenten en gepensioneerden kunnen gebruikmaken van rechten die enkele generaties geleden nauwelijks denkbaar waren. Maar precies daarom moeten wij meer aandacht hebben voor de eenvoudige momenten waarop die Europese vrijheid praktisch wordt. Voor een burger bestaat Europa niet alleen in Straatsburg of in de gebouwen van de Europese Commissie. Europa bestaat ook hier, op een zondag in augustus, in een luchthavenhal in Zaventem. Daar wordt zichtbaar of het systeem dat wij op papier zo zorgvuldig hebben opgebouwd ook behoorlijk functioneert wanneer duizenden gewone mensen er gebruik van maken.

Vrij verkeer betekent uiteraard niet dat niemand ooit hoeft te wachten

Ik wil daar geen goedkope verontwaardiging van maken. Iedereen die regelmatig reist, weet dat wachten soms onvermijdelijk is. Verschillende vliegtuigen kunnen kort na elkaar landen. Er kan zich een technisch probleem voordoen. Een document kan uitgebreider moeten worden gecontroleerd. Een personeelslid kan worden opgehouden door een complex dossier. Er kunnen uitzonderlijke omstandigheden zijn. Niemand kan redelijkerwijs eisen dat iedere EU-burger overal binnen dertig seconden wordt doorgelaten. Maar er bestaat een groot verschil tussen normale wachttijd en gebrekkige capaciteit of organisatie. Wanneer grote hoeveelheden reizigers op dezelfde plaats samenkomen, mag een burger verwachten dat een internationale luchthaven daar vooraf op heeft geanticipeerd.

Brussels Airport weet wanneer de vliegtuigen landen

Daarom vind ik één argument bijzonder belangrijk: deze reizigers komen niet onverwacht uit de lucht vallen. Letterlijk noch figuurlijk. Een internationale luchthaven weet welke vliegtuigen die dag zullen landen. Men kent hun vertrekluchthaven. Men kent de geplande aankomsttijd. Men weet hoeveel passagiers een toestel ongeveer kan vervoeren. Men kan dus ook inschatten hoeveel reizigers binnen een bepaald tijdsvenster langs de grenscontrole zullen passeren. Waarom ontstaat dan zo’n mensenmassa? Hoeveel controleposten waren vandaag open toen ik daar aankwam? Hoeveel waren er niet bemand? Hoeveel automatische grenspoortjes waren operationeel? Hoeveel bevoegde personeelsleden waren aanwezig? Hoeveel vluchten waren kort daarvoor aangekomen? En vooral: was de beschikbare capaciteit afgestemd op die voorspelde reizigersstroom? Het zijn geen ingewikkelde vragen. Juist daarom verwacht ik dat de bevoegde instanties daarop duidelijke antwoorden kunnen geven.

Dit is onze nationale luchthaven

We spreken hier niet over een kleine luchthaven waar toevallig één keer per jaar onverwacht duizenden reizigers tegelijk aankomen. Dit is Brussels Airport in Zaventem. Onze nationale luchthaven. Voor honderdduizenden buitenlandse bezoekers is dit hun eerste kennismaking met België. Voor heel wat Europese ambtenaren, diplomaten, werknemers, ondernemers, journalisten en toeristen is het bovendien een van de toegangspoorten tot Brussel. De Europese Commissie bevindt zich hier. De Europese Raad vergadert hier. Europese ministers komen naar Brussel. Een belangrijk deel van het Europese politieke leven speelt zich in ons land af. Dan vind ik het bijzonder jammer dat wij er niet in slagen om juist op deze plaats het goede voorbeeld te geven. Wij zouden kunnen tonen hoe een veilige, moderne, menselijke en efficiënte grenscontrole eruitziet. Wij zouden andere lidstaten kunnen laten zien: kijk, zo organiseren wij de terugkeer van Europese burgers. Waarom zouden we die ambitie niet hebben?

België zou een voorbeeld voor de Europese Unie kunnen zijn

Dat is wat mij misschien nog het meest stoort: niet dat alles slecht is, maar dat het zoveel beter zou kunnen. België heeft ervaring. België heeft instellingen. België beschikt over technologie. België bevindt zich letterlijk in het bestuurlijke centrum van de Europese Unie. Brussels Airport is geen onbekende luchthaven zonder middelen of expertise. Als er één plek is waar wij zouden kunnen experimenteren met een uitzonderlijk goed georganiseerde Europese reizigersstroom, dan toch hier? Stel je voor dat Zaventem bekend zou staan als de luchthaven waar EU-burgers, wanneer grenscontrole noodzakelijk is, snel, duidelijk, vriendelijk en veilig worden verwerkt. Stel je voor dat andere landen naar België zouden kijken en zouden zeggen: zo kan het dus ook. Dat zou mij veel trotser maken dan om het even hoeveel slogans over België als hart van Europa.

Mijn kritiek is daarom ook een oproep tot ambitie

Kritiek wordt soms onmiddellijk geïnterpreteerd als negativiteit. Voor mij is het precies het tegenovergestelde. Ik bekritiseer dit omdat ik denk dat we beter kunnen. Als ik ervan overtuigd was dat België niets meer kan verbeteren, zou het geen zin hebben erover te schrijven. Ik geloof juist dat een land als België in staat moet zijn om dit veel beter te organiseren. Dat vergt misschien meer personeel op bepaalde piekmomenten. Misschien een andere planning. Misschien meer operationele automatische poortjes. Misschien betere spreiding van reizigers. Misschien betere informatie. Misschien ligt het probleem op verschillende plaatsen tegelijk. Maar het begint ermee dat men erkent dat de ervaring van een reiziger ertoe doet.

Het gaat niet alleen over comfort, maar over behoorlijk bestuur

Het is te gemakkelijk om tegen een reiziger te zeggen dat hij gewoon wat geduld moet hebben. Natuurlijk moeten mensen geduldig kunnen zijn. Maar behoorlijk bestuur werkt in twee richtingen. De overheid verwacht dat burgers documenten bij zich hebben, regels naleven, instructies volgen en veiligheidsprocedures respecteren. Dan mag een burger omgekeerd verwachten dat de overheid haar kant van de afspraak eveneens behoorlijk organiseert. Dat betekent voldoende voorspelbaarheid. Voldoende capaciteit. Duidelijke informatie. Aandacht voor kwetsbare reizigers. En een systeem dat reageert wanneer wachtrijen ontsporen. Efficiëntie is geen luxeproduct voor ongeduldige mensen. Het is een onderdeel van goed bestuur.

Denk ook aan wie niet gemakkelijk een uur rechtstaat

Achter het woord “reizigersstroom” verdwijnen heel gemakkelijk de mensen. Een rij kan op een scherm honderd of vijfhonderd stipjes zijn. In werkelijkheid staat daar misschien iemand met chronische pijn. Een oudere vrouw. Een persoon met een handicap. Een vader die zijn slapende kind draagt. Een zwangere vrouw. Iemand die na een intercontinentale vlucht al zestien uur onderweg is. Een gezin dat nog honderden kilometers met de auto moet rijden. Voor de administratie is iedereen uiteindelijk een passage door een controlepunt. Voor de mens die er staat, is het een lichamelijke en soms emotionele belasting. Juist daarom moet goede organisatie ook menselijk zijn.

Ik wil weten welke wachttijd België normaal vindt

Voor mij begint transparantie met een heel eenvoudige vraag: welke wachttijd vindt België voor zo’n controle aanvaardbaar? Bestaat er een streefwaarde? Wordt gemeten hoelang EU-burgers hier gemiddeld wachten? Wordt die informatie ergens gepubliceerd? Bestaat er een alarmdrempel waarbij extra capaciteit wordt ingezet? Wat gebeurt er wanneer die drempel wordt overschreden? Wordt achteraf onderzocht waarom het fout liep? Zonder dergelijke informatie blijven zowel kritiek als verdediging te veel gebaseerd op indrukken. Ik kan een foto tonen en mijn ervaring beschrijven. De bevoegde instanties beschikken hopelijk over veel meer gegevens. Laat ons die dan ook zien.

Laat ons Zaventem vergelijken met de rest van Europa

Door mijn reizen heb ik ervaring met verschillende Europese luchthavens en mijn persoonlijke indruk is dat de organisatie in België soms bijzonder moeilijk verloopt. Maar ik wil daar correct in blijven. Eén foto of één persoonlijke ervaring volstaat niet om wetenschappelijk te bewijzen dat Zaventem “de slechtste luchthaven van Europa” is. Daarom zou ik net graag objectieve vergelijkingen zien. Hoe lang wacht een EU-burger gemiddeld in Zaventem wanneer grenscontrole noodzakelijk is? Hoe lang op Schiphol, Frankfurt, Madrid, Rome, Wenen of Kopenhagen? Hoeveel controlecapaciteit is daar tijdens piekmomenten beschikbaar? Hoe snel wordt extra capaciteit geopend? Welke luchthavens scoren goed en waarom? Als België goed presteert, mogen we daar trots op zijn. Als we slechter presteren, moeten we daarvan leren. Dat is geen aanval op België. Dat is hoe een land zichzelf verbetert.

Mijn verzoekschrift gaat precies over die afstand tussen papier en werkelijkheid

Het Europees Parlement heeft mij in het antwoord op verzoekschrift 2609/2025 duidelijk gemaakt dat lidstaten een ruime verantwoordelijkheid behouden voor de praktische organisatie van hun eigen administratieve systemen. Tegelijk moeten zij hun verplichtingen uit het Europese recht blijven naleven. Dat spanningsveld interesseert mij. Waar eindigt een gewone organisatorische keuze en waar begint een praktische belemmering van een Europees recht? Wanneer wordt een incident een patroon? Wie verzamelt die patronen? Wie vergelijkt de ervaringen tussen lidstaten? Wie grijpt in wanneer iets structureel fout loopt? Dat zijn geen vragen waarmee ik mijzelf interessant probeer te maken. Het zijn vragen die uiteindelijk iedere burger kunnen raken die gebruikmaakt van Europese rechten.

Daarom blijf ik verzoekschriften indienen wanneer ik denk dat ze nodig zijn

Een verzoekschrift is voor mij geen trofee. Ik hang het nummer ervan niet aan de muur. Ik word niet gelukkiger omdat ergens in Brussel een administratief dossier mijn naam draagt. Het instrument bestaat omdat Europese burgers problemen mogen aankaarten bij hun instellingen. Als ik vaststel dat er een bredere vraag bestaat over de uitvoering van Europees recht, dan vind ik dat ik dat kanaal ook moet gebruiken. Soms zal het Parlement mij volgen. Soms gedeeltelijk. Soms zal een verzoekschrift worden afgesloten. Dat hoort bij een democratisch systeem. Maar niet indienen omdat iemand misschien zou denken dat je jezelf belangrijk wilt maken, zou volgens mij veel erger zijn. Burgerrechten zijn alleen waardevol wanneer burgers ze ook daadwerkelijk gebruiken.

De Commissie verzoekschriften sloot het dossier af, maar de werkelijkheid sluit de discussie niet af

De Commissie verzoekschriften heeft besloten mijn verzoekschrift 2609/2025 zelf niet verder te behandelen. Ik respecteer die beslissing. Maar vandaag stond ik opnieuw in een situatie die mij precies deed denken aan de vragen die ik met dat verzoekschrift wilde stellen. Dat is voor mij het verschil tussen een dossier en een maatschappelijk probleem. Een dossier kan worden afgesloten. Een probleem houdt niet automatisch op te bestaan omdat een administratief systeem er een einddatum op zet. Wanneer burgers dezelfde problemen blijven ervaren, blijven de onderliggende vragen relevant.

Ik vraag geen privilege voor EU-burgers

Laat daar geen misverstand over bestaan. Een EU-paspoort maakt mij niet meer waard dan iemand uit Japan, Canada, Marokko, Ghana of welk land dan ook. Iedere reiziger verdient een correcte en menselijke behandeling. Ik vraag voor EU-burgers geen VIP-rij, geen rode loper en geen symbolische superioriteit. Ik wijs alleen op het feit dat de Europese Unie voor haar eigen burgers een bijzonder juridisch systeem van vrij verkeer heeft ontwikkeld en dat er op onze luchthaven letterlijk afzonderlijke doorgangen voor die categorie zijn aangeduid. Als wij die structuur creëren, mogen wij toch ook verwachten dat zij behoorlijk functioneert.

Veiligheid is geen excuus voor slechte organisatie

Ik wil veilige Europese buitengrenzen. Ik wil dat vervalste documenten worden ontdekt. Ik wil dat identiteiten correct worden gecontroleerd. Ik wil dat veiligheidsrisico’s ernstig worden genomen. Maar een mensenmassa is geen veiligheidsmaatregel. Lang wachten bewijst niet dat een controle grondiger is. Wanorde is niet hetzelfde als veiligheid. Een professioneel systeem bewijst zijn kwaliteit juist doordat het veiligheid kan combineren met een efficiënte en menselijke verwerking van reizigers. Dat moet onze ambitie zijn.

Misschien hebt u zelf ook al zo gestaan

Dat is uiteindelijk waarom deze foto volgens mij zoveel zegt. Misschien hebt u ooit op exact dezelfde plaats gestaan. Misschien was het op Zaventem, Schiphol, Parijs of ergens anders. Misschien had u een huilend kind naast u. Misschien keek u elke twee minuten op uw horloge omdat uw trein bijna vertrok. Misschien dacht u: waarom zijn daar zoveel controleposten terwijl er zo weinig open lijken? Misschien was u gewoon te moe om nog kwaad te worden. Iedereen die reist, kent momenten waarop een wachtrij gewoon een wachtrij is. Maar bijna iedereen kent ook het verschil tussen onvermijdelijk wachten en wachten waarbij je denkt: dit had beter georganiseerd kunnen worden. Precies dát gevoel wil ik benoemen.

Dit is onze nationale luchthaven en juist daarom doet het mij iets

Ik schrijf dit niet omdat ik België graag afbreek. Ik schrijf dit omdat ik het jammer vind. Wij zouden zoveel beter kunnen. Wij bevinden ons in het hart van de Europese Unie. We beschikken over expertise, infrastructuur en ervaring. Miljoenen mensen passeren onze luchthaven. Waarom zouden wij tevreden zijn met middelmatigheid als we een voorbeeld zouden kunnen zijn? Ik zou veel liever een opiniestuk schrijven met als titel: “Zaventem toont Europa hoe een moderne grenscontrole werkt.” Laat ons ervoor zorgen dat ik dat ooit kan doen.

Vrij verkeer eindigt niet bij het woord “EU” boven een deuropening

Vandaag keek ik omhoog en zag ik het woord “EU”. Daarna keek ik vooruit en zag ik de mensen. Tussen die twee beelden bevindt zich volgens mij een groot deel van de uitdaging waarvoor Europa vandaag staat. We hebben rechten. We hebben regels. We hebben systemen. We hebben technologie. Maar uiteindelijk moet iemand ervoor zorgen dat het voor de burger werkt. Vrij verkeer is niet voltooid omdat wij “EU, EEA, CH” op een bord schrijven. Het krijgt betekenis wanneer de Europese burger merkt dat achter dat bord ook een degelijk georganiseerde praktijk zit.

België, laat ons hier eindelijk een voorbeeld van maken

Ik vraag daarom niet alleen waarom het vandaag zo liep. Ik vraag vooral wat we eraan gaan doen. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat reizigersstromen beter worden voorspeld? Hoe garanderen we voldoende capaciteit? Hoe zorgen we dat automatische doorgangen maximaal beschikbaar zijn? Hoe beschermen we mensen die moeilijk lang kunnen aanschuiven? Hoe meten en publiceren we wachttijden? Hoe leren we van Europese luchthavens die het beter doen? En hoe zorgen we ervoor dat een volgende reiziger die opnieuw de Europese Unie binnenkomt via Zaventem niet eerst geconfronteerd wordt met een mensenmassa onder een bord dat juist efficiëntie zou moeten uitstralen?

Ik kwam vandaag thuis in Europa. Dit moet toch beter kunnen.

Vandaag kwam ik opnieuw de Europese Unie binnen. Ik zag onze nationale luchthaven zoals duizenden andere reizigers haar vandaag zagen. Ik stond tussen EU-burgers onder het bord dat speciaal voor ons was aangeduid. En mijn conclusie is eigenlijk niet boos, maar teleurgesteld: wat jammer dat we dit niet beter kunnen organiseren. België zou hier niet achter de rest van Europa moeten aanlopen. België zou een voorbeeld kunnen zijn. Dat is precies waarom ik blijf schrijven, vragen stel en waar nodig verzoekschriften indien. Niet om mijzelf interessant te maken, maar omdat Europese rechten uiteindelijk maar zoveel waard zijn als de manier waarop gewone mensen ze in hun dagelijkse leven ervaren. Vandaag was die praktijk Zaventem. Morgen kan het een gemeentehuis, een verblijfsprocedure of een andere Europese grens zijn. We kunnen blijven uitleggen waarom het moeilijk is. Of we kunnen besluiten dat het beter moet. Ik kies voor dat laatste.

Andy Vermaut +32499357495