Wie herdenken we op 11 november en welke verantwoordelijkheid draagt België voor de vrede?

8 november 2026

11 november mag geen dag worden waarop we uitsluitend terugkijken naar de oorlogen van onze voorouders. Het moet ook een dag zijn waarop België zichzelf de vraag stelt wat het vandaag doet om nieuwe oorlogsslachtoffers te voorkomen. Want wie bloemen neerlegt voor de doden van gisteren, draagt ook verantwoordelijkheid tegenover de levenden van vandaag.

De klaproos als symbool van herinnering en verantwoordelijkheid

Op 11 november herdenkt België het einde van de Eerste Wereldoorlog. In steden en gemeenten worden bloemenkransen neergelegd, toespraken gehouden en de namen van gesneuvelden in herinnering gebracht. In Ieper, waar de gevolgen van de oorlog nog altijd tastbaar zijn, klinkt de Last Post onder de Menenpoort. De rode klaproos herinnert aan de ontelbare levens die verloren gingen op de slagvelden van Vlaanderen. Maar achter dat vertrouwde symbool schuilt een vraag die we misschien te weinig durven stellen. Wat betekent het eigenlijk om oorlogsslachtoffers te herdenken wanneer onze wereld nog altijd wordt verscheurd door gewapende conflicten? Is het voldoende om eenmaal per jaar stil te staan bij de slachtoffers van het verleden, terwijl we op andere dagen politieke beslissingen nemen die nieuwe oorlogen mogelijk maken? De waarde van een herdenking ligt niet uitsluitend in de eerbied waarmee we het verleden benaderen, maar ook in de lessen die we daaruit trekken voor het heden.

De gesneuvelde soldaat verdient respect, maar wat met de burger die nooit een wapen droeg?

Wanneer we op 11 november bloemen neerleggen bij oorlogsmonumenten, denken we doorgaans aan soldaten die hun leven verloren. Hun families moesten verder zonder hun zonen, vaders, broers en echtgenoten. Dat verdriet verdient onvoorwaardelijk respect. Maar waarom zouden we ons beperken tot degenen die een uniform droegen? Wat met de kinderen die tijdens bombardementen stierven? De moeders die hun gezin verloren? De vluchtelingen die onderweg bezweken? De mensen die verhongerden of door vervolging om het leven kwamen? Ook zij maken deel uit van de geschiedenis die wij herdenken. Hun lijden was niet minder werkelijk omdat zij geen militaire rang droegen. Misschien zou iedere Belgische herdenkingsplechtigheid daarom dezelfde eenvoudige gedachte moeten uitdragen: een mensenleven heeft dezelfde waarde, ongeacht nationaliteit, afkomst, geloof of de kant van het front waarop iemand zich bevond.

Ook België moet zijn eigen geschiedenis onder ogen durven zien

België heeft alle redenen om de slachtoffers van de twee wereldoorlogen te herdenken. Ons land werd bezet, steden werden verwoest en duizenden families verloren dierbaren. Toch is onze nationale geschiedenis niet uitsluitend die van een land dat slachtoffer werd van buitenlandse agressie. België draagt ook de geschiedenis van het kolonialisme in Congo met zich mee, inclusief geweld, uitbuiting en ernstige schendingen van de menselijke waardigheid. Wie werkelijk gelooft dat herdenken ons moreel wijzer moet maken, kan die geschiedenis niet buiten beschouwing laten. Waarom zouden we het lijden van Belgische families tijdens Europese oorlogen met grote plechtigheden erkennen, maar minder aandacht schenken aan mensen die onder Belgisch koloniaal bestuur hebben geleden? Het erkennen van die verantwoordelijkheid doet niets af aan het respect voor Belgische gesneuvelden. Integendeel, het maakt onze herinneringscultuur geloofwaardiger. Een volwassen samenleving kan haar slachtoffers eren en tegelijk erkennen dat zij zelf ook onrecht heeft veroorzaakt.

Waarom dragen we een klaproos wanneer vrede nog altijd zo kwetsbaar is?

Wat willen wij precies uitdrukken wanneer we op 11 november een klaproos dragen? Willen we uitsluitend eer betonen aan onze eigen gesneuvelden, of herinneren we ons ook waarom oorlog nooit als een vanzelfsprekend politiek instrument mag worden beschouwd? De rode klaproos hoeft geen symbool van militarisme te zijn. Zij kan juist een krachtig teken van menselijkheid blijven. Dat veronderstelt wel dat we bereid zijn verder te kijken dan nationale grenzen en militaire onderscheidingen. Een herdenking mag nooit de indruk wekken dat uitsluitend de slachtoffers van het eigen land aandacht verdienen. De geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog toont hoe jonge mensen uit tientallen landen naar de slagvelden werden gestuurd. Velen kenden elkaar niet, spraken elkaars taal niet en hadden persoonlijk geen enkel belang bij de politieke tegenstellingen die hun levens bepaalden. Toch stierven zij tegenover elkaar. De klaproos krijgt haar diepste betekenis wanneer ze niet alleen herinnert aan degenen die stierven, maar ons ook aanspoort zorg te dragen voor degenen die vandaag leven.

Ieper toont hoe herdenken ook naar de toekomst kan kijken

Op 11 november 2026 organiseert Ieper opnieuw de traditionele herdenkingsplechtigheden. Om 11 uur klinkt de Last Post onder de Menenpoort en om 12 uur wordt op de Grote Markt de vredesvlag uitgerold. De stad en het In Flanders Fields Museum besteden ook aandacht aan burgerslachtoffers en de ervaringen van vluchtelingen. Daarbij wordt een verbinding gelegd met het menselijk leed dat oorlogen vandaag veroorzaken, onder meer in Oekraïne. Dat is een waardevolle benadering. Het verleden wordt niet losgemaakt van het heden, maar gebruikt om mensen te laten nadenken over de gevolgen van geweld voor gewone gezinnen. Een herdenking hoeft geen keuze te maken tussen respect voor gesneuvelde militairen en medeleven met burgerslachtoffers. Beide verdienen aandacht. Juist in de Westhoek, waar duizenden grafstenen herinneren aan levens die voortijdig eindigden, kan die boodschap bijzonder krachtig worden uitgedragen. Achter iedere naam stond immers een mens die ooit plannen maakte, liefde kende en een toekomst verwachtte.

Vrede vraagt om politieke moed, niet uitsluitend om mooie woorden

België is lid van de Europese Unie en de NAVO en draagt daardoor verantwoordelijkheid voor internationale veiligheidsbeslissingen. Die verantwoordelijkheid verdient een ernstig maatschappelijk debat. Hoe verzoenen we militaire afschrikking met diplomatieke inspanningen? Wanneer is het gebruik van geweld gerechtvaardigd om burgers te beschermen, en wanneer dreigt geweld nieuwe slachtoffers te veroorzaken? Hoe beoordelen we wapenleveringen, militaire interventies en economische belangen wanneer mensenrechten in het gedrang komen? Op dergelijke vragen bestaan niet altijd eenvoudige antwoorden. Een land kan zich verplicht voelen om een aangevallen bevolking te helpen verdedigen en tegelijkertijd beseffen dat iedere oorlog menselijk leed veroorzaakt. Vredeswerk betekent daarom niet automatisch dat we het recht op zelfverdediging moeten verwerpen. Het betekent wel dat iedere beslissing over oorlog en vrede zorgvuldig moet worden verantwoord. Diplomatie, internationaal recht, humanitaire bescherming en de zoektocht naar politieke oplossingen mogen nooit ondergeschikt worden gemaakt aan de symboliek van militaire macht.

Waarom eren we helden in uniform, maar vergeten we andere levensredders?

Ook in België worden militairen terecht geëerd voor de offers die zij tijdens hun dienst hebben gebracht. Maar wat maakt iemand tot een held? Is dat uitsluitend de bereidheid om voor zijn land te sterven? Of verdient ook de verpleegkundige die onder bombardementen patiënten verzorgt onze bewondering? Wat met de brandweerman die zijn leven riskeert om een gezin te redden, de hulpverlener die voedsel brengt naar een belegerde stad, de journalist die oorlogsmisdaden documenteert of de vredesbemiddelaar die probeert een volgend bloedbad te voorkomen? Hun werk verschilt, maar hun inzet kan dezelfde menselijke waarde hebben. Misschien moeten we onze opvatting over heldendom daarom verruimen. Niet om de moed van soldaten te verkleinen, maar om ook de moed te erkennen van mensen die levens beschermen zonder een wapen te dragen. Een samenleving toont haar waarden niet alleen door wie zij herdenkt, maar ook door wie zij tijdens het leven waardeert en ondersteunt.

Een klaproos mag nooit belangrijker worden dan een mensenleven

Er schuilt een bijzonder pijnlijke tegenstelling in iedere herdenking van oorlogsslachtoffers. We spreken met ontroering over jonge mensen die honderd jaar geleden omkwamen, terwijl op andere plaatsen vandaag opnieuw ouders hun kinderen begraven. We luisteren naar verhalen over verwoeste dorpen uit de Eerste Wereldoorlog, terwijl nieuwe generaties dezelfde angst ervaren. We zeggen dat zoiets nooit meer mag gebeuren, maar de internationale gemeenschap slaagt er niet altijd in om burgers voldoende te beschermen. Die vaststelling maakt herdenken niet zinloos. Zij maakt herdenken juist noodzakelijk, op voorwaarde dat we bereid zijn de gevolgen ervan onder ogen te zien. Wie op 11 november een klaproos opspeldt, hoeft zich daarvoor niet te verantwoorden. Het dragen ervan kan voortkomen uit oprechte dankbaarheid, familiale herinneringen en diep respect. Maar het symbool zou ons ook mogen aanzetten om aandacht te vragen voor de moeder in Soedan, de vluchteling uit Oekraïne en alle andere mensen wier leven door oorlog wordt getekend. Menselijk verdriet heeft geen nationaliteit.

Soedan is de pijnlijke werkelijkheid achter onze woorden over vrede

Terwijl België zich voorbereidt om op 11 november de slachtoffers van vroegere oorlogen te herdenken, voltrekt zich in Soedan een menselijke tragedie die nauwelijks de aandacht krijgt die zij verdient. Sinds april 2023 wordt het land verscheurd door een verwoestende oorlog. Het Sudanese regeringsleger, de Sudanese Armed Forces (SAF), en verschillende gewapende groeperingen spelen een centrale rol in het geweld. Miljoenen mensen moesten hun woningen verlaten. Gezinnen werden uiteengerukt, kinderen verloren hun ouders en hele gemeenschappen zagen hun toekomst verdwijnen. Het meest aangrijpende is misschien wel dat gewone mensen nauwelijks nog weten waar zij veiligheid kunnen vinden. Wie voor bombardementen vlucht, kan elders opnieuw met geweld worden geconfronteerd. Wie zijn kinderen probeert te voeden, riskeert zijn leven om voedsel te vinden. En wie de moed heeft om achter te blijven en anderen te helpen, loopt eveneens gevaar. Hoe kunnen wij in België op 11 november plechtig verklaren dat oorlog nooit meer mag plaatsvinden, zonder tegelijkertijd onze stem te verheffen voor de mensen die vandaag in Soedan worden vermoord, verdreven en van hun menselijke waardigheid beroofd? De geschiedenis die wij herdenken, is voor miljoenen Soedanezen geen geschiedenis. Zij is hun dagelijkse werkelijkheid.

Wanneer zelfs de dood geen respect meer krijgt

De berichten uit Soedan confronteren ons met geweld dat veel verder gaat dan de gevechten tussen gewapende partijen. Internationale onderzoekers hebben buitengerechtelijke executies, martelingen, etnisch gemotiveerde aanvallen en ernstige mishandelingen van burgers gedocumenteerd. Bijzonder verontrustend zijn de beschuldigingen over verminkingen van lichamen en het publiekelijk vernederen van slachtoffers. In verschillende gevallen werden gruweldaden gefilmd en via sociale media verspreid. In de regio rond Wad Madani en binnen gemeenschappen van landbouwarbeiders die bekendstaan als de Kanabi, werden burgers aangevallen nadat het regeringsleger en zijn bondgenoten gebieden hadden heroverd. Ook personen die ervan werden verdacht banden te hebben met gewapende tegenstanders, werden slachtoffer van executies en vergeldingsacties. Zulke beschuldigingen moeten grondig en onafhankelijk worden onderzocht, met bescherming van getuigen en bewijsmateriaal. Geen enkele militaire overwinning kan rechtvaardigen dat weerloze mensen worden gedood of dat hun lichamen worden geschonden. Wat blijft er over van menselijke beschaving wanneer iemand zelfs na zijn dood geen waardigheid meer wordt gegund? Wie op 11 november bloemen neerlegt op het graf van een onbekende soldaat, zou zich ook moeten afvragen waarom een onbekende burger in Soedan niet dezelfde eerbied verdient.

De vergeten slachtoffers van Wad Madani en de Kanabi-gemeenschappen

Sommige slachtoffers van de oorlog in Soedan worden niet alleen getroffen door geweld, maar ook door de vooroordelen die al generaties lang tegen hun gemeenschappen bestaan. De Kanabi-bevolking, die onder meer bestaat uit families met wortels in Darfur, Kordofan en andere delen van Soedan, leeft vaak in sociaal kwetsbare omstandigheden. Tijdens de herovering van delen van de staat Al-Jazirah in januari 2025 kwamen ernstige berichten naar buiten over aanvallen op deze gemeenschappen. De Afrikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens en de Volkeren veroordeelde de moorden in Wad Madani en de Kanabi-nederzettingen. De Verenigde Naties documenteerden eveneens buitengerechtelijke executies en vergeldingsacties. Mensen werden ervan beschuldigd gewapende tegenstanders te steunen, soms vanwege hun afkomst of de gemeenschap waartoe zij behoorden. Daarmee dreigt een burgerbevolking collectief verantwoordelijk te worden gesteld voor een oorlog die zij niet heeft gekozen. Achter de namen van deze plaatsen schuilen gezinnen die ooit dezelfde eenvoudige wensen hadden als gezinnen in België: een veilige woning, werk, voedsel en een toekomst voor hun kinderen. Het zijn precies die mensen voor wie de beginselen van de mensenrechten bedoeld zijn. Niet omdat zij tot een bepaalde politieke of militaire partij behoren, maar omdat hun leven op zichzelf bescherming verdient.

Darfur herinnert ons eraan hoe gevaarlijk internationale stilte kan zijn

In Darfur heeft de oorlog opnieuw geleid tot massaal geweld tegen burgers. Vooral de gebeurtenissen in en rond El Fasher tonen hoe gevaarlijk de combinatie van militaire belegering, etnische vervolging en internationale machteloosheid kan worden. Onderzoekers van de Verenigde Naties documenteerden grootschalige moorden, seksueel geweld, gedwongen verplaatsingen en andere ernstige misdrijven. Een onderzoeksrapport uit 2026 beschreef bovendien aanwijzingen voor een genocidaal geweldspatroon tegen niet-Arabische gemeenschappen. Ook het regeringsleger en de strijdgroepen die ermee samenwerken worden beschuldigd van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. De slachtoffers hebben geen behoefte aan selectieve verontwaardiging. Zij hebben behoefte aan bescherming, gerechtigheid en een einde aan de straffeloosheid. Wanneer de identiteit van de dader bepaalt hoeveel aandacht een slachtoffer krijgt, verliezen mensenrechten hun universele betekenis. Dezelfde normen moeten gelden voor iedereen die burgers vermoordt, ongeacht zijn uniform, afkomst, religie of politieke overtuiging.

Wat kan België werkelijk betekenen voor de slachtoffers van Soedan?

België hoeft niet machteloos toe te kijken. Ons land beschikt via de Europese Unie, de Verenigde Naties en zijn diplomatieke vertegenwoordiging over mogelijkheden om humanitaire bescherming, internationale onderzoeken en gerechtelijke vervolging te ondersteunen. De Belgische overheid besliste voor de periode 2025-2026 vijf miljoen euro beschikbaar te stellen voor humanitaire hulp aan Soedan via een door de Verenigde Naties beheerd fonds. Dat is belangrijk, maar financiële steun alleen kan de oorzaken van het geweld niet wegnemen. België kan zich ook blijven inzetten voor veilige humanitaire toegang, bescherming van hulpverleners, gerichte sancties tegen verantwoordelijken voor ernstige misdrijven en het bewaren van bewijsmateriaal voor toekomstige strafprocedures. De Europese instellingen moeten daarbij bijzondere aandacht besteden aan de verantwoordelijkheid van het Sudanese regeringsleger en de gewapende milities die ermee samenwerken. Wanneer burgers zonder proces worden geëxecuteerd, hulpverleners worden aangevallen of mensen vanwege hun etnische afkomst worden vervolgd, mag diplomatieke voorzichtigheid nooit een reden worden om ernstige feiten te verzwijgen. België kan bovendien zijn internationale contacten benutten om de bescherming van vrouwen, kinderen en ontheemden voortdurend op de politieke agenda te houden. Een geloofwaardig vredesbeleid wordt niet alleen gemeten aan verklaringen die regeringen ondertekenen, maar vooral aan de concrete bescherming die kwetsbare mensen daardoor krijgen.

Van de Vlaamse oorlogsgraven naar de kinderen van Soedan

Wie door de Westhoek wandelt, ziet overal hoe oorlog levens heeft afgebroken. Achter iedere grafsteen schuilt een verhaal dat nooit volledig kon worden verteld. Een jonge soldaat die zijn moeder niet meer terugzag. Een vader die zijn kinderen nooit zag opgroeien. Een gezin dat jarenlang op nieuws wachtte dat nooit kwam. In Soedan schrijven miljoenen families vandaag nieuwe verhalen van hetzelfde verdriet. Een moeder die haar kind zoekt tussen de vluchtelingen. Een vader die niet weet of zijn gezin de volgende nacht zal overleven. Een kind dat heeft geleerd het geluid van wapens te herkennen voordat het behoorlijk kan lezen. Misschien is dat de diepste betekenis die we aan 11 november kunnen geven. Niet dat we voortdurend naar het verleden moeten kijken, maar dat het verleden ons leert de mensen van vandaag niet in de steek te laten. De afstand tussen Ieper en Khartoem is groot, maar het verdriet van ouders die hun kind verliezen kent geen grenzen. Een Belgische moeder die honderd jaar geleden haar zoon verloor, voelde dezelfde ontreddering die een Soedanese moeder vandaag kan voelen. Geen politieke overtuiging, geen landsgrens en geen militaire overwinning kan dat verdriet kleiner maken. Wanneer de Last Post onder de Menenpoort klinkt, zou die stilte daarom ook aan de slachtoffers van Soedan mogen worden opgedragen. Want werkelijke herdenking eindigt niet bij het graf van wie gestorven is. Zij begint opnieuw bij ieder mensenleven dat nog gered kan worden.

De belangrijkste vraag op 11 november gaat over de levenden

Wanneer op 11 november de klokken luiden en de Last Post klinkt, zullen opnieuw duizenden mensen stilstaan bij degenen die niet naar huis terugkeerden. Misschien denken sommigen aan een grootvader, een overgrootvader of een onbekende soldaat wiens naam op een monument staat. Anderen zullen denken aan mensen die vandaag nog altijd in oorlogsgebieden leven. Beide vormen van herinnering verdienen een plaats. Maar wat als we tijdens die stilte ook denken aan wat nog kan worden voorkomen? Aan het kind dat morgen veilig naar school zou moeten kunnen gaan. Aan de vader die zijn gezin niet wil verliezen. Aan de moeder die niets liever wil dan haar kinderen levend terugzien. Aan de mensen die proberen te overleven tussen verwoeste huizen. Dan krijgt die ene minuut stilte een betekenis die verder reikt dan de geschiedenisboeken. Dan wordt herdenken een persoonlijke verantwoordelijkheid om menselijk leed niet als onvermijdelijk te beschouwen.

Laat België op 11 november niet alleen de doden eren, maar ook het leven beschermen

De kracht van 11 november ligt uiteindelijk niet in het aantal kransen, de lengte van de toespraken of de aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders. Zij ligt in onze bereidheid om de menselijke waardigheid centraal te stellen, ook wanneer dat politiek moeilijk ligt. België kan daarin een betekenisvolle rol blijven spelen door diplomatie te ondersteunen, slachtoffers te helpen, het internationaal humanitair recht te verdedigen en de dialoog tussen gemeenschappen te bevorderen. We hoeven het verleden niet te vergeten om naar de toekomst te kijken. Integendeel, wie werkelijk begrijpt wat oorlog met mensen doet, zou alles in het werk moeten stellen om nieuwe generaties dat leed te besparen. Laat de rode klaproos daarom geen symbool worden dat uitsluitend naar gestorven soldaten verwijst. Laat haar ook herinneren aan de verantwoordelijkheid om toekomstige slachtoffers te voorkomen. Want de mooiste manier om de doden te eren, is ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen mogen blijven leven.

Steun onafhankelijke journalistiek en de inzet voor mensenrechten

Met indegazette.be blijf ik mij inzetten voor onafhankelijke journalistiek, vrede, mensenrechten en de bescherming van mensen die vaak onvoldoende worden gehoord. Dat werk vraagt dagelijks tijd, middelen en persoonlijk engagement.

Wil je mij helpen dit werk voort te zetten? Iedere vrijwillige bijdrage, groot of klein, is bijzonder welkom en helpt om onafhankelijk te blijven schrijven, onderzoeken en verslag uit te brengen.

Je kunt mij rechtstreeks ondersteunen via:

☕ Ko-fi:
https://ko-fi.com/andyvermaut

☕ Buy Me a Coffee:
https://buymeacoffee.com/andyvermaut

Ook door mijn artikels te lezen, te delen en indegazette.be onder de aandacht te brengen, lever je een waardevolle bijdrage.

Hartelijk dank voor je vertrouwen, betrokkenheid en steun!

Andy Vermaut
Hoofdredacteur indegazette.be

+32499357495