Geloof onder vuur: de meedogenloze strijd van Ahmadi-moslims in Pakistan

05 april 2025

De situatie voor Ahmadiyya-moslims in Pakistan is in 2025 grimmiger dan ooit. Wat begon als een aloude spanning is uitgegroeid tot een systematische campagne van geweld, vernieling en onderdrukking. Moskeeën worden gesloopt, graven onteerd, gelovigen opgesloten – zelfs kinderen en mensen met een beperking ontkomen niet aan deze golf van haat. Achter dit alles speelt Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP) een centrale rol, gesteund door een overheid die vaak wegkijkt of zelfs meewerkt. Dit is het verhaal van een minderheid die vecht voor haar bestaansrecht, terwijl de wereld worstelt met de vraag: hoe lang nog?

Een escalerende crisis in Punjab en Karachi

Sinds januari 2025 zijn Ahmadiyya-moslims in steden als Punjab en Karachi het doelwit van een ongekende golf van vervolging. In Punjab zijn dit jaar al zes moskeeën van de gemeenschap met de grond gelijkgemaakt. De aanstichters? Extremistische groepen zoals TLP, die lokale autoriteiten onder druk zetten om actie te ondernemen. Op 12 maart 2025 verscheen een video waarin Mahar Shakawat, TLP-voorzitter in het district Okara, de politie een ultimatum stelde: binnen 48 uur moesten de minaretten van een Ahmadi-moskee verdwijnen, anders zou hij zelf ingrijpen. Nog geen twee dagen later waren de minaretten weg, met zichtbare medewerking van de autoriteiten.

In Talagang, ook in Punjab, voltrok zich een vergelijkbaar drama. Op 19 maart 2025 verzamelde een grote menigte, aangevoerd door TLP-leden, zich bij een Ahmadiyya-moskee in het dorp en bij Tarhada Chowk. Hun doel was duidelijk: het gebedshuis slopen. Terwijl de politie aanwezig was, grepen agenten niet in om de menigte te stoppen. In plaats daarvan verwijderden ze de veiligheidsbarrières rond de moskee, een daad die de dreiging alleen maar vergrootte. De poorten van deze moskee zijn inmiddels vergrendeld, een stille getuige van uitsluiting.

Haatzaaien tot moord: de rol van TLP-leiders

De haat blijft niet beperkt tot fysieke vernieling. Naeem Chatta Qadri, een vooraanstaand TLP-leider, hield in maart 2025 een toespraak die de wereld schokte. Hij riep openlijk op tot de massamoord op Ahmadi’s, inclusief vrouwen en kinderen. Zwangere vrouwen moesten volgens hem worden aangevallen om te voorkomen dat nieuwe Ahmadi’s geboren worden – een oproep die doet denken aan genocide. Hij bestempelde de gemeenschap als “afvalligen, ketters, viezer dan varkenspis”, en drong aan op hun uitroeiing. In Mandi Bahauddin had zijn oproep direct effect: een jonge Ahmadi-man werd neergeschoten en vecht nog steeds voor zijn leven.

Qadri’s woorden gingen verder. In oktober 2023 bedreigde hij een Ahmadi-politieofficier, een hoofdinspecteur, en verwees naar de moord op Salman Taseer als waarschuwing. Zijn haatboodschap wordt versterkt door pamfletten en sociale media, waar TLP-netwerken oproepen tot geweld verspreiden. Het resultaat is een klimaat van angst, waarin Ahmadi’s in Mandi Bahauddin en daarbuiten geen moment rust kennen.

Onterechte arrestaties: kinderen en kwetsbaren als slachtoffer

De vervolging neemt ook juridische vormen aan, met schrijnende gevolgen. In Sialkot werden op 28 februari 2025 maar liefst 22 Ahmadi’s gearresteerd omdat ze vrijdaggebeden hielden in een moskee. Onder hen bevinden zich een 14-jarige jongen, twee tieners van 16 en 17 jaar, en een persoon met een verstandelijke beperking. De 14-jarige stond op het punt zijn eindexamens af te leggen op 25 maart 2025, een cruciale stap in zijn opleiding. Door zijn opsluiting mist hij die kans, waarmee een jaar werk en zijn toekomstplannen in rook opgaan. Rechter Rehmat Ali wees voor de tweede keer een verzoek om borgtocht af, waardoor de groep vastzit in afwachting van een hoger beroep.

In Islampura, eveneens in Punjab, sloeg het noodlot opnieuw toe. Op 21 maart 2025 hielden Ahmadi’s, net als moslims wereldwijd, hun vrijdaggebed in een lokale moskee. Twee gelovigen werden gearresteerd, terwijl 48 anderen nog steeds het risico lopen opgepakt te worden. De aanklacht luidt dat ze “deden alsof ze moslims waren” door te bidden en religieuze boeken te bezitten, waaronder een versie van de Koran die als “vervormd” werd bestempeld. De klagers, gesteund door een FIR onder secties 295-A, 298-B en 298-C van het Pakistaanse strafrecht, beweren dat hun religieuze gevoelens diep gekwetst zijn door deze vreedzame handelingen.

Graven zonder rust in Azad Kashmir

Zelfs de dood biedt geen veiligheid. In Kotli, Azad Kashmir, sloegen onbekende daders toe in de vroege uren van 21 maart 2025. Alle 76 grafstenen op een Ahmadiyya-begraafplaats werden vernield, een aanval die plaatsvond tijdens een stroomstoring vlak voor de ramadanmaaltijd Sehri. De timing en uitvoering wijzen op zorgvuldige planning. Drie dagen eerder, op 18 maart, had Deputy Commissioner Major Nasir Rafique een vergadering geleid met districtsambtenaren en clerici. De Ahmadi-delegatie werd daar onder druk gezet om hun moskeeën en graven aan te passen, met eisen zoals het verwijderen van islamitische opschriften en het plaatsen van onderscheidende borden. De vernieling lijkt een rechtstreeks gevolg van die intimidatie.

Overheid als medeplichtige

De Pakistaanse overheid speelt een dubbelzinnige, zo niet actieve rol in deze crisis. Op 7 maart 2025 kondigde het Ministerie van Religieuze Zaken een landelijke campagne aan tegen “godslasterlijke inhoud”. Vrijdagpreken moesten dit versterken, en 15 maart werd uitgeroepen tot “Youm Tahafuz-e-Namoos-e-Risalat”, een dag ter bescherming van de eer van de profeet. Kort daarna, op 10 maart, gaf het Ministerie van Onderwijs privéscholen de opdracht lezingen en evenementen te organiseren over blasfemiewetten. Kinderen leren zo al jong dat Ahmadi’s als overtreders gezien moeten worden, wat de basis legt voor blijvende vijandigheid.

De rechtspraak blijft niet achter. Op 11 maart 2025 nodigde de Lahore High Court Bar Association Hafiz Saad Rizvi, leider van TLP, uit voor een toespraak. Hij benadrukte dat rechters sectie 295-C – die de doodstraf mogelijk maakt voor godslastering – volledig moeten toepassen, zowel binnen als buiten de rechtbank. Als dat niet gebeurt, waarschuwde hij, zou TLP klaarstaan met “het mes van Alimuddin”, een duidelijke oproep tot eigen rechter spelen. Deze woorden bedreigen niet alleen Ahmadi’s, maar ook rechters die gerechtigheid boven extremisme stellen.

Wettelijke tegenstellingen en gebroken beloftes

Deze acties botsen frontaal met eerdere uitspraken van het Hooggerechtshof. In 2014 oordeelde toenmalig opperrechter Tassaduq Hussain Jillani in de zaak PLD 2014 SC 699 dat alle gebedshuizen beschermd moeten worden door de politie. Het hof droeg de overheid op een speciale taskforce op te richten voor de veiligheid van minderheden. In plaats daarvan lijkt de staat extremisme te faciliteren. Artikel 20 van de Pakistaanse grondwet garandeert geloofsvrijheid, maar die belofte klinkt hol als moskeeën worden gesloopt en gelovigen achter tralies verdwijnen.

Een roep om gerechtigheid wereldwijd

De internationale verontwaardiging groeit. Mensenrechtenorganisaties wijzen op schendingen van verdragen zoals artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 18 van het ICCPR, dat Pakistan in 2008 ondertekende. Deze garanderen vrijheid van geloof en bescherming tegen discriminatie. Toch blijft de Pakistaanse Nationale Actieplan en recente cyberwetten, die haatzaaien moeten tegengaan, dode letter als het om Ahmadi’s gaat.

De oproep is helder: de Europese Unie, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk moeten ingrijpen. Sancties tegen ambtenaren die extremisme negeren, druk op sociale mediaplatforms om haatcontent te verwijderen, en asiel voor bedreigde Ahmadi’s zijn slechts enkele stappen die worden voorgesteld. Zonder actie dreigt de situatie te ontsporen in meer bloedvergieten en een humanitaire ramp.

Een volk in de knel

De Ahmadiyya-moslims in Pakistan staan voor een onmogelijke keuze: hun geloof opgeven of hun leven riskeren. In Mandi Bahauddin vrezen ze voor moord, in Sialkot zitten ze onterecht vast, in Talagang zien ze hun moskeeën bedreigd, en in Kotli worden zelfs hun doden niet gespaard. Van de straten van Punjab tot de rechtbanken van Lahore, hun strijd is er een van volharding tegen een systeem dat hen lijkt te verwerpen. De wereld kijkt toe, maar de stilte weegt zwaar. Hoe lang kan dit nog doorgaan?

Bronnenoverzicht

  • Incidentrapporten en persberichten van International Human Rights Committee (IHRC), daterend van 12 maart tot 23 maart 2025
  • Website International Human Rights Committee: www.hrcommittee.org