Europees parlement vraagt advies over EU-Mercosur akkoord

21 januari 2026

Het Europees Parlement heeft op 14 januari 2026 een ontwerpresolutie aangenomen met een verzoek aan het Hof van Justitie om advies over de verenigbaarheid van twee voorgestelde overeenkomsten met de EU-Verdragen. Dit advies richt zich op de partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten aan de ene kant, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt samen met de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay aan de andere kant. Daarnaast betreft het de interimovereenkomst inzake handel tussen dezelfde partijen. De resolutie, met nummer B10-0060/2026 en verwijzingsnummer 2026/2560(RSP), is ingediend door een uitgebreide groep parlementariërs. Onder hen bevinden zich Krzysztof Hetman, Pascal Canfin, Raphaël Glucksmann, Majdouline Sbai, Manon Aubry, Marta Wcisło, Benoit Cassart, Maria Noichl, Saskia Bricmont, Lynn Boylan, Céline Imart, Yvan Verougstraete, François Kalfon, Vicent Marzà Ibáñez, Danilo Della Valle, Hanna Gronkiewicz-Waltz, Hristo Petrov, Jean-Marc Germain, Thomas Waitz, Anja Hazekamp, François-Xavier Bellamy, Ciaran Mullooly, Chloé Ridel, Ana Miranda Paz, Luke Ming Flanagan, Ewa Kopacz, Eric Sargiacomo, Cristina Guarda, Rudi Kennes, Christophe Gomart, Michael McNamara, Estelle Ceulemans, David Cormand, Kathleen Funchion, Kamila Gasiuk-Pihowicz, Grégory Allione, Marko Vešligaj, Marie Toussaint, Martin Schirdewan, Jacek Protas, Valérie Devaux, Elio Di Rupo, Diana Riba i Giner, Marina Mesure, Andrzej Buła, Michał Kobosko, Aurore Lalucq, Tilly Metz, Leila Chaibi, Bartłomiej Sienkiewicz, Laurence Farreng, Claire Fita, Lena Schilling, Sebastian Everding, Adam Jarubas, Christine Singer, Nora Mebarek, Jaume Asens Llodrà, Arash Saeidi, Li Andersson, Rasmus Andresen, Giuseppe Antoci, Pascal Arimont, Bartosz Arłukowicz, Konstantinos Arvanitis, Pernando Barrena Arza, Michael Bloss, Gordan Bosanac, Marc Botenga, Gilles Boyer, Borys Budka, Mélissa Camara, Damien Carême, Laurent Castillo, Anna Cavazzini, Per Clausen, Christophe Clergeau, Jérémy Decerle, Özlem Demirel, Bas Eickhout, Nikolas Farantouris, Emma Fourreau, Daniel Freund, Mario Furore, Estrella Galán, Hanna Gedin, Giorgos Georgiou, Charles Goerens, Markéta Gregorová, Martin Günther, Rima Hassan, Mircea-Gheorghe Hava, Pär Holmgren, Dariusz Joński, Pierre Jouvet, Fabienne Keller, Elena Kountoura, Alice Kuhnke, Merja Kyllönen, Sergey Lagodinsky, Katrin Langensiepen, Murielle Laurent, Isabelle Le Callennec, Nathalie Loiseau, Isabella Lövin, Mimmo Lucano, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Jagna Marczułajtis-Walczak, Ignazio Roberto Marino, Erik Marquardt, Catarina Martins, Sara Matthieu, Irene Montero, Carolina Morace, Nadine Morano, Ville Niinistö, Maria Ohisalo, João Oliveira, Younous Omarjee, Leoluca Orlando, Valentina Palmisano, Nikos Pappas, Gaetano Pedulla, Thomas Pellerin-Carlin, Emma Rafowicz, Terry Reintke, Manuela Ripa, Ilaria Salis, Jussi Saramo, Mounir Satouri, Benedetta Scuderi, Isabel Serra Sánchez, Virginijus Sinkevičius, Jonas Sjöstedt, Anthony Smith, Nicolae Ștefănuță, Joachim Streit, Tineke Strik, Michał Szczerba, Dario Tamburrano, Pasquale Tridico, Catarina Vieira, Michał Wawrykiewicz en Stéphanie Yon-Courtin. Deze stap volgt uit een reeks overwegingen die mogelijke strijdigheden met fundamentele EU-principes aan de orde stellen, waaronder bevoegdheidsverdeling, institutioneel evenwicht en loyale samenwerking.

Achtergrond van de overeenkomsten

De partnerschapsovereenkomst, ook wel EMPA genoemd, vormt een gemengde kaderovereenkomst die een brede samenwerking beoogt tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen, te weten Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Voor de inwerkingtreding is unanieme goedkeuring door de Raad vereist, gevolgd door instemming van het Europees Parlement en ratificatie door alle 27 lidstaten. De interimovereenkomst inzake handel, aangeduid als iTA, beperkt zich tot bepalingen die onder exclusieve EU-bevoegdheid vallen. Hier volstaat een gekwalificeerde meerderheid in de Raad en goedkeuring door het parlement. De Commissie maakte in 2019 een beginselakkoord bekend over het handelsgedeelte van de associatieovereenkomst. In december 2024 kondigde de Commissie aan dat de onderhandelingen waren afgerond. Op 3 september 2025 presenteerde de Commissie de teksten als twee parallelle documenten, met voorstellen aan de Raad voor ondertekening en sluiting van de EMPA. De resolutie verwijst naar het voorstel voor een besluit van de Raad over de sluiting van de EMPA namens de EU, met verwijzingsnummer COM(2025)0357, en naar het gelijkaardige voorstel voor de iTA met nummer COM(2025)0339. Ook worden ontwerpbesluiten van de Raad over ondertekening en voorlopige toepassing van de iTA genoemd, evenals over de sluiting van beide overeenkomsten.

Basis voor de onderhandelingen

De interregionale kaderovereenkomst voor samenwerking uit 1995 diende als voorbereidingsfase voor een interregionale associatieovereenkomst, met als doel voorwaarden te scheppen voor een dergelijke associatie. De onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad uit 1999 verleenden machtiging voor onderhandelingen over een associatieovereenkomst met de Mercosur-landen, die eenparigheid in de Raad en ratificatie door nationale parlementen vereiste. De resolutie wijst erop dat de reikwijdte van de iTA en de gevolgen voor het vetorecht van lidstaten niet voorzienbaar waren bij het verlenen van dit mandaat. In de conclusies van de Raad uit 2018, gedateerd 22 mei 2018, bevestigde de Raad dat associatieovereenkomsten afhankelijk van hun inhoud gemengd moeten zijn. Specifiek werden overeenkomsten met Mexico, Mercosur en Chili als gemengd bestempeld. Het beginselakkoord uit juli 2019 over de handelsovereenkomst verwijst eveneens naar een associatieovereenkomst. Een afwijking van deze richtsnoeren en conclusies zou onverenigbaar kunnen zijn met EU-recht.

Bezorgdheden over de splitsing

Het parlement uit zorgen dat de opsplitsing van de overeenkomst in EMPA en iTA niet strookt met artikel 218, leden 2 en 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, alsook met het beginsel van bevoegdheidstoedeling, institutioneel evenwicht en loyale samenwerking zoals vastgelegd in artikel 4, lid 3, en artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Nationale parlementen in verschillende lidstaten hebben zich al uitgesproken tegen ratificatie door resoluties aan te nemen. De splitsing omzeilt het recht van deze parlementen om de iTA te ratificeren. Het parlement benadrukt de noodzaak van doeltreffende raadpleging van burgers, het Europees Parlement, nationale en regionale parlementen, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden in elke fase van het proces om democratische verantwoordingsplicht te waarborgen.

Specifieke mechanismen in de interimovereenkomst

Hoofdstuk 21, artikel 21.4, punt b, en hoofdstuk 1, artikel 1.3, punt k, van de iTA introduceren een mechanisme voor evenwichtsherstel. Dit stelt een partij in staat schadevergoeding te vorderen indien een maatregel van de andere partij een voordeel tenietdoet of aanzienlijk beperkt, zelfs als die maatregel niet in strijd is met de overeenkomst. Artikelen 21.20 en 21.21 bepalen dat tegenmaatregelen pas worden opgeschort na intrekking of wijziging van de maatregel. Dit mechanisme zou door Mercosur-landen gebruikt kunnen worden om druk uit te oefenen op de EU om wetgeving over klimaat- en milieubescherming, voedselveiligheid of pesticidenverboden op te geven. De interpretatie van de Braziliaanse regering over de temporele werkingssfeer verschilt van die van de Commissie, waarbij Brazilië meent dat het teruggaat tot 2019. Deze clausule is breder dan in eerdere EU-vrijhandelsovereenkomsten en verschilt van artikel XX van de GATT en artikel 26, lid 1, van het WTO-memorandum over geschillenbeslechting. De GATT-clausule is nooit ingeroepen tegen duurzame ontwikkelingswetgeving, mogelijk omdat zulke wetgeving onder algemene uitzonderingen valt.

Verschillen in regelgeving en voorzorgsbeginsel

Aanzienlijke verschillen bestaan tussen EU- en Mercosur-regelgeving op gebied van voedselproductie en sanitaire en veterinaire normen. De iTA beperkt audit- en controlemaatregelen voor invoer van landbouwproducten uit Mercosur-landen. Hoofdstuk 6 over sanitaire en fytosanitaire maatregelen verzwakt bestaande mechanismen. Volgens artikel 6.12, lid 2, zijn dergelijke maatregelen slechts aanvaardbaar als ze voorlopig zijn en binnen een redelijke termijn herzien worden. Het voorzorgsbeginsel in EU-recht kent geen dergelijk vereiste. Hoofdstuk 18 over handel en duurzame ontwikkeling beperkt het voorzorgsbeginsel tot risico’s van ernstige milieuaantasting of gezondheids- en veiligheidsrisico’s op het werk. Dit kan leiden tot verlaging van EU-beschermingsniveaus voor gezondheid, consumenten en milieu. Bestaande EU-maatregelen gebaseerd op het voorzorgsbeginsel zouden via arbitragepanels aangevochten kunnen worden, met mogelijke schadevergoedingen.

Relevante EU-wetgeving en adviezen

De resolutie verwijst naar artikel 3, lid 5, artikel 4, lid 3, artikel 10, lid 3, artikel 13, lid 2, en artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Ook worden artikelen 218 (leden 2, 4, 5, 6, 8, 10 en 11), 11, 168, 169, 171 en 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aangehaald. Artikelen 35, 37 en 38 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie spelen een rol. Verder worden adviezen 1/17 van 30 april 2019 over de CETA met Canada en 2/15 van 16 mei 2017 over de vrijhandelsovereenkomst met Singapore vermeld. Het kaderakkoord tussen het Europees Parlement en de Commissie uit 2010, met name punten 23 tot 29 over internationale overeenkomsten, wordt geciteerd.

Verzoek om advies en volgende stappen

Het parlement vreest dat het evenwichtsherstelmechanisme onverenigbaar is met artikelen 11, 168, 169 en 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikelen 35, 37 en 38 van het Handvest, en een bedreiging vormt voor de autonomie van de EU-rechtsorde. De EMPA en iTA brengen mogelijk het voorzorgsbeginsel in gevaar, leidend tot onverenigbaarheid met dezelfde artikelen. Een arbitragepanel zou de toepassing van het voorzorgsbeginsel kunnen beoordelen. Het parlement besluit advies te vragen overeenkomstig artikel 218, lid 11, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over de verenigbaarheid van de overeenkomsten en de gevolgde procedure. De voorzitter wordt verzocht maatregelen te nemen voor het inwinnen van dit advies, met kennisgeving aan de Raad en de Commissie.

Bronnen:
Europees Parlement
Resolutie Mercosur

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)