Internationale conferentie in Den Haag richt aandacht op geweld tegen religieuze minderheden in Bangladesh

31 januari 2026

In Den Haag vond op 24 januari 2026 een internationale conferentie plaats over de toenemende schendingen van mensenrechten tegen religieuze minderheden in Bangladesh. Global Human Rights Defence organiseerde de bijeenkomst in Het Nutshuis onder de titel “Beschuldigingen van godslastering, geweld door menigten en de bescherming van religieuze minderheden in Bangladesh”.

Beleidsmakers, wetenschappers, journalisten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties kwamen bijeen om patronen van geweld te bespreken, tekortkomingen in verantwoording en internationale verplichtingen. Terugkerend geweld door menigten, vaak veroorzaakt door beschuldigingen van godslastering die snel verspreid worden via sociale media, leidt tot doden, brandstichting, gedwongen verplaatsing en een geleidelijke aantasting van basisrechten zoals het recht op leven, veiligheid, eigendom en vrijheid van godsdienst of overtuiging.

Achtergrond van de crisis

Religieuze minderheden in Bangladesh, met name hindoes, christenen en ahmadi’s, ondervinden al jaren aanhoudende onveiligheid. Recente jaren tonen een toename van gerichte aanvallen, vaak uitgelokt door geruchten over godslastering. In de periode na politieke veranderingen in 2024 registreerden organisaties duizenden incidenten, waaronder moorden, verkrachtingen, plunderingen van woningen en tempels, en onteigening van grond. In 2025 alleen al meldden bronnen honderden gevallen van geweld, met tientallen doden en aanvallen op gebedsplaatsen. Deze patronen veroorzaken angst, verplaatsing en een gevoel van marginalisering onder minderheden, terwijl nationale mechanismen vaak nalaten doeltreffend in te grijpen.

Keynoteadres

Dr. Anthonie Holslag opende de conferentie met een keynote waarin hij de verbinding onderzocht tussen wetten tegen godslastering, geweld binnen gemeenschappen en wat onderzoekers naar volkenmoord een sluipende genocide noemen. Met behulp van vergelijkende en historische analyses wees hij erop hoe wettelijke structuren en het uitblijven van ingrijpen door instellingen leiden tot langdurige straffeloosheid. Gerichte aanvallen op minderheden kunnen daardoor jaren voortduren zonder dat daders voldoende ter verantwoording worden geroepen. Zulke cycli versterken de kwetsbaarheid van groepen die al in een minderheidspositie verkeren.

Wettelijke kaders, verantwoordelijkheid van de staat en toegang tot recht

Het eerste panel richtte zich op de juridische en institutionele omstandigheden die geweld tegen religieuze minderheden mogelijk maken. Deelnemers plaatsten recente voorvallen in het kader van zowel het nationale recht als internationale mensenrechtenverplichtingen. De kloof bleek groot tussen de grondwettelijke toezeggingen van secularisme en gelijkheid in Bangladesh en de dagelijkse onveiligheid waarmee minderheden te maken krijgen. Bepalingen over godslastering, gecombineerd met wetgeving rond eigendom en veiligheid, worden vaak toegepast op een wijze die straffeloosheid in de hand werkt in plaats van bescherming biedt.

Administratieve procedures leiden regelmatig tot onteigening, langdurige opsluiting zonder eerlijk proces en het wegdrukken van minderheden via bureaucratische middelen. Nationale structuren voor verantwoording werken onvoldoende, zodat slachtoffers zelden effectieve rechtsmiddelen vinden. Deelnemers herinnerden eraan dat internationale normen staten verplichten communaal geweld te voorkomen, beschuldigingen snel te onderzoeken en verantwoording af te dwingen. Zonder onafhankelijke gerechtelijke vervolgstappen blijven geweldscycli bestaan en groeit de angst onder getroffen groepen.

Media, verhalen en de rol van maatschappelijke organisaties

Het tweede panel behandelde de invloed van media op het begrip van geweld tegen religieuze minderheden, zowel in Bangladesh zelf als daarbuiten. Desinformatie, eenzijdige berichtgeving en de snelle verspreiding van onbevestigde beschuldigingen via sociale media dragen bij aan het op gang komen van geweld door menigten. Internationale berichtgeving over voorvallen in Bangladesh blijft vaak beperkt en wisselvallig in vergelijking met andere wereldwijde crises. Deze ongelijke aandacht leidt tot vertraagde reacties en verminderde diplomatieke druk.

Tegelijkertijd groeit de betekenis van onafhankelijke journalistiek, documentatie door maatschappelijke organisaties en digitale pleitbezorging door diasporagemeenschappen om stilzwijgen te doorbreken. Journalisten en communicatieverleners staan voor ethische vraagstukken, zoals het risico op hernieuwde traumatisering van slachtoffers, het ontstaan van gepolariseerde verhalen en het politiseren van religieuze identiteit. Nauwkeurige en voortdurende berichtgeving blijft noodzakelijk voor bewustwording en als bewijsmateriaal in internationale mensenrechtenprocedures.

Internationale reacties en verantwoording

Het derde panel ging in op de rol van mondiale en regionale spelers bij de mensenrechtensituatie in Bangladesh. De Verenigde Naties, de Europese Unie en nationale regeringen houden de schendingen in de gaten en reageren erop. Deelnemers brachten gedetailleerde documentatie naar voren van geweld, verplaatsing en institutioneel falen, met verwijzingen naar instrumenten zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en belangrijke verdragen. Het vertalen van deze documentatie naar concrete maatregelen blijkt moeilijk wanneer politieke en economische overwegingen concurreren met mensenrechtenverplichtingen. Grensoverschrijdende verspreiding van extremistische verhalen heeft gevolgen voor de bescherming van minderheden buiten Bangladesh zelf. Deelnemers riepen op tot consequente monitoring, betrouwbare gegevensverzameling en een principiële benadering zonder selectieve toepassing van normen. Er heerste brede eensgezindheid over de noodzaak van voortdurende aandacht via internationale mechanismen om verdere achteruitgang te voorkomen.

Moderatie en bijdragen

Harry van Bommel leidde de conferentie en begeleidde de gesprekken over de drie panels. Inbreng kwam onder meer van Paulo Casaca, dr. Habibe Millat, Priyajit Debsarkar, Andy Vermaut, Nawin Ramcharan, Dina-Perla Portnaar, professor Chandan Sarkar, Fareed Ahmad en Rahman Khalilur Mamun. De verscheidenheid aan professionele achtergronden en gezichtspunten verrijkte de uitwisselingen en koppelde lokale ervaringen aan bredere regionale en internationale ontwikkelingen.

In haar slotwoord bracht Wiktoria Walczyk, hoofdcoördinator van Global Human Rights Defence, de belangrijkste bevindingen samen. Zij wees op de groeiende kloof tussen grondwettelijke waarborgen en de dagelijkse realiteit van religieuze minderheden en benadrukte de behoefte aan blijvende internationale aandacht, gesteund door bewijs, verantwoording en mensenrechtenwetgeving. De conferentie bevestigde dat de bescherming van religieuze minderheden een internationale verantwoordelijkheid is. Door juridische analyse, empirische gegevens en persoonlijke getuigenissen te combineren, ontstond een scherper inzicht in geweldspatronen en de plichten van staten en internationale actoren.

Bronnen:
Global Human Rights Defence

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)