Medische werkelijkheid krijgt centrale plaats in debat over besnijdenis

Paneldiscussie over medische aspecten van besnijdenis in België.

24 juni 2026

Medische invalshoek

Binnen de EJA-conferentie over besnijdenis, religieuze vrijheid en de toekomst van het Joodse leven in België krijgt ook de medische kant van het debat een duidelijke plaats. Het onderdeel “Medical Reality and Best Practice” brengt artsen en wetenschappelijke expertise samen rond de vraag hoe besnijdenis medisch wordt bekeken, welke praktijkervaring daarbij meespeelt en waarom zorgvuldige uitvoering van groot belang is. Daarmee wordt het thema niet alleen benaderd vanuit religieuze vrijheid en minderheidsrechten, maar ook vanuit medische kennis, veiligheid, kwaliteit en professionele verantwoordelijkheid.

Urologische expertise

Dr. Sas Barmoshe, urologisch chirurg bij de Chirec Hospital Group in Brussel, neemt deel aan het gesprek. Hij is gespecialiseerd in onco-urologische chirurgie en besnijdenis. Zijn medische achtergrond brengt een klinische invalshoek binnen in het debat. Urologie raakt rechtstreeks aan de anatomische en chirurgische vragen die bij besnijdenis kunnen spelen. Door die expertise krijgt het gesprek een praktische basis: het gaat niet alleen over principes, maar ook over de medische realiteit waarin zorgvuldigheid, correcte techniek en kennis van mogelijke risico’s centraal staan.

Pediatrische ervaring

Ook Dr. Michael Ben Akon, directeur van de pediatrische afdeling van Laniado Hospital, is aangekondigd als spreker. Zijn rol binnen de kinderzorg geeft het gesprek een bijkomende dimensie, omdat besnijdenis vaak bij kinderen plaatsvindt binnen een religieuze of familiale context. Hij is ook lid van Israëls Ministry of Health Committee for Certification of Mohalim. Die functie brengt de medische en organisatorische kant van certificering in beeld. Het gaat daarbij om de vraag hoe religieuze praktijk, medische verantwoordelijkheid en kwaliteitsbewaking elkaar kunnen raken binnen een duidelijk kader.

Wetenschappelijke bijdrage

Dr. Nuphar Veiga, scientist en expert in drug discovery aan KU Leuven University, neemt eveneens deel. Haar aanwezigheid brengt een wetenschappelijke stem in het gesprek. Binnen een debat dat vaak juridisch, religieus of maatschappelijk wordt gevoerd, is een wetenschappelijke invalshoek noodzakelijk om de medische realiteit nauwkeurig te kunnen bespreken. Het gaat dan niet alleen over overtuigingen of publieke opinie, maar ook over kennis, zorgstandaarden en de manier waarop medische informatie correct wordt ingebracht in een gevoelig maatschappelijk debat.

Zorgvuldige praktijk

De titel “Medical Reality and Best Practice” wijst op een benadering waarin medische feiten en goede praktijk centraal staan. Besnijdenis blijft in het publieke debat een gevoelig thema, maar binnen de conferentie wordt ook gekeken naar de manier waarop de ingreep in de praktijk gebeurt. De aanwezigheid van medische professionals maakt duidelijk dat kwaliteit, opleiding, certificering en verantwoordelijkheid niet los staan van religieuze vrijheid. Voor religieuze minderheden is het van groot belang dat hun gebruiken niet alleen juridisch worden erkend, maar ook correct, veilig en professioneel kunnen worden uitgevoerd.

Moderatie door EJA

Het gesprek wordt gemodereerd door Alex Benjamin, EJA Vice-Chairman for Content and Communications. Daarmee krijgt het medische luik een plaats binnen het bredere verhaal van de conferentie. De EJA brengt in dit onderdeel medische expertise samen met de bredere discussie over de toekomst van Joods leven in België. Dat is relevant, omdat discussies over besnijdenis vaak snel verschuiven naar politieke of ideologische posities. Door artsen en wetenschappelijke expertise aan het woord te laten, wordt het debat dichter bij de concrete praktijk gebracht.

Religieuze vrijheid en medische verantwoordelijkheid

Het medische onderdeel vult de eerdere gesprekken over religieuze vrijheid en minderheidsrechten aan. Waar religieuze leiders spreken over betekenis, identiteit en traditie, brengen medische specialisten de vraag naar zorgvuldige uitvoering en professionele standaarden naar voren. Die twee perspectieven hoeven niet tegenover elkaar te staan. Net in een democratische samenleving is het mogelijk om religieuze vrijheid ernstig te nemen en tegelijk hoge medische verwachtingen te stellen aan de uitvoering van een ingreep. Het gesprek over besnijdenis vraagt daarom om kennis, nuance en respect voor de betrokken families.

Artsen leggen besnijdenisdebat naast medische cijfers

Tijdens Panel II: Medical Reality and Best Practice is op woensdag 24 juni 2026, om 11.00 uur, het medische luik van het debat over Brit milah en besnijdenis besproken. Dr. Sas Barmoshe, urologisch chirurg bij Chirec Hospital Group in Brussel, Dr. Michael Ben Akon, directeur van de pediatrische afdeling van Laniado Hospital en lid van de Israëlische commissie voor de certificering van mohalim, en Dr. Nuphar Veiga, wetenschapper en expert in drug discovery aan KU Leuven, plaatsten de discussie naast medische cijfers, opleiding, praktijkervaring en ouderlijke afwegingen. De moderatie was in handen van Alex Benjamin, EJA Vice-Chairman for Content and Communications.

Lage complicatierisico’s in medische literatuur

Dr. Sas Barmoshe wees erop dat besnijdenis wereldwijd voorkomt buiten Joodse en islamitische landen. Hij verwees naar cijfers uit de Verenigde Staten, waar boven 81 procent van de mannen tussen 14 en 59 jaar besneden is, en naar Australische gegevens bij mannen tussen 50 en 59 jaar, waar het aandeel tussen 66 en 70 procent lag. Daardoor komt het wereldwijde aantal besneden mannen naar zijn inschatting dichter bij twee miljard dan bij één miljard. Voor de medische risico’s noemde hij vooral nabloeding en infectie. Nabloeding situeerde hij rond 0,1 tot 0,2 procent en infecties onder 0,06 procent. Ook vernauwing van de plasopening werd door hem als zeldzaam omschreven. Het totale risico op complicaties werd in de besproken cijfers op minder dan 0,4 procent geplaatst, waarbij de meeste problemen behandelbaar zijn met antibiotica of door het bloeden te stelpen.

Training als kern van veilige praktijk

Dr. Sas Barmoshe maakte duidelijk dat geen enkele medische handeling zonder risico is. In de geneeskunde geldt voor hem dat wie niets doet, ook geen complicaties ziet. De kern ligt daarom bij opleiding, ervaring en controle van het risico. Hij beschreef besnijdenis als een niet moeilijke ingreep wanneer zij wordt uitgevoerd door iemand met opleiding en ervaring. Vanuit zijn eigen praktijk gaf hij aan dat hij ongeveer 200 besnijdenissen per jaar uitvoert en dat hij in België zelf nooit een complicatie heeft moeten behandelen na een besnijdenis door een mohel. Hij had ook niet gehoord dat collega-urologen met zulke gevallen werden geconfronteerd. Daarmee stelde hij niet dat complicaties onmogelijk zijn, maar wel dat zij in zijn ervaring geen dagelijks terugkerend medisch probleem vormen.

Israëlisch certificeringsmodel

Dr. Michael Ben Akon legde uit dat Israël werkt met meldingen via ziekenhuizen wanneer kinderen na een besnijdenis worden aangeboden. Daardoor worden complicaties geregistreerd door het ministerie van Volksgezondheid. Hij gaf aan dat ongeveer 70 procent van de Joodse Brit milah in Israël door traditionele mohalim gebeurt en ongeveer 30 procent door artsen, van wie velen ook als mohel gecertificeerd zijn. Bij ruim 75.000 Joodse besnijdenissen per jaar sprak hij over minder dan 40 meldingen, waarbij het vaak gaat om beperkte bezorgdheden van ouders, zoals licht bloeden.

Steriliteit en halachische kennis

Voor de certificering van mohalim beschreef Dr. Michael Ben Akon een traject met opleiding bij een ervaren mohel, praktijktraining en examens. Kandidaten moeten vóór de certificering tien tot dertig besnijdenissen onder begeleiding uitvoeren. Daarna komt een halachische test en een praktische proef. Bij die proef is steriliteit doorslaggevend. Alle instrumenten moeten steriel zijn en de kandidaat moet tonen dat hij de ingreep onder hygiënische omstandigheden kan uitvoeren. Wie dat niet doet, slaagt niet.

Religieus motief en medische gegevens

Dr. Michael Ben Akon maakte tegelijk een onderscheid tussen reden en medische gegevens. Brit milah wordt in Joodse context uitgevoerd om religieuze en traditionele redenen, niet als medische behandeling. Toch wees hij op medische literatuur waarin lagere risico’s worden besproken voor urineweginfecties, peniskanker, ontstekingen, huidaandoeningen aan de penis en seksueel overdraagbare aandoeningen. In de gedachtewisseling werd ook verwezen naar statistieken over peniskanker en naar cijfers over baarmoederhalskanker bij partners van niet-besneden mannen.

Afweging van een moeder en wetenschapper

Dr. Nuphar Veiga bracht de persoonlijke dimensie van dezelfde beslissing aan. Zij sprak als Joodse moeder en als wetenschapper met een doctoraat in biotechnologie, die in haar werk therapeutische kansen en risico’s moet afwegen. Bij de geboorte van haar zoon was de keuze voor haar geen automatische beslissing. Zij bekeek de klinische en wetenschappelijke gegevens, de kans op complicaties en de mogelijke gezondheidswinst. Zij verwees daarbij naar kankerpreventie, hiv, herpes en humaan papillomavirus. Na die afweging koos zij voor besnijdenis.

Geen oordeel over andere ouders

Dr. Nuphar Veiga gaf aan dat andere ouders niet dezelfde keuze hoeven te maken. Voor haar was de beslissing niet alleen medisch, maar ook familiaal en religieus. Zij omschreef de ingreep als een teken van toebehoren en als een familieband die duizenden jaren teruggaat. Zij vroeg tegelijk om de praktijk niet te framen als barbaars, maar als een doordachte keuze van liefhebbende ouders. De herstelperiode bij haar kind omschreef zij als zeer beperkt, zonder zware bloeding.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)