Brits model toont belang van opleiding en standaarden bij religieuze besnijdenis

Spreker geeft presentatie over religieuze besnijdenis en standaarden.

24 juni 2026

Religieuze besnijdenis en opleiding

De EJA-conferentie over besnijdenis, religieuze vrijheid en de toekomst van het Joodse leven in België besteedt ook aandacht aan de manier waarop religieuze besnijdenis in de praktijk kan worden georganiseerd. In de sessie “Best Practice in Religious Circumcision: The UK Model of Training, Standards and Community Integration” staat het Britse model centraal. Dr Joseph Spitzer, Medical Officer bij The Initiation Society BRIS in het Verenigd Koninkrijk, licht toe hoe opleiding, standaarden en de plaats van religieuze besnijdenis binnen de samenleving kunnen samenkomen in één werkbaar kader.

Britse ervaring

Het Britse model krijgt een aparte plaats omdat het vertrekt vanuit praktische organisatie. Bij religieuze besnijdenis gaat het niet alleen over het recht om een traditie voort te zetten, maar ook over de vraag hoe die traditie op een verantwoorde, veilige en professionele manier kan worden uitgevoerd. Opleiding en standaarden zijn daarbij geen bijkomende details. Ze bepalen mee hoe vertrouwen ontstaat bij families, artsen, religieuze vertegenwoordigers en beleidsmakers.

Rol van The Initiation Society BRIS

Dr Joseph Spitzer is verbonden aan The Initiation Society BRIS in het Verenigd Koninkrijk. Zijn functie als Medical Officer wijst op het belang van medische verantwoordelijkheid binnen een religieuze praktijk. Dat maakt zijn bijdrage relevant binnen een conferentie waar de medische, religieuze en juridische dimensies van besnijdenis samenkomen. Het gesprek over het Britse model biedt ruimte om te kijken naar training, controle, kwaliteitsbewaking en de praktische uitvoering van religieuze besnijdenis.

Standaarden en vertrouwen

Religieuze vrijheid krijgt in de praktijk pas betekenis wanneer geloofspraktijken ook veilig en zorgvuldig kunnen plaatsvinden. Bij besnijdenis is dat des te belangrijker, omdat het onderwerp raakt aan kinderen, ouders, medische zorg en religieuze identiteit. Een model met duidelijke standaarden kan helpen om de discussie weg te halen uit losse meningen en te richten op opleiding, verantwoordelijkheid en concrete praktijk. De aanwezigheid van een medische stem uit het Verenigd Koninkrijk geeft dit deel van de conferentie een sterke praktische invalshoek.

Plaats binnen de samenleving

De titel van de sessie verwijst ook naar integratie binnen de bredere samenleving. Dat aspect is belangrijk omdat religieuze besnijdenis vaak wordt besproken op het snijpunt van geloof, wetgeving, medische beoordeling en publieke opinie. Wanneer een religieuze praktijk goed georganiseerd is, met duidelijke opleiding en vaste standaarden, kan dat bijdragen aan een beter begrip van wat er feitelijk gebeurt. Het gesprek gaat daardoor niet alleen over bescherming van traditie, maar ook over de vraag hoe religieuze minderheden hun leven kunnen blijven vormgeven binnen een democratische rechtsstaat.

Een praktisch antwoord op een gevoelig debat

De bijdrage van Dr Joseph Spitzer past binnen het bredere doel van de conferentie: het debat over besnijdenis niet herleiden tot slogans, maar voeren op basis van kennis, praktijkervaring en verantwoordelijkheid. Het Britse model toont hoe religieuze praktijk en medische zorg niet tegenover elkaar hoeven te staan. Net door opleiding en duidelijke standaarden kan een religieuze traditie op een ernstige manier worden uitgevoerd.

Britse opleiding voor religieuze besnijdenis zet veiligheid centraal

Tijdens de conferentiesessie “Best Practice in Religious Circumcision: The UK Model of Training, Standards and Community Integration” op woensdag 24 juni 2026, om 11.30 uur, gaf Dr. Joseph Spitzer een toelichting over het Britse model voor religieuze besnijdenis. Hij deed dat als arts, mohel en medisch verantwoordelijke van The Initiation Society BRIS in het Verenigd Koninkrijk. Centraal stonden opleiding, hygiëne, ouderlijke toestemming, nazorg, toezicht en de plaats van brit milah binnen het Joodse religieuze leven.

Een organisatie met lange geschiedenis

The Initiation Society werd opgericht in 1745 en geldt als de oudste Anglo-Joodse organisatie op dit terrein. De organisatie werd in recente jaren hernoemd tot BRIS, wat staat voor British Initiation Society. Dr. Joseph Spitzer omschreef een mohel als een Joodse religieuze besnijder en mohelim als het meervoud daarvan. Hij gaf aan dat hij door de jaren heen ook werd ingeschakeld als deskundige getuige en adviseur in dossiers over religieuze besnijdenis. De organisatie werkt onder de auspiciën van het Office of the Chief Rabbi. De halachische autoriteit ligt bij de London Beth Din. Binnen de organisatie zijn ongeveer zestig geregistreerde mohelim en ongeveer tien studenten aangesloten. Het grootste deel van de geregistreerde uitvoerders is niet medisch geschoold.

Geen wettelijke regeling, wel interne controle

Religieuze besnijdenis is onder Engels recht niet wettelijk geregeld. Toch behoort besnijdenis in het Verenigd Koninkrijk al lang tot de aanvaarde praktijk en wordt zij uitgevoerd binnen zowel religieuze als niet-religieuze kringen. Dr. Joseph Spitzer maakte duidelijk dat een bris bekwaam, hygiënisch en door een opgeleid persoon met chirurgische vaardigheid moet gebeuren. Wanneer een uitvoerder onbekwaam is en schade veroorzaakt of een kind in gevaar brengt, kan dat onder de Offences Against the Person Act 1861 als strafbare mishandeling worden beschouwd. The Initiation Society heeft geen wettelijke status, maar werkt intern alsof zij een gereguleerde instantie is. De richtlijnen voor mohelim zijn gemodelleerd op documenten van NICE, het National Institute for Clinical Excellence. De organisatie levert daarnaast richtlijnen, professionele informatie en ondersteunend materiaal voor juridische, regelgevende en beleidsmatige vragen rond bris milah, zowel in het Verenigd Koninkrijk als internationaal.

Breed gedragen binnen orthodoxe kringen

Een opvallend onderdeel van het Britse model is de brede samenstelling van de geregistreerde mohelim. Zij komen uit verschillende orthodoxe richtingen, van chassidische kringen zoals Satmar tot de modern-orthodoxe stroming. Ondanks die verschillen is er binnen de organisatie een sterke collegiale samenwerking en wederzijds respect. De leden delen één opdracht: het bewaken van hoge standaarden bij religieuze besnijdenis. Alle geregistreerde mohelim moeten zich houden aan een richtlijnenboek dat de praktijk van milah in detail regelt. Via een gespecialiseerde verzekering zijn mohelim en studenten verzekerd voor de uitvoering van bris milah. Niet-medische mohelim mogen alleen een bris uitvoeren bij een kind jonger dan zes maanden.

Opleiding via leermeesterschap en toetsing

De opleiding binnen The Initiation Society omvat zowel de chirurgische als de halachische aspecten van milah. Kandidaten moeten eerst aantonen dat zij chirurgisch bekwaam zijn voor de medische raad. Daarnaast moeten zij de London Beth Din overtuigen van hun kennis van de relevante Joodse wetten. De praktische vorming gebeurt via een klassiek leermeesterschap. Studenten brengen tijd door met ervaren mohelim en leren de vaardigheden en technieken onder nauwe begeleiding en toezicht. Aan het einde van de opleiding moet een student-mohel een streng begeleide test uitvoeren, meestal in aanwezigheid van Dr. Joseph Spitzer als medisch verantwoordelijke en een andere mohel. Daarna volgt een toetsing door de dayanim van de London Beth Din over de halachische kennis.

Blijvende opvolging na registratie

De registratie stopt niet bij de opleiding. Mohelim worden om de paar jaar willekeurig geëvalueerd om hun blijvende bekwaamheid te controleren. Alle mohelim beschikken over een DBS-attest, een controle van het strafregister, en kregen opleiding rond kinderbescherming. Die vereisten worden als essentieel gezien voor iedereen die met kinderen werkt. Jaarlijks organiseert The Initiation Society ook een bijeenkomst voor mohelim. Daar krijgen zij lezingen, religieuze lessen en opleidingsupdates. De bijeenkomsten bieden ook ruimte voor discussie tussen de leden. Bij klachten bestaat er een klachten- en tuchtprocedure, al is die volgens Dr. Joseph Spitzer slechts zelden nodig.

Toestemming van beide ouders en nazorg

The Initiation Society vraagt dat mohelim schriftelijke toestemming krijgen van beide ouders vooraleer zij een bris uitvoeren. Ouders moeten ook schriftelijke instructies krijgen voor de nazorg. Daarbij hoort duidelijke informatie over hoe de mohel na de bris bereikbaar blijft. Wanneer een mohel weet dat hij nadien afwezig of niet bereikbaar zal zijn, moet hij vooraf regelen dat een collega beschikbaar is. Dr. Joseph Spitzer omschreef zijn eigen rol als opleiding, toezicht en begeleiding van de mohelim. Achter de schermen is hij dag en nacht beschikbaar voor vragen. Veel vragen gaan over de gezondheid van de baby voorafgaand aan de bris en over de vraag of de ingreep veilig kan doorgaan of beter wordt uitgesteld. Andere vragen komen na de bris. Die vragen bereiken hem niet alleen vanuit het Verenigd Koninkrijk, maar ook uit onder meer Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

Dialoog met politie en samenleving

The Initiation Society zoekt ook contact buiten de Joodse kring. In het Verenigd Koninkrijk bestaat een sterke lobby tegen besnijdenis. De organisatie ziet uitleg, opleiding en constructief overleg daarom als noodzakelijk. Vorige week hadden vertegenwoordigers van de organisatie nog een persoonlijke ontmoeting met de hoogste politiecommandant die verantwoordelijk is voor Noordwest-Londen. Die ontmoeting bood ruimte om dezelfde principes toe te lichten die tijdens de conferentiesessie aan bod kwamen: opleiding, toezicht, veiligheid, verantwoordelijkheid en zorgvuldige nazorg.

Religieuze vrijheid en verantwoordelijkheid

Dr. Joseph Spitzer plaatste brit milah in een brede religieuze context. Hij noemde de praktijk een van de meest fundamentele aspecten van het Joodse religieuze leven. Brit milah wordt volgens hem door bijna alle Joden beoefend, over verschillende vormen van religieuze betrokkenheid heen, en blijft een bepalende uitdrukking van Joodse identiteit en continuïteit. Voor sommige mensen binnen het jodendom en andere geloofstradities kan een rituele praktijk een van de laatste actieve uitingen zijn van hun religieuze erfgoed en identiteit. De kern van het Britse model ligt daardoor niet alleen in het beschermen van religieuze vrijheid, maar ook in het verzekeren dat de praktijk veilig, verantwoordelijk en in het belang van de betrokkenen gebeurt.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)