Internationale advocaten waarschuwen voor nieuwe druk op Ahmadi-asielzaken

26 juli 2026
Advocaten en mensenrechtenverdedigers uit Europa, de Verenigde Staten, Canada, Pakistan en andere landen zijn op zaterdag 25 juli 2026 in de namiddag bijeengekomen tijdens de Jalsa Salana UK in Hadeeqatul Mahdi, nabij Alton in Hampshire. De deelnemers bespraken de vervolging van Ahmadiyya-moslims, de gevolgen van de nieuwe Europese asielregels en de nood aan snellere uitwisseling van rechterlijke uitspraken, landeninformatie en juridisch bewijsmateriaal. Zij maakten ook afspraken over een internationale resolutie tegen discriminerende beslissingen van Pakistaanse balies.
Juridisch overleg tijdens de Jalsa Salana
De bijeenkomst vond plaats onder de benaming National Lawyers Meeting en werd mogelijk gemaakt binnen het programma van de Jalsa Salana UK. Aanwezig waren ervaren advocaten die Ahmadiyya-moslims en andere religieuze of maatschappelijke minderheden bijstaan in Pakistan, India, Zuidoost-Azië, Europa en Noord-Amerika. De vergadering begon met een stil gebed, waarbij iedere deelnemer volgens de eigen geloofsovertuiging kon bidden. Vanuit Nederland werd gewezen op een recht dat in Europese rechtsstaten als fundamenteel geldt: ieder mens moet een godsdienst kunnen kiezen, belijden, beoefenen en uitdragen zonder vervolging door de overheid of bedreiging door derden.
De deelnemers wilden niet uitsluitend ervaringen uitwisselen. Zij wilden een werkbaar juridisch netwerk opzetten dat advocaten in verschillende landen snel toegang geeft tot recente rechtspraak, landenrapporten en dossierstukken. Dat is vooral belangrijk wanneer een advocaat weinig voorbereidingstijd krijgt of wanneer een asielaanvraag aan de buitengrens via een versnelde procedure wordt behandeld.
Advocaten worden zelf doelwit
Amjad Mahmood Khan, advocaat en docent rechten uit Los Angeles, plaatste de vergadering in een bredere mensenrechtencontext. Hij wees erop dat niet alleen Ahmadi-advocaten deze dossiers behandelen. Ook juristen met een andere levensbeschouwing nemen zaken op van mensen die wegens hun geloof worden vervolgd. In Pakistan hebben advocaten volgens Khan met hun leven betaald voor de verdediging van gewetensgevangenen en andere slachtoffers van religieuze vervolging. Wanneer ook de raadsman wordt bedreigd of vermoord, komt niet alleen de veiligheid van één beroepsbeoefenaar in gevaar. Dan worden ook het recht op verdediging, een eerlijk proces en onafhankelijke rechtsbijstand aangetast.
Khan meldde dat op het moment van de vergadering acht Ahmadiyya-moslims als gewetensgevangenen vastzaten. Hij riep juristen buiten Pakistan op om voor hen op te treden via parlementen, rechtbanken, diplomatieke kanalen en internationale instellingen. In de Verenigde Staten gebeurt dat volgens hem onder andere via het Congres, in het Verenigd Koninkrijk via het parlement en internationaal via mensenrechtenfora in Genève.



Religieuze vrijheid geldt voor iedereen
Khan stelde dat de inzet van Ahmadiyya-organisaties niet beperkt blijft tot de rechten van de eigen geloofsgroep. Hij verwees naar optreden tegen antisemitisme, haat tegen minderheden en andere vormen van religieuze vijandigheid. Ook sprak hij over de historische aanwezigheid van Ahmadiyya-moslims in Haifa en Kababir en over contacten in Jeruzalem en Gaza. Na de aanvallen van 7 oktober kwamen volgens hem binnen één week ongeveer 400 mensen naar de Ahmadi-moskee voor gesprekken over vrede en veiligheid. Een groot deel van hen kwam uit de Israëlische en Joodse bevolking.
In dat verband verwees Khan ook naar Sir Muhammad Zafarullah Khan, de eerste minister van Buitenlandse Zaken van Pakistan, voormalig voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en voormalig president van het Internationaal Gerechtshof. Hij beschreef hem als een jurist en diplomaat die vanaf de beginjaren van de Verenigde Naties opkwam voor de rechten van verschillende bevolkingsgroepen. Daarmee wilde Khan aantonen dat de verdediging van minderheden al lange tijd deel uitmaakt van de internationale inzet van Ahmadiyya-juristen.
Documentatie bepaalt wat juridisch mogelijk is
Brett G. Scharffs, hoogleraar rechten aan Brigham Young University en directeur van het International Center for Law and Religion Studies, prees het documentatiewerk van het International Human Rights Committee. Hij wees erop dat betrouwbare verslagen, namen, data, rechterlijke stukken en getuigenissen nodig zijn om misbruik juridisch aan te tonen. Zonder degelijk dossier kan een advocaat moeilijk een zaak opbouwen, een overheid ter verantwoording roepen of internationale aandacht vasthouden.
Scharffs verwees ook naar een conferentie die twee weken eerder in Windsor Castle was gehouden met deelnemers uit de Ahmadiyya-, bahá’í- en jezidi-tradities. Het doel daarvan was na te gaan hoe religieuze groepen die vervolging ondervinden vanuit een diaspora steun kunnen bieden aan mensen in hun land van herkomst. De ervaringen van Ahmadiyya-moslims en bahá’ís werden daarbij besproken als mogelijke lessen voor jezidi-organisaties.
Tijdens de Jalsa ontmoette Scharffs een overlevende van een recente aanval op een Ahmadi-moskee die door het geweld een oog had verloren. Voor hem maakte die ontmoeting duidelijk dat het niet om een theoretisch debat gaat, maar om concrete aanvallen met blijvende lichamelijke en menselijke gevolgen.
Scharffs wees daarnaast op de aanwezigheid van Farid Fachruddin Saenong uit Indonesië, die verbonden is aan de Istiqlal-moskee in Jakarta en werkzaam is op het terrein van opleiding en religieuze vorming. Zijn publieke steun werd gezien als belangrijk omdat Indonesië de grootste moslimbevolking ter wereld heeft. Scharffs beschreef de Jalsa Salana als een plaats waar deelnemers kracht putten uit hun samenzijn en daarna opnieuw hun maatschappelijke en juridische werk opnemen.
Nieuwe Europese asielregels baren zorgen
Een Nederlandse asieladvocaat die als Thomas werd voorgesteld, waarschuwde voor de gevolgen van het Europese Migratie- en Asielpact, dat sinds 12 juni 2026 wordt toegepast. Onder de nieuwe regels kan een verplichte grensprocedure worden gebruikt voor asielzoekers uit landen waarvan het gemiddelde Europese erkenningspercentage onder 20 procent ligt. Pakistan bevindt zich onder die drempel.
De advocaat legde uit dat dit niet betekent dat iedere Pakistaanse asielaanvraag automatisch ongegrond is. Iedere zaak moet afzonderlijk worden beoordeeld. Hij waarschuwde wel dat aanvragers aan de grens in een procedure terecht kunnen komen die sneller verloopt en waarin advocaten minder tijd hebben om bewijs, landeninformatie, medische stukken en verklaringen bijeen te krijgen. Daardoor kan het moeilijker worden om de persoonlijke risico’s van een Ahmadiyya-moslim tijdig en afdoende aan te tonen.
Die algemene statistische drempel botst volgens hem met de inhoud van bestaande landeninformatie over Pakistan. Daarin worden verschillende risicogroepen genoemd, waaronder Ahmadiyya-moslims, christenen, Hazara, politieke activisten, atheïsten en lhbti-personen. Een laag gemiddeld erkenningspercentage voor alle Pakistaanse aanvragen zegt daarom niet automatisch iets over het gevaar dat één bepaalde aanvrager wegens geloof, afkomst, politieke overtuiging of seksuele gerichtheid kan ondervinden.

Grensdetentie en versnelde afwijzing
De Nederlandse advocaat verwees naar twee cliënten die als Ahmadiyya-moslims bescherming vroegen. Hij had bij de immigratiedienst aangedrongen op hun vrijlating, maar kreeg aanvankelijk te horen dat hun aanvragen kennelijk ongegrond konden worden verklaard en dat voortzetting van grensdetentie mogelijk was. Hij verzette zich daartegen door te wijzen op de eigen landeninformatie van de overheid, waarin Ahmadiyya-moslims als risicogroep worden genoemd. Na discussie werden de cliënten vrijgelaten.
Volgens de advocaat toont dit voorbeeld hoe snel een algemene procedurele categorie kan botsen met de individuele feiten van een dossier. De nieuwe regels maken daarom internationale kennisuitwisseling dringender. Een junior advocaat die voor het eerst een Ahmadi-asielzaak behandelt, moet meteen toegang kunnen krijgen tot recente rechterlijke uitspraken, betrouwbare landenrapporten en bruikbare processtukken uit andere lidstaten. Vertaling naar het Engels kan daarbij voorkomen dat belangrijke rechtspraak binnen één nationaal rechtssysteem blijft steken.
Pakistaanse balies onder zware kritiek
Een tweede hoofdthema was de rol van Pakistaanse balies en advocatenverenigingen. Tijdens de vergadering werd meegedeeld dat een juridisch dossier 69 resoluties bevat van balies bij het Supreme Court, High Courts en districtsrechtbanken. Die resoluties zouden Ahmadiyya-moslims willen beletten om Eid te vieren, thuis te bidden of lid te worden van bepaalde balies. Sommige teksten zouden rechtstreeks aan politie en overheid vragen om religieuze handelingen te verhinderen en strafrechtelijk op te treden.
De organisatoren zeiden dat zij beschikken over kopieën van de betrokken resoluties en over een rapport dat door een ervaren Pakistaanse advocaat is samengesteld. Dat materiaal zal digitaal aan de aanwezige juristen worden bezorgd. De vergadering beschouwde het als bijzonder ernstig wanneer beroepsorganisaties die de rechtsstaat en onafhankelijke verdediging behoren te dragen, zelf druk uitoefenen om burgers op grond van hun geloof uit te sluiten.
De zorgen gaan ook over verklaringen waarin Ahmadi-advocaten bij toetreding tot een balie afstand zouden moeten nemen van hun geloof. Zulke voorwaarden raken rechtstreeks aan de vrijheid van godsdienst, de toegang tot een beroep en het beginsel dat iedere advocaat zonder religieuze discriminatie moet kunnen werken.
Internationale resolutie in voorbereiding
De aanwezige advocaten spraken af om een gezamenlijke resolutie voor te bereiden. Een eerste ontwerp zal per e-mail worden verspreid, waarna de deelnemers de formulering juridisch kunnen beoordelen en aanpassen. Daarna volgt een vergadering via Zoom. Juristen die de uiteindelijke tekst steunen, zullen worden uitgenodigd om te ondertekenen.
De resolutie moet worden gericht aan de regering van Pakistan, de Chief Justice en andere bevoegde rechterlijke instanties. Ook de Verenigde Naties en Europese instellingen in Brussel moeten een afschrift ontvangen. De kernvraag zal zijn hoe rechtbanken en overheden kunnen toelaten dat balies discriminerende eisen stellen, religieuze vieringen willen blokkeren en politieoptreden tegen Ahmadiyya-moslims vragen.
Daarna willen de deelnemers het dossier voorleggen aan nationale balies in onder andere Nederland, Luxemburg, Roemenië en de Verenigde Staten. Die beroepsorganisaties kunnen zelf standpunten aannemen en hun bezorgdheid rechtstreeks aan de Pakistaanse autoriteiten overmaken. Zo moet de reactie niet beperkt blijven tot één internationale tekst, maar ook vanuit afzonderlijke nationale juridische instellingen komen.
Thierry Valle wil EU en VN inschakelen
Thierry Valle, voorzitter van CAP Freedom of Conscience, legde uit dat betrouwbare documentatie noodzakelijk is voor zijn werk bij de Verenigde Naties en Europese instellingen. Hij krijgt via het International Human Rights Committee dossiers en concrete gevallen waarmee hij delegaties, commissies en diplomaten kan informeren. Volgens Valle heeft juridisch optreden weinig betekenis wanneer namen, data, beslissingen en getuigenissen ontbreken.
Valle stelde dat eventuele resoluties van Pakistaanse balies moeten worden getoetst aan verdragen die Pakistan heeft ondertekend. Zodra de gezamenlijke tekst gereed is, wil hij het materiaal gebruiken om reacties uit te lokken bij de Europese Unie, de Verenigde Naties en verantwoordelijken voor de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging. Hij riep de deelnemers op om in ieder land de bevoegde gezant, diplomatieke dienst of overheidsinstantie te identificeren en daar de dossiers van het International Human Rights Committee voor te leggen.
Hij wees erop dat aanbevelingen aan Pakistan niet uitsluitend de Ahmadiyya-moslims ten goede komen. Ook christenen, sikhs en andere groepen die door extremisme, discriminatie of geweld worden getroffen, kunnen baat hebben bij duidelijke internationale aanbevelingen over godsdienstvrijheid, foltering, een eerlijk proces en bescherming tegen haat.
Petitie over de Europese handelsvoordelen
Een deelnemer meldde dat al een verzoekschrift bij het Europees Parlement was ingediend over de GSP+-status van Pakistan en de behandeling van Ahmadiyya-moslims. Die handelsregeling geeft Pakistan gunstige toegang tot de Europese markt, maar is gekoppeld aan de uitvoering van internationale verdragen over mensenrechten, arbeidsrechten, goed bestuur en andere verplichtingen.
De deelnemer stelde voor om niet bij één verzoekschrift te blijven, maar ook een meer uitgewerkt juridisch voorstel aan de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement voor te leggen. Hij verwees eveneens naar eerder werk met Global Human Rights Defence in Den Haag en naar een afzonderlijk dossier over kinderarbeid in Pakistan. De betrokken juristen willen nagaan hoe die trajecten naast de geplande internationale resolutie kunnen worden gebruikt.
Van ontmoeting naar blijvend juridisch contact
Aan het einde van de vergadering wisselden de advocaten contactgegevens uit. Het International Human Rights Committee zal het rapport over de Pakistaanse balies, een ontwerptekst voor de resolutie en verdere praktische informatie bezorgen. De aangekondigde Zoomvergadering moet de tekst juridisch verfijnen en bepalen welke instanties in elk land worden aangeschreven.
Bronnen:
Internationale advocatenbijeenkomst tijdens Jalsa Salana UK, 25 juli 2026.
International Human Rights Committee
Jalsa Salana UK.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


