Günther Claes vraagt langetermijnplan tegen droogte in Diksmuide

31 juli 2026
Günther Claes, boomdeskundige, ondernemer en vertegenwoordiger van Diksmuide Voorop, pleit op vrijdag 31 juli 2026 in Diksmuide voor een langetermijnvisie op landbouw, waterbeheer, bodemgezondheid en landschapsinrichting. De aanhoudende droogte, de gevolgen voor landbouw en bomen en bezoeken aan de landbouwbeurs van Libramont en de bosbouwbeurs Demo Forest in Bertrix vormden de aanleiding voor zijn oproep. Günther Claes wil landbouw en natuur niet tegenover elkaar plaatsen, maar landbouwers betrekken bij maatregelen die hun bedrijven weerbaarder kunnen maken.
Landbouw en bosbouw staan voor dezelfde vragen
De landbouwbeurs van Libramont bracht tienduizenden landbouwers, loonwerkers, onderzoekers, bedrijven en beleidsmakers samen rond technologische ontwikkelingen en de toekomst van de landbouw. Enkele dagen later bezocht Günther Claes Demo Forest in Bertrix, de grootste bosbouwbeurs van de Benelux. Daar stonden duurzaam bosbeheer, bosbouwtechnieken, natuurbeheer en de toekomst van bossen centraal. Günther Claes stelde vast dat landbouw en bosbouw met gelijkaardige problemen worden geconfronteerd. Langere droge periodes zetten bodems, gewassen, jonge aanplantingen en volwassen bomen onder druk. Beide sectoren moeten volgens Günther Claes zoeken naar manieren om water langer vast te houden en hun bodems beter te beschermen.
Landschap tussen Westhoek en Ardennen zet aan tot nadenken
Tijdens de verplaatsing tussen de Westhoek, Libramont en Bertrix keek Günther Claes vooral naar de inrichting van het landschap. Bossen, houtkanten, heggen, bomenrijen, landbouwpercelen en weilanden liggen er dicht bij elkaar. Het heuvelachtige reliëf zorgde er historisch voor dat veel landschapselementen behouden bleven. Günther Claes merkte ook op dat runderen er vaak buiten grazen, terwijl koeien in het landschap van de Westhoek volgens hem minder zichtbaar zijn geworden. Günther Claes stelt niet voor om het landbouwmodel van de Ardennen rechtstreeks naar de Westhoek over te brengen. Hij vraagt wel om te onderzoeken welke elementen bruikbaar zijn voor landbouwbedrijven in en rond Diksmuide.
Bomen en houtkanten krijgen een landbouwfunctie
Agrobosbouw kan volgens Günther Claes bijdragen aan een betere waterhuishouding en een gezondere bodem. Bomen, heggen en houtkanten kunnen water vasthouden, erosie beperken en percelen beschermen tegen extreme weersomstandigheden. Günther Claes wil daarom dat deze landschapselementen opnieuw een duidelijke functie krijgen binnen het landbouwgebied. Dat moet gebeuren in overleg met landbouwers en met aandacht voor de economische werking van hun bedrijven. Bestaande aanplantingen, herstelprojecten en initiatieven rond erosiebestrijding en waterbeheer zijn volgens Günther Claes waardevol, maar hij vraagt of die maatregelen vandaag deel uitmaken van één samenhangend beleid voor de komende jaren.
Gezonde bodem houdt regenwater langer vast
Een gezonde bodem functioneert volgens Günther Claes als een spons. Regenwater kan erin infiltreren en tijdens droge periodes geleidelijk beschikbaar blijven voor planten en gewassen. Elke hoeveelheid water die in de bodem terechtkomt, hoeft later niet opnieuw te worden opgepompt. Günther Claes verwijst daarbij naar een studie van Soil Capital waaraan onderzoekers van de KU Leuven meewerkten. Landbouwbedrijven die in bodemgezondheid investeerden, zouden tijdens de uitzonderlijke droogte van 2023 minder opbrengstverlies hebben geleden dan bedrijven met minder weerbare bodems. Bodemzorg voorkomt geen droogte, maar kan volgens Günther Claes wel helpen om de gevolgen voor landbouwbedrijven te beperken.
Exportproductie roept vragen over watergebruik op
Günther Claes vraagt ook aandacht voor de bestemming van landbouwproducten uit de streek. Een aanzienlijk deel van de vruchtbare landbouwgrond wordt volgens Günther Claes gebruikt voor productie die op internationale markten is gericht. Hij verwijst onder andere naar de grootschalige aardappelverwerking en delen van de intensieve veehouderij. Die activiteiten zorgen voor economische opbrengsten en werkgelegenheid. Toch wil Günther Claes dat wordt onderzocht hoe grond en waterreserves in de toekomst worden ingezet. Zijn standpunt is geen pleidooi tegen export of tegen landbouwers. Het is een oproep om economische rendabiliteit, voedselproductie, bodemgebruik en beschikbaar water op lange termijn samen te beoordelen.
Landbouwers moeten centrale partners blijven
Landbouwers zijn volgens Günther Claes niet het probleem, maar een onmisbare partner bij het zoeken naar oplossingen. Zij ervaren de gevolgen van droogte rechtstreeks en beschikken over praktische kennis van hun percelen. Landbouwers weten waar water blijft staan, waar grond snel uitdroogt en waar erosie ontstaat. Günther Claes verzet zich daarom tegen maatregelen die zonder overleg van bovenaf worden opgelegd. Landbouwers moeten volgens Günther Claes ondersteuning en ruimte krijgen om te investeren in bodemgezondheid, waterinfiltratie, houtkanten, bomen en andere maatregelen die hun bedrijven bestand maken tegen droge periodes en hevige regenval.
Diksmuide moet keuzes maken vóór een nieuw tekort
Günther Claes vindt dat Diksmuide als belangrijke landbouwstad een bijzondere verantwoordelijkheid draagt. Het beleid mag volgens Günther Claes niet wachten tot een volgend watertekort leidt tot noodmaatregelen en vergaderingen van droogtecommissies. De voorbereiding moet eerder beginnen, met bodems die regenwater kunnen opnemen, percelen die minder snel uitdrogen en landbouwers die financieel en praktisch worden ondersteund. Günther Claes vraagt daarom een duidelijke visie waarin landbouw, natuur, waterbeheer en landschapsontwikkeling elkaar versterken. De keuzes die vandaag worden gemaakt, bepalen volgens Günther Claes hoe de Westhoek er over twintig jaar uitziet.
Bronnen:
E-mail van Günther Claes van 31 juli 2026
Opiniebijdrage “Diksmuide kan het verschil maken in tijden van droogte” van Günther Claes
Integrale opiniebijdrage:
Diksmuide kan het verschil maken in tijden van droogte
Wat de landbouwbeurs van Libramont en de bosbouwbeurs Demo Forest mij leerden over de landbouw van morgen
Soms leer je op een beurs veel bij.
Soms leer je nog meer op de weg naar huis.
Vorige week stond de landbouwbeurs van Libramont opnieuw volledig in het teken van de toekomst van onze landbouw. Tienduizenden landbouwers, loonwerkers, onderzoekers, bedrijven en beleidsmakers ontmoetten er elkaar om ideeën uit te wisselen, innovaties te ontdekken en vooruit te kijken. Ook heel wat mensen uit de Westhoek maakten de verplaatsing naar de grootste openluchtlandbouwbeurs van Europa.
Zelf bezocht ik enkele dagen later Demo Forest in Bertrix, de grootste bosbouwbeurs van de Benelux. Waar Libramont volledig in het teken stond van de landbouw, draaide het in Bertrix om duurzaam bosbeheer, innovatieve bosbouwtechnieken, natuurbeheer en de toekomst van onze bossen.
Als boomdeskundige viel het mij op hoe landbouw en bosbouw, ondanks hun verschillende context, vandaag met opvallend gelijkaardige uitdagingen worden geconfronteerd. Hoe maken we onze bodems weerbaarder? Hoe gaan we om met langere periodes van droogte? En hoe zorgen we ervoor dat landbouw én bosbouw ook binnen twintig of dertig jaar nog even sterk zijn?
Tijdens de terugrit bleef uiteindelijk niet één machine of demonstratie door mijn hoofd spoken.
Wel het landschap waardoor ik reed.
Wie vanuit Vlaanderen richting Libramont en Bertrix rijdt, ziet hoe landbouw, bossen, houtkanten, bomenrijen en heggen al generaties lang met elkaar verweven zijn. Niet omdat daar ooit bewust voor een bepaald landbouwmodel werd gekozen, maar omdat het landschap historisch zo gegroeid is. Het heuvelachtige reliëf maakte grootschalige landbouw minder vanzelfsprekend, waardoor veel van die landschapselementen bewaard bleven.
Misschien lag de belangrijkste les van beide beurzen uiteindelijk niet op de beursvloer, maar onderweg tussen de Westhoek en Libramont, waar het landschap zelf toont hoe landbouw, bomen en natuur elkaar al generaties lang versterken.
Wat mij vooral opviel, was hoe vanzelfsprekend het leek dat koeien buiten graasden. Bijna in elke weide zag je runderen. Dat beeld zette mij aan het denken.
Ook in onze streek waren koeien vroeger veel vaker zichtbaar in het landschap. Vandaag lijkt dat beeld almaar uitzonderlijker te worden. Natuurlijk besef ik dat de bedrijfsvoering, de economische realiteit en de beschikbare gronden niet één op één vergelijkbaar zijn. Misschien bestaan daar goede verklaringen voor. Maar het is wel een vraag die we opnieuw mogen durven stellen wanneer we nadenken over de landbouw van morgen.
Daarmee bedoel ik niet dat de Westhoek de Ardennen moet worden. Wel dat we veel meer mogen onderzoeken hoe bomen, houtkanten en andere landschapselementen opnieuw een volwaardige plaats kunnen krijgen in ons landbouwlandschap. Dergelijke vormen van agrobosbouw of agroforestry kunnen bijdragen aan een betere waterhuishouding, een gezondere bodem en een landbouw die beter bestand is tegen extreme weersomstandigheden. Misschien ligt daar wel één van de sleutels voor de toekomst.
De voorbije weken werd opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar Vlaanderen is voor langdurige droogte. Waterlopen staan laag, landbouwers kijken bezorgd naar hun gewassen en ook bomen krijgen het steeds moeilijker.
Als boomdeskundige zie ik die gevolgen dagelijks. Jonge bomen slaan moeilijk aan, volwassen bomen verliezen vroeger hun bladeren of sterven gedeeltelijk af. Maar even goed spreek ik landbouwers die zich zorgen maken over hun opbrengsten en de toenemende onzekerheid waarmee ze elk seizoen worden geconfronteerd.
Dat bevestigt voor mij één ding.
De klimaatverandering kiest geen kant.
Ze treft landbouwers.
Ze treft bossen.
Ze treft natuurgebieden.
En uiteindelijk treft ze ons allemaal.
Daarom geloof ik niet in een verhaal waarin landbouw en natuur tegenover elkaar worden geplaatst.
Integendeel.
Een sterke landbouw heeft nood aan gezonde bodems, voldoende water en een landschap dat helpt om extreme droogte én hevige regenval op te vangen.
Niet minder landbouw.
Wel een landbouw die sterker, weerbaarder en toekomstbestendig wordt.
Libramont liet opnieuw zien hoe snel de landbouw evolueert. Precisielandbouw, digitalisering, robotisering en slimme machines zullen ongetwijfeld een belangrijk deel van de oplossing zijn.
Maar misschien lag de belangrijkste innovatie deze keer niet op de beurs.
Misschien lag ze gewoon onder onze voeten.
Een gezonde bodem werkt als een spons. Hij neemt regenwater op wanneer het nat is en geeft dat tijdens droge periodes geleidelijk opnieuw af. Elke druppel die in de bodem infiltreert, is een druppel die we later niet opnieuw moeten oppompen.
Ook de wetenschap bevestigt steeds vaker wat veel landbouwers al langer ervaren. Een recente studie van Soil Capital, waaraan ook onderzoekers van de KU Leuven meewerkten, toont aan dat landbouwbedrijven die investeren in bodemgezondheid tijdens de uitzonderlijke droogte van 2023 aanzienlijk minder opbrengstverlies leden dan bedrijven met minder weerbare bodems.
Een gezonde bodem voorkomt droogte niet.
Maar ze maakt landbouw wel veel weerbaarder.
En precies daar ligt volgens mij de grootste uitdaging voor de toekomst.
Toch mogen we onszelf ook enkele moeilijke vragen durven stellen.
Vandaag gebruiken we een aanzienlijk deel van onze vruchtbare landbouwgrond voor een productie die in belangrijke mate gericht is op internationale export. Denk bijvoorbeeld aan de grootschalige aardappelverwerking of delen van de intensieve veehouderij.
Dat heeft onze streek ongetwijfeld economische welvaart gebracht en zorgt voor veel werkgelegenheid. Maar tegelijk mogen we ons afvragen hoe we onze schaarse ruimte en waterreserves in de toekomst het verstandigst inzetten.
Dat is geen pleidooi tegen export.
En al zeker niet tegen onze landbouwers.
Wel een uitnodiging om eerlijk na te denken over hoe we economische rendabiliteit, voedselproductie en klimaatrobuustheid ook op lange termijn met elkaar kunnen verzoenen.
Want de fabel dat we al onze landbouwgrond nodig hebben om onze eigen voedselvoorziening veilig te stellen, klopt eenvoudigweg niet. Een belangrijk deel van wat hier wordt geproduceerd, is bestemd voor buitenlandse markten. Dat maakt de vraag hoe we omgaan met onze bodem en ons water alleen maar relevanter.
Landbouwers zijn daarbij geen probleem dat moet worden opgelost.
Integendeel.
Zij behoren net tot de eersten die de gevolgen van de klimaatverandering ondervinden. Zij kennen hun bodem beter dan wie ook. Zij weten waar water blijft staan, waar percelen uitdrogen en waar erosie optreedt.
Net daarom moeten landbouwers een centrale partner zijn in de oplossingen die we zoeken.
Niet door van bovenaf alles op te leggen.
Wel door samen te bouwen aan een landbouw die economisch sterk én klimaatrobuust is.
Als grootste landbouwgemeente van West-Vlaanderen heeft Diksmuide daarin een bijzondere verantwoordelijkheid.
Gelukkig gebeuren vandaag al heel wat goede zaken. Er worden houtkanten aangeplant, landschapselementen hersteld en projecten rond natuur, erosiebestrijding en waterbeheer opgestart. Die inspanningen verdienen erkenning.
Maar tegelijk mogen we ons de vraag stellen of al die initiatieven vandaag deel uitmaken van één duidelijke langetermijnvisie.
Hoe maken we onze landbouw weerbaarder tegen droogte?
Hoe zorgen we ervoor dat meer regenwater in onze bodem terechtkomt?
Hoe ondersteunen we landbouwers die willen investeren in klimaatrobuuste oplossingen?
En hoe geven we bomen, houtkanten en andere landschapselementen opnieuw een volwaardige plaats in ons landbouwlandschap, waar ze zowel de natuur als de landbouw ten goede komen?
Dat zijn volgens mij de vragen die vandaag centraal moeten staan.
Niet wanneer de volgende droogte zich aandient.
Maar nu.
Te vaak denken we pas na over water wanneer er een tekort dreigt. Dan komen droogtecommissies samen, worden noodmaatregelen genomen en proberen we de schade te beperken.
Dat is noodzakelijk.
Maar echte toekomstpolitiek begint veel vroeger.
Ze begint bij een gezonde bodem.
Bij regenwater dat opnieuw kan infiltreren.
Bij landschappen die weerbaarder worden.
En bij landbouwers die de ruimte krijgen om daarin mee het verschil te maken.
Na mijn bezoek aan Libramont en Demo Forest dacht ik niet alleen na over nieuwe machines of innovatieve technieken.
Ik dacht vooral na over onze streek.
Over onze landbouw.
En over de keuzes die wij vandaag maken.
De Westhoek is altijd een streek geweest van mensen die niet afwachten tot problemen zichzelf oplossen, maar vooruitdenken en de handen uit de mouwen steken.
Laat ons dat ook nu doen.
Niet door landbouw en natuur tegenover elkaar te plaatsen.
Wel door opnieuw bondgenoten van elkaar te maken.
Want de keuzes die we vandaag maken, bepalen hoe onze streek er binnen twintig jaar zal uitzien.
Voor onze landbouw.
Voor ons water.
Voor onze natuur.
En voor de generaties die na ons komen.
De volgende droogte begint vandaag.
De oplossing begint met de keuzes die we vandaag durven maken
Günther Claes
Boomdeskundige (ETW) – Ondernemer
Diksmuide Voorop
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


