Van Autipas tot Europese richtlijn: de lange weg achter EDC Fan Belgium

20 augustus 2026
De European Disability Card, doorgaans afgekort tot EDC, bevindt zich in 2026 op een bijzonder punt in haar geschiedenis. Wat jarenlang in België en zeven andere Europese landen als pilootproject functioneerde, heeft inmiddels een juridisch vervolg gekregen dat uiteindelijk voor de hele Europese Unie moet gelden. Achter die institutionele ontwikkeling ligt een veel langere voorgeschiedenis van vragen over herkenbaarheid, onzichtbare beperkingen, toegang tot diensten, communicatie met overheden en hulpverlening. In België duikt daarbij de naam van Pieter Paul Moens uit Lebbeke telkens opnieuw op. Zijn vroege pleidooi voor een Vlaamse Autipas ging vooraf aan de Belgische EDC, terwijl vanaf 2019 EDC Fan Belgium zich steeds nadrukkelijker toelegde op bekendmaking van de kaart en contacten met lokale besturen, politici, Europese instellingen, politie, zorgsector en andere betrokken diensten. De periode van 2019 tot 2026 kan daarom moeilijk worden begrepen zonder terug te keren naar de vraag die bijna twintig jaar geleden al op tafel lag: hoe kan iemand met een zichtbare of onzichtbare beperking op een eenvoudige en waardige manier aantonen dat aangepaste ondersteuning nodig kan zijn, zonder telkens medische documenten te moeten voorleggen?
Oktober 2007: de Autipas komt op de politieke agenda
In oktober 2007 kwam het principe van een Autipas aan bod in het Vlaams Parlement. Helga Stevens stelde toen een vraag aan Vlaams minister Steven Vanackere over sensibilisering rond autisme. In Nederland en Engeland bestonden systemen waarbij iemand via een persoonlijke pas informatie kon geven die nuttig kon zijn bij contact met hulpverleners, leerkrachten, overheidsinstanties, zorgverleners of in crisissituaties. Stevens vroeg uitdrukkelijk of Vlaanderen de invoering van een dergelijke Autipas overwoog en of hierover op Europees niveau initiatieven bestonden. Vanackere antwoordde dat hij het VAPH om advies had gevraagd over de wenselijkheid van een Vlaamse toepassing. Daarmee werd een vraag die aanvankelijk sterk gekoppeld was aan autisme en onzichtbare ondersteuningsnoden voor het eerst formeel binnen het Vlaamse beleidsniveau besproken. De oorspronkelijke gedachte was praktisch: iemand die onder stress, tijdens een interventie of in een onbekende omgeving niet gemakkelijk kan uitleggen welke ondersteuning nodig is, zou over een eenvoudig herkenningsmiddel moeten kunnen beschikken. In de jaren daarna zou die vraag breder worden dan autisme alleen.
Van een specifieke Autipas naar een bredere erkenningskaart
De jaren na 2007 tonen hoe het oorspronkelijke idee steeds ruimer werd bekeken. Waar een Autipas vooral vertrok vanuit specifieke problemen die personen met autisme konden ervaren, groeide de beleidsdiscussie naar een instrument dat bruikbaar moest zijn voor personen met uiteenlopende zichtbare en onzichtbare beperkingen. In 2012 en 2013 kwam een bredere Handipas ter sprake. Een krantenartikel van 26 juni 2013 liet zien dat er toen al geruime tijd vragen bestonden over de invoering van één loket en een algemene erkenningskaart. Staatssecretaris Philippe Courard had plannen aangekondigd, maar de uitvoering liep vertraging op. Helga Stevens kaartte dat opnieuw aan. De politieke discussie ging daardoor niet langer uitsluitend over één specifieke doelgroep, maar over de vraag hoe personen met verschillende beperkingen gemakkelijker toegang konden krijgen tot goederen, diensten en redelijke aanpassingen. Het achterliggende vraagstuk bleef hetzelfde: een erkenning bestaat administratief, maar de persoon moet die erkenning in het dagelijkse leven ook op een eenvoudige manier kunnen gebruiken.
2014 en 2015: België kijkt steeds nadrukkelijker naar Europa
In 2014 werd de discussie gekoppeld aan Europese plannen rond een zogenaamde InclEUsive Card. Daardoor kwam het idee van een Belgische kaart steeds nadrukkelijker binnen een Europees kader terecht. België diende in september 2015 een project voor de European Disability Card in. In december 2015 werd vervolgens een overeenkomst met de Europese Commissie gesloten waarin de prioriteiten, doelstellingen en voorwaarden voor Europese cofinanciering werden vastgelegd. Dat detail is belangrijk voor de historische reconstructie. De EDC kwam niet plots in 2017 uit het niets. Voor de Belgische lancering waren jaren van ideeën, parlementaire vragen, beleidsbesprekingen, Europese contacten, administratieve voorbereiding en financieringsafspraken nodig. Het protocol dat later werd gesloten, verwijst zelf uitdrukkelijk naar het Belgische project van september 2015 en naar de overeenkomst met de Europese Commissie van december 2015.
10 oktober 2016: een Belgisch protocol maakt de samenwerking concreet
Op 10 oktober 2016 werd een protocolakkoord voor het project afgesloten. Het document droeg de namen van Elke Sleurs voor de federale staat, Jo Vandeurzen voor Vlaanderen, Maxime Prévot voor Wallonië, Céline Frémault voor de Franse Gemeenschapscommissie en Antonios Antoniadis voor de Duitstalige Gemeenschap. Daarmee kreeg de Belgische samenwerking een bestuurlijke structuur. Het protocol bepaalde dat de betrokken overheden het project gezamenlijk zouden ontwikkelen en uitvoeren. De FOD Sociale Zekerheid kreeg een centrale rol bij de coördinatie en het financiële beheer. Ook de financiering werd uitgesplitst. Voor 2016 was een bijdrage voorzien van 49.115,05 euro van de federale overheid, 68.325,65 euro van Vlaanderen, 35.927,70 euro van Wallonië, 9.569,25 euro van de Franse Gemeenschapscommissie en 779,29 euro van de Duitstalige Gemeenschap. De kaart werd in deze fase in de eerste plaats opgevat als bewijs van erkenning waarmee houders in België en deelnemende landen toegang konden krijgen tot voordelen zoals kortingen, gratis toegang of diensten binnen cultuur, vrije tijd en sport. Het protocol toont daardoor ook waar het oorspronkelijke Belgische EDC-model zijn grenzen had: noodsituaties, politiecontacten en zorgverlening stonden nog niet centraal in de operationele toepassing.
2017: technische problemen tonen hoe moeilijk een eenvoudige kaart kan zijn
Een informatieve nota voor lokale besturen uit 2017 geeft een bijzonder inzicht in de praktische voorbereiding. De kaart moest een eenvoudig bewijs van erkenning bieden zonder dat de concrete aard van de beperking op de kaart zelf hoefde te worden vermeld. Dat was belangrijk voor de privacy. De nota wees erop dat personen met een niet-zichtbare beperking voordien soms moeite hadden om hun situatie aannemelijk te maken en daarvoor medische documenten gebruikten. De EDC moest dat vereenvoudigen. De kaart zou aanvankelijk bruikbaar zijn in België, Cyprus, Estland, Finland, Italië, Malta, Roemenië en Slovenië. De lancering liep echter vertraging op. De gegevensuitwisseling tussen regionale en federale administraties en de Kruispuntbank Sociale Zekerheid moest technisch worden geregeld. Problemen met het softwaresysteem Curam hadden bijkomende gevolgen en de administratie moest terugvallen op het oudere Tetra-systeem. Ook het hologram op de kaart vergde technische voorbereiding. Wat voor de gebruiker uiteindelijk een kleine kaart in de portefeuille is, vereiste achter de schermen dus gegevensstromen, administratieve afspraken, beveiliging, financiering en samenwerking tussen verschillende bestuursniveaus.
Lokale besturen kregen vanaf het begin een sleutelrol
Dezelfde nota maakte duidelijk dat lokale besturen nooit louter toeschouwer waren. Gemeenten konden zwembaden, bibliotheken, culturele instellingen, sportvoorzieningen en andere gemeentelijke diensten aansporen om voordelen of aangepaste dienstverlening aan EDC-houders te bieden. Ook lokale ondernemingen konden worden aangemoedigd om mee te werken. De bedoeling was dat deelnemende organisaties zich registreerden, zodat burgers konden nagaan waar de kaart werd aanvaard en welke aanpassingen of voordelen beschikbaar waren. Lokale besturen kregen eveneens de opdracht om burgers te informeren. Dat element loopt als een rode draad door de latere geschiedenis van EDC Fan Belgium. Een kaart kan juridisch bestaan, maar wanneer medewerkers aan een loket, in een sportcentrum, bij een museum, in een ziekenhuis of bij een andere dienst niet weten wat ze betekent, blijft een aanzienlijk deel van haar praktische waarde onbenut.
Oktober 2017: België begint met het pilootmodel
In oktober 2017 werd de kaart in België publiek gelanceerd, met onder andere activiteiten in Plopsaland De Panne en Brussel. België behoorde tot de landen die het Europese pilootmodel toepasten. De eerste kaart was vooral gericht op cultuur, sport en vrije tijd. Dat was tegelijk vooruitgang en een beperking. De EDC kon een officieel bewijs bieden zonder dat iemand telkens andere attesten hoefde voor te leggen, maar de praktische toepassing hing sterk af van organisaties die vrijwillig voordelen of aangepaste voorwaarden aanboden. Voor Pieter Paul Moens bleef vooral het vraagstuk van herkenbaarheid bij politie, hulpverlening, zorg en noodsituaties belangrijk. Dat was ook het terrein waarop de vroegere Autipasgedachte een andere oorsprong had dan de eerste EDC: de Autipas was juist sterk vanuit communicatieproblemen en crisissituaties gedacht, terwijl het Europese pilootmodel in 2017 voornamelijk toegang tot culturele, sportieve en recreatieve activiteiten regelde.
2019: EDC Fan ontstaat omdat een kaart alleen onvoldoende is
In mei 2019 werd de Facebookpagina van EDC Fan opgericht. Daarmee begon een nieuwe fase. De inzet verschoof steeds nadrukkelijker van het bestaan van de kaart naar de vraag of overheden, organisaties en burgers de kaart ook daadwerkelijk kenden. Dat onderscheid is essentieel. Een kaart kan formeel worden ingevoerd, maar zolang houders bij iedere organisatie opnieuw moeten uitleggen wat de kaart betekent, blijft de administratieve erkenning losstaan van de dagelijkse praktijk. EDC Fan richtte zich daarom op bekendmaking, contacten met beleidsmakers en het aansporen van organisaties om de kaart te erkennen. De periode vanaf 2019 kan worden gezien als een langdurige campagne om de afstand tussen formeel beleid en dagelijkse toepassing kleiner te maken.
Nathalie Muylle roept lokale besturen op om partner te worden
In 2019 volgde een belangrijke federale oproep aan lokale besturen. Minister Nathalie Muylle wees erop dat België sinds 1 november 2017 deelnam aan het Europese pilootproject en dat op dat ogenblik ruim 50.000 kaarten waren afgeleverd. Gemeentelijke diensten werden aangespoord om cultuur, sport en vrijetijdsactiviteiten toegankelijker te maken en zich als partner te registreren. Organisaties konden zelf bepalen welke bijzondere voorwaarden zij aanboden. Dat kon bijvoorbeeld gaan om verminderd tarief, gratis toegang, aangepaste rondleidingen of audiovisuele ondersteuning. Na registratie konden partners ook materiaal krijgen om lokaal kenbaar te maken dat de EDC werd aanvaard. De Nederlandse en Franstalige versies van die brief tonen dat de federale overheid uitdrukkelijk lokale deelname wilde stimuleren.
De brief uit 2019 roept in 2026 nog altijd een relevante vraag op
Die federale oproep is vandaag historisch interessant, maar ze roept ook een bestuurlijke vraag op. Wanneer lokale besturen toen werden gevraagd om de kaart actief bekend te maken en hun diensten te laten deelnemen, is het relevant om per gemeente na te gaan welke concrete opvolging daarop kwam. Werd de kaart opgenomen in gemeentelijke communicatie? Werden sporthallen, zwembaden, cultuurcentra, bibliotheken en toeristische diensten geregistreerd? Kregen personeelsleden informatie? Werden lokale ondernemingen aangesproken? En bleef die kennis behouden wanneer personeel, bevoegdheden of bestuursploegen veranderden? Uit de algemene documenten kan niet worden afgeleid wat iedere afzonderlijke gemeente precies met de oproep heeft gedaan. Daarvoor zijn gemeentelijke dossiers, collegebesluiten, communicatiearchieven en registratiegegevens nodig. Het zou daarom fout zijn om uit een huidige partnerlijst automatisch af te leiden dat een gemeente nooit deelnam. De latere wijziging van de EDC-website maakt die historische vergelijking namelijk ingewikkelder.
2020: de pandemie remt publieke campagnes af
Kort na de eerste periode van EDC Fan veranderde de maatschappelijke situatie ingrijpend door de coronapandemie. Voor een initiatief dat sterk afhankelijk was van persoonlijke contacten, evenementen, bezoeken, politieke gesprekken en publiekscampagnes betekende dat een moeilijke periode. Tegelijk veranderde de pandemie ook het debat over toegankelijkheid. Contact met overheid, zorg en dienstverlening verliep vaker digitaal, terwijl mensen die extra ondersteuning nodig hadden opnieuw konden botsen op communicatieproblemen. De EDC bleef bestaan, maar de vraag hoe bekend de kaart bij diensten was, verdween daarmee niet.
2021: aandacht voor de kaart binnen politiecontext
In maart 2021 kwam de EDC opnieuw nadrukkelijk in beeld binnen de context van politie en binnenlandse zaken. Minister Annelies Verlinden maakte de kaart bekend bij de politie. Dat sloot aan bij een vraag die al veel vroeger rond de Autipas was gesteld: wat gebeurt er wanneer een persoon met een niet-zichtbare beperking tijdens een politiecontact anders reageert dan een medewerker verwacht? Een kaart vervangt opleiding, professionele beoordeling of communicatie uiteraard niet, maar herkenning kan helpen om sneller te begrijpen dat aangepaste benadering nodig kan zijn. Voor EDC Fan was dit terrein bijzonder relevant omdat de inzet nooit uitsluitend over korting bij een museum of pretpark ging. Het ging eveneens om erkenning op momenten waarop misverstanden ingrijpende gevolgen kunnen hebben.
9 juni 2022: de Kamer vraagt bredere bekendheid
Op 9 juni 2022 kreeg de bekendmaking van de EDC opnieuw politieke aandacht. Een resolutie van Nahima Lanjri over een betere bekendmaking en een ruimer gebruik van de kaart werd unaniem aangenomen in de Kamer. De achterliggende boodschap was duidelijk: de waarde van een erkenningskaart wordt mede bepaald door het aantal mensen, diensten en organisaties dat ermee kan omgaan. De discussie verschoof daardoor steeds verder van de vraag of België een kaart moest hebben naar de vraag hoe de kaart werkelijk ingebed moest worden in dienstverlening en beleid.
November 2022: een nieuwe website zorgt ook voor een breuk in de partnerlijst
Op 25 november 2022 verstuurde het EDC-team van de FOD Sociale Zekerheid een bericht aan bestaande partners met de vraag zich opnieuw te registreren voor de vernieuwde website. Organisaties, verenigingen, instellingen en bedrijven moesten een nieuw aanmeldingsformulier invullen om in de vernieuwde lijst op eudisabilitycard.be te worden opgenomen. Zodra de registratie was verwerkt en de nieuwe website operationeel was, zou een bevestiging volgen. Dit administratieve detail heeft belangrijke gevolgen wanneer vandaag naar oude partnerlijsten wordt gekeken. De vernieuwde website betekende in de praktijk dat organisaties opnieuw actie moesten ondernemen om zichtbaar te blijven in de nieuwe databank.
Waarom die herregistratie historisch belangrijk is
Het systeem van herregistratie kan verklaren waarom een organisatie die vroeger deelnam later niet noodzakelijk nog in een nieuwe online lijst terug te vinden was. Contactgegevens veranderen. Een ambtenaar gaat met pensioen, verhuist naar een andere dienst of verlaat de organisatie. Een persoonlijk e-mailadres dat jaren eerder voor registratie werd gebruikt, kan later niet langer worden opgevolgd. Dat betekent niet automatisch dat iedere verdwenen vermelding op die manier verklaard kan worden, maar het maakt wel duidelijk waarom de huidige databank geen foutloos historisch archief van alle vroegere partners is. Voor gemeentelijk onderzoek is dat onderscheid belangrijk. Wie vandaag wil nagaan of een lokaal bestuur in 2019 gevolg gaf aan de oproep van Nathalie Muylle, moet dus niet uitsluitend kijken naar de huidige website. Oude e-mails, gemeentelijke verslagen, communicatie en registratiegegevens zijn daarvoor minstens even relevant.
13 december 2022: vernieuwde website en nieuwe aandacht voor inclusie
Op 13 december 2022 lanceerden de FOD Sociale Zekerheid en minister Karine Lalieux de vernieuwde EDC-website tijdens een bijeenkomst in Mini-Europe in Brussel. Pieter Paul Moens was daar volgens het aangeleverde historische overzicht eveneens aanwezig. De vernieuwde website moest informatie begrijpelijker en toegankelijker aanbieden en vormde tegelijk het begin van een nieuwe partnerregistratie. Daarmee kwam communicatie opnieuw centraal te staan. De EDC was tegen dan al vijf jaar in gebruik in België, maar het systeem vereiste nog altijd actieve bekendmaking bij burgers en organisaties.
2023: van pilootproject naar Europese wetgeving
September 2023 bracht een fundamentele wijziging in het Europese dossier. De Europese Commissie stelde een juridisch kader voor dat de EDC en de Europese parkeerkaart uiteindelijk in alle EU-lidstaten wederzijds erkend moest maken. Daarmee kwam de overgang van een beperkt pilootproject naar Europese regelgeving op gang. Voor EDC Fan betekende dat dat jarenlange vragen over grensoverschrijdende erkenning niet langer alleen via vrijwillige deelname van een beperkt aantal landen hoefden te worden bekeken. Tegelijk werden de eisen aan overheden groter. Europese erkenning heeft weinig waarde wanneer burgers in een andere lidstaat wel juridisch recht op dezelfde behandeling hebben, maar medewerkers van diensten de kaart niet herkennen. In december 2023 volgde binnen het EDC Fan-traject ook een gesprek met Lydia Mutyebele Ngoi, die toen schepen van Gelijke Kansen in Brussel was en in 2024 naar de Kamer zou overstappen.
2024: EDC Fan zoekt rechtstreeks contact in het Europees Parlement
Op 6 maart 2024 bracht EDC Fan een bezoek aan het Europees Parlement in Brussel, waar gesprekken plaatsvonden met Monica Semedo en Cindy Franssen. Zulke contacten pasten binnen een strategie die op verschillende bestuursniveaus tegelijk werd gevoerd: lokale besturen, federale beleidsmakers en Europese volksvertegenwoordigers. In de daaropvolgende maanden werd het dossier op Europees niveau formeel afgerond. Het Europees Parlement keurde op 24 april 2024 de nieuwe regels goed met 613 stemmen voor, 7 tegen en 11 onthoudingen. Daarmee lag het parlementaire standpunt vast voor een Europese kaart die in de lidstaten onder gemeenschappelijke regels wederzijds moet worden erkend.
Een jaar met campagnes, gesprekken en publieke zichtbaarheid
Naast het parlementaire werk bleef EDC Fan in 2024 inzetten op rechtstreekse contacten en publieke aandacht. In mei werd over de kaart gesproken bij Génération Engagée in Brussel. In augustus verscheen de EDC volgens het aangeleverde overzicht in communicatie rond de Olympische Spelen in Parijs. In september was er contact met Miss België 2024 Kenza Ameloot. In november volgden ontmoetingen met Georges-Louis Bouchez en Vlaams minister Melissa Depraetere tijdens een G-sportactiviteit in Kortrijk. Zulke ontmoetingen hebben op zichzelf geen wetgevende kracht, maar ze tonen hoe de bekendmakingscampagne voortdurend buiten één politieke of administratieve kring werd gehouden. Het doel was steeds opnieuw hetzelfde: ervoor zorgen dat de EDC niet uitsluitend bekend is bij de mensen die de kaart zelf gebruiken.
Oktober en november 2024: de Europese richtlijn krijgt haar definitieve vorm
De Raad van de Europese Unie nam de nieuwe richtlijnen op 14 oktober 2024 aan. Richtlijn 2024/2841 werd op 23 oktober 2024 ondertekend en op 14 november 2024 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Daarmee werd het Europese kader juridisch vastgelegd. De richtlijn regelt de Europese kaart voor personen met een beperking en de Europese parkeerkaart en verplicht de lidstaten om de Europese kaart wederzijds te erkennen als bewijs van een erkende status of van een recht op specifieke diensten op basis van een beperking. De Europese uitbreiding is daardoor niet langer afhankelijk van de vrijwillige deelname die het oude pilootproject kenmerkte.
Wat overweging 41 zegt over onzichtbare beperkingen en noodsituaties
Voor de geschiedenis van de Autipas en de latere inzet van EDC Fan is vooral overweging 41 van Richtlijn 2024/2841 opvallend. Daarin erkennen het Europees Parlement en de Raad uitdrukkelijk dat misverstanden, communicatiebarrières en gebrek aan kennis ertoe kunnen leiden dat personen met een beperking, in het bijzonder mensen met een niet-zichtbare beperking, niet altijd passende ondersteuning krijgen. De tekst noemt daarbij openbaar vervoer, contacten met nationale autoriteiten en noodsituaties. De lidstaten moeten overheidsinstanties en particuliere dienstverleners bewustmaken van het bestaan en het gebruik van de kaarten en moeten aandacht besteden aan opleiding en bewustmaking. Daarmee is een probleem dat in het Autipasdebat van 2007 al aan bod kwam uiteindelijk ook terug te vinden in de motivering van de Europese regelgeving van 2024. Dat betekent niet dat de EDC een medisch dossier wordt. Het betekent wel dat Europa formeel erkent dat een kaart alleen werkt wanneer de mensen aan de andere kant van een loket, interventie of dienstverlening begrijpen waarvoor ze dient. (EUR-Lex)
De EDC is geen kaart waarop een diagnose moet staan
Dat onderscheid verdient bijzondere aandacht. Reeds in de Belgische voorbereidingsnota van 2017 werd privacy als voordeel genoemd: de concrete beperking hoefde niet op de kaart te staan. De kaart diende als bewijs van een erkende status, zodat medische attesten niet telkens opnieuw moesten worden getoond. De Europese richtlijn volgt hetzelfde basisprincipe. De EDC bewijst een erkende status of een recht op specifieke diensten; zij is niet automatisch een document dat aan politie, hulpdiensten of ziekenhuizen een medische diagnose bekendmaakt. Dat is belangrijk bij uitspraken over de toekomstige rol van de kaart. De Europese regelgeving maakt erkenning, bewustmaking en betere behandeling in noodsituaties relevanter, maar medische gegevensbescherming en het bewijs van een beperking zijn twee verschillende zaken.
3 december 2024: EDC Fan bij Roberta Metsola
Op 3 december 2024, de Internationale Dag van Personen met een Beperking, kwam de EDC opnieuw onder de aandacht in het Europees Parlement. Pieter Paul Moens en leden van EDC Fan hadden daar contact met Europees Parlementsvoorzitter Roberta Metsola, samen met vertegenwoordigers uit organisaties zoals de European Union of the Deaf, Autism-Europe en het European Disability Forum. Voor een initiatief dat in 2019 als fanpagina was begonnen, illustreerde die aanwezigheid hoe sterk het werkterrein was uitgebreid. Van gemeentelijke partnerlijsten en lokale promotie was het netwerk in enkele jaren tijd ook terechtgekomen bij Europese instellingen en grote belangenorganisaties.
2025: de aandacht verschuift naar uitvoering
Na de publicatie van de richtlijn veranderde de aard van het werk. Het centrale vraagstuk was niet langer of Europa een gemeenschappelijke kaart zou invoeren, maar hoe de lidstaten de regels zouden omzetten en hoe instellingen ermee zouden leren werken. In februari 2025 volgde een bezoek aan het kabinet van Lien Van de Kelder in Antwerpen, samen met Natascha Ummels. In mei waren er contacten met de Kamerleden Catherine Delcourt en Julie Taton en gesprekken met onder anderen Nawal Farih en Sammy Mahdi. In juni ontmoette EDC Fan Miss België 2025 Karen Jansen. Op donderdag 26 juni 2025 vonden contacten plaats met de kabinetten van Binnenlandse Zaken, Rob Beenders en Frank Vandenbroucke. In juli volgde een vergadering met Stad Veurne en Michèle Note. Deze reeks illustreert dat EDC Fan zich niet beperkte tot één beleidsniveau of één sector. Politie, sociale zaken, volksgezondheid, lokale besturen en publieke bekendheid werden naast elkaar benaderd.
België begint ondertussen aan de omzetting van de Europese regels
Ook achter de schermen begon de Belgische overheid met de omzetting van de richtlijnen. De FOD Sociale Zekerheid kreeg een coördinerende rol omdat de bevoegdheid voor erkenning van personen met een beperking over verschillende Belgische bestuursniveaus is verdeeld. Eind 2025 lag er een ontwerp van samenwerkingsakkoord. Dat ontwerp werd op 17 december 2025 goedgekeurd door de Interministeriële Conferentie Handicap en vormt de basis voor verdere omzetting in Belgische wetgeving in 2026 en 2027. Daardoor wordt opnieuw zichtbaar waarom de EDC in België bestuurlijk zoveel afstemming vraagt: federale instellingen en verschillende deelgebieden moeten tot regels komen die samen aansluiten op één Europese richtlijn. (rapportannuel.socialsecurity.belgium.be)
20 maart 2026: gesprek met Hadja Lahbib
Op 20 maart 2026 vertegenwoordigde Pieter Paul Moens het EDC Fan-team in Brussel tijdens activiteiten rond jongeren met een beperking op Europees niveau. Daarbij vond een ontmoeting plaats met Europees commissaris Hadja Lahbib, bevoegd voor gelijkheid en crisisbeheer. De context is inhoudelijk belangrijk omdat de EDC tegen dan steeds nadrukkelijker werd besproken als onderdeel van bredere Europese toegankelijkheid en gelijke behandeling. De Europese Commissie werkte eveneens aan communicatie rond de toekomstige kaart en de verdere invoering in de lidstaten. Voor EDC Fan was dat opnieuw een gelegenheid om aandacht te vragen voor praktische herkenning bij diensten en voor personen met een niet-zichtbare beperking.
10 juli 2026: Belgische regering zet opnieuw een juridische stap
Op 10 juli 2026 keurde de federale ministerraad, op voorstel van minister Rob Beenders, een ontwerp van samenwerkingsakkoord en een voorontwerp van instemmingswet goed voor de gedeeltelijke omzetting van twee Europese EDC-richtlijnen. Richtlijn 2024/2841 verplicht lidstaten onder andere om bevoegde instanties aan te wijzen voor de afgifte, verlenging en intrekking van de kaart. Richtlijn 2024/2842 breidt de regeling uit tot onderdanen van derde landen die legaal in een EU-lidstaat verblijven. Voor België is een samenwerkingsakkoord noodzakelijk omdat de bevoegde erkenningsinstanties op verschillende bestuursniveaus werken. De federale staat, Vlaanderen, Wallonië, de Duitstalige overheid en de bevoegde Brusselse instanties moeten daarvoor samenwerken. Daarmee bevindt de invoering zich in augustus 2026 duidelijk niet langer in een fase van politieke intenties alleen: de juridische en administratieve omzetting is bezig. (Nieuws België)
2027 en 2028 worden de beslissende uitvoeringsjaren
De Europese richtlijn legt duidelijke termijnen vast. De lidstaten moeten uiterlijk op 5 juni 2027 de nodige nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aannemen en publiceren. Die regels moeten vanaf 5 juni 2028 worden toegepast. Vanaf dat moment moet het nieuwe Europese systeem operationeel worden volgens de richtlijn. Dat betekent dat 2026 en 2027 vooral jaren van omzetting, technische voorbereiding, bevoegdheidsafspraken, communicatie en opleiding zijn. Voor burgers is 2028 daarom de datum waarop de nieuwe Europese regeling in de praktijk zichtbaar moet worden. De oude pilootfase en het nieuwe wettelijke systeem kunnen niet met elkaar worden verward: België beschikt al sinds 2017 over een EDC, maar de Europese verplichting voor alle lidstaten volgt een ander juridisch tijdschema. (EUR-Lex)
Van korting naar een bredere vraag over gelijkwaardige behandeling
De geschiedenis van de EDC laat een opvallende inhoudelijke verschuiving zien. In de Belgische nota van 2017 lag de nadruk sterk op korting, gratis toegang, aangepaste rondleidingen en deelname aan sport, cultuur en vrije tijd. In de Europese richtlijn van 2024 staat nog altijd gelijke toegang tot bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandeling centraal, maar tegelijk wordt veel nadrukkelijker rekening gehouden met niet-zichtbare beperkingen, communicatieproblemen, vervoer, nationale autoriteiten en noodsituaties. Dat maakt de kaart niet automatisch tot een zorgpas of medisch identificatiemiddel. Wel wordt de maatschappelijke context waarin de kaart moet functioneren aanzienlijk ruimer bekeken dan bij de Belgische pilootstart.
De oude Autipasgedachte blijkt daardoor nog steeds relevant
Juist daardoor krijgt de geschiedenis van 2007 opnieuw betekenis. De vraag die toen in het Vlaams Parlement werd gesteld, ging niet in de eerste plaats over een korting aan de ingang van een museum. Het ging over herkenbaarheid in contacten waarin iemand moeite kon hebben om uit te leggen wat er aan de hand was. Bijna twee decennia later erkent Europese regelgeving dat misverstanden en communicatiebarrières in contact met autoriteiten en in noodsituaties reële problemen kunnen veroorzaken voor personen met een niet-zichtbare beperking. De instrumenten zijn veranderd, het juridische kader is veel breder geworden en de EDC geldt voor uiteenlopende beperkingen, maar een deel van het oorspronkelijke probleem is herkenbaar gebleven.
EDC Fan Belgium begint in 2019, maar de voorgeschiedenis begint veel vroeger
Daarom moeten twee geschiedenissen uit elkaar worden gehouden. EDC Fan Belgium ontstond volgens de aangeleverde historiek in mei 2019. De voorgeschiedenis van de ideeën waarvoor Pieter Paul Moens zich inzette, gaat terug tot de periode van de Autipas, de parlementaire vragen vanaf 2007, de Handipasdiscussie, de Europese InclEUsive Card, het Belgische project van 2015, het protocol van 2016 en de Belgische lancering van 2017. Wie alleen naar EDC Fan vanaf 2019 kijkt, mist dus een belangrijk deel van het verhaal. Wie daarentegen beweert dat één persoon of één actiegroep de volledige Europese regelgeving heeft gerealiseerd, zou eveneens te ver gaan. De uiteindelijke richtlijn is het resultaat van werk door Europese instellingen, nationale overheden, parlementen, administraties en organisaties die personen met een beperking vertegenwoordigen. De aantoonbare betekenis van Moens en EDC Fan ligt vooral in de lange duur van hun pleidooi, het vroeg aankaarten van herkenningsproblemen en hun blijvende druk om de kaart buiten de oorspronkelijke recreatieve context bekend te maken.
De rol van vrijwilligers mag niet worden verward met die van de overheid
EDC Fan kan organisaties aanschrijven, ministers aanspreken, politici informeren, campagnes voeren en praktijkproblemen signaleren. De juridische verantwoordelijkheid ligt echter bij overheden. Europese instellingen maken Europese regels. Lidstaten moeten die omzetten. Bevoegde administraties moeten kaarten afleveren en procedures organiseren. Lokale besturen beslissen hoe zij hun eigen dienstverlening toegankelijk maken. Politie- en zorgorganisaties zijn verantwoordelijk voor opleiding en interne procedures. Dat onderscheid is belangrijk omdat personen met een beperking niet afhankelijk mogen worden van de toevallige inzet van enkele vrijwilligers om rechten die wettelijk bestaan ook daadwerkelijk te kunnen gebruiken.
De opdracht voor gemeenten is daardoor nog lang niet afgesloten
Voor lokale besturen ligt er een duidelijke vraag. In 2017 kregen zij informatie over hun mogelijke rol. In 2019 volgde een federale oproep om de EDC te erkennen en lokale voorzieningen als partner te registreren. In 2022 veranderde de registratieomgeving. Vanaf 2024 bestaat een Europese richtlijn die informatie, toegankelijkheid en bewustmaking nadrukkelijker regelt. Tegen 2028 komt daar een EU-brede toepassing bij. Gemeenten die destijds weinig met de kaart deden, krijgen dus opnieuw een reden om hun beleid te bekijken. Gemeenten die vroeger wel actief waren, moeten nagaan of die kennis na personeelswissels en nieuwe registraties nog aanwezig is.
Bekendheid bij hulpdiensten vraagt opleiding, niet alleen een kaart
Voor politie, brandweer, ambulancediensten, ziekenhuizen en andere hulpverleners is dezelfde nuance nodig. Het tonen van een EDC kan een aanwijzing zijn dat iemand een erkende beperking heeft, maar een kaart kan nooit iedere situatie verklaren. Niet-zichtbare beperkingen kunnen zeer verschillend zijn. De passende reactie hangt af van de persoon, de omstandigheden en de beschikbare informatie. De waarde van de Europese regelgeving ligt daarom mede in het feit dat zij bewustmaking en opleiding koppelt aan het gebruik van de kaart. Een medewerker moet niet alleen weten hoe een EDC eruitziet, maar ook begrijpen waarom iemand bijvoorbeeld anders communiceert, langer nodig heeft om een instructie te verwerken of ondersteuning nodig heeft om een situatie te begrijpen.
Een Europese kaart lost nationale verschillen niet automatisch op
Ook vanaf 2028 zullen niet alle voorzieningen in alle landen identiek worden. De Europese richtlijn beoogt vooral dat iemand tijdens een kort verblijf in een andere lidstaat onder dezelfde voorwaarden toegang krijgt tot bijzondere voorwaarden of voorkeursbehandeling als een vergelijkbare rechthebbende in dat gastland. Dat betekent dat de EDC wederzijdse erkenning regelt, maar niet iedere korting, dienstverlening of aanpassing in heel Europa gelijk maakt. Nationale en lokale systemen blijven dus relevant. Voor gebruikers is duidelijke informatie daarom noodzakelijk. Een kaart die overal wordt herkend is een belangrijke basis, maar mensen moeten ook kunnen nagaan welke rechten en voorwaarden op een bepaalde plaats gelden.
De geschiedenis toont vooral hoe langzaam erkenning in praktijk kan doordringen
Tussen de parlementaire vraag over een Autipas in oktober 2007 en de Europese toepassing die vanaf juni 2028 is voorzien, ligt een traject van ruim twintig jaar. Daarin kwamen verschillende namen, regeringen, ministers, administraties en Europese instellingen voorbij. Er waren plannen die vertraagden, technische problemen, een Belgisch protocol, een pilootfase, lokale oproepen, een vernieuwde website, parlementaire resoluties, campagnes van EDC Fan, Europese onderhandelingen en uiteindelijk bindende regelgeving. Dat lange verloop maakt één zaak duidelijk: de invoering van een kaart is eenvoudiger dan ervoor zorgen dat iedere relevante medewerker weet wat die kaart betekent.
De vraag van 2019 blijft daarom actueel in 2026
Toen EDC Fan in 2019 begon, was de kaart in België al ingevoerd. Zeven jaar later bestaat er Europese wetgeving en werkt België aan de omzetting ervan. Toch is de centrale vraag nog herkenbaar: wat heeft iemand aan een kaart wanneer de dienst waarvoor hij of zij staat ze niet kent? De komende twee jaar zullen daarom even belangrijk zijn als de juridische goedkeuring zelf. Tegen 5 juni 2028 moet Europa niet alleen kaarten kunnen afleveren. Overheden, lokale besturen, vervoersmaatschappijen, culturele instellingen en andere dienstverleners moeten ook weten hoe zij ermee moeten omgaan. Precies daar ligt de overgang van een beleidsdocument naar iets dat in het dagelijkse leven verschil kan maken.
Bronnen:
Protocolakkoord project European Disability Card, afgesloten op 10 oktober 2016.
Informatieve nota European Disability Card voor lokale besturen, 2017.
Brief van minister Nathalie Muylle over erkenning als EDC-partner.
FOD Sociale Zekerheid, bericht van 25 november 2022 over hernieuwde inschrijving op de EDC-website.
Vlaams Parlement, vraag om uitleg van Helga Stevens aan Steven Vanackere, vergadering van 23 oktober 2007. (Vlaams Parlement)
Europees Parlement, goedkeuring Europese Disability en Parking Cards, 24 april 2024. (Europese Parlement)
Raad van de Europese Unie, aanneming van de nieuwe richtlijnen, 14 oktober 2024. (Consilium)
Richtlijn (EU) 2024/2841, gepubliceerd op 14 november 2024. (EUR-Lex)
FOD Sociale Zekerheid, informatie over de Belgische omzetting. (rapportannuel.socialsecurity.belgium.be)
Federale ministerraad, beslissing van 10 juli 2026 over de gedeeltelijke omzetting van de EDC-richtlijnen. (Nieuws België)
Historische documenten, krantenknipsels, beelden en chronologie aangeleverd door Pieter Paul Moens.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


