Toen een grap in Zuid-Korea mij op mijn vijftigste een levensles gaf (opinie)

21 september 2026

Sommige ernstige gedachten kondigen zich niet aan tijdens een officiële toespraak. Ze ontstaan tussen twee foto’s, tijdens een lachbui of in een grap die mensen blijven herhalen. Dat gebeurde met mij op zaterdag 19 september 2026, tijdens de laatste dag van het HWPL-programma in Zuid-Korea. Tussen gesprekken over vrede, jongeren, religie en internationale samenwerking hoorde ik telkens dezelfde Engelse zin: “There is nothing wrong with being small.” Er is niets mis mee om klein te zijn. Aanvankelijk moest ik er vooral om lachen. Later besefte ik dat die eenvoudige zin precies op mijn vijftigste verjaardag een vraag bij mij opriep die veel verder ging dan mijn lengte: waarom zijn wij zo bang om klein, onopvallend of gewoon menselijk te zijn?

De grap die in mijn hoofd bleef zitten

Op die laatste dag werd veel gelachen. Deelnemers maakten foto’s, zochten elkaar op voor een laatste gesprek en probeerden afscheid te nemen van mensen met wie in korte tijd een hechte band was ontstaan. Ook ik grapte, maakte foto’s en vroeg speels om vijftig verjaardagskussen. De zin over klein zijn paste perfect in die luchtige sfeer. Toch bleef hij bij mij hangen. Hoe vaker ik hem hoorde en zelf herhaalde, hoe duidelijker ik voelde dat er een levenswijsheid achter schuilging. Klein zijn wordt in onze samenleving vaak voorgesteld als een tekort. Wie klein begint, moet groeien. Wie weinig bereik heeft, moet bekender worden. Wie lokaal werkt, moet internationaal uitbreiden. Wie geen indrukwekkende titel draagt, moet hogerop. Alsof een mens pas werkelijk meetelt wanneer hij groter, rijker, machtiger of zichtbaarder wordt.

Wij worden voortdurend geleerd dat groter beter is

Grotere bedrijven, duurdere auto’s, ruimere woningen, hogere functies, extra geld, extra invloed en grote aantallen volgers worden voorgesteld als tekenen van succes. Zelfs sociale en vredesorganisaties worden soms bijna uitsluitend beoordeeld op cijfers. Hoeveel leden hebben zij? In hoeveel landen zijn zij actief? Hoeveel projecten beheren zij? Hoe groot is hun budget? Hoeveel belangrijke mensen kennen zij? Zulke cijfers kunnen nuttige informatie geven, maar zij vertellen nooit het hele verhaal. De omvang van een organisatie zegt niet automatisch iets over haar betrouwbaarheid. Een groot publiek bewijst niet dat iemand iets waardevols vertelt. Een indrukwekkende functie maakt iemand niet vanzelf rechtvaardig. Een dure wagen vertelt niets over het karakter van de bestuurder. Grootte en menselijke waarde zijn niet hetzelfde.

Misschien willen wij groot zijn omdat wij bang zijn om onbelangrijk te worden

Ik begrijp het verlangen naar erkenning. Ieder mens wil voelen dat zijn aanwezigheid betekenis heeft. Wij weten dat ons leven eindig is en zoeken daarom naar bewijzen dat wij niet voor niets hebben geleefd. Een titel, onderscheiding, functie, uitnodiging of groot publiek kan bevestiging geven. Zij lijken tegen ons te zeggen dat wij gezien worden en dat ons werk telt. Daar is op zichzelf niets verkeerd aan. Er ontstaat pas gevaar wanneer wij uiterlijke erkenning nodig hebben om onze innerlijke waarde te kunnen voelen. Dan wordt het succes van iemand anders plots een bedreiging. Wanneer een ander een prijs krijgt, lijkt ons eigen werk minder belangrijk. Wanneer een collega een groter bereik haalt, lijkt ons publiek kleiner. Wanneer iemand anders wordt uitgenodigd, voelen wij ons afgewezen. Onze werkelijkheid veranderde niet. Alleen de vergelijking veranderde.

Vergelijking berooft ons van wat wij al hebben

Een mens kan tevreden zijn met zijn woning totdat hij een groter huis ziet. Hij kan trots zijn op zijn werk totdat een leeftijdsgenoot promotie krijgt. Een journalist kan dankbaar zijn voor duizend trouwe lezers totdat iemand anders honderdduizend mensen bereikt. Een organisatie kan overtuigd zijn van haar lokale inzet totdat zij een instelling ontmoet die in tientallen landen aanwezig is. Niets aan het eigen werk werd minder waardevol. Toch kan het plots zo aanvoelen. Vergelijking plaatst ons op een onzichtbare ranglijst waarop niemand ooit definitief wint. Er bestaat altijd iemand met extra geld, bekendheid, invloed, schoonheid of macht. Wie zijn geluk daarvan laat afhangen, loopt achter een eindpunt aan dat telkens opnieuw verschuift.

Een mens is geen cijfer op een scorebord

Onze samenleving houdt van ranglijsten. Leerlingen krijgen punten, werknemers worden beoordeeld, lonen worden vergeleken en online waardering wordt uitgedrukt in aantallen. Zelfs populariteit en uiterlijk worden gerangschikt. Toch kan geen enkele ranglijst meten wie ’s nachts bij een zieke ouder bleef zitten. Geen scorebord registreert wie een vriend ervan weerhield om op te geven. Er bestaat geen prijs voor de ouder die ondanks uitputting opnieuw naar zijn kind luistert. Niemand telt hoeveel keer een vrijwilliger een eenzame persoon heeft opgebeld. Het belangrijkste menselijke werk gebeurt vaak op plaatsen waar geen camera, applaus of jury aanwezig is.

Een klein gebaar kan een leven een andere richting geven

Een zaadje is klein en kan een boom worden. Een lucifer past in een hand en kan een bosbrand veroorzaken. Een virus is met het blote oog niet zichtbaar en kan landen ontregelen. Een leugen kan onschuldig lijken en jarenlang schade aanrichten. Een enkele zin kan zich vastzetten in het geheugen van iemand die het moeilijk heeft. Hetzelfde geldt voor vriendelijkheid. Een hand op een schouder, een onverwacht telefoontje, een stoel die voor een buitengesloten kind wordt vrijgehouden of een bezoek aan een eenzame oudere haalt zelden het nieuws. Voor de persoon die het gebaar ontvangt, kan het nochtans beslissend zijn. Klein betekent niet zonder gevolg. Soms zit de grootste menselijke betekenis juist in iets wat bijna niemand heeft gezien.

Ook een kleine organisatie kan noodzakelijk zijn

Tijdens internationale bijeenkomsten ontmoet ik organisaties die sterk van elkaar verschillen. Sommige beschikken over professionele kantoren, grote budgetten en honderden medewerkers. Andere steunen op enkele vrijwilligers die hun inzet met werk, gezin en persoonlijke verplichtingen proberen te verenigen. De verleiding bestaat om de grootste instelling automatisch het ernstigst te nemen. Toch zijn institutionele omvang en morele waarde twee verschillende zaken. Een kleine organisatie kan een probleem zichtbaar maken dat grote instellingen hebben gemist. Een lokale nieuwssite kan een verhaal brengen dat internationale media nooit bereikten. Een vrijwilliger kan toegang krijgen tot mensen die geen vertrouwen hebben in grote structuren. Een kleine vereniging kan voor haar leden belangrijker zijn dan een instelling met miljoenen euro’s op de rekening. Er is niets mis mee om klein te zijn. Er is alleen iets mis wanneer klein zijn als excuus wordt gebruikt om niets te proberen.

Groot willen lijken kan echte groei tegenhouden

Ik zie mensen en organisaties soms veel energie besteden aan het beeld van succes. Een fraaie brochure wordt dan belangrijker dan de resultaten. Een grote conferentie wordt voorgesteld als bewijs van maatschappelijke vooruitgang, terwijl na afloop weinig gebeurt. Duizenden volgers worden als invloed beschouwd, hoewel bijna niemand werkelijk luistert. Veel lawaai is niet hetzelfde als veel betekenis. Echte vooruitgang begint vaak stil. Zij groeit door voorbereiding, discipline, luisteren, fouten erkennen en opnieuw proberen. Niemand applaudisseert voor de uren waarin iemand documenten naleest, mensen opbelt, afspraken voorbereidt of na een teleurstelling opnieuw begint. Toch wordt precies daar het fundament gelegd.

Ook ik heb wortels nodig die niemand ziet

Karakter ontstaat niet alleen tijdens toespraken, vergaderingen of officiële plechtigheden. Wie ik werkelijk ben, blijkt vooral wanneer niemand kijkt. Blijf ik vriendelijk tegen iemand die mij niets kan opleveren? Houd ik mijn woord wanneer niemand mij ter verantwoording zal roepen? Durf ik toe te geven dat ik verkeerd zat? Kan ik iemand anders oprecht succes gunnen? Bied ik mijn excuses aan zonder onmiddellijk uit te leggen waarom de fout eigenlijk niet mijn schuld was? Zulke vragen leveren geen indrukwekkende berichten op sociale media op. Zij zeggen volgens mij wel veel over de mens die ik probeer te zijn.

Klein mogen zijn geeft mij vrijheid

Wanneer ik niet de grootste, bekendste of invloedrijkste hoef te zijn, ontstaat ruimte. Ik hoef niet iedere discussie te winnen. Ik hoef niet op elke uitnodiging in te gaan. Ik hoef niet iedereen van mijn gelijk te overtuigen. Niet elk moment van mijn leven hoeft zichtbaar te worden gemaakt. Een mens die voortdurend indruk probeert te maken, begint uiteindelijk voor zijn publiek te leven. Wie weet waarvoor hij staat, kan keuzes maken zonder bij iedere stap toestemming of goedkeuring te vragen. Kleinheid hoeft dan geen beperking te zijn. Zij kan mij bevrijden van de voortdurende druk om mezelf te bewijzen.

Mijn vijftigste verjaardag mocht ook gewoon grappig zijn

Op zaterdag 19 september 2026 vierde ik in Zuid-Korea mijn vijftigste verjaardag. Dat gebeurde tijdens een programma waarin ernstig werd gesproken over vrede, religie, jongeren en internationale samenwerking. Toch hoefde mijn verjaardag geen plechtige les over ouder worden te worden. Ik grapte, lachte, maakte foto’s en vroeg voor de grap om vijftig verjaardagskussen. Dat lijkt misschien een klein detail naast gesprekken over wereldvrede, maar ook daarin zit een waarheid. Een leven dat uitsluitend ernstig is, wordt ondraaglijk. Humor ontkent de pijn van de wereld niet. Soms helpt humor ons juist om die pijn te dragen. Soldaten lachen ondanks het gevaar. Patiënten lachen tussen behandelingen door. Mensen kunnen op een begrafenis huilen en even later glimlachen om een dierbare herinnering. Vreugde en verdriet sluiten elkaar niet uit. Zij kunnen tegelijk aanwezig zijn.

Om mezelf kunnen lachen maakt mij vrijer

Wie zichzelf voortdurend ernstig moet nemen, wordt een gevangene van zijn eigen imago. Iedere fout voelt dan als gezichtsverlies en iedere grap als een aanval op het zorgvuldig opgebouwde beeld. Zelfspot kan die spanning doorbreken. Een titel wordt even minder belangrijk. Een functie verliest haar afstand. Een ego krijgt opnieuw menselijke afmetingen. Wanneer mensen samen kunnen lachen, verdwijnen sommige hiërarchieën voor een ogenblik. Dan staan er geen voorzitters, directeurs, journalisten, professoren of protocolmedewerkers tegenover elkaar. Dan zijn er gewoon mensen die dezelfde vreugde delen. Precies daardoor kunnen gesprekken eerlijker en menselijker worden.

Misschien heeft vrede ook humor nodig

Humor mag oorlog, discriminatie of menselijk leed nooit belachelijk maken. Hij kan ons wel helpen afstand te nemen van ons eigen ego. Veel conflicten worden erger omdat niemand gezichtsverlies wil lijden. Elke partij moet winnen. Iedere fout moet worden ontkend. Iedere toegeving voelt als een nederlaag. Wie af en toe om zichzelf kan lachen, hoeft niet elk gevecht te winnen om zichzelf te blijven respecteren. Relativeringsvermogen is geen zwakte. Het kan een echte vredesvaardigheid zijn. Het maakt ruimte om te luisteren, fouten te erkennen en een tegenstander opnieuw als mens te bekijken.

Wij hoeven niet allemaal uitzonderlijk te worden

Een kind hoeft geen wereldleider te worden om een waardevol leven te leiden. Een journalist hoeft geen miljoenenpubliek te bereiken om één noodzakelijk verhaal te schrijven. Een vredesproject hoeft niet op vijf continenten actief te zijn om in één school een verschil te maken. Een mens hoeft niet door de geschiedenis te worden herinnerd wanneer hij diep wordt herinnerd door de mensen die hem liefhadden. Misschien leggen wij onszelf te veel druk op met de overtuiging dat een betekenisvol leven ook een uitzonderlijk leven moet lijken. Betekenis ontstaat niet uitsluitend in grote prestaties. Zij zit ook in betrouwbaarheid, zorg, trouw en de moed om aanwezig te blijven wanneer het moeilijk wordt.

Gewoon goed zijn is al moeilijk genoeg

Een betrouwbare vriend zijn. Een goede ouder proberen te blijven. Eerlijk handelen wanneer oneerlijkheid gemakkelijker lijkt. Luisteren zonder onmiddellijk zelf het woord te nemen. Een zwakkere niet vernederen. Een belofte nakomen. Vergiffenis vragen. Iemand helpen zonder daar persoonlijk voordeel uit te halen. Het lijken kleine handelingen. Toch zou de wereld er anders uitzien wanneer wij ze iedere dag werkelijk ernstig namen. Veel grote problemen beginnen bij kleine vormen van onverschilligheid, vernedering en eigenbelang. Het omgekeerde geldt eveneens. Talloze kleine daden van respect kunnen vertrouwen herstellen.

Een kleine vrede is ook vrede

Wij spreken vaak over wereldvrede, internationale verdragen en onderhandelingen tussen regeringen. Dat blijft noodzakelijk. Toch begint vrede ook dichter bij huis. Voor iemand die al tien jaar ruzie heeft met zijn broer kan één verzoening een enorme vrede betekenen. Voor een gepest kind kan één klasgenoot die ernaast gaat zitten het verschil maken. Voor twee religieuze groepen kan één gezamenlijke maaltijd een eerste stap zijn. Voor een eenzame oudere kan één bezoek belangrijker zijn dan honderd internationale verklaringen. Geen van die gebeurtenissen haalt waarschijnlijk het wereldnieuws. Zij blijven klein. Juist daarom mogen wij hun waarde niet onderschatten.

Ik hoef niet de grootste of de luidste te zijn

“There is nothing wrong with being small.” Op mijn vijftigste verjaardag in Zuid-Korea begon die zin als een grap, maar ik nam hem mee als een persoonlijke les. Ik hoef niet de grootste te worden. Ik hoef niet de luidste stem te hebben. Ik hoef niet bij iedere gelegenheid aan het hoofd van iets te staan. De vraag is niet hoe groot mijn plaats in deze wereld is. De vraag is wat ik met die plaats doe, wie ik ermee help en welke waarden ik er verdedig. Misschien geldt dat voor ieder van ons. Een kaars is klein. Zij vraagt geen applaus en maakt geen lawaai. Wanneer het donker genoeg wordt, ziet iedereen haar licht.

Bronnen:
Persoonlijke waarnemingen van Andy Vermaut tijdens het HWPL-programma in Zuid-Korea
Persoonlijke bijdrage van Andy Vermaut van 19 september 2026

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)