Achterstelling bij gepensioneerden van Vlaamse administratie zet werking onder druk

22 april 2026
Voor 11.000 tot 12.000 gepensioneerden van de Vlaamse administratie rijzen vragen over de manier waarop activiteiten, middelen en inspraak geregeld zijn voor oud-personeelsleden van de Vlaamse Overheid. De kritiek richt zich op de Sociale Dienst van het Vlaams Ministerie en op de vzw Gepensioneerdenvereniging voor het Vlaams Overheidspersoneel. Daarbij staat de vraag centraal of alle gepensioneerden op gelijke wijze worden behandeld en of de werking voldoende gecontroleerd wordt.
Seniorendagen bereiken slechts beperkte groep
De Sociale Dienst van het Vlaams Ministerie is een autonome vzw die door de vakbonden wordt bestuurd. Voor gepensioneerden organiseert die dienst al ruim twintig jaar jaarlijks seniorendagen. Daarvoor schrijven ongeveer 600 gepensioneerden in, zonder partners meegerekend. Dat aantal ligt laag en daalt.
Als mogelijke verklaringen worden verschillende elementen aangehaald. De deelnamekost is jaarlijks met 5 procent gestegen. De organisatie gebeurt per woonplaats in plaats van per vroegere werkplaats. Tegelijk is het aantal 80-plussers toegenomen en leven er binnen die groep andere verwachtingen. Daar komt bij dat ook een aantal gepensioneerden naar de kust verhuisde, waardoor de afstand naar activiteiten groter werd.
Grens tussen beide vzw’s blijft onduidelijk
Tijdens de seniorendagen zijn bestuurders van de vzw Gepensioneerdenvereniging voor het Vlaams Overheidspersoneel aanwezig in de outfit van de Sociale Dienst. Daardoor ontstaat bij aanwezigen de indruk dat de vereniging deel uitmaakt van de werking van het ministerie of daar rechtstreeks van afhangt. Dat voedt ook de perceptie dat het betalen van lidgeld aan de vereniging nodig is om zeker te zijn van deelname aan de seniorendagen.
De vzw Gepensioneerdenvereniging voor het Vlaams Overheidspersoneel is een autonome vereniging met tussen de 1.000 en 2.000 leden, zonder partners meegerekend. Volgens de statuten wil de vereniging gepensioneerde personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid de kans geven onderling contact te houden, in voeling te blijven met hun vroegere werkkring, vormende, culturele en recreatieve activiteiten te organiseren en initiatieven te nemen die het algemene welzijn van de leden bevorderen. In de praktijk gaat het vooral om toeristische uitstappen voor maximaal 1.500 tot 1.700 leden, waardoor niet alle leden aan activiteiten kunnen deelnemen.
Gebruik van overheidsfaciliteiten roept vragen op
Hoewel de vereniging geen overheids-vzw is, heeft ze haar maatschappelijke zetel en postadres in een gebouw van de Vlaamse Overheid. Daarnaast krijgt ze toegang tot vergaderzalen en accommodatie van het ministerie. Tegelijk zouden zulke faciliteiten geweigerd worden aan anderen die zelf iets willen organiseren.
Ook ontvangt de vereniging middelen van de Sociale Dienst. Die werden vroeger als subsidie omschreven en later als vergoeding. De vraag die daarbij opduikt, is of nagegaan wordt of die middelen de statutaire doelstellingen dienen en of alle leden daar op een evenwichtige manier voordeel uit halen.
Niet elke provincie krijgt dezelfde kansen
Ook de spreiding van kansen over Vlaanderen ligt gevoelig. Gepensioneerden uit Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen zouden jarenlang later zijn geïnformeerd over activiteiten dan leden uit andere provincies. Daardoor kregen zij minder kans om tijdig in te schrijven.
Ook de opstapplaatsen voor activiteiten zouden niet gelijk over Vlaanderen verdeeld zijn. Die zouden vooral gekozen zijn in functie van begeleiders en niet van de leden. Daardoor ondervinden sommige gepensioneerden grotere drempels om aan uitstappen deel te nemen.
Werking van de vereniging ligt onder vuur
Binnen de vereniging leeft ook onvrede over de besluitvorming. De leden van de algemene vergadering worden niet door de leden verkozen, maar voorgedragen door het uitvoerend orgaan. Daarnaast worden leden van de algemene vergadering voor het leven benoemd. Daardoor hebben gewone leden nauwelijks rechtstreekse inspraak in de werking.
Ook de scheiding tussen bestuur en algemene vergadering wordt betwist. Volgens de statuten zou het uitvoerend bestuur door de algemene vergadering aangestuurd moeten worden en er geen deel van mogen uitmaken. In de praktijk zou die verhouding omgekeerd zijn. Daardoor komt de controle op de werking onder druk te staan. Binnen dezelfde context wordt ook gewag gemaakt van onregelmatigheden, vervalste verslagen en vervalste stemmingen.
Vraag om duidelijke keuze en controle
De kern van het dossier is de vraag hoe de vzw Gepensioneerdenvereniging moet worden beschouwd. Als het om een externe vzw gaat, dan moet die volgens de gewone regels werken, gebonden aan de vzw-wetgeving, de regeling rond vrijwilligerswerk en de eigen statuten, zonder vanzelfsprekend gebruik van overheidsfaciliteiten, adressenbestanden of een bevoorrechte aanwezigheid op activiteiten van de Sociale Dienst.
Als de vereniging in de feiten als een verlengstuk van de Sociale Dienst functioneert, dan dringt een strengere controle zich op. Dan moet duidelijk worden hoe het bestuur is samengesteld, hoe de financiën worden beheerd, of de statuten worden nageleefd en of alle gepensioneerden in de praktijk evenveel kansen krijgen om deel te nemen.
Bronnen:
Sociale Dienst van het Vlaams Ministerie
vzw Gepensioneerdenvereniging voor het Vlaams Overheidspersoneel
Duizenden gepensioneerden Vlaamse administratie blijven benadeeld
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


